Posts tonen met het label wo. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wo. Alle posts tonen

donderdag 26 december 2013

iPadbeleid

IPads in de klas is één.  Er doelbewust mee aan de slag is iets anders.  Sinds we vorig schooljaar met iPads werken op onze school is de digitale experimenteerdrang van mij en de collega's er danig op vooruitgegaan.  Al van bij de start was het ons duidelijk dat het hier niet bij mocht blijven.  Na een vol schooljaar de leerkrachten en leerlingen er hun ding mee te laten doen, is het nu tijd om de werking van de iPads grondig in het ICT- en schoolbeleid te integreren.  Hierbij trachten we niet alleen oog te hebben voor de horizontale lijn, waarbij elke klasleerkracht de iPad voor zijn lessen zal gebruiken.  Maar we namen ons ook voor een verticale lijn op te bouwen, vanaf de kleuterschool tot aan het zesde leerjaar, waarbij voor bepaalde domeinen de iPad zal moeten worden ingeschakeld.  Zo ontwikkelen we een opbouwende leerlijn waar de doelen uit het leerplan centraal staan.  Dit schooljaar starten we met een opbouwend aanbod voor de domeinen techniek en muziek.  Na heel wat opzoek-, wik- en weegwerk werden onderstaande leerlijnen ontwikkeld.  

Het is de bedoeling dat deze apps niet vrijblijvend in de klas worden aangeboden.  De leerkracht zou er op moeten toezien dat ál zijn leerlingen gedurende het schooljaar deftig met de apps aan de slag is kunnen gaan.  Hierbij moet natuurlijk de kanttekening gemaakt worden dat het aanbieden van de apps niet de bedoeling heeft om de werkelijke muziek- en technieklessen te vervangen.  Ze zijn een toevoeging aan het curriculum. 




maandag 2 december 2013

Boekjes maken

Kinderen leren lezen.  Het is haast niet voor te stellen hoe geweldig dat is.  Het laat ze toe om zelfstandig verhalen te beleven.  Er bestaat toch niets mooiers dan je fantasie elke keer opnieuw te kunnen verrijken.  Sinds we vorig schooljaar de leesbevordering extra in het daglicht stelden op school, werden we ons er nog meer van bewust dat lezen veel meer is dan enkel het verklanken van een geschreven tekst.  Kinderen interesse doen krijgen in verhalen, hun woordenschat en communicatieve vaardigheden versterken en hun taalgevoel aanwakkeren.  

Al vanaf de vierde aangeleerde letter (s) kunnen onze leerlingen in principe hun eerste zelf ontstane woord lezen: m...i...s... .  Hun ogen gaan open.  Ze staan versteld van zichzelf.  Dát moment, wat bij elk kind op een ander tijdstip komt, is het begin van een nieuw hoofdstuk.  Het maakt de kinderen meer zelfstandig, rijker.  Het staat ze toe de verbeelding in geschreven tekst te zien.  En te begrijpen.  Erg waardevol om daarvan deel te mogen uitmaken.

Het leesproces verloopt niet bij alle kinderen even snel.  Niet iedereen is meteen mee met de automatische synthese van letters en het correct verklanken van woorden.  Toch kunnen we ervoor zorgen dat boekjes ook hen erg aanspreken.  Sinds begin van dit schooljaar startten de eenaatjes met het zelf maken van boekjes.  Bij elk thema krijgen ze kans om hun ervaringen te tekenen op een A-vijfje.  Terwijl zij daarmee aan de slag zijn, maak ik een voorblad.  Alle tekeningen worden na verloop van tijd gebundeld, zodat ze een boekje vormen.  Het valt me op dat de kinderen, vaak tijdens vrije momentjes in de klas, verder tekenen aan hun bijdrage voor het themaboekje.  Wanneer hun prent klaar is, wordt die aan mij bezorgd.  



In de zithoek is er naast de plaats met de klassieke leesboekjes nu ook een hoekje voorzien voor die themaboekjes.  Tijdens het leeswerk wordt er regelmatig in 'gelezen'.  Alle prenten bij elkaar vormen een bron van creatieve verhalen.  De eenaatjes worden er door uitgedaagd om hun fantasie een level hoger te doen krijgen.  Ze vinden het fijn om de verhalen die ze maken aan de hand van andermans tekeningen aan elkaar te vertellen.  De collectie van boekjes is ondertussen uitgebreid genoeg om telkens opnieuw verrast te worden.  Bovendien stellen de boekjes hen in staat om terug te blikken op de vorige thema's.  Het enthousiasme tijdens het werken met de zelfgemaakte boekjes geven zowel de kinderen als mezelf een ontzettende boost om een nieuw themaboekje te maken.  Eenvoudig, maar zo zinvol!

zondag 6 oktober 2013

Al zingend het jaar rond!

Tijdens de infoavond, aan het begin van het schooljaar, probeer ik de ouders gewoonlijk te waarschuwen voor mijn zangtalenten.  "Verwacht van mij niet dat de kinderen aan het eind van het schooljaar constant op perfecte toonhoogte zullen kunnen zingen."  Mijn muzische kwaliteiten situeren zich duidelijk ergens anders.  Tijdens het zingen primeert het enthousiasme.  Want wie zingt, is vrolijk.  Wie vrolijk is, die zingt.  Die zit trouwens ook goed in zijn vel.  En laat dat nou net zo belangrijk zijn in het onderwijs.  Met kinderen die zich gelukkig voelen, is zoveel te bereiken in de klas.  Het belang van muziek in het onderwijs kan niet genoeg benadrukt.  Al vaker schreef ik over passief muziek beleven.  

Sinds dit schooljaar starten onze eersteklassers met een wekelijks klaslied.  Elke week een nieuw muziekje.  Elke week een nieuw lied. Parallel met de thema's van de leerstof.  Starten deden we met het populaire vliegerlied.  Een heerlijke meezinger en -danser.  Alle remmen los, net als alle armen en benen.  "Het is weer een mooie dag!", luidkeels door het schoolgebouw.  De eenaatjes enthousiast.  Zo zie ik ze graag.  "Wanneer horen we het klaslied nog eens, meester?", is ondertussen al een vaak gestelde vraag.


Vorig schooljaar al worstelde ik met een wekelijks lied in de klas.  Een muzikale rode draad doorheen de week.  Herkenbaarheid voor de kinderen.  Vrolijkheid in de klas brengen.  Tijdens de voorbije vakantie begon mijn zoektocht naar gepaste liedjes voor zesjarigen.  Liedjes die aansluiten bij onze thema's.  Waarvan de tekst en melodie niet al te moeilijk zijn.  Op YouTube vond ik al snel mijn ding.  Om de gepaste liedjes snel te kunnen terug vinden, verzamelde ik ze op een yurls.  Elk klaslied plaatste ik alvast in een maand om zo het ganse schooljaar de klasliedjes goed te kunnen terugvinden.  Van elk klaslied vind je op de yurls ook een fiche met de tekst die de kinderen mee naar huis kunnen nemen.


