Posts tonen met het label communicatie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label communicatie. Alle posts tonen

zondag 24 november 2013

De nieuwe schoolsite

Eind augustus werd de schoolsite gehackt.  Foetsie.  Niet rampzalig.  Onze host maakt regelmatig  een back-up en in 1-2-3 was hij terug online.  Toch kreeg ik de raad een nieuwe te ontwikkelen in een recentere versie van Joomla.  De vorige site draaide al enkele jaren op de verouderde Joomla 1.5.  Dus werd het tijd om alle voorwaarden voor een nieuwe schoolsite op een rijtje te zetten.  Om alzo een nieuwe vaste internetstek te ontwikkelen.



Een schoolwebsite is in de eerste plaats een communicatiekanaal.  Hij is bedoeld om mensen te informeren over het leven op school.  Eenrichtingsverkeer, dus.  Deze info kan zowel van praktische als inhoudelijke aard zijn.  Belangrijk hiervoor is vooraf te weten te komen welke bezoekers de schoolsite aantrekt.  In eerste plaats wordt natuurlijk aan de ouders van leerlingen op school gedacht.  Daarnaast zullen ook hun grootouders de site een bezoek brengen.  Maar ook oud-leerlingen, stagiaires en hun docenten, sollicitanten, leerkrachten (zowel die van de eigen als die van andere scholen), ouders van nieuwe leerlingen en de leerlingen zelf (zowel thuis als op school) mogen niet vergeten worden.  Bovendien viel het me tijdens onze week van doorlichting op dat de betreffende inspecteurs vooraf ook regelmatig een kijkje kwamen nemen.  In hun gesprekken verwezen ze wel eens naar de inhoud van de schoolsite.  Het was voor hen een reflectie van het leven op school.  Dat hele netwerk rond de school moet zijn ding uiteraard zo snel mogelijk weten te vinden.  

Laatst hoorde ik nog het verhaal van een ouder van een instapkleuter die de schoolkeuze liet afhangen op basis van de website.  Een goed opgebouwde site is een weerspiegeling van een gestructureerde school.  De schoolsite kan dus echt wel een eerste kennismaking zijn met de school.  Een betekenisvolle boodschap die ouders de kans geeft zich het leven op school te kunnen voorstellen.  Ook de kleuterjuffen gebruiken de schoolsite actief in hun klas.  De foto's van voorbije activiteiten zijn via het menu te vinden per leerjaar.  In hun klas openen de kleuterjuffen hun leerjaar.  De kleuters bekijken in groep de foto's die gemaakt werden.  Een mooie evaluatieoefening die het geheugen en de taalvaardigheid van de kleuters stimuleert.

Een tweede vraag die moet worden gesteld, is waarvoor de sitebezoekers de schoolsite raadplegen.  Wat willen ze te weten komen, zien, lezen of opzoeken?  Is het belangrijk om een ellenlange historiek te schrijven die slechts één bezoeker op een maand zal raadplegen?  De schrijf- en opmaaktijd van deze informatie zal niet renderen en mag dus eerder als nutteloos beschouwd worden.  Het is duidelijk dat de informatie die het vaakst opgeroepen wordt ook het snelst vindbaar moet zijn.  Om een beeld te krijgen van het verkeer op de schoolsite en de vaakst bezochte pagina's integreerden we eerder al Google Analytics.  Zo werden op de nieuwe schoolsite deze items eenvoudiger te vinden.  Om bezoekers nog sneller bij hun informatie te krijgen mag een zoekvak uiteraard niet ontbreken.  Om bezoekers naar de juiste plek te verwijzen, kan het belangrijk zijn te weten welke zoektermen worden gebruiken.  Deze woorden zullen moeten worden gebruikt in de artikels op de site.

