zondag 10 juni 2012

Aftellen


Juni.  We hangen een nieuwe maandkalender aan het prikbord.  De vorige wordt aan de kast gekleefd.  Elke dag bespreken we de kalenders.  Drie in totaal.  Een vast patroon na het praatmoment in de zithoek.  Tijd is vaak moeilijk te bevatten voor jonge kinderen.  Terwijl dat in het 'echte leven' dikwijls een prominente rol speelt.  Een mens kan haast niet zonder.  Al vanaf jonge leeftijd merken kinderen de invloed van tijd op het dagelijks leven.  Aftellen naar verjaardagen, feestdagen of Sinterklaas, de vaste structuur van een schooldag, het ritme van het leven, ... .  Herhaaldelijk en functioneel gebruik van tijdsbegrippen stelt kinderen in staat er een inhoud aan te geven.  Tijd krijgt een betekenis.  Het wordt, ook onbewust, een opeenvolging van momenten.

Juni.  De maand waarop mijn neus steevast in een blok beton verandert.  De lente in het land.  De graspollen in de lucht.  Ik praat minder, ook in de klas.  Want dat is vaak lastig met een neus vol zakdoeken.  Maar niet alleen daarom.  Ook en vooral omdat die kleuters van weleer échte lagere schoolkinderen zijn geworden.  Ze zien werk, doen dat werk en zetten mekaar aan het werk.  Ze leren van en met elkaar.  Mijn instructies zijn beperkter geworden.  Het werk dat verzet wordt daarentegen niet.  De inoefentijd wordt zo naar het maximum gebracht.  Want oefenen en blijven oefenen is belangrijk.  De kinderen gaan aan de slag met een overzienbaar aantal taakjes.  Ze werken, helpen, corrigeren en leren.  Mijn taak wordt sturen, observeren, bijsturen, evalueren en duiden.  Regelmatig wordt herhaald waarom we elke dag opnieuw oefenen op wat we geleerd hebben.  Het motiveert hen.  Door herhaaldelijk trainen van het gekende, kan dit uitgebreid worden.  We kunnen stilaan 'spelen' met de materie.  En daar maken we dan ook gebruik van!  Tijdens de lessen spelling worden dobbelstenen bovengehaald.  Rekenen gebeurt met speelkaarten of in real life.  Lezen krijgt een functie.  Door al het geleerde een toepassing 
te geven, krijgt leren een functie.  En dat motiveert hen.

Juni.  De maand van de onoverkomelijke reeks toetsen.  Met het eindrapport in zicht halen onze leerlingen nog even alles uit de kast.  Deze eindevaluatie is niet alleen voor hen belangrijk.  Ook wij als leerkracht kunnen hier veel informatie uithalen.  Door grondige studie of analyse van de resultaten, krijgen we een beter beeld van onze eigen onderwijsvaardigheden.  Welke klemtonen kunnen of moeten we volgende jaren anders leggen?  Wat zijn de meest gemaakte fouten en hoe ze te vermijden?  Het verbeteren van 
de eindtoetsen heeft voor mij altijd iets magisch.  Het luidt het einde in van een intense periode samenleven met een groep kinderen.  Fluitende vogels op de achtergrond en zonnestralen die mijn bureau bereiken.  

Juni.  De eindspurt is gemaakt.  Naar twee deugddoende vakantiemaanden.  Naar een hopelijk zonnige zomer.  De batterijen terug opladen.  De schoolse druk van de ketel.  Ze 
hebben het verdiend en zijn er zeker aan toe.    Ze maken zich klaar voor de start van een nieuw begin.  Een nieuwe klas, nieuwe leerkracht, nieuwe doelen.  Maar zo ver zijn we nog niet.  De gestarte sprint blijkt een conditieproef te zijn.  Een ware test tegen de tijd.  Het schooljaar moet worden afgesloten.  De klas terug in oorspronkelijke staat.  Allerhande werkjes worden nog afgewerkt.  Administratie in orde.  Lesboeken meegegeven.  Toetsen bewaard.  Telkens opnieuw laat ik verrassen door de deadline van eind juni.  Wat eerst een maand was, worden al gauw nog maar drie weken.  De tijd staat niet stil.  'Niet verwonderlijk', denk ik dan, 'dat de tijd nog zo abstract is voor de kinderen.'  Als zelfs wij volwassenen er ons door laten verrassen.  Blijvend herhalen is de boodschap.  Elke dag opnieuw de tijd verwoorden, ermee bezig zijn en visualiseren.  Zo krijgen we er allemaal stilaan meer inzicht in.  

Aan alle leerkrachten: een fijne laatste maand.  Met veel magische momenten tijdens het 
evalueren, een fijne zelfzvaluatie en een overzichtelijke eindsprint.   

Voor wie zijn kinderen graag meer structuur aanbiedt, heeft Klasse enkele handige geheugensteuntjes uitgewerkt in de vorm van 'Klik & Print'.  Hieronder diegene die handig zijn voor het bevatten van tijd.




vrijdag 1 juni 2012

Kunst met de natuur?!