Elke week een nieuw lied.  Ons klaslied.  Maandagochtend zijn de eenaatjes al stilaan nieuwsgierig naar het nieuwe klaslied.  De voorstelling ervan hoort ondertussen al bij de weekopening.  We gebruiken 'm niet enkel om zo maar vrije momentjes te vullen.  We stoppen ons werk wanneer het klaslied door de luidsprekers galmt.  Wanneer we onze spullen opruimen, hebben we de tijd tot het lied is afgelopen.  De kinderen die al klaar zijn, bekijken het filmpje en zingen mee.  Wanneer de rij vertrekt door de gang, zingen we allemaal samen erg zachtjes ons klaslied.  Eenmaal op de speelplaats barst de zangstonde los.  Leuke blikken van andere leerlingen.  Zingen brengt sfeer mee.  Wie het kent, zingt mee.  We genieten ervan.  En laat net dát zo enorm belangrijk te zijn bij de muzikale lessen.


10 tips waarom je zou zingen in de klas:
  1. Je kan er niet omheen: zingen maakt je vrolijk!
  2. Zingen maakt ook slimmer.  Dat blijkt uit tal van onderzoeken.
  3. Door te zingen, krijgen kinderen - net als bij het beluisteren van verhalen - een grotere woordenschat aangeboden.
  4. Op gepaste tijden liedjes zingen brengt structuur in de dag.  
  5. De kinderen komen op een andere manier in contact met taal: het ritme, de melodie, het rijmen en de intonatie zijn vaak belangrijke factoren in liedjes.
  6. Kinderen die samen zingen, ervaren samenhorigheid.  Het zingen bevordert de klassfeer.  Kinderen voelen zich verbonden met de klas en de medeleerlingen.
  7. Zingen bevordert de luister- en concentratievaardigheden van de kinderen.
  8. Liedjes zingen geeft zelfvertrouwen.  Zo voelen kinderen zich beter in hun vel, waardoor het leren beter zal gaan.
  9. Door te zingen worden kinderen zich meer bewust van communicatieve vaardigheden.  Het tempo, volume en ritme zijn belangrijk bij zowel zingen als een gesprek met iemand anders.
  10. Tenslotte is zingen ook goed om het geheugen te trainen.  De tekst steeds opnieuw zingen, niets vergeten.  Zowel bij refrein als de verschillende strofes.

BRONNEN:

vrijdag 1 juni 2012

Kunst met de natuur?!

Ik hoopte al twee weken op fantastisch mooi weer die vrijdagnamiddag.  Het voorbije weekend was het immers Earth Day geweest.  Deze Dag van de Aarde laat je stilstaan bij de schoonheid die de natuur ons te bieden heeft.  Het laat ons even nadenken over onze invloed op de natuur in de wereld.  De mens heeft de natuur nodig om te kunnen leven, zijn en worden.  Maar terwijl we ons stukje natuur gebruiken, moeten we er ons van bewust zijn dat we dat deeltje van de natuur terwijl ook ontvreemden.  Het best is natuurlijk om hiervoor iets terug in de plaats te geven.  


Een heel schone les.  Maar zeker niet bestemd voor kinderen van zes of zeven jaar.  Als we echter de schoonheid van de natuur in de verf zetten, zal deze enorm geapprecieerd worden.  Waardoor zelfs onbewust nodige natuuroffers gebracht zullen worden.  Het werd
al heel vaak duidelijk dat de huidige generatie eenaatjes de natuurschoon wel kunnen waarderen.  Bovendien worden wij, leerkrachten, door de leerplannen en eindtermen uitgedaagd de kinderen al spelend met alle aspecten van de natuur in contact te brengen.  Hierbij liefst nog gebruik makend van zoveel mogelijk zintuigen.  


Daarvoor zou het dan best wel fijn weer moeten zijn, die vrijdag.  We zouden immers  een ganse namiddag buiten zijn.  De pracht van de natuur bewonderen.  De kunst van het groen beschouwen.  En er vooral mee gaan werken, creëren, vormgeven.  De zon was van de partij.  We trokken erop uit.  Naar een stukje groen in de buurt van de school.    Aan de kinderen werd gevraagd zaken te verzamelen.  Verschillende kleuren, vormen, texturen.  Groot en klein. Dik en dun.  Lang en smal.  Alles wat ze zelf konden dragen, mochten ze meenemen.  Zonder de natuur pijn te doen, natuurlijk.  Blaadjes moesten aan de bomen blijven hangen.  Takken mochten niet afgetrokken worden.  Onze verzamelaars hadden maar een half woord nodig om uit te zwermen.  Er werd gezocht en gezocht, maar bovenal gevonden.  Die eenaatjes kwamen terug met de meest wonderlijke stukjes natuur: mooie bloempjes, grassen in allerlei maten en lengtes.  Takjes, takken, stammen, schors, een verloren gekropen naaktslak, blaadjes met de regenboogkleuren, steentjes en stenen.  Te veel om te dragen door twee kinderhanden.  Mijn voorbereide motiverende woorden maakten plaats voor respectvol afremmen.  Die meterslange dikke tak kon niet mee.  Net als die zware steen, die met een beetje fantasie op een toilet leek.  


Na een dik kwartier zoeken, wikken en wegen, trok de verzamelkaravaan naar het vooraf besproken plekje op de speelplaats voor fase twee van ons creatief-met-de-natuur-project.  We zouden immers een eenaatjesmuseum maken.  Een mini-museum met "land art".  Er restten ons nog een kleine twintig minuutjes om ons werk klaar te maken.  Met al de verzamelde spulletjes maakten we iets moois.  Een soort natuurcollage waarbij vorm, kleur, textuur en vooral compositie van erg belang zijn.  Tijdens het vormgeven, viel er nog ander schoons te bewonderen op de speelplaats.  Natuurlijk kreeg dat ook een mooi plekje in het geheel. Met de nodige aandacht en respect werden er zeventien prachtwerken gecreëerd.  De kinderen namen er hun tijd voor.  Ze legden en verlegden, keken, evalueerden en verbeterden.  Tussendoor maakten ze nog tijd om elkaars werk te bekijken en te prijzen.  De tijd vloog en de werkjes werden voorzien van een vlaggetje met hun naam op.  Het publiek werd namelijk verwacht.


