Het is de bedoeling dat deze apps niet vrijblijvend in de klas worden aangeboden. De leerkracht zou er op moeten toezien dat ál zijn leerlingen gedurende het schooljaar deftig met de apps aan de slag is kunnen gaan. Hierbij moet natuurlijk de kanttekening gemaakt worden dat het aanbieden van de apps niet de bedoeling heeft om de werkelijke muziek- en technieklessen te vervangen. Ze zijn een toevoeging aan het curriculum.
Posts tonen met het label techniek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label techniek. Alle posts tonen
donderdag 26 december 2013
iPadbeleid
IPads in de klas is één. Er doelbewust mee aan de slag is iets anders. Sinds we vorig schooljaar met iPads werken op onze school is de digitale experimenteerdrang van mij en de collega's er danig op vooruitgegaan. Al van bij de start was het ons duidelijk dat het hier niet bij mocht blijven. Na een vol schooljaar de leerkrachten en leerlingen er hun ding mee te laten doen, is het nu tijd om de werking van de iPads grondig in het ICT- en schoolbeleid te integreren. Hierbij trachten we niet alleen oog te hebben voor de horizontale lijn, waarbij elke klasleerkracht de iPad voor zijn lessen zal gebruiken. Maar we namen ons ook voor een verticale lijn op te bouwen, vanaf de kleuterschool tot aan het zesde leerjaar, waarbij voor bepaalde domeinen de iPad zal moeten worden ingeschakeld. Zo ontwikkelen we een opbouwende leerlijn waar de doelen uit het leerplan centraal staan. Dit schooljaar starten we met een opbouwend aanbod voor de domeinen techniek en muziek. Na heel wat opzoek-, wik- en weegwerk werden onderstaande leerlijnen ontwikkeld.
Het is de bedoeling dat deze apps niet vrijblijvend in de klas worden aangeboden. De leerkracht zou er op moeten toezien dat ál zijn leerlingen gedurende het schooljaar deftig met de apps aan de slag is kunnen gaan. Hierbij moet natuurlijk de kanttekening gemaakt worden dat het aanbieden van de apps niet de bedoeling heeft om de werkelijke muziek- en technieklessen te vervangen. Ze zijn een toevoeging aan het curriculum.

Het is de bedoeling dat deze apps niet vrijblijvend in de klas worden aangeboden. De leerkracht zou er op moeten toezien dat ál zijn leerlingen gedurende het schooljaar deftig met de apps aan de slag is kunnen gaan. Hierbij moet natuurlijk de kanttekening gemaakt worden dat het aanbieden van de apps niet de bedoeling heeft om de werkelijke muziek- en technieklessen te vervangen. Ze zijn een toevoeging aan het curriculum.
Labels:
ict,
ict-coördinator,
ipad,
leerkracht,
muziek,
muzische vorming,
school,
techniek,
wo
donderdag 7 februari 2013
Mijmeringen na een inspiratiedag ICT
ICT in de klas houdt me bezig. Scherp ook. Het leert me terugblikken en op zoek gaan. Naar andere, misschien betere middelen. Op zoek naar een nieuwe manier van omgaan met inhouden. Een efficiëntere weg.
Blijkbaar ben ik hierin niet alleen. Met bijna 1000 waren we. Spannend afwachtend op de eerste woorden die door de sporthal zouden galmen. Verrast door een koude douche: "Dit is slechts een microfoontest." Een half uur later werd het startschot gegeven. Elk op zoek naar zijn plek in een doolhof van gebouwen. Ik vond het mijne alvast. Met dank aan enkele studenten ter plaatse. Ja, het leven gaat door. Ook tijdens een invasie van wel duizend ICT-lustigen. Kleuters speelden op hun speelplaats. Passanten werden doelman-voor-even op het geïmproviseerde voetbalveld. De jongens van het 5de speelden lustig door. Alsof er niks aan de hand was. Gastvrijheid heet dat! Jawel, ik mocht zelfs elke muur van de hele praktijkdag voorzien met een affiche in QR. Een praktijkvoorbeeld waar ik in de namiddag op terug zou komen. Het QR-inspiratieboek werd inmiddels ruim 80 keer gedownload of aangevraagd.
Eerste afspraak. Flos Campi, 2de etage. Een kleine 20 deelnemers onderdompelen in een techniekbad vol games en tools. Techniek in een ICT-jasje. Het domein techniek werd onder de loep genomen. Gamen in de klas had meer verduidelijking nodig. Een beetje uit de negatieve sfeer trekken. Het voelt aan alsof we ons nog allemaal tegenover iemand in onze omgeving moeten verantwoorden waarom we games aanbieden tijdens de les. Techniek en gamen hebben zoveel gemeen. Het simuleren van techniek met online games en tools brengt ons zoveel bij. Een veilige omgeving die kansen biedt om te experimenteren. Een foutje wordt rechtgezet met één druk op de knop. De hulplijn is nooit ver weg. Tijd om de online techniekgames aan te bieden. Gestructureerd in de matrix voor technische geletterdheid. De matrix die als bakermat van het huidige techniekonderwijs in de basisschool wordt beschouwd. Ik voel me thuis in dit thema. Gaf de sessie ondertussen tien keer aan een diversnpubliek. De games worden geduid, tips meegegeven, de yurlssite verder uitgespit. Na enkele vriendelijke woorden en fijne gesprekken werd het sneller dan verwacht tijd voor koffie.
Heerlijke broodjes! Telkens iets om naar uit te kijken. Fijne gesprekken. Elkaar kennend via sociale media. Slechts enkele keren ontmoet. Maar voelt zo vertrouwd. Contacten leggen op de beurs. Wederom de nieuwigheden die opvallen. Na het digibord, tablets in de klas maken we kennis met de digitale instructietafel. Uitgeverijen zijn ook van de partij. We tonen oprecht interesse in hun technologietoekomst. Onze wensen worden gehoord. Tijd te kort voor de middagsessies en TeachMeet.
Namiddag. HHH Eco, vlakbij de sportterreinen. Opnieuw een eindje stappen. Maar zonder vertraging kunnen beginnen. Met knikkende knieën, dat wel. QR-codes in de klas. Nieuwe materie. Korte voorstelling, definitie en geschiedenis. Het ijs is gebroken. Uit de vragenlijst die ik vooraf stuurde bleek dat er veel interesse was in bruikbare tips en praktijkvoorbeelden. Een sessie over QR- codes verwacht de nodige technologietoepassingen. Het internet wordt erbij gehaald. We verwijzen vaak naar tools als Dropbox, Soundcloud, Flickr, Picasa, Google Apps. YouTube passeert eveneens regelmatig. QR kent maar een meerwaarde wanneer ze efficiënt ingezet kunnen worden. Een efficiëntie die zowel voor de factor tijd als voor ruimte kan gelden. Het snel beschikbaar maken van de nodige data zorgt dat we onze informatie steeds bij de hand kunnen hebben. Het versterkt het leren, zet het tevens in de aandacht. Geen tijdverlies, maar winst! Bovendien kan een blokje van enkele vierkante centimeters een gigantische hoeveelheid informatie kwijt. Een beperkte ruimte op papier wordt zo een bron van leermiddelen. De geblokte vierkantjes geven verder een nieuwe dimensie aan het blad. Audiovisueel en interactief. Analoog vs. digitaal. De sessie wordt een open dialoog. Iedereen heeft inspraak. We leren van en met elkaar. Iedereen heeft zijn ideeën. Sommigen hun vragen. Er wordt op elkaar ingespeeld. Inspiratie uitgewisseld. Mooi om zien, nog mooier om er deel van te mogen uitmaken. De tijd is te kort. We nemen de ideeën mee. Om collega's te overtuigen. Door de gesprekken vonden we nieuwe wegen om te bewandelen. De wereld mag het weten! Twitter leest mee!
Dankjewel enthousiaste collega's voor de ICT-boost die we elkaar ongetwijfeld gaven. Ik deed weer ongelooflijk veel interessante ideeën op. Merci ook sponsors van de 22ste ICT- praktijkdag voor de zeer rijk gevulde draagtas. De lectuur wordt onder handen genomen. Dankjewel en proficiat aan de organisatoren. Vlekkeloos. Vertrouwd. Meer van dat!
------
Overal waar 'we' staat, hoort in eerste plaats 'ik' te staan. Dit zijn mijn eigen indrukken, hoewel ik bij het lezen van de evaluaties en reacties nadien toch behoorlijk overtuigd ben van het woord 'we'. De reacties op de ICT-dagsite overtreffen mijn verwachtingen. Wat leuk te lezen dat er zoveel inspiratie in de ruimtes hing. De extra tips krijg ik er gratis bij. Zeker deze over lesmateriaal bundelen of delen spreekt me erg aan. Ik zoek nog een manier om dit alles in een wiki te plaatsen, waar deelnemers ook toegang toe kunnen krijgen. Iemand enige ervaring hiermee?
woensdag 31 oktober 2012
Carrièreplanning
“Voor mij begon het… met Sinterklaas.” Met deze uitspraak prijkt Quinten Desloover goedlachs op de affiche van RTC Oost-Vlaanderen. ‘Het’ dat is zijn technische goesting. Nadat Quinten op 6 december een techniekdoos kreeg, had hij het technisch virus te pakken. Ondertussen werkt hij als installateur van branddetectiesystemen.