De belangrijkste pagina waar alle bezoekers op terecht komen, is natuurlijk de homepage.  Hierop moet dan ook de voor hen meest nuttige informatie gedeeld worden.  Aangezien het een schoolsite betreft, zullen hier ongetwijfeld kinderen op te zien zijn.  Liefst nog al lachend, wat duidelijk maakt dat het fijn vertoeven is, hier op school.  De homepagina bevat tevens het menu.  Deze zorgt voor een gestructureerde indeling van de website.  Het moet voor bezoekers meteen duidelijk zijn waar ze de informatie die zij zoeken, kunnen vinden.  Aangezien het leven en leren op school een steeds voortdurend proces is, zal de homepage van de schoolsite best ook vaak veranderend zijn.  Bezoekers kunnen zo het proces van het leven op school volgen.  Het is nuttig om hen duidelijk te maken wat de veranderingen zijn op de site.  Dit is mogelijk via een blog op de homepage.  Verder kan ook een box of module 'meest recente items' toegevoegd worden.  Dit alles geeft de website een dynamisch effect.  De schoolsite mag leven.  

Sinds enkele jaren kozen we ervoor om sociale media te integreren in de schoolsite.  Het netwerk van de gemiddelde Vlaamse school spendeert veel van zijn online tijd op Facebook.  Het leek ons dan ook erg evident om een Facebookpagina aan te maken waar alle nieuwe items van de schoolsite op vermeld worden.  Bovendien werd de inhoud van de website voorzien van de gekende social media buttons.  Een toevoeging waarop ik nog steeds trots ben.  Regelmatig zie ik op Facebook of Twitter een verwijzing naar onze artikels verschijnen.  Het delen van artikels via Facebook maakt het netwerk rond de school nog breder, waardoor de schoolsite een groter bereik heeft.

De website mag kleur hebben, vrolijkheid uitstralen.  We willen echter allemaal dat de kinderen graag naar school komen.  Dit positief welbevinden mag zich online reflecteren.  Toch moet ook hier een grens in zijn.  De informatie primeert op alle toeters en bellen.  Verspringende kaders, flitsende foto's en andere opvallende snufjes kunnen technisch erg fijn zijn.  Toch is een school in eerste plaats een instantie waar kinderen de nodige rust kunnen vinden om tot leren te komen.  Een goede verhouding in frisse, kleurrijke vrolijkheid en rustige eenvoud is dus gewenst.  Bovendien dient er rekening gehouden te worden met het feit dat websites tegenwoordig niet enkel op de pc worden bekeken.  Tablets, smartphones of zelfs slimme 'beeldbuizen' worden ook door ons publiek gebruikt.  Niet op al deze apparaten is het mogelijk om bijvoorbeeld flashtoepassingen te bekijken.  Om te bekijken hoe je site op verschillende devices en browsers zichtbaar is, volstaat het de URL in te geven in BrowserShots.

Nog steeds bereikt onze schoolsite gemiddeld ruim 200 bezoekers per dag, met pieken naar vier- à vijfhonderd bij speciale gebeurtenissen (schoolfeest, sportklassen, grootouderfeest,...).  Een aantal om trots op te zijn.  Dat betekent dat de website leeft.  Het werk dat erin gestopt wordt, rendeert.  Elke nieuwe fotoreeks probeer ik zo snel mogelijk online te plaatsen, waardoor de site levendig lijkt.  

Klaar is hij nog niet.  Dat zal hij ook nooit zijn.  Ik zou nog graag tags toevoegen aan de fotoreeksen, waardoor bezoekers na het bekijken van een reeks hun weg ook verder vinden binnen een zelfde thema.  Op de korte termijnplanning staan nog het systeem voor de reservering van laptops door leerkrachten (na inloggen op de homepage), wijzigen van de favicon (het kleine logootje in het tabblad en toevoegen van meer metadata voor het eenvoudig zoeken in Google en co.  Een work in progress.

Handige tools:
Google Analytics
BrowserShots 
WebPageTest
Online Web Check

Tips voor een goede schoolsite:
42.bis
André Manssen
TeachHub
Green Schools Online
Site4School

Met dank aan Jan voor de behulpzame inzichten.

vrijdag 25 mei 2012

Een rivier vol krokodillen


Tijdens mijn opleiding tot onderwijzer leerde ik een les starten vanuit een probleem.  Zo wordt vaak het doel van de les meteen duidelijk voor de kinderen.  Dit probleem mag al eens uitdagend zijn.  Het zou kinderen aan het denken moeten zetten.  In 'het grote échte leven' is het vaak niet anders. Regelmatig worden we geconfronteerd met problemen die op het eerste zicht haast onoverkomelijk lijken.  Door intensief na te denken komen we een stap dichter bij de oplossing en het uiteindelijke doel.  Het zelf oplossen van een probleem stelt ons in staat dat probleem een volgende keer doelgericht aan te pakken. 