De bel. Start van de speeltijd.  Niettegenstaande deze ook bedoeld voor de eenaatjes, begeven zij zich met knikkende knietjes naar hun eigen werkjes.  We verwachten publiek!  We zijn trots op wat we gemaakt hebben en willen, durven zelfs, de nodige uitleg geven aan onze schoolgenoten.  En of we publiek kregen!  Wat aarzelend op gang kwam, werd op de duur een overrompeling.  Onze creatievelingen hadden handen te kort om de bedoeling van het museum uit te leggen.  Met veel enthousiasme vertelden ze hoe hun werk tot stand kwam, waar ze de spullen vonden en waarom ze voor die compositie  kozen.  Hun verantwoordelijkheidsgevoel viel me daarbij enorm op.  Geen Wikipedia-info waarbij je je eerst moet afvragen of de inhoud ervan wel klopt.  Nee hoor, alles werd naar waarheid verklaard.  Met trots wezen ze ook naar hun klasgenoten.  "Kijk maar eens wat zij allemaal gemaakt hebben." Want een museumbezoek houdt natuurlijk niet op bij het bewonderen van slechts één werk.  Na veel keurwerk, heel wat amaai's en wows en vooral na een kwartiertje speeltijd, was het 'bezoekuur' over. 


Of we het werk mee naar huis mochten nemen, vroeg K.  Ja, dat zou iedereen wel  willen, maar op de duur als onmogelijk besloten.  Wat we nu eigenlijk geleerd hebben,  wilde ik in ware SOS Piet-stijl nog wel eens weten.  Heel wat, zo bleek.  En dat tijdens een muzische les!  Waar vrijheid, deugd en experiment het voornaamst zijn.  "Met ronde dingen kan je ook iets hoekigs maken", bijvoorbeeld.  Of: "Ik heb altijd goed naar de kleuren gekeken.  Alleen diegene die erbij pasten, mochten erbij." De natuur is heel erg mooi, besloten we aan het einde van die zonnige vrijdag.  En je kan er ook heel mooie dingen mee maken!


Alle foto's van ons mini-land-art-museum kan je bekijken op de schoolwebsite.  


Met dank aan Pinterest, waar ik op het geweldige landartidee kwam.  Een activiteit die ik de komende jaren, wegens groot succes, zeker zal herhalen.  Pinterest is bovendien een bron aan inspiratie.  Met een beetje tijd over en voldoende goesting in iets nieuws, zullen de vele pinboards een bron van inspiratie zijn.  Ik maakte een pinboard 'natuur' op Pinterest, over creatief omgaan en bezig zijn met de natuur.
Meer creatief met de natuur ideetjes vind je op onderstaande blogs.  

  



Toen de bel ging en ik over de speelplaats wandelde zag ik onze eenaatjes hun mama/
papa/oma... bij de hand nemen.  Ze brachten een (verplicht) bezoekje aan het museum.  Met tekst en uitleg.  Zo fier als een gieter.  Zúlke momenten, dat doet je wat.   

zondag 8 april 2012

Leren (over) samen leven

Iedereen is anders.  Gelukkig maar.  De wereld zou er behoorlijk kleurloos uitzien indien dat niet zo was.  Het zou behoorlijk saai zijn mochten we allemaal hetzelfde voelen, weten, willen, lusten, vragen, denken, doen, ... .  Sterker nog: het zou ons niet lukken om met alleen dezelfde mensen samen te leven.  Samen leven is een kwestie van vraag en aanbod, van ruilhandel, van gulden middenwegen... .  Er zijn mensen die regels opstellen.  Anderen zorgen ervoor dat ze worden nageleefd.  Nog anderen zijn bevoegd mensen erop te wijzen dat ze de grens overschreden hebben.

Mijn oog viel op een krantenartikel over tegenvallende resultaten bij een peiling naar het domein maatschappij in het lager onderwijs.  Met de kop 'Twaalfjarigen zijn niet wereldwijs' berichtte ook Klasse over het onderzoek.  Hierin werd bij kinderen aan het eind van de lagere school hun kennis en vaardigheden wereldoriëntatie beproefd.  Veel aandacht ging uit naar de domeinen tijd, ruimte en maatschappij.  We willen natuurlijk dat onze leerlingen niet wereldvreemd de lagere school verlaten.  De inhoud van beide artikels prikkelde me voor een blogpost.  Ik zocht nog eens de doelen en eindtermen maatschappij op en selecteerde interessante onderwerpen voor een artikel.  Starten zou ik doen met eigen ervaringen rond het thema beroepen.  
(afbeelding: Klasse voor leraren, april 2012)


Het werd een moeizame start.  Schrijven, schrappen, nalezen, herschrijven, verwijderen, opnieuw schrijven, structuur zoeken, verplaatsen en vooral veel twijfelen.  Bij het nalezen van de eerste alinea werd het duidelijk dat de geschreven tekst niet voldeed aan het vooropgestelde onderwerp.  Het thema is veelzijdiger.  Het werd moeilijk om na een verengde inleiding de boel open te trekken naar een tekst die de maatschappijlading zou dekken.  De geschreven zinnen worden even 'on hold' gezet.  Later misschien meer over het thema beroepen.




Naderhand bekeken, verwondert het me niks dat het opmaken van een tekst over het domein maatschappij niet zo eenvoudig is.  Maatschappij is alomtegenwoordig.  Maatschappij is veelomvattend.  Overal en altijd maken mensen deel uit van de samenleving.  Het gezin waarin we leven, onze buren, kennissen, familie, klasgenoten, collega's, toevallige passanten, gezaghebbers, ... telkens andere situaties, telkens andere contacten.  Opeens was het ook niet meer verbazend dat twaalfjarigen niet meteen optimaal scoorden voor de proef.  


Volgens de eindtermen valt het domein maatschappij onder te verdelen in 3 rubrieken: bij de sociaal-economische verschijnselen gaat het onder meer om handel drijven, arbeid en beroepen en het principe van vraag en antwoord.  Het bestuderen van groepen, levensbeschouwing en multiculturele samenleving vinden we bij de sociaal-culturele verschijnselen.  De politieke en juridische verschijnselen tenslotte omvatten het besturen van gemeente en land, de samenwerkingsverbanden tussen landen en niet te vergeten de wetgeving met rechten en plichten.  