Onderstaande video kwam ik tegen na een zoveelste internetreisje doorheen blogs, artikels, foto's en filmpjes. Het verhaal van de zo bekende Legoblokjes. Jammer dat hij Engels gesproken is. Ik zou de Nederlandse versie anders heel graag aan mijn eenaatjes tonen. Het kan ze inspireren. Het zou misschien hun 'techniekdoos' zijn, die hen later doet beslissen het juiste pad te bewandelen. De film leert kinderen bovendien om niet op te geven. Hun doelen na te streven en er vooral ten volle voor te gaan. Succes krijg je niet in de schoot geworpen. Daar gá je voor. Die zin, dat geloof in jezelf, het zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. Eigenschappen die we onze kinderen in de klas dagelijks proberen eigen te maken. Heel mooi om te zien dat een succesvol man ook zijn tegenslagen kende. Hoe hij daar mee omging. Hoe de welbekende blokjes ontstonden, na ontwikkelen, proberen, evalueren, aanpassen, ... . Het technisch proces in de geschiedenis van Lego.
Elke prikkel, zelfs de kleinste, kan voldoende zijn om kinderen zin te doen krijgen in hun belangrijke levenskeuzes. Kinderen een waaier van technische toepassingen aanreiken, leert ze hun technische interesse en kwaliteiten beter in beeld brengen. Het zou maar net díe activiteit, díe verwondering of díe proef zijn die een leerling zijn juiste beslissing laat maken...
Een juiste oriëntering van in de basisschool voor kinderen met technisch talent is dus van groot belang. Dit kan enkel door ook al in de basisschool de juiste inhoud te geven aan het domein techniek. Kinderen met techniek in contact brengen, betekent dat zij in staat worden gesteld om vroeg genoeg hun technische vaardigheden te ontdekken. Dit kan zelfs al vanaf de kleuterklas. Door het domein techniek op te nemen in het curriculum van het basisonderwijs, kan je kinderen hiervoor al vanaf jonge leeftijd enthousiast maken.
Het is onze taak als onderwijzer om kinderen techniek te leren kennen en gebruiken. Al vanaf de kleuterleeftijd staan zij open voor het ontdekken van nieuwe dingen. Ze zijn van nature nieuwsgierig en experimenteren graag met hun speelgoed en met combinaties hiervan. Ze staan open voor nieuwe toepassingsmogelijkheden en ontdekken dagelijks nieuwe dingen.
Een juiste oriëntering van in de basisschool voor kinderen met technisch talent is dus van groot belang. Dit kan enkel door ook al in de basisschool de juiste inhoud te geven aan het domein techniek. Kinderen met techniek in contact brengen, betekent dat zij in staat worden gesteld om vroeg genoeg hun technische vaardigheden te ontdekken. Dit kan zelfs al vanaf de kleuterklas. Door het domein techniek op te nemen in het curriculum van het basisonderwijs, kan je kinderen hiervoor al vanaf jonge leeftijd enthousiast maken.
Het is onze taak als onderwijzer om kinderen techniek te leren kennen en gebruiken. Al vanaf de kleuterleeftijd staan zij open voor het ontdekken van nieuwe dingen. Ze zijn van nature nieuwsgierig en experimenteren graag met hun speelgoed en met combinaties hiervan. Ze staan open voor nieuwe toepassingsmogelijkheden en ontdekken dagelijks nieuwe dingen.
Onderstaande video kwam ik tegen na een zoveelste internetreisje doorheen blogs, artikels, foto's en filmpjes. Het verhaal van de zo bekende Legoblokjes. Jammer dat hij Engels gesproken is. Ik zou de Nederlandse versie anders heel graag aan mijn eenaatjes tonen. Het kan ze inspireren. Het zou misschien hun 'techniekdoos' zijn, die hen later doet beslissen het juiste pad te bewandelen. De film leert kinderen bovendien om niet op te geven. Hun doelen na te streven en er vooral ten volle voor te gaan. Succes krijg je niet in de schoot geworpen. Daar gá je voor. Die zin, dat geloof in jezelf, het zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen. Eigenschappen die we onze kinderen in de klas dagelijks proberen eigen te maken. Heel mooi om te zien dat een succesvol man ook zijn tegenslagen kende. Hoe hij daar mee omging. Hoe de welbekende blokjes ontstonden, na ontwikkelen, proberen, evalueren, aanpassen, ... . Het technisch proces in de geschiedenis van Lego.
Gelukkige 80ste verjaardag, Lego!
maandag 13 augustus 2012
Speel-goed met techniek
Volledig toevallig rolde ik anderhalf jaar geleden met veel interesse in het domein techniek in de lagere school. Het belang van de juiste invulling ervan kan niet genoeg herhaald worden. Onderwijzers hebben de mogelijkheid om de kinderen kansen te geven zichzelf beter te leren kennen in verschillende vakgebieden. Daarbij wordt vaak terecht in eerste instantie gedacht aan de kernvakken taal en wiskunde. Maar uiteraard zijn we er ons van bewust dat ook de andere vakken van enorm belang zijn om kinderen zich juist te kunnen oriënteren. De muzische en wereldoriënterende domeinen mogen in het klasgebeuren niet in de schaduw blijven. Om kinderen zichzelf, hun kwaliteiten en wensen beter te leren kennen, dienen ook deze vakken zinvol ingevuld te worden.
Techniek dus, om hen onder meer al van jonge leeftijd in contact te brengen met de brede waaier aan keuzemogelijkheden op latere leeftijd. Van jongs af aan komen kinderen er al volop mee in contact. Zelfgemaakte Duploconstructies, een Bob De Bouwerfilmpje, rijdende autootjes, rollende knikkers... Van zo gauw een kind kan spelen, komen er heel wat technische prikkels op hem af. Het is al vaak gebleken dat kinderen door het spelen ook heel wat leren. Door kleine foutjes te maken tijdens het spelen, mislukken de zaken die ze voor ogen hadden wel eens. Waardoor het spel enigszins aangepast herhaald wordt. Zo groeit het spontane leerproces. De kleine foutjes van weleer worden achterwege gelaten, zodat een nieuw doel kan worden opgesteld. Een proces zonder eind.
Techniek dus, om hen onder meer al van jonge leeftijd in contact te brengen met de brede waaier aan keuzemogelijkheden op latere leeftijd. Van jongs af aan komen kinderen er al volop mee in contact. Zelfgemaakte Duploconstructies, een Bob De Bouwerfilmpje, rijdende autootjes, rollende knikkers... Van zo gauw een kind kan spelen, komen er heel wat technische prikkels op hem af. Het is al vaak gebleken dat kinderen door het spelen ook heel wat leren. Door kleine foutjes te maken tijdens het spelen, mislukken de zaken die ze voor ogen hadden wel eens. Waardoor het spel enigszins aangepast herhaald wordt. Zo groeit het spontane leerproces. De kleine foutjes van weleer worden achterwege gelaten, zodat een nieuw doel kan worden opgesteld. Een proces zonder eind.
CONSTRUCTIEF
In een meer geknutselde situatie kan spelen ook in de klas bijdragen aan het technisch leerproces. Verschillend speelgoed kan ideaal ingezet worden tijdens de lessen techniek. Uiteraard denken we dan in de eerste plaats aan het ruime assortiment constructiespeelgoed. Met Duplo, Lego, K'nex, Clicx, SmartMax of Meccano kunnen heel wat technische doelen bereikt worden. Kinderen leren een technisch plan lezen, kunnen stappenplannen volgen en leren vooral door ervaringen met hun handen op te doen. De technische kansen van dit constructief spel zijn niet te onderschatten. Toch zijn het niet steeds enkel de mogelijkheden die het speelgoed interessant maken, maar ook de beperkingen ervan. De geringe aangeboden materialen en hulpmiddelen verwachten de nodige creativiteit van de bouwer. Maar toch kan er blijvend mee gespeeld worden, doordat steeds dezelfde onderdelen telkens opnieuw en op een andere manier gebruikt kunnen worden. De producenten van dit constructief speelgoed zijn zich zeker bewust van de educatieve waarde ervan. Vele hebben een speciaal voor het onderwijs ontworpen lijn ontwikkeld die ze maar al te graag aan de scholen willen promoten (Lego Education, K'nex Education, ...).WE SPELEN EEN SPEL!
Wie echter verder kijkt dan enkel het daartoe bedoelde constructiespeelgoed zal ook in verschillende gezelschapsspelen de juiste technische doelen kunnen zien. In tegenstelling tot het vrij spel van het hierboven vermelde speelgoed, hebben gezelschapsspelen een vaste structuur. Ze zijn gebonden aan spelregels waaraan je je dient te houden. Hierbij is dus niet zozeer het creatieve denkproces van belang. Maar eerder de maatschappelijke doelen als zich kunnen houden aan vooropgelegde regels en werken naar een bepaald doel. Een gezelschapsspel kent een winnaar en verliezer, waardoor kinderen zich ook van hun meest sportieve kant kunnen laten tonen. De meeste gezelschapsspelen die ingezet kunnen worden, beperken zich (net als het constructief speelgoed) enkel tot de gebieden constructie en fysica). Dat kan echter beperking zijn om ze niet in de klas te gebruiken tijdens de technieklessen.