Ik hoopte al twee weken op fantastisch mooi weer die vrijdagnamiddag.  Het voorbije weekend was het immers Earth Day geweest.  Deze Dag van de Aarde laat je stilstaan bij de schoonheid die de natuur ons te bieden heeft.  Het laat ons even nadenken over onze invloed op de natuur in de wereld.  De mens heeft de natuur nodig om te kunnen leven, zijn en worden.  Maar terwijl we ons stukje natuur gebruiken, moeten we er ons van bewust zijn dat we dat deeltje van de natuur terwijl ook ontvreemden.  Het best is natuurlijk om hiervoor iets terug in de plaats te geven.  


Een heel schone les.  Maar zeker niet bestemd voor kinderen van zes of zeven jaar.  Als we echter de schoonheid van de natuur in de verf zetten, zal deze enorm geapprecieerd worden.  Waardoor zelfs onbewust nodige natuuroffers gebracht zullen worden.  Het werd
al heel vaak duidelijk dat de huidige generatie eenaatjes de natuurschoon wel kunnen waarderen.  Bovendien worden wij, leerkrachten, door de leerplannen en eindtermen uitgedaagd de kinderen al spelend met alle aspecten van de natuur in contact te brengen.  Hierbij liefst nog gebruik makend van zoveel mogelijk zintuigen.  


Daarvoor zou het dan best wel fijn weer moeten zijn, die vrijdag.  We zouden immers  een ganse namiddag buiten zijn.  De pracht van de natuur bewonderen.  De kunst van het groen beschouwen.  En er vooral mee gaan werken, creëren, vormgeven.  De zon was van de partij.  We trokken erop uit.  Naar een stukje groen in de buurt van de school.    Aan de kinderen werd gevraagd zaken te verzamelen.  Verschillende kleuren, vormen, texturen.  Groot en klein. Dik en dun.  Lang en smal.  Alles wat ze zelf konden dragen, mochten ze meenemen.  Zonder de natuur pijn te doen, natuurlijk.  Blaadjes moesten aan de bomen blijven hangen.  Takken mochten niet afgetrokken worden.  Onze verzamelaars hadden maar een half woord nodig om uit te zwermen.  Er werd gezocht en gezocht, maar bovenal gevonden.  Die eenaatjes kwamen terug met de meest wonderlijke stukjes natuur: mooie bloempjes, grassen in allerlei maten en lengtes.  Takjes, takken, stammen, schors, een verloren gekropen naaktslak, blaadjes met de regenboogkleuren, steentjes en stenen.  Te veel om te dragen door twee kinderhanden.  Mijn voorbereide motiverende woorden maakten plaats voor respectvol afremmen.  Die meterslange dikke tak kon niet mee.  Net als die zware steen, die met een beetje fantasie op een toilet leek.  


Na een dik kwartier zoeken, wikken en wegen, trok de verzamelkaravaan naar het vooraf besproken plekje op de speelplaats voor fase twee van ons creatief-met-de-natuur-project.  We zouden immers een eenaatjesmuseum maken.  Een mini-museum met "land art".  Er restten ons nog een kleine twintig minuutjes om ons werk klaar te maken.  Met al de verzamelde spulletjes maakten we iets moois.  Een soort natuurcollage waarbij vorm, kleur, textuur en vooral compositie van erg belang zijn.  Tijdens het vormgeven, viel er nog ander schoons te bewonderen op de speelplaats.  Natuurlijk kreeg dat ook een mooi plekje in het geheel. Met de nodige aandacht en respect werden er zeventien prachtwerken gecreëerd.  De kinderen namen er hun tijd voor.  Ze legden en verlegden, keken, evalueerden en verbeterden.  Tussendoor maakten ze nog tijd om elkaars werk te bekijken en te prijzen.  De tijd vloog en de werkjes werden voorzien van een vlaggetje met hun naam op.  Het publiek werd namelijk verwacht.


De bel. Start van de speeltijd.  Niettegenstaande deze ook bedoeld voor de eenaatjes, begeven zij zich met knikkende knietjes naar hun eigen werkjes.  We verwachten publiek!  We zijn trots op wat we gemaakt hebben en willen, durven zelfs, de nodige uitleg geven aan onze schoolgenoten.  En of we publiek kregen!  Wat aarzelend op gang kwam, werd op de duur een overrompeling.  Onze creatievelingen hadden handen te kort om de bedoeling van het museum uit te leggen.  Met veel enthousiasme vertelden ze hoe hun werk tot stand kwam, waar ze de spullen vonden en waarom ze voor die compositie  kozen.  Hun verantwoordelijkheidsgevoel viel me daarbij enorm op.  Geen Wikipedia-info waarbij je je eerst moet afvragen of de inhoud ervan wel klopt.  Nee hoor, alles werd naar waarheid verklaard.  Met trots wezen ze ook naar hun klasgenoten.  "Kijk maar eens wat zij allemaal gemaakt hebben." Want een museumbezoek houdt natuurlijk niet op bij het bewonderen van slechts één werk.  Na veel keurwerk, heel wat amaai's en wows en vooral na een kwartiertje speeltijd, was het 'bezoekuur' over. 