De kinderen verwerven kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes ten aanzien van het collectieve in de samenleving.  Wanneer wereldoriënterend onderwijs gericht is op het ontwikkelen van basiscompetenties die het kinderen nu en later mogelijk moeten maken om te functioneren in de maatschappij, dan mogen een aantal eindtermen die rechtstreeks verwijzen naar essentiële elementen van die maatschappij zeker niet ontbreken.  Daarom werd binnen dit domein een selectie gemaakt van maatschappelijke verschijnselen en mechanismen waarvan jonge kinderen zich gaandeweg - o.a. via het onderwijs - een correct beeld zouden moeten vormen.  Daarbij worden ze stilaan vaardig om zich op een sociaal weerbare en respectvolle wijze te gedragen.  (uitgangspunten eindtermen wereldoriëntatie, domein maatschappij)
Vertaald naar de klas zullen de verschillende aspecten van het domein nog verder ingedeeld worden.  Zo kan gekomen worden tot een structuur die voor leerlingen en hun leerkracht overzichtelijk wordt.  Door aanvankelijk de leerstof en vaardigheden stap voor stap aan te brengen, zullen deze voor de kinderen helder zijn.  Het mag hier echter niet bij blijven.  Maatschappij is een combinatie van diverse aspecten waarbij verschillende competenties samengebracht dienen te worden.  In 17 eindtermen, verdeeld over de drie verschijnselen, komt het volledig domein aan bod.  Deze zijn bewust globaal geformuleerd om relaties te kunnen leggen tussen verschillende onderdelen.  Ter illustratie eindterm 4.13: "De leerlingen kunnen het belang illustreren van de fundamentele Rechten van de Mens en de Rechten van het Kind.  Ze zien daarbij in dat de rechten en plichten complementair zijn."  Een hele boterham om over te brengen naar de lessen wereldoriëntatie.  Om maar te zeggen dat ik het kan begrijpen dat onze twaalfjarigen niet erg wereldwijs zijn.  Het lijkt zelfs voor mij, als leerkracht, op het eerste zicht een niet al te gemakkelijke opdracht.


Wordt ongetwijfeld vervolgd...


bronnen:
artikel Klasse
peiling wereldoriëntatie in het basisonderwijs
uitgangspunten eindtermen wereldoriëntatie

woensdag 7 maart 2012

Wat gaan we leren? #2

We zijn op school om te leren.  Daarover bestaat in onze klas geen twijfel.  We zitten tenslotte in het 1ste LEERjaar.  We leren lezen, schrijven en rekenen en zijn ons daar volop bewust van.  Voor deze drie kernvakken wordt bij ons de basis gelegd om tijdens de verdere (school)loopbaan mee aan de slag te kunnen.  De kinderen worden vaardigheden aangebracht.  Deze zijn eerder op het kunnen gebaseerd dan op het kennen of weten.  Vaak wordt in de klas herhaald waarom de kinderen deze vaardigheden krijgen aangeboden.  Leren lezen is nuttig.  Regelmatig brengen we het belang ervan in de kijker tijdens het technisch leesproces.  Door de leerstof en het leren geregeld in vraag te stellen, geven we kinderen inzicht in de bruikbaarheid ervan.  


Voor rekenen, lezen en schrijven wordt in menig klas een vast stramien gevolgd.  De leerlijnen liggen vast, de opbouw is duidelijk.  Af en toe afwijkend van de methode, maar de basislijnen hiervan zullen grotendeels gevolgd worden.  Wat de muzische vakken en wereldoriëntatie betreft, is er meer ruimte voor eigen inbreng.  Hoe de lessen worden opgevuld, welke thema's aan bod komen en hoe aan de leerplannen voldaan wordt, is meestal de keuze van de leerkracht.  Na het inschatten van de interesses en leefwereld van de kinderen kunnen de onderwerpen gekoppeld worden aan de leerplannen en eindtermen van het vakgebied.  De lessen kunnen echter rijker gemaakt worden door de keuze aan de kinderen over te laten.


In eerste instantie schrikken kinderen bij de vraag: "Wat willen jullie nu leren?"  Ze zijn niet gewend aan de inspraak in het leerproces op school.  Het geeft hen de kans verantwoordelijkheid op te nemen en meer inzicht in hun zelfkennis.  Bovendien zorg je voor een grotere betrokkenheid tijdens het leren.  




Wij startten vorige week het thema 'in de ruimte'.  Tijdens het inleidende klasgesprek kondigde ik het nieuw WO-thema aan, wat meteen laaiend enthousiast onthaald werd.  Honderduit vertelden de eenaatjes hun kennis over de planeten, het heelal, de zon en de aarde.  De doelstellingen uit het leerplan waren al bereikt nog voor het thema startte.  Het deed me grijpen naar een vraag die ik in de klas, naar eigen gevoel, nog te weinig stel: "Wat willen jullie leren over het thema?"  Verbaasde gezichten staarden me aan.  Niet lang daarna kreeg ik de meest verwonderende vragen teruggekaatst.  Ze wilden wel eens weten waarvoor die magneet in de aarde eigenlijk dient.  Ook interessant is, zo werd gesteld, hoe het is om op de maan rond te lopen.  Hoe ver gaat de ruimte eigenlijk?  Waarom draait de aarde?  Hoe kan het dat we soms maar een stuk van de maan zien?  Hoe komt het dat de zon groter lijkt dan de sterren, maar eigenlijk kleiner is?  Ongelooflijk veel interessante vragen, die ik voor het starten van het thema niet aan bod wilde laten komen, maar veel zeggen over de onderzoekende houding van de kinderen.  We losten tijdens het klasgesprek al enkele van de vele vragen op door ze aan elkaar te stellen.  Wat de één weet, kan anderen van hun vragen afhelpen en omgekeerd.  We leerden van en met elkaar.  We vulden elkaar aan met weetjes en informatie. 


Al gauw werd voorgesteld om ruimteboeken van thuis mee te mogen brengen.  We zouden een ware ruimtebibliotheek opstarten in de klas.  Elk moment vrij betekent tijd om in de ruimteboeken te snuisteren, op zoek naar sprekende afbeeldingen en extra informatie.  Zo leerden de eenaatjes al zelf dat hond Laika het eerste dier was in de ruimte.  Hij overleefde de reis jammer genoeg niet.  Met meelijwekkende interesse kreeg ik de foto onder mijn neus geduwd.


Nog meer informatie kunnen we halen van het internet.  's Werelds grootste bibliotheek.  Op verschillende sites gingen we op zoek naar ruimteweetjes allerhande.  De eerste man op de maan, de draaiingen van de aarde en de maan, de verschillende planeten, ... .  Ze hebben voor ons geen geheimen meer.  We gebruikten ook Google Earth om een beeld te kunnen vormen van de aarde, gezien vanuit de ruimte.  Ook de maan en de planeet Mars konden we bekijken.  