Een eerste spel waaraan ik denk is het bekende Jenga van MB. Jengel is een denk- en behendigheidsspel waarbij de spelers om de beurt een blok uit de toren halen en die er weer bovenop leggen. Zo ontstaat in de loop van het spel een steeds hogere en instabielere toren. Van dit spel bestaan heel wat afgeleiden. Zo zijn er ook online games en Arcade games van gemaakt. De gemaakte toren is een samenstelling van 54 gelijke blokjes die in 18 lagen van 3 blokjes is gestapeld. De spelers vertrekken hierbij alvast van een technisch systeem (de toren) en hanteren de onderdelen ervan om een nieuw systeem te maken met vooropgelegde eisen (de toren in hoogte uitbreiden). Enkele meer recente gezelschapsspelen die aan bod kunnen komen tijdens de technieklessen zijn: Vallende Aapjes, Bert Bever, Muizenval, Make 'n Break, Stef Stuntpiloot, Villa Paletti, Wadi, Sjakie de Schildpad, Angry Birds, Ahoi! En Bill & Betty Bricks. Zelfs het alombekende spel Pisa, waarbij de spelers blauw gekleurde ventjes op de verschillende platformen van de toren van Pisa plaatsen, kan een plekje krijgen tijdens een techniekles.maandag 13 februari 2012
Techniekgames organiseren #2
Onderwijzers zijn keien in het bedenken van gepaste werkvormen en in het voorbereiden van de gehele organisatie van hun les. Leerkrachten die games willen inschakelen zullen dan ook voldoende behoefte kunnen doen op hun ervaring en kennis om dit goed aan te pakken. Wat betreft een aanbieden van techniekgames is dit niet anders. Onderstaande tips zullen bekend in de oren klinken, maar kunnen niettemin een leidraad zijn voor je lesplanning.
1. Voor het gamen:
Leg de game uit.
Het volstaat niet om een techniekgame gewoon aan te bieden zonder toelichting. Zowel inhoudelijk als de bediening van de game moeten uitgelegd worden. De goal van de game moet duidelijk zijn voor de leerlingen, niet steeds de weg hiernaartoe. Zoek hiervoor een goed evenwicht tussen wat je prijsgeeft en wat niet en zorg ervoor dat de inbreng en creativiteit van de leerlingen niet beperkt wordt door wat je vertelt.
Duid de game.
Kinderen komen naar school om te leren. Ze willen graag weten wat ze leren en waarom. Vertel daarom wat de bedoeling is van het aanbieden van de game. Wat moeten ze hiervan onthouden? Wat kunnen ze hiervan bijleren? Hoe sluit de game aan bij de leerstof? Door vooraf te beschrijven hoe de game hen iets kan bijleren, zullen leerlingen gemotiveerd vans tart gaan.
Demonstreer de game.
Door de game vooraf te demonstreren, laat je zien dat je de game kent. Jij bent de expert die de nodige kennis via de game overdraagt. De leerlingen zullen vertrouwen hebben in de activiteit doordat hij vooraf getoond werd.
2. Tijdens het gamen:
Blijf in de buurt.
Door hen zelfstandig aan het werk te laten, geef je hen verantwoordelijkheid. Het is verstandig je op regelmatige tijdstippen te laten zien aan de gamers. Zo bewaar je de veilige gameomgeving. Je kan ook, wanneer dat nodig is, ingrijpen of hulp bieden. Neem hierbij nooit de bediening van het spel over, maar begeleid hen door extra tips en uitleg. Ook hier blijft het zoeken naar de juiste dosis informatie die je prijsgeeft.
Geef voldoende tijd.
Elke gamer heeft tijd nodig om ‘in het spel’ te komen. Wanneer de game inhoudelijk be-langrijk is, is het noodzakelijk om de bediening eerst onder de knie te krijgen. Eens de handelingen natuurlijker verlopen, zal het probleemoplossend denkproces volledig op gang zijn. Geef daarom de kinderen voldoende de tijd om de game te ontdekken en daarna te spelen.
Laat kinderen samenwerken.
Vaak beschik je niet over voldoende computers om alle kinderen individueel te laten ga-men. Maar niet enkel om organisatorische redenen is het aangewezen de kinderen per twee te laten gamen. Zo zullen ze zowel van de inhoud van de techniekgame als van elkaar heel wat opsteken. De partners zijn elkaars hulplijn die voor de nodige inzichten kan zorgen.
Geef keuzes.
Voor games over techniek is het mogelijk om verschillende games binnen een bepaald gebied aan te bieden. Wanneer kinderen de keuze hebben uit twee of drie games, geef je hen verantwoordelijkheid, wat motiverend werkt. Sommige games hebben dezelfde inhoud, maar verschillen in moeilijkheid. De kinderen kiezen dan zelf uit het aanbod de game die volgens hen haalbaar is.
3. Na het gamen:
Reflectiemoment
De activiteit dient na afronden nog geëvalueerd te worden. Zowel inhoudelijk als op het vlak van samenwerken. Hoe verliep de game? Was alles duidelijk? Wat heb je bijgeleerd? Wat was moeilijk of gemakkelijk? Welke obstakels ben je tegen gekomen? Hoe heb je jezelf een weg gebaand door de game? Hoe verliep het samenwerken? Wat ging vlot of minder vlot? Hebben beide partners evenveel inbreng gehad? Wat heb je geleerd van je gamepartner?
Deel van het geheel
Na het gamen is het wenselijk dat de kinderen de transfer kunnen maken van de virtuele naar de fysieke wereld. Door gerichte vragen, pols je of dat gelukt is: Waarom heb je deze game gespeeld? Kan je wat je geleerd hebt nog ergens gebruiken? Hoe kan je dat gebruiken? Welke overeenkomsten zie je met de realiteit? Wat is er anders?
4. Rol van de leerkracht:
Kiezen
De kracht van gamen in de klas begint natuurlijk bij de keuze van de juiste game. De eerste taak van de leerkracht bestaat uit het selecteren van de games die voldoen aan de leerdoelen. Hierbij is het dus van belang dat de kinderen de game niet enkel gaan spelen om te spelen. Je zorgt er als aanbieder van games voor dat de juiste sfeer gecreëerd wordt. Eén die aanzet om te leren, op een natuurlijke manier. De kinderen kunnen leren, zonder dat ze het gevoel hebben van iets bij te leren. Dat besef komt later, tijdens de nabespreking. Het technisch denkproces wint daarbij aan belang. De nadruk wordt gelegd op de vaardigheden en attitudes, terwijl de kennis hierover waarschijnlijk later komt.
Coachen
Het is onze taak om de kinderen te begeleiden tijdens het gamen. Eerder schreef ik al dat het aangewezen is om in de buurt te blijven van de gamers. Als coach kan je hen op het juiste pad zetten, zodat ze de weg zelf verder afleggen. Door te helpen en luidop mee te denken begeleidt je hen tijdens het probleemoplossend denken.
Sensibiliseren
Wie games aanbiedt, moet zich ook bewust zijn van de negatieve effecten van games op kinderen. In dit boek is hierover bijna niks geschreven, anderen hebben me dat voorgedaan. Verslaving, slaaptekort, isolement, gewelddadig, conflicten, … enkele van de veel voorkomende oordelen over games. Als leerkracht zijn we ons daarvan bewust en dienen we onze leerlingen te sensibiliseren. Door goede afspraken te maken in de klas en erop te wijzen dat ook thuis afspraken over gamen kunnen gelden, zorg je voor een gezonde gameomgeving. Deze afspraken zullen gaan over tijdstippen, tijdsduur en soort van game en zullen door een volwassene. De voorschriften hierover zullen door een volwassene bepaald worden.
Duiden
Kinderen weten graag waarom ze bepaalde leerstof krijgen voorgeschoteld. Zo peilen ze, vaak onbewust, naar het nut van de inhoud. Door het doel van de techniekgames uit te leggen, kunnen onze leerlingen het belang ervan waarderen. Met het duiden van de game maak je het verschil tussen spelen om te spelen en spelen om te leren. Plaats de game daarom in het geheel van de leerstof. Vertel waarom de kinderen precies deze game krijgen voorgeschoteld en wat ze daarvan kunnen opsteken. Ook na het spelen, kan het zinvol zijn om hier nog verder op in te gaan.
zondag 12 februari 2012
Gamen i.f.v. techniekonderwijs
Het mag duidelijk zijn dat ik gamen in de klas als een meerwaarde beschouw. De reken- en taalinhouden kunnen heel eenvoudig ingeoefend worden door verschillende online games. Maar ook tijdens muzische en WO lessen kunnen games erg zinvol zijn. Het domein techniek en games hebben heel wat gemeen. Daardoor kunnen games een heuse surplus betekenen voor de lessen techniek.
OPBOUWEND EN OVERZICHTELIJK
Door een geleidelijke opbouw van levels wordt het technisch denkproces telkens opnieuw
geprikkeld. Kinderen worden uitgedaagd om steeds een iets moeilijkere opdracht uit te
voeren. Hierdoor verscherpt ook hun technisch inzicht en kennis. Deze opeenvolging van
steeds complexere levels werkt daarenboven ook motiverend voor de gamer. De aandacht
zal bij de game en zijn inhoud blijven.
Veel games bieden op het hoofdscherm ook een overzicht van de te behalen levels. Hier
kan je zien welke levels je al behaalde en welke je nog te wachten staan. Meestal kan
je kiezen om een gespeelde level opnieuw te spelen. Door een visuele voorstelling van
de verschillende levels krijgt de gamer een overzichtelijk geheel te zien. Hierdoor kan
die individueel een persoonlijk doel nastreven. Het is ook mogelijk om er met een groep competitief mee aan de slag te gaan. Al mag dat laatste natuurlijk niet de hoofdzaak zijn
in de klas. Het overzichtelijk geheel is zeker ook in het domein techniek van belang. Het
aftasten van het beschikbaar materiaal om een realisatie te verwezenlijken, geeft je meer
inzicht in het technisch proces. Het maakt er onrechtstreeks zelfs deel van uit.