Of we het werk mee naar huis mochten nemen, vroeg K.  Ja, dat zou iedereen wel  willen, maar op de duur als onmogelijk besloten.  Wat we nu eigenlijk geleerd hebben,  wilde ik in ware SOS Piet-stijl nog wel eens weten.  Heel wat, zo bleek.  En dat tijdens een muzische les!  Waar vrijheid, deugd en experiment het voornaamst zijn.  "Met ronde dingen kan je ook iets hoekigs maken", bijvoorbeeld.  Of: "Ik heb altijd goed naar de kleuren gekeken.  Alleen diegene die erbij pasten, mochten erbij." De natuur is heel erg mooi, besloten we aan het einde van die zonnige vrijdag.  En je kan er ook heel mooie dingen mee maken!


Alle foto's van ons mini-land-art-museum kan je bekijken op de schoolwebsite.  


Met dank aan Pinterest, waar ik op het geweldige landartidee kwam.  Een activiteit die ik de komende jaren, wegens groot succes, zeker zal herhalen.  Pinterest is bovendien een bron aan inspiratie.  Met een beetje tijd over en voldoende goesting in iets nieuws, zullen de vele pinboards een bron van inspiratie zijn.  Ik maakte een pinboard 'natuur' op Pinterest, over creatief omgaan en bezig zijn met de natuur.
Meer creatief met de natuur ideetjes vind je op onderstaande blogs.  

  



Toen de bel ging en ik over de speelplaats wandelde zag ik onze eenaatjes hun mama/
papa/oma... bij de hand nemen.  Ze brachten een (verplicht) bezoekje aan het museum.  Met tekst en uitleg.  Zo fier als een gieter.  Zúlke momenten, dat doet je wat.   

vrijdag 25 mei 2012

Een rivier vol krokodillen


Tijdens mijn opleiding tot onderwijzer leerde ik een les starten vanuit een probleem.  Zo wordt vaak het doel van de les meteen duidelijk voor de kinderen.  Dit probleem mag al eens uitdagend zijn.  Het zou kinderen aan het denken moeten zetten.  In 'het grote échte leven' is het vaak niet anders. Regelmatig worden we geconfronteerd met problemen die op het eerste zicht haast onoverkomelijk lijken.  Door intensief na te denken komen we een stap dichter bij de oplossing en het uiteindelijke doel.  Het zelf oplossen van een probleem stelt ons in staat dat probleem een volgende keer doelgericht aan te pakken. 

Ik stel mijn kinderen nog steeds graag problemen voor.  Tijdens eender welk vak begin ik de lessen veelvuldig met een probleemstelling.  Door dit wat meer leven te geven, worden ze wakker geschud.  Een verhaal dat zo uit de realiteit gegrepen lijkt toevoegen aan het probleem is meestal een kleintje.  Het effect hiervan is echter niet te onderschatten. De kinderen vliegen er met vol enthousiasme in.  Alsof hun leven ervan afhangt, soms. 

De polyvalente hal op school was een brede rivier vol met hongerige krokodillen.  De nietsvermoedende eenaatjes stonden gewillig te wachten aan de oever van die rivier.  Klaar om hun opdracht te aanhoren. Ze kregen alvast de opdracht niet op de rubber vloer te staan, zich zo onzichtbaar mogelijk op te stellen aan de rand van de zaal.  Terwijl ik de stoelen klaar zette, kreeg ik enkele wel gepaste 'uhs?' rond mijn oren geslingerd.  De nieuwsgierigheid geprikkeld trakteerde ik hen op een op het eerste zicht onhaalbaar probleem: "Bereik met z'n 17 de overkant van de rivier zonder ook maar een voet in het water te zetten. De zeven stoelen die klaarstaan, mag je hiervoor gebruiken."

Al vaker werkten de kinderen in groepjes samen. Partnerwerk en groepswerk met 3 of 4  is ons niet onbekend.  Soms waagden we ons al wel eens aan een werk met de ganse klas.   Maar nog nooit was het probleem zo groots. De hoofden begonnen duidelijk zichtbaar te werken.  Er werd al voorzichtig iets voorgesteld aan enkele medeleerlingen.  Al gauw ontaardde dit in een door elkaar gepraat, mekaar overtreffend in volume.  Tot B. opperde dat ze er zo zeker niet zouden uitgeraken. Ze moesten wel naar de overkant, hè.  De  start was gemaakt.  De kinderen bespraken in groep het probleem. Een voor een deden ze een voorstel tot oplossen van dat probleem.  Het ene al haalbaarder dan het andere.  Elkaar voorttrekkend terwijl ze op de stoelen liggen, leek zelfs mij minder ideaal.  Ik mengde me bewust niet in het gesprek.  Observeren was mijn taak. Mezelf uiteraard bewust van de meest gunstige oplossingsweg.  Een inleidende samenwerking tussen een groepje van vier kinderen, maakte voor de andere heel wat duidelijk.  Tijd voor actie.