Bij het hoekenwerk werd ook een informatiehoek opgebouwd.  Alle weetjesboeken over de ruimte lagen er ter inzag.  Daarbovenop beschikten de kinderen in de infohoek ook over een laptop.  Met behulp van QR-fiches gingen ze op zoek naar antwoorden op hun vragen.  Een activiteit die ik nu voor de 2de maal in de klas breng en opnieuw erg enthousiast werd onthaald.  De kinderen zochten gericht naar info, gingen verbanden zien tussen de info uit de boeken en deze uit de filmpjes.  Er werd over gepraat tijdens het bekijken en lezen.  De vraag of we iets hadden bijgeleerd hiermee, bleek overbodig.  Natuurlijk!  De gevonden antwoorden passeerden de revue.  Gekoppeld aan nóg meer informatie over de zon, maan, planeten en sterren.  


Naast alle weetjes en kennis opgedaan te hebben, hebben de kinderen natuurlijk ook een enorm proces afgelegd tijdens deze activiteiten.  Ze gingen zelfstandig op zoek naar antwoorden op hun eerder gestelde vragen.  Ze stelden zichzelf de vraag wat ze graag wilden bijleren.  Hun interesseveld werd afgetast.  Ze weten dat en waar ze informatie kunnen opzoeken en kunnen die bronnen raadplegen.  Wanneer kinderen zelf op zoek gaan naar informatie, zullen ze deze ook moeten kunnen filteren naar relevantie.  Het geeft hen de nodige verantwoordelijkheid en inspraak in hun eigen leren.  


Wat begon met een onschuldige vraag ("Wat willen jullie leren?") leverde naderhand bekeken een heel rijk leerproces op.  Kinderen leren van en met elkaar en weten hoe ze op zoek kunnen gaan naar antwoorden.


Interesse in de printklare versie van de QR-fiches?  Stuur me gerust een mail.

maandag 13 februari 2012

Techniekgames organiseren #2


Onderwijzers zijn keien in het bedenken van gepaste werkvormen en in het voorbereiden van de gehele organisatie van hun les. Leerkrachten die games willen inschakelen zullen dan ook voldoende behoefte kunnen doen op hun ervaring en kennis om dit goed aan te pakken. Wat betreft een aanbieden van techniekgames is dit niet anders. Onderstaande tips zullen bekend in de oren klinken, maar kunnen niettemin een leidraad zijn voor je lesplanning.

1. Voor het gamen:
Leg de game uit.
Het volstaat niet om een techniekgame gewoon aan te bieden zonder toelichting. Zowel inhoudelijk als de bediening van de game moeten uitgelegd worden. De goal van de game moet duidelijk zijn voor de leerlingen, niet steeds de weg hiernaartoe. Zoek hiervoor een goed evenwicht tussen wat je prijsgeeft en wat niet en zorg ervoor dat de inbreng en creativiteit van de leerlingen niet beperkt wordt door wat je vertelt.

Duid de game.
Kinderen komen naar school om te leren. Ze willen graag weten wat ze leren en waarom. Vertel daarom wat de bedoeling is van het aanbieden van de game. Wat moeten ze hiervan onthouden? Wat kunnen ze hiervan bijleren? Hoe sluit de game aan bij de leerstof? Door vooraf te beschrijven hoe de game hen iets kan bijleren, zullen leerlingen gemotiveerd vans tart gaan.

Demonstreer de game.
Door de game vooraf te demonstreren, laat je zien dat je de game kent. Jij bent de expert die de nodige kennis via de game overdraagt. De leerlingen zullen vertrouwen hebben in de activiteit doordat hij vooraf getoond werd.

2. Tijdens het gamen:
Blijf in de buurt.
Door hen zelfstandig aan het werk te laten, geef je hen verantwoordelijkheid. Het is verstandig je op regelmatige tijdstippen te laten zien aan de gamers. Zo bewaar je de veilige gameomgeving. Je kan ook, wanneer dat nodig is, ingrijpen of hulp bieden. Neem hierbij nooit de bediening van het spel over, maar begeleid hen door extra tips en uitleg. Ook hier blijft het zoeken naar de juiste dosis informatie die je prijsgeeft.


Geef voldoende tijd.
Elke gamer heeft tijd nodig om ‘in het spel’ te komen. Wanneer de game inhoudelijk be-langrijk is, is het noodzakelijk om de bediening eerst onder de knie te krijgen. Eens de handelingen natuurlijker verlopen, zal het probleemoplossend denkproces volledig op gang zijn. Geef daarom de kinderen voldoende de tijd om de game te ontdekken en daarna te spelen.

Laat kinderen samenwerken.
Vaak beschik je niet over voldoende computers om alle kinderen individueel te laten ga-men. Maar niet enkel om organisatorische redenen is het aangewezen de kinderen per twee te laten gamen. Zo zullen ze zowel van de inhoud van de techniekgame als van elkaar heel wat opsteken. De partners zijn elkaars hulplijn die voor de nodige inzichten kan zorgen.


Geef keuzes.
Voor games over techniek is het mogelijk om verschillende games binnen een bepaald gebied aan te bieden. Wanneer kinderen de keuze hebben uit twee of drie games, geef je hen verantwoordelijkheid, wat motiverend werkt. Sommige games hebben dezelfde inhoud, maar verschillen in moeilijkheid. De kinderen kiezen dan zelf uit het aanbod de game die volgens hen haalbaar is.

3. Na het gamen:
Reflectiemoment
De activiteit dient na afronden nog geëvalueerd te worden. Zowel inhoudelijk als op het vlak van samenwerken. Hoe verliep de game? Was alles duidelijk? Wat heb je bijgeleerd? Wat was moeilijk of gemakkelijk? Welke obstakels ben je tegen gekomen? Hoe heb je jezelf een weg gebaand door de game? Hoe verliep het samenwerken? Wat ging vlot of minder vlot? Hebben beide partners evenveel inbreng gehad? Wat heb je geleerd van je gamepartner?

Deel van het geheel
Na het gamen is het wenselijk dat de kinderen de transfer kunnen maken van de virtuele naar de fysieke wereld. Door gerichte vragen, pols je of dat gelukt is: Waarom heb je deze game gespeeld? Kan je wat je geleerd hebt nog ergens gebruiken? Hoe kan je dat gebruiken? Welke overeenkomsten zie je met de realiteit? Wat is er anders?


4. Rol van de leerkracht:
Kiezen
De kracht van gamen in de klas begint natuurlijk bij de keuze van de juiste game. De eerste taak van de leerkracht bestaat uit het selecteren van de games die voldoen aan de leerdoelen. Hierbij is het dus van belang dat de kinderen de game niet enkel gaan spelen om te spelen. Je zorgt er als aanbieder van games voor dat de juiste sfeer gecreëerd wordt. Eén die aanzet om te leren, op een natuurlijke manier. De kinderen kunnen leren, zonder dat ze het gevoel hebben van iets bij te leren. Dat besef komt later, tijdens de nabespreking. Het technisch denkproces wint daarbij aan belang. De nadruk wordt gelegd op de vaardigheden en attitudes, terwijl de kennis hierover waarschijnlijk later komt.