Dankzij de internetgeschiedenis en het cachegeheugen blijven de gespeelde spelletjes
bovendien bewaard op de computer, waardoor bij de volgende gamebeurt het spel gewoon
kan worden verder gespeeld.
INHOUDELIJK EN DOELGERICHT
Een game kan je les heel erg opleuken. Dit mag echter nooit de reden zijn om games toe
te voegen aan de lesorganisatie. De games die tijdens de les worden aangeboden, zijn een
middel om de lesstof te verduidelijken. Wie games aanbiedt, geeft zijn leerlingen de kans
om zelfstandig aan techniekopdrachten te laten werken. Door de aantrekkelijke vormgeving
en uitdagende opdrachten, zullen ze nog meer gemotiveerd zijn om iets bij te leren, zelfs
zonder zich hiervan bewust te zijn.
Het is dan ook een noodzaak de aangeboden games doelgericht in te schakelen. Veel
inhouden ervan sluiten namelijk nauw aan bij het leerplan techniek. Waar het in
werkelijkheid vaak gaat om te komen tot een technische realisatie en er een volledig
technisch proces wordt afgelegd, belichten games eerder een onderdeel van dat proces.
Het is daarom aan te raden de game te kaderen. Maar daarover later meer.
Na de techniekgames beter te hebben begrepen en enkele levels ervan te hebben gespeeld,
is het mogelijk om ze in de matrix voor technische geletterdheid te plaatsen. De games
krijgen zo een eigen plekje in de eindtermen voor het domein techniek. Vele games zullen
echter slechts één cel kunnen vullen.
PROBLEEMOPLOSSEND DENKEN
Het is duidelijk dat games inhoudelijk kunnen aansluiten bij het domein techniek. Voor
heel wat onderwerpen vind je een geschikte online game. Maar ook de manier
van spelen komt overeen met hoe we aan techniek doen. Wat techniek en gamen gemeen
hebben, is het probleemoplossend denken.
Een game start met een probleem. Dit moet duidelijk zijn alvorens je kan spelen. Je
bekijkt dus welke eisen er worden gesteld en wat het doel is. Vervolgens bedenk je hoe
je dit zal aanpakken. Misschien zelfs terwijl de acties al worden uitgevoerd. Tijdens het
spelen ben je er constant van bewust dat je naar het doel moet toewerken. Het lijkt alsof
er evaluerend gespeeld wordt. Fouten zullen worden bijgeschaafd, nieuwe strategieën en
ontdekkingen uitgeprobeerd. Wanneer het doel is bereikt, stelt zich een nieuw probleem.
Het volgend level is begonnen. De eisen zijn net iets anders, iets moeilijker misschien. De
hulpmiddelen kunnen anders zijn, vaak uitgebreider. Er komen meer invloeden aan te pas.
Sommige games maken geen gebruik van levels. Ze gebruiken een puntensysteem. Hun
opbouw is echter dezelfde. Doorheen het spel komen nieuwe problemen tevoorschijn. De
snelheid wordt opgedreven, obstakels nemen toe of de eisen worden uitgebreid.
Het technisch proces omvat een soortgelijk denkproces als dat van een game. In de eerste fase van het technisch proces wordt het probleem geschetst. Het doel en de criteria worden
verduidelijkt. Dat probleem wordt onderzocht zodat de juiste informatie kan worden
verzameld. Hier worden bewuste keuzes gemaakt en oplossingsstrategieën ontworpen.
Daarna wordt de werkplanning gemaakt en het materiaal gekozen. Alles wat nodig is om
het doel te bereiken, wordt klaargelegd. De ontworpen oplossingsweg wordt uitgevoerd.
De technische realisatie wordt uitgetest, rekeninghoudend met de vooropgelegde criteria.
Tenslotte vragen we ons af of alles naar behoren werkt. Er wordt gezocht naar mogelijke
verbeteringen. De vraag of er een nieuw probleem ontstaat, dringt zich op.
Zowel bij games als bij techniek is dus het denkproces van belang. Te weten dat het
probleem kan worden opgelost, overloopt de uitvoerder in verschillende opeenvolgende
stappen een proces om dichter bij de oplossing te komen. Wanneer deze bereikt is, kan er
zich een nieuw probleem voordoen: nieuwe eisen die optreden of het vervolmaken van het
resultaat. Door aantrekkelijke opdrachten te geven, motiveer je de leerlingen tijdens dat
denkproces.
SIMULATIES
Professor Ton de Jong (UTwente) onderzoekt momenteel de effecten van leren in gesimuleerde laboratoria in vergelijking met deze in fysieke laboratoria. Zijn onderzoek wijst uit dat gesimuleerde labo’s tot meer kennis leiden. Het is echter nog niet duidelijk of dat voor games ook zo is. Ook uit andere onderzoeken - meer gericht naar de effecten van games - kan geconcludeerd worden dat games wel degelijk toevoegingen bieden aan de realiteit. In de publicatie "Wat weten we over… effecten van games" somt het Nederlandse expertisecentrum Kennisnet enkele positieve effecten van gamen op de cognitieve functies en de ontwikkeling ervan. Hierin wordt besloten dat games een hoge ‘cognitieve opbrengst’ hebben (volgens een samenvattende studie van Vogel en haar collega’s). De positieve effecten werden vastgesteld op het gebied van ruimtelijk inzicht, het geheugen en taalcompetenties. Verder werd geconcludeerd dat games een groot effect hebben op het probleemoplossend vermogen.
vrijdag 13 januari 2012
Techniek met (bijna) kosteloos materiaal
In een vorig artikel schreef ik al over mijn verzamelwoede. Alle spulletjes die me ook maar een beetje bruikbaar lijken, stapelen zich op in bureau, tuinhuis, klas en kasten. De toestroom is onregelmatig maar vaak moeilijker te overzien.
Sinds ik mezelf volledig op het domein techniek gesmeten heb, komen daar nog andere materialen bij kijken: bouwmaterialen, onderdelen, gereedschap, ... . Tijdens vakanties reed ik zowat alle bouwwerken van bekenden af om er al bedelend hun afval te mogen bekijken. Ik graaide, keurde en verzamelde oude lusterpotjes, afgedankte waterbuizen, houten paaltjes of blokken en noem maar op. Ik mocht zelfs, op eigen verzoek, een grabbel doen in de kroonkurkenbak van een plaatselijk café. Een geweldig excuus om als onderwijzer 's namiddags al gezien te worden aan de toog van een populaire kroeg.
Sinds ik mezelf volledig op het domein techniek gesmeten heb, komen daar nog andere materialen bij kijken: bouwmaterialen, onderdelen, gereedschap, ... . Tijdens vakanties reed ik zowat alle bouwwerken van bekenden af om er al bedelend hun afval te mogen bekijken. Ik graaide, keurde en verzamelde oude lusterpotjes, afgedankte waterbuizen, houten paaltjes of blokken en noem maar op. Ik mocht zelfs, op eigen verzoek, een grabbel doen in de kroonkurkenbak van een plaatselijk café. Een geweldig excuus om als onderwijzer 's namiddags al gezien te worden aan de toog van een populaire kroeg.
Met de meegenomen spullen, mijn twee linkerhanden en een goed gevulde werkbak ging ik aan de slag om de kinderen van hun nodige portie techniek te voorzien. Al gauw was ik ervan overtuigd dat ik tijdens het maken van de materialen mijn eigen technische ervaringen en zelfs vaardigheden een serieuze boost gaf. Een verdienstelijke prestatie met ook persoonlijk voordeel. Ik voelde me zowaar eventjes handig. Wat nog maar weinig voorkwam voorheen.
Op de duur ging de bekendheid van 'die kan echt alles gebruiken' zover dat collega's al langskwamen met bruikbare materialen. Wat voor hen in de eerste plaats afval leek, kan in de klas absoluut ingezet worden in de technieklessen. Collega G. hing lamellen aan zijn nieuwe ramen. De verpakking hiervan kan enorm goed gebruikt worden voor een technisch systeem al een zelfgemaakte knikkerbaan. Door hellingsgraden en afstanden te variëren om er daarna autootjes door te laten rijden, maken kinderen kennis met snelheid en weerstand. Vriend S. had nog wat (voor hem te korte) elektriciteitsdraden over. Bezorg ze gerust! Ideaal om flexibele wielassen mee te maken.
Inspiratie voor dit alles deed ik op bij tal van technieksites, voorbeeldlessen en catalogussen van diverse onderwijsleveranciers (met meestal tamelijk dure materialen). Alle bronnen hiervoor verzamelde ik ook op de techniekyurls. Maar de grootste leermeester is ongetwijfeld de Indische Arvind Gupta. Hij bezoekt in zijn land regelmatig de armere wijken om de kinderen technische kennis en vaardigheden bij te brengen. Gupta werkt hiervoor met zo goed als kosteloos materiaal, zodat de 'kinderen van de straat' ook zelf aan de slag kunnen met wetenschap. Met enkele spuitjes en darmpjes ontwierp hij zo een hydraulisch systeem dat het principe van een hijskraan uitlegt. Met zijn project Toys From Trash stimuleert Gupta zowel collega's als kinderen om het vaak niet te ver te gaan zoeken. Op zijn eigen website publiceert hij zijn gratis pdf-boeken waarmee leerkrachten volop aan de slag kunnen gaan.