De stoelen werden op een rijtje gezet, enkele kinderen waagden zich hier op.  De stoelenrij werd langer, waardoor ook anderen de stap zetten.  Sommigen moesten worden overtuigd om de 'brug' te betreden.  Duidelijk onder de indruk van de rivier vol krokodillen.  Terwijl een grote groep waaghalzen zich al op de denkbeeldige brug bevonden, hielden anderen hun voeten liever droog.  Ze werden aangemoedigd het er toch op te wagen.  Spontaan kwamen de hulpacties op gang.  De iets bangere kinderen  werden op een stoel geholpen en gesteund, zodat ze er zeker niet zouden afvallen.  Alle kinderen aan boord, alle stoelen bezet.  "Meester, wij hebben meer stoelen nodig!" Probleem twee deed zich voor.  Er werd geopperd om de stoelen wat verder uit elkaar te plaatsen.  Onmiddellijk afgekaatst door enkele anderen die zeiden dat ze dat nooit zouden kunnen halen.  Na opnieuw lang heen en weer overleg, kwam de trein dan eindelijk toch in gang.  De kinderen maakten zich klein.  Sommigen zaten op hun hurken, hielden elkaar vast of stonden op de tippen van hun tenen.  Vele motiverende woorden vlogen rond onze oren.   De boodschap dat écht iedereen de overkant moest halen, werd duidelijk begrepen.

Het werd een woelige tocht over de rivier met veel "whoepsen", "helps" en "oh-oohws".   E. waagde het er toch eens op zijn tenen nat te maken, moest terug en werd behulpzaam
terug bij de groep gebracht door F.  Wanneer we de helft van de zaal bereikten, was ons glas eerder halfvol dan halfleeg.  Door actief samen te werken, mekaar ondersteunend en
de moed niet te verliezen, bereikten we de overzijde.  Het gejuich was oorverdovend toen iedereen op de oever terechtkwam.  Iedereen vol lof over zijn eigen bijdrage aan de groep.  Ook de anderen werden niet vergeten. De groepsgeest was niet te onderschatten.  Wat eerst een niet te behalen opdracht leek, werd een "we hebben dat toch maar mooi voor elkaar gebracht"-gevoel.  Supertrotse gezichten.  Fier op hún prestatie. 

Het was duidelijk dat ze genoten hebben van de opdracht.  "Maar heb je er ook iets van bijgeleerd," was mijn slotvraag.  Wat oorspronkelijk bedoeld was als tussendoortje, bleek een heel leerproces op gang te zetten.  De meest onverwachte antwoorden kwamen mijn richting uit. Deze gingen niet over natte voeten of krokodillen.  "Iets moeilijks lukt toch, als je maar probeert," vond ik een heel mooie samenvatting van het oplossen van het probleem.  Gevolgd door: "We kunnen heel veel van elkaar leren;" en "stoelen zijn sterk, want die kunnen ons allemaal dragen.".  Maar het was toch de teamgeest die hen het meest bijbleef.  Ze hebben zichzelf overtroffen.  Als groep.

zondag 6 mei 2012

Pistache in hoekjes

Het heeft een tijdje geduurd vooraleer ik mijn draai vond in de lessen Pistache.  Pistache is een aaibare muis die onze zesjarigen vertrouwd maakt met de Franse taal.  Spelenderwijs zullen zij vaardiger worden in het ontdekken van die onbekende taal.  Door kinderen er al vanaf jonge leeftijd mee in contact te brengen, zal de stap naar het gebruiken van de taal vlotter verlopen.  Het vertrouwd maken met het Frans vereist echter wel een speciale aanpak.  De lessen taalinitiatie zijn geen 'lessen' zoals we ze gewoon zijn.  Door er onbewust mee om te gaan, zullen jonge kinderen sneller thuis zijn in de wereld van een nieuwe taal.  De muzische invalshoeken van deze activiteiten vallen dus niet te onderschatten.  Op een luchtige manier met veel muziek en spel dus.



Net na het eerste onzekere lesje Frans voor beginnertjes schreef ik al eens over de voorzichtige stappen die we zetten in het onbekende taalbad.  Ik voelde de meerwaarde ervan wel aan.  Ik merkte vooral dat de eenaatjes er enorme zin in hadden.  Vaak werd er geteld in het Frans.  We zongen Franse liedjes, deden het aangeleerde dansje.  We begroetten elkaar ook in het Frans.  De "Ooievaar" van weleer maakte plaats voor een betekenisvolle "Au revoir".  We leerden de namen van de vriendjes van Pistache, mochten mee kaarsjes uitblazen tijdens zijn verjaardag en speelden volop Franse memory op het digibord.  Publiekslieveling Pistache wordt steeds met open armen ontvangen.  Hij ontving al meerdere tekeningen van de klasgenoten, mocht gerust al op een verjaardagsfeestje langskomen en kreeg een zakje snoepjes.  Toch voelden de lessen me nog steeds onzeker aan.  Ze bleven te oppervlakkig.  Te weinig doordacht.  Het leken mijn eigen lessen niet.  Te veel vasthoudend aan de methode, waardoor ik slechts aarzelend kleine stapjes vooruit zette.
Het aanhoudende enthousiasme van de kinderen sterkte me echter om er verder mijn weg in te zoeken.  Ondertussen ken ik mezelf didactisch al genoeg om te weten dat hoekenwerk tijdens eender welke les me echt wel liggen.  Een werkvorm die collega's soms doet huiveren, geeft me behoorlijke structuur tijdens het aanbrengen, inoefenen en verwerken.  Ik werk graag met kinderen in groepjes en hoeken.  Pistache in hoekjes, dus.  Het bleek een logische stap te zijn.  Zowel voor mij als voor de klas.  De thema's van de methode lenen zich perfect tot het uitwerken van verschillende hoeken: het huis, de dokter, de boerderij, een baby, het zwembad... .  