Coachen
Het is onze taak om de kinderen te begeleiden tijdens het gamen. Eerder schreef ik al dat het aangewezen is om in de buurt te blijven van de gamers. Als coach kan je hen op het juiste pad zetten, zodat ze de weg zelf verder afleggen. Door te helpen en luidop mee te denken begeleidt je hen tijdens het probleemoplossend denken.


Sensibiliseren
Wie games aanbiedt, moet zich ook bewust zijn van de negatieve effecten van games op kinderen. In dit boek is hierover bijna niks geschreven, anderen hebben me dat voorgedaan. Verslaving, slaaptekort, isolement, gewelddadig, conflicten, … enkele van de veel voorkomende oordelen over games. Als leerkracht zijn we ons daarvan bewust en dienen we onze leerlingen te sensibiliseren. Door goede afspraken te maken in de klas en erop te wijzen dat ook thuis afspraken over gamen kunnen gelden, zorg je voor een gezonde gameomgeving. Deze afspraken zullen gaan over tijdstippen, tijdsduur en soort van game en zullen door een volwassene. De voorschriften hierover zullen door een volwassene bepaald worden.

Duiden
Kinderen weten graag waarom ze bepaalde leerstof krijgen voorgeschoteld. Zo peilen ze, vaak onbewust, naar het nut van de inhoud. Door het doel van de techniekgames uit te leggen, kunnen onze leerlingen het belang ervan waarderen. Met het duiden van de game maak je het verschil tussen spelen om te spelen en spelen om te leren. Plaats de game daarom in het geheel van de leerstof. Vertel waarom de kinderen precies deze game krijgen voorgeschoteld en wat ze daarvan kunnen opsteken. Ook na het spelen, kan het zinvol zijn om hier nog verder op in te gaan. 




Techniekgames organiseren #1



zondag 12 februari 2012

Gamen i.f.v. techniekonderwijs

Het mag duidelijk zijn dat ik gamen in de klas als een meerwaarde beschouw.  De reken- en taalinhouden kunnen heel eenvoudig ingeoefend worden door verschillende online games.  Maar ook tijdens muzische en WO lessen kunnen games erg zinvol zijn.  Het domein techniek en games hebben heel wat gemeen. Daardoor kunnen games een heuse surplus betekenen voor de lessen techniek. 

OPBOUWEND EN OVERZICHTELIJK 
Door een geleidelijke opbouw van levels wordt het technisch denkproces telkens opnieuw geprikkeld. Kinderen worden uitgedaagd om steeds een iets moeilijkere opdracht uit te voeren. Hierdoor verscherpt ook hun technisch inzicht en kennis. Deze opeenvolging van steeds complexere levels werkt daarenboven ook motiverend voor de gamer. De aandacht zal bij de game en zijn inhoud blijven. 


Veel games bieden op het hoofdscherm ook een overzicht van de te behalen levels. Hier kan je zien welke levels je al behaalde en welke je nog te wachten staan. Meestal kan je kiezen om een gespeelde level opnieuw te spelen. Door een visuele voorstelling van de verschillende levels krijgt de gamer een overzichtelijk geheel te zien. Hierdoor kan die individueel een persoonlijk doel nastreven. Het is ook mogelijk om er met een groep competitief mee aan de slag te gaan. Al mag dat laatste natuurlijk niet de hoofdzaak zijn in de klas. Het overzichtelijk geheel is zeker ook in het domein techniek van belang. Het aftasten van het beschikbaar materiaal om een realisatie te verwezenlijken, geeft je meer inzicht in het technisch proces. Het maakt er onrechtstreeks zelfs deel van uit. Dankzij de internetgeschiedenis en het cachegeheugen blijven de gespeelde spelletjes bovendien bewaard op de computer, waardoor bij de volgende gamebeurt het spel gewoon kan worden verder gespeeld. 

INHOUDELIJK EN DOELGERICHT
Een game kan je les heel erg opleuken. Dit mag echter nooit de reden zijn om games toe te voegen aan de lesorganisatie. De games die tijdens de les worden aangeboden, zijn een middel om de lesstof te verduidelijken. Wie games aanbiedt, geeft zijn leerlingen de kans om zelfstandig aan techniekopdrachten te laten werken. Door de aantrekkelijke vormgeving en uitdagende opdrachten, zullen ze nog meer gemotiveerd zijn om iets bij te leren, zelfs zonder zich hiervan bewust te zijn. Het is dan ook een noodzaak de aangeboden games doelgericht in te schakelen. Veel inhouden ervan sluiten namelijk nauw aan bij het leerplan techniek. Waar het in werkelijkheid vaak gaat om te komen tot een technische realisatie en er een volledig technisch proces wordt afgelegd, belichten games eerder een onderdeel van dat proces. Het is daarom aan te raden de game te kaderen. Maar daarover later meer. Na de techniekgames beter te hebben begrepen en enkele levels ervan te hebben gespeeld, is het mogelijk om ze in de matrix voor technische geletterdheid te plaatsen. De games krijgen zo een eigen plekje in de eindtermen voor het domein techniek. Vele games zullen echter slechts één cel kunnen vullen. 


PROBLEEMOPLOSSEND DENKEN
Het is duidelijk dat games inhoudelijk kunnen aansluiten bij het domein techniek. Voor heel wat onderwerpen vind je een geschikte online game. Maar ook de manier van spelen komt overeen met hoe we aan techniek doen. Wat techniek en gamen gemeen hebben, is het probleemoplossend denken. 

Een game start met een probleem. Dit moet duidelijk zijn alvorens je kan spelen. Je bekijkt dus welke eisen er worden gesteld en wat het doel is. Vervolgens bedenk je hoe je dit zal aanpakken. Misschien zelfs terwijl de acties al worden uitgevoerd. Tijdens het spelen ben je er constant van bewust dat je naar het doel moet toewerken. Het lijkt alsof er evaluerend gespeeld wordt. Fouten zullen worden bijgeschaafd, nieuwe strategieën en ontdekkingen uitgeprobeerd. Wanneer het doel is bereikt, stelt zich een nieuw probleem. Het volgend level is begonnen. De eisen zijn net iets anders, iets moeilijker misschien. De hulpmiddelen kunnen anders zijn, vaak uitgebreider. Er komen meer invloeden aan te pas. Sommige games maken geen gebruik van levels. Ze gebruiken een puntensysteem. Hun opbouw is echter dezelfde. Doorheen het spel komen nieuwe problemen tevoorschijn. De snelheid wordt opgedreven, obstakels nemen toe of de eisen worden uitgebreid. 