"The best thing a child can do with a toy is break it!"
- Arvind Gupta
zaterdag 1 oktober 2011
Technisch proces van jonge kinderen
In een vorig artikel maakte ik voornemens om mijn lessen techniek wat grondiger aan te pakken. Ik nam me voor om het vernieuwde leerplan techniek doelgericht te bestuderen en te integreren in de klaspraktijk. Technieklessen voor jonge kinderen organiseren leek me niet bepaald eenvoudig. Hoe pak ik een les aan? Op welke lesinhouden en doelen focus ik me het best? Welke materialen zijn veilig, zinvol en haalbaar?
Na de kinderen in mijn omgeving door een technische bril te hebben bekeken, kan ik echter besluiten dat kinderen vaak techniek ademen. Jonge kinderen zijn erg leergierig. Ze experimenteren hun hele dag en doen zo ervaringen op. Spelende kinderen zijn experts in het samenbrengen van verschillend speelgoed. Meer door toeval ontdekken ze nieuwe zaken, processen en mogelijkheden. Door deze nieuwe dingen te ontdekken en ermee aan de slag te gaan, kunnen ze heel eenvoudig tot leren komen. Vaak loopt dat proces erg spontaan. Een kind brengt een knikker en een ladder van Playmobil samen en merkt dat hij een eenvoudige knikkerbaan maakte.
Een ander voorbeeld bestaat uit zand en water. Kinderen modder leren maken is zinloos. De meesten van hen hebben dit al vaker gedaan. Water en zand werken als een magneet op kinderen. Je hoeft ze niet uit te leggen wat een combinatie ervan als resultaat heeft. Kinderen leren dit spontaan en doen al spelend en experimenterend ervaringen op. Hoeveel water heeft het zand nodig om kneedbare modder te maken? Met hoeveel water maak ik een klein pelletje modder boven op het zand? Wat gebeurt er als ik te veel water op het zand doe?
De foto van de fietsende kleuters hieronder bevestigt ook de onderzoekende houding van kinderen. Toevallig komt de jongen in het blauwe shirt met zijn voorwiel terecht op het karretje. Hoe geraken ze nu vooruit? Geraken ze wel vooruit? Moet de tweede fietser ook trappen? Door uitproberen wat de mogelijkheden zijn, komen ze gauw tot een oplossing van hun problemen.
Onderwijzers kunnen deze honger naar ontdekking heel erg gebruiken in hun techniekonderwijs. Kinderen staan open voor nieuwe dingen. Ze zijn happig naar kennis en vaardigheden en leren graag bij door zelf te beproeven.
Een pedagogisch deskundige adviseerde ooit om enkele (kapotte) elektrische apparaten in de klas te houden. Kinderen zouden hier dan aan kunnen prutsen, losschroeven, open maken, bekijken, ... . Daar werd toentertijd erg minachtend over gedaan. Het zou didactisch onverantwoord zijn kinderen zomaar te laten prullen. Toch zit er een grote wijsheid in wat hij zei. Door zelf aan de slag te gaan, ontdekken kinderen allerlei aspecten en onderdelen van de techniek achter het apparaat. Het wekt hun interesse, wat je als leerkracht weer kan gebruiken om hen de nodige info te verschaffen. Een horloge opendraaien vergt niet enkel de technische vaardigheid van het bedienen van een schroevendraaier. Het kan ook een ideaal moment zijn om de werking van tandwielen nader te bekijken.
PROCESGERICHT ONDERWIJS
Onderwijzers hebben soms de neiging kinderen te vaak met de nodige informatie te voeden. Maar hoe leren kinderen het best? Hoe onthouden ze het best? Hoe begrijpen ze het best? Door een proces af te leggen van experimenteren, ontdekken, waarnemen en creatief denken gaan kinderen de lesstof beter bevatten. Het valt me op dat in vele lagere schoolklassen de vooropgestelde doelen heel vaak betrekking hebben op het uiteindelijke product. We mogen echter het proces dat voorafging niet uit het oog verliezen. Hoe kom je tot een bepaalde oplossing? Wat heb je gedaan? Verliep alles goed? Heb je terwijl je bezig was nog dingen aangepast? Door kinderen hier dieper over te laten nadenken, stimuleren ze hun denkprocessen. Kinderen die een grondig beeld hebben van hun denkproces bij een bepaalde activiteit, zullen dit ook beter kunnen onthouden en begrijpen. Hierdoor hebben ze de mogelijkheid om de af te leggen weg (om tot het resultaat te komen) eenvoudig maar goed te kunnen verduidelijken.
Binnen het techniekonderwijs in de basisschool is het product vaak van ondergeschikt belang. De technische denkprocessen daarentegen helpen kinderen verder om een beeld te krijgen van hun kennis, vaardigheden en interesses. Door zich vragen te stellen over het afgelegde proces, bevatten ze de vraagstelling of het probleem veel beter en zullen ze bij het volgend probleem of de volgende vraag efficiënter te werk kunnen gaan. De voorbije weken hield ik me vaak bezig met dat technisch denkproces van jonge kinderen. Ik observeerde doelgericht kinderen in de klas en in mijn omgeving naar hun denkprocessen. Ik trachtte er een systeem in te vinden. Het viel me hierbij al gauw op dat hoe gestructureerd wij het proces ook kunnen voorstellen, dit bij kinderen vaak heel geleidelijk verloopt. Er zijn haast geen merkbare overgangen tussen verschillende stappen op te merken. Van het bestuderen van het probleem gaan ze vloeiend over in het bekijken van de mogelijkheden en nog vloeiender gaan ze aan de slag. Terwijl ze het probleem aanpakken, wordt er constant gecheckt of alles wel naar behoren werkt. Zo sturen (zelfs jonge kinderen) hun proces tegelijkertijd bij om tot het gewenste resultaat te komen. Prachtig om zien!
bronnen:
http://overonderwijs.blogspot.com/2011/05/twee-linkerhanden-vs-techniekonderwijs.html
http://faber.kuleuven.be/persmap/fietstechnologie/Mijn%20fiets%20dat%20is%20technologie3.pdf
http://www.wimdevries.be/talentvoortechniek/tips.htm
http://blogs.exploratorium.edu/tinkering/
Na de kinderen in mijn omgeving door een technische bril te hebben bekeken, kan ik echter besluiten dat kinderen vaak techniek ademen. Jonge kinderen zijn erg leergierig. Ze experimenteren hun hele dag en doen zo ervaringen op. Spelende kinderen zijn experts in het samenbrengen van verschillend speelgoed. Meer door toeval ontdekken ze nieuwe zaken, processen en mogelijkheden. Door deze nieuwe dingen te ontdekken en ermee aan de slag te gaan, kunnen ze heel eenvoudig tot leren komen. Vaak loopt dat proces erg spontaan. Een kind brengt een knikker en een ladder van Playmobil samen en merkt dat hij een eenvoudige knikkerbaan maakte. Een ander voorbeeld bestaat uit zand en water. Kinderen modder leren maken is zinloos. De meesten van hen hebben dit al vaker gedaan. Water en zand werken als een magneet op kinderen. Je hoeft ze niet uit te leggen wat een combinatie ervan als resultaat heeft. Kinderen leren dit spontaan en doen al spelend en experimenterend ervaringen op. Hoeveel water heeft het zand nodig om kneedbare modder te maken? Met hoeveel water maak ik een klein pelletje modder boven op het zand? Wat gebeurt er als ik te veel water op het zand doe?
De foto van de fietsende kleuters hieronder bevestigt ook de onderzoekende houding van kinderen. Toevallig komt de jongen in het blauwe shirt met zijn voorwiel terecht op het karretje. Hoe geraken ze nu vooruit? Geraken ze wel vooruit? Moet de tweede fietser ook trappen? Door uitproberen wat de mogelijkheden zijn, komen ze gauw tot een oplossing van hun problemen.
Onderwijzers kunnen deze honger naar ontdekking heel erg gebruiken in hun techniekonderwijs. Kinderen staan open voor nieuwe dingen. Ze zijn happig naar kennis en vaardigheden en leren graag bij door zelf te beproeven.
Een pedagogisch deskundige adviseerde ooit om enkele (kapotte) elektrische apparaten in de klas te houden. Kinderen zouden hier dan aan kunnen prutsen, losschroeven, open maken, bekijken, ... . Daar werd toentertijd erg minachtend over gedaan. Het zou didactisch onverantwoord zijn kinderen zomaar te laten prullen. Toch zit er een grote wijsheid in wat hij zei. Door zelf aan de slag te gaan, ontdekken kinderen allerlei aspecten en onderdelen van de techniek achter het apparaat. Het wekt hun interesse, wat je als leerkracht weer kan gebruiken om hen de nodige info te verschaffen. Een horloge opendraaien vergt niet enkel de technische vaardigheid van het bedienen van een schroevendraaier. Het kan ook een ideaal moment zijn om de werking van tandwielen nader te bekijken. PROCESGERICHT ONDERWIJS
Onderwijzers hebben soms de neiging kinderen te vaak met de nodige informatie te voeden. Maar hoe leren kinderen het best? Hoe onthouden ze het best? Hoe begrijpen ze het best? Door een proces af te leggen van experimenteren, ontdekken, waarnemen en creatief denken gaan kinderen de lesstof beter bevatten. Het valt me op dat in vele lagere schoolklassen de vooropgestelde doelen heel vaak betrekking hebben op het uiteindelijke product. We mogen echter het proces dat voorafging niet uit het oog verliezen. Hoe kom je tot een bepaalde oplossing? Wat heb je gedaan? Verliep alles goed? Heb je terwijl je bezig was nog dingen aangepast? Door kinderen hier dieper over te laten nadenken, stimuleren ze hun denkprocessen. Kinderen die een grondig beeld hebben van hun denkproces bij een bepaalde activiteit, zullen dit ook beter kunnen onthouden en begrijpen. Hierdoor hebben ze de mogelijkheid om de af te leggen weg (om tot het resultaat te komen) eenvoudig maar goed te kunnen verduidelijken.