Ik stel mijn kinderen nog steeds graag problemen voor.  Tijdens eender welk vak begin ik de lessen veelvuldig met een probleemstelling.  Door dit wat meer leven te geven, worden ze wakker geschud.  Een verhaal dat zo uit de realiteit gegrepen lijkt toevoegen aan het probleem is meestal een kleintje.  Het effect hiervan is echter niet te onderschatten. De kinderen vliegen er met vol enthousiasme in.  Alsof hun leven ervan afhangt, soms. 

De polyvalente hal op school was een brede rivier vol met hongerige krokodillen.  De nietsvermoedende eenaatjes stonden gewillig te wachten aan de oever van die rivier.  Klaar om hun opdracht te aanhoren. Ze kregen alvast de opdracht niet op de rubber vloer te staan, zich zo onzichtbaar mogelijk op te stellen aan de rand van de zaal.  Terwijl ik de stoelen klaar zette, kreeg ik enkele wel gepaste 'uhs?' rond mijn oren geslingerd.  De nieuwsgierigheid geprikkeld trakteerde ik hen op een op het eerste zicht onhaalbaar probleem: "Bereik met z'n 17 de overkant van de rivier zonder ook maar een voet in het water te zetten. De zeven stoelen die klaarstaan, mag je hiervoor gebruiken."

Al vaker werkten de kinderen in groepjes samen. Partnerwerk en groepswerk met 3 of 4  is ons niet onbekend.  Soms waagden we ons al wel eens aan een werk met de ganse klas.   Maar nog nooit was het probleem zo groots. De hoofden begonnen duidelijk zichtbaar te werken.  Er werd al voorzichtig iets voorgesteld aan enkele medeleerlingen.  Al gauw ontaardde dit in een door elkaar gepraat, mekaar overtreffend in volume.  Tot B. opperde dat ze er zo zeker niet zouden uitgeraken. Ze moesten wel naar de overkant, hè.  De  start was gemaakt.  De kinderen bespraken in groep het probleem. Een voor een deden ze een voorstel tot oplossen van dat probleem.  Het ene al haalbaarder dan het andere.  Elkaar voorttrekkend terwijl ze op de stoelen liggen, leek zelfs mij minder ideaal.  Ik mengde me bewust niet in het gesprek.  Observeren was mijn taak. Mezelf uiteraard bewust van de meest gunstige oplossingsweg.  Een inleidende samenwerking tussen een groepje van vier kinderen, maakte voor de andere heel wat duidelijk.  Tijd voor actie.

De stoelen werden op een rijtje gezet, enkele kinderen waagden zich hier op.  De stoelenrij werd langer, waardoor ook anderen de stap zetten.  Sommigen moesten worden overtuigd om de 'brug' te betreden.  Duidelijk onder de indruk van de rivier vol krokodillen.  Terwijl een grote groep waaghalzen zich al op de denkbeeldige brug bevonden, hielden anderen hun voeten liever droog.  Ze werden aangemoedigd het er toch op te wagen.  Spontaan kwamen de hulpacties op gang.  De iets bangere kinderen  werden op een stoel geholpen en gesteund, zodat ze er zeker niet zouden afvallen.  Alle kinderen aan boord, alle stoelen bezet.  "Meester, wij hebben meer stoelen nodig!" Probleem twee deed zich voor.  Er werd geopperd om de stoelen wat verder uit elkaar te plaatsen.  Onmiddellijk afgekaatst door enkele anderen die zeiden dat ze dat nooit zouden kunnen halen.  Na opnieuw lang heen en weer overleg, kwam de trein dan eindelijk toch in gang.  De kinderen maakten zich klein.  Sommigen zaten op hun hurken, hielden elkaar vast of stonden op de tippen van hun tenen.  Vele motiverende woorden vlogen rond onze oren.   De boodschap dat écht iedereen de overkant moest halen, werd duidelijk begrepen.