Het technisch proces omvat een soortgelijk denkproces als dat van een game. In de eerste fase van het technisch proces wordt het probleem geschetst. Het doel en de criteria worden verduidelijkt. Dat probleem wordt onderzocht zodat de juiste informatie kan worden verzameld. Hier worden bewuste keuzes gemaakt en oplossingsstrategieën ontworpen. Daarna wordt de werkplanning gemaakt en het materiaal gekozen. Alles wat nodig is om het doel te bereiken, wordt klaargelegd. De ontworpen oplossingsweg wordt uitgevoerd. De technische realisatie wordt uitgetest, rekeninghoudend met de vooropgelegde criteria. Tenslotte vragen we ons af of alles naar behoren werkt. Er wordt gezocht naar mogelijke verbeteringen. De vraag of er een nieuw probleem ontstaat, dringt zich op. 

Zowel bij games als bij techniek is dus het denkproces van belang. Te weten dat het probleem kan worden opgelost, overloopt de uitvoerder in verschillende opeenvolgende stappen een proces om dichter bij de oplossing te komen. Wanneer deze bereikt is, kan er zich een nieuw probleem voordoen: nieuwe eisen die optreden of het vervolmaken van het resultaat. Door aantrekkelijke opdrachten te geven, motiveer je de leerlingen tijdens dat denkproces. 

SIMULATIES
Door problemen uit de realiteit weer te geven, worden techniekgames soms met simulaties vergeleken.  Al zijn beide geen synoniemen van elkaar.  Een simulatie is te omschrijven als een nabootsing van een deel van de werkelijkheid met als doel te kunnen werken of oefenen in een beschermde omgeving.  Games voegen hier nog zaken aan toe, waardoor een competitiedrang ontstaat: een aantrekkelijke, fictieve omgeving, figuurtjes, een puntensysteem of veel kleur en actie.   De afbakening tussen games en simulaties is in de praktijk echter niet scherp en de termen worden steeds vaker door elkaar gebruikt.  Zo bevatten spellen steeds vaker simulatoren en lenen simulatoren zich vaak ook voor het spelen van een spel.  Door te focussen op de eigenlijke inhoud, zullen kinderen een betere transfer kunnen maken naar de werkelijkheid.  Dit betekent dat ze door het spelen van games net iets meer zouden kunnen opsteken dan van de puur  realistische techniekles.   

Professor Ton de Jong (UTwente) onderzoekt momenteel de effecten van leren in gesimuleerde laboratoria in vergelijking met deze in fysieke laboratoria.  Zijn onderzoek wijst uit dat gesimuleerde labo’s tot meer kennis leiden.  Het is echter nog niet duidelijk of dat voor games ook zo is.  Ook uit andere onderzoeken - meer gericht naar de effecten van games - kan geconcludeerd worden dat games wel degelijk toevoegingen bieden aan de realiteit.  In de publicatie "Wat weten we over… effecten van games" somt het Nederlandse expertisecentrum Kennisnet enkele positieve effecten van gamen op de cognitieve functies en de ontwikkeling ervan.  Hierin wordt besloten dat games een hoge ‘cognitieve opbrengst’ hebben (volgens een samenvattende studie van Vogel en haar collega’s).  De positieve effecten werden vastgesteld op het gebied van ruimtelijk inzicht, het geheugen en taalcompetenties.  Verder werd geconcludeerd dat games een groot effect hebben op het probleemoplossend vermogen.   

zondag 5 februari 2012

Op zoek naar info

De leerlingen kunnen boeken zoeken die hun voorkeur hebben  (OVSG, lezen - TV-06-09)
Omdat de eenaatjes ondertussen alle letters kunnen lezen, gingen we vorige week voor het eerst met de klas naar de bieb.  Daar mochten ze twee zelfleesboeken en een weetjesboek uitkiezen.  Het viel me al snel op dat de meerderheid aan 1 weetjesboek niet genoeg had.  Al vaker lieten ze me merken dat ze interesse hebben in weetjes.  Over de meest uiteenlopende dingen.  Al willen de meeste eenaatjes tonen dat ze wereldburgers zijn.  Andere landen en werelddelen kunnen hen enorm boeien.  Zo ook de natuur van over de hele wereld.  Dieren, planten, het weer, ... het kwam al vaker aan bod tijdens de WO-lessen.
De leerlingen kunnen op eigen niveau verschillende informatiebronnen raadplegen  (OVSG, ET-WO-7)
Dat bracht me op het idee om een dierenweetjesboek te maken met de klas.  Een uitdaging met kinderen die net drieletterwoorden kunnen lezen en schrijven en nog volop in hun leerproces zitten.  Toen ik het wilde idee in de klas gooide, werd dat laaiend enthousiast verwelkomd.  Iedereen zag het meteen zitten.  We zouden groepjes maken van een paar leerlingen.  In groep zoeken de kinderen een dier dat uit het ei komt.  Hierover schrijven en tekenen ze zelf de info die ze willen delen.  Ons eerste probleem werd meteen duidelijk.  Hoe gaan we aan meer informatie over de dieren geraken?  "We vragen het aan E. (een klasgenoot)!" stelde iemand voor.  Natuurlijk vindt E. dit allemaal goed, maar ook hij zal straks zijn dierenfiches klaar moeten maken.  Het wordt onze hulplijn, ten tijden van 'nood'.  "We kunnen dat allemaal in boeken zoeken!" bracht A. in de groep.  Goed idee!  Wie heeft er dierenboeken?  We kan ze mee naar de klas brengen?  "Kunnen we ook niet gewoon op de computer naar filmpjes kijken?" was het volgend idee.  Geweldig toch, zo onbevangen!  
De leerlingen kunnen spontaan gebruik maken van ict bij een opdracht  (OVSG, ict - T-13)
Dat bracht me wel aan het denken om de kinderen zelfstandig naar info te laten zoeken.  Via de yurls van Linda Humme werd ik al wel eens attent gemaakt op het gebruik van QR-codes in de klas.  Ik stond er toen nog niet bij stil dat deze ook via de webcam konden gescand worden.  Met het programma Quickmark is het erg eenvoudig om de gewenste link te bekomen na het scannen van een QR-code.  Ik reserveerde bij de mobiele computerklas enkele laptops en installeerde Quickmark.  Thuis zocht ik op Beeldbank nuttige filmpjes van dieren die uit het ei komen.  Ik maakte hiervoor QR-codes aan met links naar de informatiefilms.  Met een schermafbeelding erbij vinden jonge kinderen sneller hun weg in de berg beschikbare fiches.  Na afdrukken, werden de fiches nog gelamineerd om ze duurzamer te maken.  De fiches stelde ik via Klascement beschikbaar aan anderen.  Indien gewenst wil ik ze je best als pdf mailen.  