Tijdens de voorbije paasvakantie verzamelde ik volop ideetjes voor de verschillende onderwerpen.  Door een heleboel activiteiten aan te brengen, geef je kinderen de verantwoordelijkheid te kiezen.  Elke hoek biedt plaats voor maximaal 4 leerlingen.  Volgorde, keuze van hoeken en tempo worden door hen zelf gekozen.  Er komen steeds heel wat muzische, beeldende activiteiten aan te pas.  Een rijgoefening met de contouren van een baby of zelf geboortekaartjes ontwerpen.  Verder neem ik me voor om steeds een computerhoek te voorzien.  Op de klasyurls vinden de kinderen van het thema in kwestie enkele (eenvoudige) games.  Er kan ook uitdrukkelijk geleerd hebben in de denkhoeken.  Een verhaal in juiste volgorde zetten of zelf de tekst schrijven bij een stripverhaal.  Ook steeds van de partij is de speelhoek waar kinderen zich kunnen uitleven met het themaspeelgoed.  Pistache à la Duploferme.  Er werd ook een heuse kindercrèche gehouden in de gang.  Babypoppen, kinderwagens, poppenkleertjes en verzorgingsspullen.  
Terwijl dit alles aan de gang is, komt Pistache op de hand van de meester overal even gedag zeggen.  We tellen de kinderen in de groepjes, benoemen verschillende themawoorden, maken eventueel zinnetjes en genieten vooral van zijn aanwezigheid.  Het onbewuste taalbad werkt.  Pistache krijgt knuffels en handjes.  Hij wordt graag gezien.  Ondertussen zijn er telkens ook twee kinderen aan het enige moetje bezig van de Pistachehoekjes.  De memory van de methode wordt uitgevoerd aan het digibord.  Elk gekozen plaatje wordt in het Frans door de luidsprekers de klas ingejaagd.  Alle kinderen horen de woorden.  Sommige kennen ze er al van.  De Duplokoe wordt overtuigend 'lafaash' genoemd die heerlijke 'duleej' geeft.  Sommige kinderen volharden in hun opzet om elk gehoord woord luidop mee op te dragen.  De trots druipt van het gezicht, met enkele 'bravo's' van Pistache als toetje.  Ik heb mijn weg gevonden.  De kinderen smullen ervan.  Ze blijven dol op de aaibare muis.  Ze worden voorbereid voor de lessen Frans.  Heel natuurlijk.  Een mooi leerproces om zien.  



dinsdag 10 april 2012

Terugblik op een jaar blogervaring

Een jaar terug.  Paasvakantie.  Weekendje aan zee.  Ik kocht een cd-box bij MediaMarkt in Oostende.  Een koopje.  Drie cd's vol mooie muziek die gebruikt wordt in bekende Disney cartoons en musicals.  Voornamelijk klassieke deuntjes.  Ik kende er veel van, kon heel wat meeneuriën.  Het deed me denken aan de keren dat de sfeer in de klas opgevrolijkt werd met klassieke muziek.  Ik zou de cd inladen in iTunes en gebruiken tijdens rustige momenten.  


In de auto terug naar het appartement waar we verbleven, hakte ik een knoop door.  Een knoop met enig belang in mijn onderwijsleven.  In navolging van mijn bloggende schoonzus-juf, zou ik mijn eigen blog starten.  Ik had echter mijn twijfels.  Heb ik voldoende schrijfstof?  Kan ik een meerwaarde brengen aan het inmiddels grote aantal onderwijsblogs? Is mijn schrijfstijl wel ok?  Wat met de technische kant?  Het werd een onzekere start.  


Terug thuis gekomen, zocht ik naar een passende titel en url.  Het werd 'over onderwijs'.  Dat vond ik, mede door de tegenstelling 'over-onder', mooi klinken.  De titel was erg ruim en algemeen, zodat alle aspecten van het onderwijs aan bod zouden kunnen komen.  Een eerste blogpost was tijdens de vakantie aan zee al ontstaan.  Ik zocht naar de juiste woorden, bedacht hoe en waarom ik met klassieke muziek in de klas omging en ging op zoek naar meer informatie over kinderen en klassiek.  Hoewel ik een minder vlotte schrijver ben, verliep het neerpennen van het eerste artikel verrassend eenvoudig.  Dat zou later moeizamer gaan.  