Het werd een woelige tocht over de rivier met veel "whoepsen", "helps" en "oh-oohws".   E. waagde het er toch eens op zijn tenen nat te maken, moest terug en werd behulpzaam
terug bij de groep gebracht door F.  Wanneer we de helft van de zaal bereikten, was ons glas eerder halfvol dan halfleeg.  Door actief samen te werken, mekaar ondersteunend en
de moed niet te verliezen, bereikten we de overzijde.  Het gejuich was oorverdovend toen iedereen op de oever terechtkwam.  Iedereen vol lof over zijn eigen bijdrage aan de groep.  Ook de anderen werden niet vergeten. De groepsgeest was niet te onderschatten.  Wat eerst een niet te behalen opdracht leek, werd een "we hebben dat toch maar mooi voor elkaar gebracht"-gevoel.  Supertrotse gezichten.  Fier op hún prestatie. 

Het was duidelijk dat ze genoten hebben van de opdracht.  "Maar heb je er ook iets van bijgeleerd," was mijn slotvraag.  Wat oorspronkelijk bedoeld was als tussendoortje, bleek een heel leerproces op gang te zetten.  De meest onverwachte antwoorden kwamen mijn richting uit. Deze gingen niet over natte voeten of krokodillen.  "Iets moeilijks lukt toch, als je maar probeert," vond ik een heel mooie samenvatting van het oplossen van het probleem.  Gevolgd door: "We kunnen heel veel van elkaar leren;" en "stoelen zijn sterk, want die kunnen ons allemaal dragen.".  Maar het was toch de teamgeest die hen het meest bijbleef.  Ze hebben zichzelf overtroffen.  Als groep.

maandag 26 maart 2012

Wie heb ik aan de lijn?

Mezelf volledig bewust van het nut van leren communiceren, liep de les taal helemaal uit, waardoor die dag de duur van de rekenles aanzienlijk gecomprimeerd werd.  Na de traditionele momenten van het aanvankelijk lezen (letterkennis, woordrijtjes en tekst lezen), wachtte ons nog een interessante activiteit spreken.  Voorzien van een volledig arsenaal afgedankte gsm's en dummy's (met dank aan de plaatselijke telecomwinkel), bereidde ik de eenaatjes voor op hun eigen telefoongesprek.  Het verbaasde me enigszins hoe moeizaam we kwamen tot enige elementaire telefoonbeleefdheid.  Verwonderd dacht ik aan al die goeiemorgends, alstubliefts en dankjewels die dagelijks rond mijn oren vliegen.  De eenaatjes hebben heus wel besef van enige beschaafdheid. En natuurlijk zijn we op school om iets bij te leren. Het zou zonde zijn moesten de leerlingen alles al kunnen en weten nog voor we het hen aan willen leren.  Het zou ons, onderwijzers, overbodig maken, wat natuurlijk niet de bedoeling kan zijn.


De kinderen kunnen mondelinge informatie overdragen en verschillende mondelinge boodschappen van anderen verwerken in relevante situaties in en buiten de school.  (eindtermen lager onderwijs, Nederlands) 


Tijd om te leren telefoneren, dus: "Wat zeg je als je de telefoon opneemt?"  De welbekende K3-hit indachtig wilden we heel graag weten 'met wie we alstublieft spreken?'  We zagen echter over het hoofd om onszelf voor te stellen wanneer we de telefoon opnemen.  Het is natuurlijk zo dat een fictief telefoongesprek in een klassituatie behoorlijk ver staat van de werkelijkheid.  In die geknutselde schoolse wereld kunnen we namelijk gewoon zien wie er telefoneert en wie er opneemt.  Een transfer die voor kinderen van 6 of 7 jaar nog moeilijk te maken is.  Toch konden we ons met enige fantasie voorstellen alsof het echt was.  De telefoons werden doorgegeven in de klas.  Er werd duchtig getelefoneerd en vooral geoefend.  De kinderen kwamen algauw tot een volgend probleem.  Als er gebeld wordt, is dat meestal ook met een bedoeling.  Waarover gaan we praten tijdens ons telefoongesprek?  Deze boodschap komt gewoonlijk van diegene die het initiatief neemt te telefoneren.  Hij zal het onderwerp van het gesprek aandragen.  Het werd al gauw duidelijk dat een telefoongesprek érgens over gaat.  Onze eenaatjes zijn doelgerichte kinderen en zullen dus zeker niet bellen om te bellen.