Binnen het techniekonderwijs in de basisschool is het product vaak van ondergeschikt belang. De technische denkprocessen daarentegen helpen kinderen verder om een beeld te krijgen van hun kennis, vaardigheden en interesses. Door zich vragen te stellen over het afgelegde proces, bevatten ze de vraagstelling of het probleem veel beter en zullen ze bij het volgend probleem of de volgende vraag efficiënter te werk kunnen gaan. De voorbije weken hield ik me vaak bezig met dat technisch denkproces van jonge kinderen. Ik observeerde doelgericht kinderen in de klas en in mijn omgeving naar hun denkprocessen. Ik trachtte er een systeem in te vinden. Het viel me hierbij al gauw op dat hoe gestructureerd wij het proces ook kunnen voorstellen, dit bij kinderen vaak heel geleidelijk verloopt. Er zijn haast geen merkbare overgangen tussen verschillende stappen op te merken. Van het bestuderen van het probleem gaan ze vloeiend over in het bekijken van de mogelijkheden en nog vloeiender gaan ze aan de slag. Terwijl ze het probleem aanpakken, wordt er constant gecheckt of alles wel naar behoren werkt. Zo sturen (zelfs jonge kinderen) hun proces tegelijkertijd bij om tot het gewenste resultaat te komen. Prachtig om zien!
Mijn bevindingen van deze observaties en mijn beeld op het technisch proces bij kinderen pende ik neer in een boekje. In "Techniek op het menu: technisch proces bij kinderen in de basisschool" lees je hoe je kinderen tijdens het denkproces kan ondersteunen. Het geeft ook een bondig idee van de inhoud van de vernieuwde leerplannen techniek. Daarnaast trachtte ik ict en tools toe te voegen aan de lessen techniek. Naast tools als Google Sketchup, Floorplanner of blokjes bouwen worden er interessante technieksites voor onderwijzers en opvoeders besproken. Links naar deze websites vind je terug op http://techniek-ict.yurls.net/nl/page.
Het boekje is te downloaden via de homepagina van dit blog. Indien dit niet lukt, volstaat een mailtje ook.
Het boekje is te downloaden via de homepagina van dit blog. Indien dit niet lukt, volstaat een mailtje ook.
bronnen:
http://overonderwijs.blogspot.com/2011/05/twee-linkerhanden-vs-techniekonderwijs.html
http://faber.kuleuven.be/persmap/fietstechnologie/Mijn%20fiets%20dat%20is%20technologie3.pdf
http://www.wimdevries.be/talentvoortechniek/tips.htm
http://blogs.exploratorium.edu/tinkering/
zondag 28 augustus 2011
De kracht van games
DE KRACHT VAN ANGRY BIRDS
Ik ontdekte Angry Birds midden in de hype. Het ging wat traag op mijn smartphone. Wat was ik blij dat Google ervoor koos om dit populaire spelletje ook via Chrome beschikbaar te maken! Enkele levels later bedacht ik systeempjes en bestudeerde ik de richting en de werphoeken van de boze vogeltjes. Het spel deed iets met me. Door al zijn eenvoud wakkerde het mijn interesse in (on)stabiliteit aan. Het spelen deed me onrechtstreeks denken aan die enkele keren dat ik onhandig gewapend met breekijzer, zware hamer of zelfs drilboor muren, vloeren en meer mocht vernielen. Het kapotmaken van dingen heeft iets aantrekkelijks voor de mens. Denk aan kinderen die op het strand niets liever doen dan hun zelfgebouwde zandtorens of -kastelen weer stuk maken. Zo ook bij de constructies van Angry Birds. Al wordt hier wel verwacht dat je het bouwwerk op de juiste plek raakt om de rivalen te vernietigen. Een minieme kennis van constructies kan dus zeker helpen.
ANGRY BIRDS vs. TECHNIEKONDERWIJS
Door mijn interesse voor techniek aan te wakkeren begon ik de dingen rondom mij op een andere manier te bekijken. Hoe zit dat in elkaar? Waarvan is dat gemaakt? Maar vooral: wat kan ik ermee in de klas? Het bekijken van een stoel bijvoorbeeld deed me nadenken over het aantal poten en de vorm ervan. Kinderen een miniatuurstoel laten ontwerpen kan een perfecte techniekles zijn: met satéprikkers, karton, houten latjes of gewoon papier een stoel maken voor hun knuffel. Zo ook met Angry Birds. Wat kan ik ermee in de klas? Dat het een deeltje van techniek bevat, is hierboven al bevestigd. Toch lijkt me het doelloos spelen van het spel niet voor binnen de schoolmuren. Het spel moet geduid worden. Kinderen weten graag waarom ze net díe zaken voorgeschoteld krijgen in de klas. Het is dan ook aan ons om zulk een spel in een groter geheel te kaderen. Wat kan je later doen met wat je nu leert? Wat is het doel van deze les. Een transparante houding van de leerkracht zorgt voor open communicatie en voor meer leerlingbetrokkenheid.
Na een inleiding over de werkwijze en doel van Angry Birds door een filmpje, laat je de kinderen zelf hun Angry Bird(s) maken door vouwbladen aan te bieden. Deze kan je hier downloaden. Met karton, keukenrollen en wc-rollen maken ze hun eigen constructies waarnaar ze met zelfgemaakte katapult hun boze vogels toewerpen. Succes gegarandeerd! En hebben ze hierbij ook iets geleerd? Natuurlijk! In de leerplannen techniek is sprake van de 3 dimensies en 4 componenten van techniek (zie afbeelding onder). Dit spel situeert zich binnen de dimensies begrijpen en hanteren, bij de componenten technisch systeem en technische keuzes.
GAMES vs. TECHNIEKONDERWIJS
Niet alleen constructiegames als Angry Birds kunnen nuttig zijn in het techniekonderwijs. Tussen de vele games op spelletjeswebsites vind je vaak pareltjes om in de klas te kunnen gebruiken. Naast de (technische) inhoud van sommige games hebben gamen en techniek nog andere raakvlakken. Kinderen zijn actief, geconcentreerd en gemotiveerd bezig met het oplossen van uitdagende problemen. Ze worden geacht deze problemen gestructureerd aan te pakken, waarbij het denkproces een belangrijke rol speelt. Techniek en ICT hebben elkaar dus duidelijk gevonden.
Aan het begin van de vakantie begon mijn zoektocht naar passende games binnen het domein techniek: games die qua inhoud aansluiten bij de inhoud van technieklessen. Een grote verscheidenheid viel me hierbij op. Elke technische sector komt hierbij aan bod, alsook elke cel van de technische matrix uit de eindtermen (zie boven). Alle bruikbare games werden bijeengebracht in de publicatie "Techniek op het menu: games en tools voor het basisonderwijs". Ik heb hierbij geprobeerd om in de chaos van de techniekwebsites, -games en -toepassingen orde te scheppen. Op een verzamelsite vind je onder de verschillende tabbladen en rijen een overzicht van games, tools, lesideeën en filmpjes voor telkens de onder-, midden– en bovenbouw van het lager onderwijs. In het boek krijg je telkens van alle games en tools een korte beschrijving hoe het spel gespeeld wordt en in welke technieksector en rubriek deze gecategoriseerd worden. Het aantal niveaus of levels geeft weer in welke mate het spel opbouwend werkt. Het kan ook een idee geven van de tijdsduur van het spel. De bediening van het spel voegde ik eraan toe om een beeld te geven welke games eenvoudig op het digibord kunnen worden gespeeld.
Interesse in de publicatie? Een mailtje volstaat. Je kan 'm ook downloaden door te 'betalen met een tweet' op de home van deze blog.
DE KRACHT VAN GAMES IN DE KLAS
Games en het onderwijs: een zinvolle combinatie! Ook Vlaams minister van onderwijs Pascal Smet is het hiermee eens. In zijn gesprekken met leerlingen en studenten schrok hij ervan hoe vaak hij hoorde dat ze het saai vinden op school, waardoor hun betrokkenheid verlaagt. Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat zelfs leerlingen van de lagere school hun enthousiasme verliezen tijdens hun nog jonge schoolloopbaan. Want kinderen zijn van nature nieuwsgierig en willen net nieuwe dingen ontdekken. Minister Smet raadt de scholen aan om de leefwereld van de kinderen, een omgeving vol prikkels van internet, games en televisie, ook in de school te volgen. Het lijkt hem een goed idee om games te introduceren in het onderwijs, al hoeft hier niet in overdreven te worden. Games in het onderwijs kunnen voor de nodige variatie zorgen, om de betrokkenheid
van kinderen te verhogen en hen inhouden te laten beleven.