De leerlingen tonen bereidheid en volharding bij het zoeken naar informatie  (OVSG, ict - I-13)
Ondertussen waren de groepjes al ingedeeld en de dieren gekozen.  Elke groep zocht zelf nog informatie op over zijn dier in de meegebrachte boeken.  De kinderen leerden van en met elkaar.  Verschillende sjabloonbladen daagden hen uit om informatie te geven voor het weetjesboek.  De laptops werden opgesteld in de klas en de werkwijze uitgelegd.  We bekeken en bespraken die ongelooflijk gekke vierkantjes die op de fiches staan.  We merkten dat het geen rol speelt of je de fiche ondersteboven of op zijn kant houdt.  



De leerlingen kunnen organismen in grote groepen indelen  (OVSG, WO-NAT-03.06)

Aan de slag!  De fiches werden klaargelegd, de sjablonen genomen, informatie verwerkt.  Groepjes die info nodig hadden, zochten het op in de boeken of op de laptops.  Er werd veel gepraat.  Maar steeds heel doelgericht.  Iedereen was met zijn opdracht bezig.  Het viel me op hoe bewust kinderen hun bronnen vooraf kunnen beoordelen.  Welke informatie kan ik waar vinden?  Het was een vraag die velen bezig hield tijdens het opmaken van hun dierenfiche.  Sommige zaken konden we niet vinden in boek of film.  "Meester, mag ik dat ook aan E. gaan vragen?", was de conclusie.  En dat leverde opnieuw leerwinst op.  Knap om zien hoe ook jonge kinderen zo weloverwogen keuzes kunnen maken.  Met enorme goesting in de opdracht.  Dat straalde er duidelijk van af.  Wat eerst een wild idee was, draaide uit tot een kleine bom in de klas.  Eentje dat werd afgesloten met vuurwerk.  Het weetjesboek is nog lang niet klaar.  De eenaatjes zijn nog lang niet uitverteld.  Het maakt hun leerkracht niet uit hoe dat boek eruit zal zien.  Momenteel (en persoonlijk) is het het proces dat telde.  En dat was er een om duimen en vingers bij af te likken.




En wat hebben de eenaatjes hierna geleerd?
  • Honden komen niet uit een ei, zelfs hun puppy's niet!
  • Dubbelklikken op de muis is tamelijk moeilijk.  Handig dat je hiervoor twee handen kan gebruiken.
  • Ik kan zelf op zoek naar informatie als ik de nodige materialen heb.
  • Samen kan je meer dan alleen.
  • ... en uiteraard nog zo veel meer... (althans, dat hoop ik)


zondag 22 januari 2012

Actualiteitjes

"Meester, het is vandaag warme chocomelkweer."  Ik moest er even over nadenken, over die zin.  We hebben het al wel vaker over het weer gehad de voorbije maanden.  Maar deze zin hebben ze duidelijk niet van mij.  Het viel me al vaker op dat de eenaatjes graag over het weer praten.  De nieuwsgierigheid naar de eerste sneeuw dit schooljaar houden we niet geheim voor elkaar.  Bij hevige mist of harde wind staan we met z'n allen in de gang door het raam te turen.  Genietend van de wonderen en de kracht van de natuur.  Op het digibord bekijken we regelmatig het weerbericht via een Chromeplugin. Met een animatie wordt hier getoond welk weer we mogen verwachten in onze gemeente.  We bespreken de pictogrammen en denken alvast na welke invloed dat weer op ons zal hebben.  
Hoe moeten we ons de volgende week aankleden?  Zullen we onder het afdak moeten spelen?  Wanneer zal het het fijnste weer zijn?  Bij welk weer ben ik het gelukkigst?  Zijn er dagen wanneer ik best niet met de fiets naar school kom?  




Het warme chocomelkweer bleek uit het weerbericht van Karrewiet te komen, het kinderjournaal van Ketnet.  Het fijne aan Ketnet, en alle andere openbare zenders, is dat ze hun eigen programma's ook via stream uitzenden.  Een bezoekje aan de Ketnetwebsite bracht ons tijdens ons drankmoment in de klas op het nieuws van Karrewiet.  Weliswaar het nieuws van gisteravond, maar dat deerde ons niet.  Tijdens de uitzending viel het op hoe erg kinderen begaan zijn met de wereld en wat er allemaal gebeurt.  Tijdens onze vaste 'vrije babbelmomenten' in de zithoek merkte ik al wel dat de kinderen graag vertellen wat er zich in hun eigen wereldje afspeelt.  Maar ook ver daar buiten, tonen ze interesse in gebeurtenissen die van belang zijn.  Toegegeven, de meeste 'oohs' en 'aahs' tijdens de uitzending waren voor de schommelende, schattige pandabeer uit een dierenpark.  



Toch konden de eenaatjes me ook verbazen met hun meningen over een gekapseisd cruiseschip aan de Italiaanse kust.  "Als ik een kapitein ben van zo'n grote boot, dan zou ik daar wél zorg voor dragen," aldus E.  Een reisje naar de Italiaanse kust via Google Earth maakte het voor hen wat helderder.  We besloten de aflevering met een betrokken gevoel.  Betrokken met de duizenden vakantiegangers op het cruiseschip.  Betrokken met de mooie beelden die Karrewiet ons schonk.  Maar vooral betrokken met de wereld.  De wereld van dichtbij, maar ook die van iets verder.  Door het bekijken van de 'mininieuwtjes van de wereld' verruimden we onze blik.  We breidden onze omgeving uit.  

Wat eerst een wild ideetje was, bleek enorm aan te slaan.  We bekeken al wel vaker filmpjes op het digibord tijdens het chocomelkmoment.  Koekeloere, Nieuws uit de natuur en Stafari kwamen via de grote tv aan de muur al eens ons klaslokaal binnen.  Vanaf nu komt daar dus regelmatig Karrewiet bij.  Want wij durven ook verder kijken dan onze familie, vrienden en kennissen.  Al blijft het schaap van de buren dat lammetjes heeft gekregen nog steeds belangrijk.

We hopen natuurlijk dat het warme chocomelkweer gauw verandert in sleeweer.  We wachten nu toch al zo lang op die eerste sneeuw dit schooljaar.  De eenaatjes zouden het geweldig vinden om hun eigen sneeuwman te kunnen maken.  Daarna mag het gerust ijsjesweer worden.  Want dat vinden we gewoon lekker.  Benieuwd wat Karrewiet ons volgende keer te vertellen heeft...


Meer over actualiteit in de klas vind je bij Kranten in de klas, bij het dossier van Leraar 24 of bij het educatieplatform Nieuws in de klas.