Terugblikkend op het jaar bloggen, besef ik dat ik nog steeds niet zo vlot schrijf.  Ik wik en weeg de woorden heel erg.  Mijn woordenschat is soms nog te beperkt voor al wat ik wil schrijven.  Ik maak graag gebruik van synoniemen.net voor de juiste woordkeuze.  Toch merk ik dat het kiezen van onderwerpen en afbakenen van inhouden gemakkelijker gaat.  Het onderwijs is een fantastische job om over te schrijven.  Het kan me blijven boeien.  De onderwijswereld staat niet stil, de mogelijkheden en vernieuwingen volgen elkaar op.  Wat me opvalt is dat ik vaak lange zinnen schrijf.  Ik wil ook vaak te veel informatie verwerken in een artikel.  Hierdoor zijn de meeste van mijn posts behoorlijk lang voor een snelle blogpost.  De tijd tussen verschillende posts is daardoor langer, wat ik ook merk aan de bezoeken.  


Aanvankelijk stelde ik me de vraag of en hoe dit blogavontuur mij productiever zou maken, zoals onderzoek had uitgewezen.  Ik kan ondertussen concluderen dat dat inderdaad zo is.  Al bloggend ga ik bewuster om met mijn onderwijsstijl.  Ik durf meer zaken uitproberen in de klas en evalueer mezelf gericht tijdens het lesgeven.  Ik weet waar ik naartoe wil en moet tijdens lessen.  Terwijl ik voor de klas sta, kan ik mijn aanpak wijzigen door in te spelen op vragen, wensen en noden van de kinderen.  Tijdens het opzoekwerk voor verschillende artikels ontdek ik nog steeds ongelooflijk mooie en bruikbare voorbeelden, waar ik flexibel mee probeer om te gaan en tracht ze te vertalen naar mijn klaspraktijk.  
Terugblikkend op het jaar bloggen, kan ik vaststellen dat er een publiek bestaat voor een blog over onderwijs.  Met een gemiddelde van ruim 1000 bezoeken per maand, werd de blog het voorbije jaar 14850 keer bezocht.  Sinds januari 2012 kende de blog behoorlijk meer bezoeken, met een voorlopige piek in maart 2012 van bijna 3000 bezoeken.  Sinds het artikel over mijn belevenissen op de 20ste ICT-praktijkdag is de blog bekender geworden bij een groter publiek.  Mede dankzij verschillende Twittervermeldingen en een link op de website van de ICT-praktijkdag.
Van de 47 gepubliceerde artikels werden deze over samenwerken het vaakst bezocht.  Met een piek van ruim 1500 bezoeken werd het artikel Samen naar een hoger level: 1 + 1 = 3 het vaakst gelezen.  Ook het artikel over kinderen laten samenwerken in de klas behaalt de top 5.  Aan het begin van dit schooljaar berichtte ik over mijn ervaringen op de infoavond voor ouders van de nieuwe leerlingen.  Het verbaast me dat dit artikel bijna 600 keer gelezen werd.  Verder zijn ook de artikels over gamen en techniek erg in trek.  Het boekje 'Games en tools i.f.v. techniekonderwijs' werd ondertussen bijna 350 keer gedownload en bekeken.  Een succes dat ik niet had durven dromen.


Waar ik aanvankelijk benieuwd was naar de productiviteit, kan ik na een jaar bloggen concluderen dat het onderzoek inderdaad klopt.  Ik bén productiever geworden.  Heb meer inzicht in mijn job en mijn functioneren.  Ik ga bewuster lesgeven.  Kritischer, scherper, doelgerichter, efficiënter ook.  Ik durf mezelf in vraag stellen.  Om er nadien van te kunnen leren.  Ik ontdek nieuwe werkvormen en een nieuwe aanpak.  Ik probeer uit en evalueer tijdens de lessen.  Bloggen... ik kan het iedereen aanraden!

zondag 8 april 2012

Leren (over) samen leven

Iedereen is anders.  Gelukkig maar.  De wereld zou er behoorlijk kleurloos uitzien indien dat niet zo was.  Het zou behoorlijk saai zijn mochten we allemaal hetzelfde voelen, weten, willen, lusten, vragen, denken, doen, ... .  Sterker nog: het zou ons niet lukken om met alleen dezelfde mensen samen te leven.  Samen leven is een kwestie van vraag en aanbod, van ruilhandel, van gulden middenwegen... .  Er zijn mensen die regels opstellen.  Anderen zorgen ervoor dat ze worden nageleefd.  Nog anderen zijn bevoegd mensen erop te wijzen dat ze de grens overschreden hebben.