Gamen in de klas zal niet enkel zorgen voor een aanvulling en beleving van de leerstof. Het maakt kinderen ook ict-vaardiger. Hoe gebruik ik een computer, toetsenbord en muis? Het biedt kansen aan de leerlingen om problemen coöperatief aan te pakken. Het is dan ook wenselijk om kinderen meestal per twee aan het gamen te zetten. Ze leren van de game en van elkaar. Daarenboven zullen slechts weinig klassen of scholen uitgerust zijn met een computer per kind. Ook organisatorisch gezien een pluspunt.
SERIOUS GAMES
Naast de hele hoop ontspannende games waarin de leerkracht zelf zijn weg moet zoeken om een bruikbaar spel te vinden binnen de doelen van de les, worden tegenwoordig steeds vaker serious games uitgewerkt. Zulke games worden ontwikkeld met inzicht in educatie. Les- en themadoelen worden bewust ingebouwd in het spel zodat er tijdens het spelen een leerproces ontstaat. Kinderen krijgen hierdoor inzichten in het onderwerp van de serious game. Geschiedenisdocent Jelmer Evers verzamelde allerlei games die interessant kunnen zijn voor het onderwijs in een Diigo-groep. Verder vind je op het web een wikibook over serious games. Interessante lectuur!
Ik ontdekte Angry Birds midden in de hype. Het ging wat traag op mijn smartphone. Wat was ik blij dat Google ervoor koos om dit populaire spelletje ook via Chrome beschikbaar te maken! Enkele levels later bedacht ik systeempjes en bestudeerde ik de richting en de werphoeken van de boze vogeltjes. Het spel deed iets met me. Door al zijn eenvoud wakkerde het mijn interesse in (on)stabiliteit aan. Het spelen deed me onrechtstreeks denken aan die enkele keren dat ik onhandig gewapend met breekijzer, zware hamer of zelfs drilboor muren, vloeren en meer mocht vernielen. Het kapotmaken van dingen heeft iets aantrekkelijks voor de mens. Denk aan kinderen die op het strand niets liever doen dan hun zelfgebouwde zandtorens of -kastelen weer stuk maken. Zo ook bij de constructies van Angry Birds. Al wordt hier wel verwacht dat je het bouwwerk op de juiste plek raakt om de rivalen te vernietigen. Een minieme kennis van constructies kan dus zeker helpen.
ANGRY BIRDS vs. TECHNIEKONDERWIJS
Door mijn interesse voor techniek aan te wakkeren begon ik de dingen rondom mij op een andere manier te bekijken. Hoe zit dat in elkaar? Waarvan is dat gemaakt? Maar vooral: wat kan ik ermee in de klas? Het bekijken van een stoel bijvoorbeeld deed me nadenken over het aantal poten en de vorm ervan. Kinderen een miniatuurstoel laten ontwerpen kan een perfecte techniekles zijn: met satéprikkers, karton, houten latjes of gewoon papier een stoel maken voor hun knuffel. Zo ook met Angry Birds. Wat kan ik ermee in de klas? Dat het een deeltje van techniek bevat, is hierboven al bevestigd. Toch lijkt me het doelloos spelen van het spel niet voor binnen de schoolmuren. Het spel moet geduid worden. Kinderen weten graag waarom ze net díe zaken voorgeschoteld krijgen in de klas. Het is dan ook aan ons om zulk een spel in een groter geheel te kaderen. Wat kan je later doen met wat je nu leert? Wat is het doel van deze les. Een transparante houding van de leerkracht zorgt voor open communicatie en voor meer leerlingbetrokkenheid.
Na een inleiding over de werkwijze en doel van Angry Birds door een filmpje, laat je de kinderen zelf hun Angry Bird(s) maken door vouwbladen aan te bieden. Deze kan je hier downloaden. Met karton, keukenrollen en wc-rollen maken ze hun eigen constructies waarnaar ze met zelfgemaakte katapult hun boze vogels toewerpen. Succes gegarandeerd! En hebben ze hierbij ook iets geleerd? Natuurlijk! In de leerplannen techniek is sprake van de 3 dimensies en 4 componenten van techniek (zie afbeelding onder). Dit spel situeert zich binnen de dimensies begrijpen en hanteren, bij de componenten technisch systeem en technische keuzes.
GAMES vs. TECHNIEKONDERWIJS
Niet alleen constructiegames als Angry Birds kunnen nuttig zijn in het techniekonderwijs. Tussen de vele games op spelletjeswebsites vind je vaak pareltjes om in de klas te kunnen gebruiken. Naast de (technische) inhoud van sommige games hebben gamen en techniek nog andere raakvlakken. Kinderen zijn actief, geconcentreerd en gemotiveerd bezig met het oplossen van uitdagende problemen. Ze worden geacht deze problemen gestructureerd aan te pakken, waarbij het denkproces een belangrijke rol speelt. Techniek en ICT hebben elkaar dus duidelijk gevonden.
Aan het begin van de vakantie begon mijn zoektocht naar passende games binnen het domein techniek: games die qua inhoud aansluiten bij de inhoud van technieklessen. Een grote verscheidenheid viel me hierbij op. Elke technische sector komt hierbij aan bod, alsook elke cel van de technische matrix uit de eindtermen (zie boven). Alle bruikbare games werden bijeengebracht in de publicatie "Techniek op het menu: games en tools voor het basisonderwijs". Ik heb hierbij geprobeerd om in de chaos van de techniekwebsites, -games en -toepassingen orde te scheppen. Op een verzamelsite vind je onder de verschillende tabbladen en rijen een overzicht van games, tools, lesideeën en filmpjes voor telkens de onder-, midden– en bovenbouw van het lager onderwijs. In het boek krijg je telkens van alle games en tools een korte beschrijving hoe het spel gespeeld wordt en in welke technieksector en rubriek deze gecategoriseerd worden. Het aantal niveaus of levels geeft weer in welke mate het spel opbouwend werkt. Het kan ook een idee geven van de tijdsduur van het spel. De bediening van het spel voegde ik eraan toe om een beeld te geven welke games eenvoudig op het digibord kunnen worden gespeeld.
Interesse in de publicatie? Een mailtje volstaat. Je kan 'm ook downloaden door te 'betalen met een tweet' op de home van deze blog.
DE KRACHT VAN GAMES IN DE KLAS
Games en het onderwijs: een zinvolle combinatie! Ook Vlaams minister van onderwijs Pascal Smet is het hiermee eens. In zijn gesprekken met leerlingen en studenten schrok hij ervan hoe vaak hij hoorde dat ze het saai vinden op school, waardoor hun betrokkenheid verlaagt. Het kan natuurlijk niet de bedoeling zijn dat zelfs leerlingen van de lagere school hun enthousiasme verliezen tijdens hun nog jonge schoolloopbaan. Want kinderen zijn van nature nieuwsgierig en willen net nieuwe dingen ontdekken. Minister Smet raadt de scholen aan om de leefwereld van de kinderen, een omgeving vol prikkels van internet, games en televisie, ook in de school te volgen. Het lijkt hem een goed idee om games te introduceren in het onderwijs, al hoeft hier niet in overdreven te worden. Games in het onderwijs kunnen voor de nodige variatie zorgen, om de betrokkenheid
van kinderen te verhogen en hen inhouden te laten beleven.
Gamen in de klas zal niet enkel zorgen voor een aanvulling en beleving van de leerstof. Het maakt kinderen ook ict-vaardiger. Hoe gebruik ik een computer, toetsenbord en muis? Het biedt kansen aan de leerlingen om problemen coöperatief aan te pakken. Het is dan ook wenselijk om kinderen meestal per twee aan het gamen te zetten. Ze leren van de game en van elkaar. Daarenboven zullen slechts weinig klassen of scholen uitgerust zijn met een computer per kind. Ook organisatorisch gezien een pluspunt.
SERIOUS GAMES
Naast de hele hoop ontspannende games waarin de leerkracht zelf zijn weg moet zoeken om een bruikbaar spel te vinden binnen de doelen van de les, worden tegenwoordig steeds vaker serious games uitgewerkt. Zulke games worden ontwikkeld met inzicht in educatie. Les- en themadoelen worden bewust ingebouwd in het spel zodat er tijdens het spelen een leerproces ontstaat. Kinderen krijgen hierdoor inzichten in het onderwerp van de serious game. Geschiedenisdocent Jelmer Evers verzamelde allerlei games die interessant kunnen zijn voor het onderwijs in een Diigo-groep. Verder vind je op het web een wikibook over serious games. Interessante lectuur!
maandag 16 mei 2011
Twee linkerhanden vs. techniekonderwijs
UIT DE KRANT
Dat schreef Sanju Gielen in De Standaard in het opiniestuk 'Technisch onderwijs creëert welvaart. Vlaanderen snakt naar ambachtslui.' Sanju is naast een vriend van mij ook directiemedewerker van het Technisch Heilig-Hartinstituut van Tessenderlo. Kortom, iemand die weet waarover hij spreekt, als hij het over technisch onderwijs heeft. De school waar hij staat, kende de laatste jaren een terugval in het leerlingenaantal. Dat zou volgens hem in de toekomst verregaande gevolgen kunnen hebben voor de economische toestand in de streek. Bedrijven halen hun werkkracht elders of, erger nog, verhuizen hun vestiging naar plaatsen met meer potentiële werknemers.