Mijn oog viel op een krantenartikel over tegenvallende resultaten bij een peiling naar het domein maatschappij in het lager onderwijs.  Met de kop 'Twaalfjarigen zijn niet wereldwijs' berichtte ook Klasse over het onderzoek.  Hierin werd bij kinderen aan het eind van de lagere school hun kennis en vaardigheden wereldoriëntatie beproefd.  Veel aandacht ging uit naar de domeinen tijd, ruimte en maatschappij.  We willen natuurlijk dat onze leerlingen niet wereldvreemd de lagere school verlaten.  De inhoud van beide artikels prikkelde me voor een blogpost.  Ik zocht nog eens de doelen en eindtermen maatschappij op en selecteerde interessante onderwerpen voor een artikel.  Starten zou ik doen met eigen ervaringen rond het thema beroepen.  
(afbeelding: Klasse voor leraren, april 2012)


Het werd een moeizame start.  Schrijven, schrappen, nalezen, herschrijven, verwijderen, opnieuw schrijven, structuur zoeken, verplaatsen en vooral veel twijfelen.  Bij het nalezen van de eerste alinea werd het duidelijk dat de geschreven tekst niet voldeed aan het vooropgestelde onderwerp.  Het thema is veelzijdiger.  Het werd moeilijk om na een verengde inleiding de boel open te trekken naar een tekst die de maatschappijlading zou dekken.  De geschreven zinnen worden even 'on hold' gezet.  Later misschien meer over het thema beroepen.




Naderhand bekeken, verwondert het me niks dat het opmaken van een tekst over het domein maatschappij niet zo eenvoudig is.  Maatschappij is alomtegenwoordig.  Maatschappij is veelomvattend.  Overal en altijd maken mensen deel uit van de samenleving.  Het gezin waarin we leven, onze buren, kennissen, familie, klasgenoten, collega's, toevallige passanten, gezaghebbers, ... telkens andere situaties, telkens andere contacten.  Opeens was het ook niet meer verbazend dat twaalfjarigen niet meteen optimaal scoorden voor de proef.  


Volgens de eindtermen valt het domein maatschappij onder te verdelen in 3 rubrieken: bij de sociaal-economische verschijnselen gaat het onder meer om handel drijven, arbeid en beroepen en het principe van vraag en antwoord.  Het bestuderen van groepen, levensbeschouwing en multiculturele samenleving vinden we bij de sociaal-culturele verschijnselen.  De politieke en juridische verschijnselen tenslotte omvatten het besturen van gemeente en land, de samenwerkingsverbanden tussen landen en niet te vergeten de wetgeving met rechten en plichten.  


De kinderen verwerven kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes ten aanzien van het collectieve in de samenleving.  Wanneer wereldoriënterend onderwijs gericht is op het ontwikkelen van basiscompetenties die het kinderen nu en later mogelijk moeten maken om te functioneren in de maatschappij, dan mogen een aantal eindtermen die rechtstreeks verwijzen naar essentiële elementen van die maatschappij zeker niet ontbreken.  Daarom werd binnen dit domein een selectie gemaakt van maatschappelijke verschijnselen en mechanismen waarvan jonge kinderen zich gaandeweg - o.a. via het onderwijs - een correct beeld zouden moeten vormen.  Daarbij worden ze stilaan vaardig om zich op een sociaal weerbare en respectvolle wijze te gedragen.  (uitgangspunten eindtermen wereldoriëntatie, domein maatschappij)
Vertaald naar de klas zullen de verschillende aspecten van het domein nog verder ingedeeld worden.  Zo kan gekomen worden tot een structuur die voor leerlingen en hun leerkracht overzichtelijk wordt.  Door aanvankelijk de leerstof en vaardigheden stap voor stap aan te brengen, zullen deze voor de kinderen helder zijn.  Het mag hier echter niet bij blijven.  Maatschappij is een combinatie van diverse aspecten waarbij verschillende competenties samengebracht dienen te worden.  In 17 eindtermen, verdeeld over de drie verschijnselen, komt het volledig domein aan bod.  Deze zijn bewust globaal geformuleerd om relaties te kunnen leggen tussen verschillende onderdelen.  Ter illustratie eindterm 4.13: "De leerlingen kunnen het belang illustreren van de fundamentele Rechten van de Mens en de Rechten van het Kind.  Ze zien daarbij in dat de rechten en plichten complementair zijn."  Een hele boterham om over te brengen naar de lessen wereldoriëntatie.  Om maar te zeggen dat ik het kan begrijpen dat onze twaalfjarigen niet erg wereldwijs zijn.  Het lijkt zelfs voor mij, als leerkracht, op het eerste zicht een niet al te gemakkelijke opdracht.


Wordt ongetwijfeld vervolgd...


bronnen:
artikel Klasse
peiling wereldoriëntatie in het basisonderwijs
uitgangspunten eindtermen wereldoriëntatie

woensdag 28 maart 2012

Spelen vs. spel

Kinderen spelen graag.  Ook in de klas.  Het vrij spelen doet hen ontdekken, improviseren, beleven, fantaseren, leren, ... .  Een zinvolle activiteit, dus.  Ook in de klas.  Naast dat vrij spelen hebben kinderen nood aan een duidelijke structuur, aan afgebakende grenzen waarin ze een spel kunnen spelen.  Dat onderscheid tussen spelen en spel maakte Stephen Nachmanovitch in 1990.  Het spelen is de vrije vorm, waarin onder meer creativiteit, eigen inbreng en fantasie van groot belang zijn.  Het spel heeft zijn vooropgelegde regels waardoor een resultaat bekomen wordt.  Nachmanovitch legde eerder ook het nut van het spel in de evolutie uit in zijn bekende citaat: “Without play, learning and evolution are impossible”.