Ik kan Sanju, als onderwijzer lager onderwijs, volgen in zijn gedachtegang. Ik vind mezelf ook technisch minder sterk, waardoor ik minder stevig in mijn schoenen sta tijdens lessen techniek. Een schroef in een plank draaien, lukt me nog net. Maar als er bijvoorbeeld elektriciteit bij komt kijken, is mijn inzicht ver zoek. Niettegenstaande mijn twee linkerhanden hoop ik wel regelmatig de experimenteerdrang van kinderen aan te spreken tijdens allerlei uitdagende opdrachten. Tijdens een nascholing sprak de docent me ooit aan met de woorden: 'Wij onderwijzers hoeven niks te kunnen, als we er maar voor zorgen dat onze leerlingen het wél kunnen.' Ik geef toe: best wat kort door de bocht, maar toch een stelling met enige waarheid. De taak van een onderwijzer is heel vaak het wéten hoe je iets doet, zodat we dit kunnen aanbrengen aan onze leerlingen. Ik herinner me een stageles LO die ik vroeger moest geven: touwklimmen. Angsthaas als ik ben, geraak ik nog geen twee meter hoog, hoewel ik wel wéét hoe het moet. Een vinnig meisje mocht van mij het model zijn. Ik ben haar nog steeds dankbaar.
Het ministerie van onderwijs is zich bewust van de kloof tussen basisonderwijs en technisch secundair onderwijs. Daarvoor werden, samen met de eindtermen natuur, ook die van het domein techniek herzien. Men spreekt hier over het creëren van voldoende kansen voor (jonge) kinderen om zo hun diverse talenten te ontdekken:
TECHNIEK MET JONGE KINDEREN
Dit alles in acht genomen, neem ik me voor om ervoor te gaan wat techniek betreft. Met het ontdekken van (schoolse) talenten kunnen kinderen niet vroeg genoeg beginnen. Ik hoop hierbij de nadruk te leggen op actief bezig zijn: denken en doen! Ik werkte net een activiteit uit over magnetisme waarbij kinderen een technisch proces moeten doorlopen. Ze voorspellen, voeren uit en motiveren voor elkaar. Nadien kunnen ze nog verder experimenteren. Verder ga ik dit schooljaar samen met de kinderen hun fiets poetsen, een eerder speelse manier om met techniek in contact te komen. We zullen zaken benoemen, misschien uitproberen, maar zeker ontdekken en ons misschien zelfs verbazen over bepaalde zaken. Ik wil de kinderen ook nog een soort knikkerbaan laten maken die hen doet nadenken over aantrekkingskracht, beweging en materiaaleigenschappen (zie afbeelding hiernaast). Verder hoop ik nog tijd te vinden om met papieren stroken een zo hoog mogelijke toren te laten maken in groep. Dit lijkt me allemaal heel uitdagend voor kinderen (en voor mezelf). Activiteiten om naar uit te kijken. Ik verheug me er nu al op!
OP ZOEK NAAR...
Online vind je heel wat over techniekactiviteiten. Een van de beste site is Encyclopedoe, waar een massa proefjes netjes gerangschikt staat in verschillende thema's. Verder is er de ontdekplek en het knutsellab met stappenplannen voor (kleine) technische activiteiten. Een hele mooie vind ik ook de leerlijn techniek van Heutink: een overzichtelijk schema gerangschikt per jaar en per thema met daarbij de nodige documenten en links. Ooit vond ik ook onderstaande e-books waarvan de bron me niet meer te binnen schiet al wil ik ze u niet onthouden. Prima en bruikbaar materiaal voor korte of lange technische activiteiten. Het eerste document is voornamelijk bedoeld voor de 1ste graad en geeft over enkele thema's heel gestructureerd ideeën weer met bedenkingen van de uitvoerders. Het tweede document is een allegaartje van techniek en beeld, sommige zaken minder bruikbaar of uitdagend. Toch met enkele interessante tips die een les kunnen sturen.
Als afsluiter nog deze. Het 6de leerjaar (collega D.) werkte een prachtig e-Twinningproject uit rond techniek: The European Chain Reaction, gebaseerd op het werk van Rube Goldberg. De bedoeling is om door 1 beweging een kettingreactie te starten die een hele tijd aanhoudt zonder menselijke tussenkomst. Scholen uit 13 Europese landen namen deel aan dit project. Eens alle filmpjes werden ingezonden, werden deze allemaal achter elkaar gekleefd zodat een echte Europese kettingreactie werd gemaakt. Een knap voorbeeld van techniek en technologie.
"Het imagoprobleem van het technisch secundair onderwijs (TSO) is zorgwekkend. Kinderen in het basisonderwijs krijgen onvoldoende de mogelijkheid om hun technische talent te leren kennen. Leerkrachten hebben onvoldoende kennis en ervaring om technologie op een aantrekkelijke manier te presenteren."
(uit: De Standaard, 28 april 2011)
Dat schreef Sanju Gielen in De Standaard in het opiniestuk 'Technisch onderwijs creëert welvaart. Vlaanderen snakt naar ambachtslui.' Sanju is naast een vriend van mij ook directiemedewerker van het Technisch Heilig-Hartinstituut van Tessenderlo. Kortom, iemand die weet waarover hij spreekt, als hij het over technisch onderwijs heeft. De school waar hij staat, kende de laatste jaren een terugval in het leerlingenaantal. Dat zou volgens hem in de toekomst verregaande gevolgen kunnen hebben voor de economische toestand in de streek. Bedrijven halen hun werkkracht elders of, erger nog, verhuizen hun vestiging naar plaatsen met meer potentiële werknemers.
Ik kan Sanju, als onderwijzer lager onderwijs, volgen in zijn gedachtegang. Ik vind mezelf ook technisch minder sterk, waardoor ik minder stevig in mijn schoenen sta tijdens lessen techniek. Een schroef in een plank draaien, lukt me nog net. Maar als er bijvoorbeeld elektriciteit bij komt kijken, is mijn inzicht ver zoek. Niettegenstaande mijn twee linkerhanden hoop ik wel regelmatig de experimenteerdrang van kinderen aan te spreken tijdens allerlei uitdagende opdrachten. Tijdens een nascholing sprak de docent me ooit aan met de woorden: 'Wij onderwijzers hoeven niks te kunnen, als we er maar voor zorgen dat onze leerlingen het wél kunnen.' Ik geef toe: best wat kort door de bocht, maar toch een stelling met enige waarheid. De taak van een onderwijzer is heel vaak het wéten hoe je iets doet, zodat we dit kunnen aanbrengen aan onze leerlingen. Ik herinner me een stageles LO die ik vroeger moest geven: touwklimmen. Angsthaas als ik ben, geraak ik nog geen twee meter hoog, hoewel ik wel wéét hoe het moet. Een vinnig meisje mocht van mij het model zijn. Ik ben haar nog steeds dankbaar.
Het ministerie van onderwijs is zich bewust van de kloof tussen basisonderwijs en technisch secundair onderwijs. Daarvoor werden, samen met de eindtermen natuur, ook die van het domein techniek herzien. Men spreekt hier over het creëren van voldoende kansen voor (jonge) kinderen om zo hun diverse talenten te ontdekken:
Het ontdekken van talenten is een belangrijke, zelfs een funderende doelstelling van het leerplichtonderwijs. Daarom moeten kinderen en jongeren op school de kans krijgen om hun talenten, in dit geval voor techniek, te ontdekken en vooral te ontwikkelen en te tonen. Bij het formuleren en selecteren van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen werd er rekening mee gehouden dat bij het begrijpen, hanteren en duiden van techniek verschillende soorten talenten nodig zijn. De ene leerling kan bijvoorbeeld sterk zijn in het creatief ontwerpen, een andere kan vaardiger zijn in het nauwkeurig meten, passen en manipuleren van machines. Het is maar door ervaring op te doen met de verschillende facetten van techniek, dat leerlingen hun voorkeuren en sterke punten kunnen ontdekken. In de eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor techniek worden al deze verschillende talenten aangesproken. Deze talenten kunnen zowel bij jongens als bij meisjes aanwezig zijn.
(uit: Uitgangspunten van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen techniek.)
TECHNIEK MET JONGE KINDEREN
Dit alles in acht genomen, neem ik me voor om ervoor te gaan wat techniek betreft. Met het ontdekken van (schoolse) talenten kunnen kinderen niet vroeg genoeg beginnen. Ik hoop hierbij de nadruk te leggen op actief bezig zijn: denken en doen! Ik werkte net een activiteit uit over magnetisme waarbij kinderen een technisch proces moeten doorlopen. Ze voorspellen, voeren uit en motiveren voor elkaar. Nadien kunnen ze nog verder experimenteren. Verder ga ik dit schooljaar samen met de kinderen hun fiets poetsen, een eerder speelse manier om met techniek in contact te komen. We zullen zaken benoemen, misschien uitproberen, maar zeker ontdekken en ons misschien zelfs verbazen over bepaalde zaken. Ik wil de kinderen ook nog een soort knikkerbaan laten maken die hen doet nadenken over aantrekkingskracht, beweging en materiaaleigenschappen (zie afbeelding hiernaast). Verder hoop ik nog tijd te vinden om met papieren stroken een zo hoog mogelijke toren te laten maken in groep. Dit lijkt me allemaal heel uitdagend voor kinderen (en voor mezelf). Activiteiten om naar uit te kijken. Ik verheug me er nu al op!OP ZOEK NAAR...
Abonneren op:
Posts (Atom)
