In tegenstelling tot het vrij ontdekken bij het spelen, wordt bij een spel een weg afgelegd.  Deze weg is een route die je naar het opgedragen doel leidt.  Ook hierin kan de speler de nodige vrijheid krijgen.  Er is vaak meer dan 1 weg mogelijk om tot de bestemming te komen.  De bepalingen van het spel zijn echter zo opgemaakt dat door de gemaakte keuzes die de speler maakt, hij al dan niet het doel bereikt.  Deze spelregels worden meestal voor het spel gespeeld wordt, duidelijk gemaakt aan de speler(s).  Soms is het echter zo dat de voorschriften naarmate het spel vordert veranderen, vernauwen of verduidelijkt worden.  

IK GAME, 
JIJ GAMET, 
WIJ GAMEN
Games behoren volgens Nachmanovitch' indeling bij het spel.  Ze bevatten spelregels die moeten nageleefd worden.  Zonder het naleven van deze afspraken zal het opgelegde doel niet bereikt worden.  Er zijn duidelijke grenzen van mogelijke handelingen, acties en vorderingen.  Hoe verder je vooruitgaat in een game, hoe moeilijker die kan worden. 

Vaak bestaan games uit verschillende, opeenvolgende levels.  De trigger wordt telkens verlegd, zodat er meer uitdaging voor de gamer ontstaat.  Er wordt verder gebouwd op de reeds afgelegde weg.  Telkens toegevoegd met nieuwe aspecten die de game nóg interessanter, nóg uitdagender, nóg leerrijker, nóg ... maken.  Door in elk level nieuwe elementen te zien verschijnen, verliest de gamer zijn aandacht niet bij het spelen.  Elke keer opnieuw wordt de gamegrens verlegd.  Deze opbouw zorgt ervoor dat de gamer meer opsteekt over de mogelijkheden waardoor opnieuw een volgend level kan worden bereikt.

ONLINE GAMEN
Ik verzamel met veel plezier allerlei interessante online games binnen verschillende domeinen of thema's om in de klas te gebruiken.  Het voordeel van online games is dat je ze altijd en overal gratis kan spelen, zolang je computer over de nodige plugins beschikt en een vlotte internetverbinding heeft.

Om een verzameling games voor in de klas aan te leggen, beschik je best over een dosis geduld en doorzetting.  Met enige creativiteit vind je voor elk onderwerp een geschikte game.  Het gericht op zoek gaan naar zulke games verwacht eerst best een overzicht van de te behandelen thema's in de klas.  Met een duidelijk beeld van de onderwerpen waarvoor je games wil inzetten, zal de zoektocht efficiënter verlopen.  In het wilde bos van de online batterij gameverzamelingen moet enorm geknipt worden om geschikte games te vinden.  

Online games zijn in de klas te gebruiken voor verschillende doeleinden.  In mijn eigen klaspraktijk onderscheid ik graag twee functies van gamen.  Enerzijds zijn er de educatieve games waar kinderen iets van kunnen bijleren.  Hierbij zijn kennis en vaardigheden over de inhoud van de game van belang.  Deze games zijn vaak ook bestemd voor bepaalde leeftijdsgroepen, afhankelijk van de inhoud van de game.  Bij de educatieve game is de leerwinst tijdens het gamen vaak een prioriteit.  Al mag het spelplezier hierbij niet uit het oog verloren worden.  Deze zorgt ervoor dat het welbevinden en betrokkenheid bij de lesstof hoog gehouden wordt.  De kinderen zijn zich er weliswaar van bewust dat ze die game spelen om er wijzer uit te worden.  Dat is ook wat ze ervan verwachten: bewust en doelgericht gamen in de klas, zodat ze er 'rijker' van worden.  






Een ander soort games die ik in de klas aanbied, zijn de thematische games.  Deze zorgen voor een bepaalde sfeer die ik bij de kinderen wil opwekken tijdens bijvoorbeeld een thema WO.  Hierbij primeert het spelplezier overduidelijk.  De kinderen zullen wellicht iets bijleren tijdens het gamen.  Zaken als taalvaardigheid, sociale vaardigheden en ict competenties zullen ongetwijfeld aan bod komen.  Het hoofddoel van deze activiteiten wijst eerder in de richting van een gegeven stemming weer te geven die volledig opgaat in het thema van andere activiteiten.  De gameopdrachten zijn dan ook een toevoeging op andere taken in de klas.  Vaak worden de thematische games aangeboden tijdens een hoekenwerk of keuzewerk.  




Alle games zijn verzameld op onze yurls.  Regelmatig worden de thema's veranderd.  Aan het begin van het schooljaar deelde ik de url met de ouders om de kinderen ook thuis te laten oefenen.  Regelmatig, vaak bij nieuwe games, maken we een vermelding op het agendablaadje dat de kinderen die avond mee naar huis krijgen.  Van ouders en kinderen krijg ik hier af en toe feedback op.  Fijn om te weten dat de kinderen wat ze op school leerden ook mee naar huis nemen.  Want dat lijkt me vaak nog het moeilijkst bij jonge kinderen: de transfer maken van leerstof naar gebruik in de échte wereld.  

BRONNEN