Zo kwamen we tot een eenvoudige, toch belangrijke structuur voor ons zelf te voeren telefoongesprek.  In staakwoorden werd op het bord genoteerd welke elementen tijdens een telefoongesprek aan bod komen.  Gesteund door enkele drieletterwoorden in een juist geplaatste volgorde bereidden de kinderen hun eigen telefoongesprek voor.  Samen met een partner kozen ze het onderwerp van gesprek.  Er werd nog afgesproken wie er naar wie telefoneerde en de eigenlijke spreekoefening kon beginnen.  Na een intensieve en belangrijke tijd van het gesprekje voorbereiden, bijschaven en bespreken, volgde voor de groepjes die wilden een toonmoment.  



De taalles werd er een van veel indrukken.  Zowel voor de kinderen als voor hun leerkracht.  De beperkte rekentijd die overbleef werd nadien ruimschoots ingehaald.  De telefoonvaardigheden kregen tijdens het daarop volgende hoekenwerk nog een staartje.  De zithoek werd omgetoverd tot een heus callcenter waar de telefonisten de hele voorraad telefoons aangeboden kregen.  Er werden afspraken gemaakt om te komen spelen, samen naar de cinema te gaan, spaghetti te maken, snoepjes te delen en regenwormen voor de kippen te zoeken.  Aan de ene kant van de lijn werd er eventjes op gewezen dat er niet gevraagd werd met wie er gesproken wordt.  Kinderen die elkaar iets kunnen leren... enorm mooi om te zien!

Binnen de lessen spreken kan er een opbouwende leerlijn 'spreken aan de telefoon' opgemaakt worden.  Onderstaande structuur is gebaseerd op het leerplan spreken van OVSG.  
  1. Antwoorden op gestelde vragen.
  2. Precieze en passende vragen stellen en antwoorden geven.
  3. Relevante vragen stellen en antwoorden geven, zodat het gesprek gaande wordt gehouden.
  4. Gespreksconventies respecteren tijdens het vragen en antwoorden.
Aan de slag met telefoons!  Multifunctioneel in de klas.  Te gebruiken in diverse vakgebieden en lessen.  Een kind voelt zich niet zo lekker en wil niet meteen zeggen wat er scheelt, krijgt een stimulans de probleempjes te delen door het aan de (speel)telefoon te zeggen.  Een les drama met de telefoon.  Zoek- en raadspelletjes aan de telefoon.  123Lesidee nam in het thema 'griezelen' enkele kant en klare dialoogjes voor aan de telefoon op.  Op Tekstvaardig kan je terecht voor een 15 bladzijden tellende oefeningenbundel voor telefoongesprekken.  Leerkracht.nl maakte in het thema 'pesten' een leerlijn rond de kindertelefoon.  Verder ook een thema rond communicatie.  Kinderpleinen heeft het onderwerp telefoneren heel erg ruim bekeken, met aandacht voor geschiedenis en technologie.  Op enkele Yurlssites kan je nog terecht voor een verzameling links en opdrachten voor interessante communicatielessen: piekerpad tele-communicatie, mediawijsheid, webpad 112 en fun met media.  

Later bedacht ik nog dat ik misschien nog kansen heb laten liggen.  Ik besefte opeens dat de kinderen de traditionele (of heet dat antieke?) telefoon vermoedelijk niet eens meer kennen.  Die met de draaischijf en hoorn aan een kruldraad.  Het had een lesje tijd kunnen worden.  Techniek toepassen had ook gekund.  Met twee blikken en een strakgespannen koord mekaar 'opbellen' vinden jonge kinderen ongetwijfeld spectaculair.  Telefoons uit elkaar prutsen en weer monteren.  Stof om volgend jaar over na te denken. Ik laat me alvast inspireren door het thema op Encyclopedoe.

maandag 12 maart 2012

Taalbeschouwend communiceren

Taal kan je spreken, lezen, denken, schrijven, helpen, ... Taal is alomtegenwoordig.  Taal is communicatie en communicatie is taal.  Al vanaf hun geboorte komen kinderen in contact met taal.  Zonder zich bewust te zijn van het proces van zender-boodschap-ontvanger, maken jonge kinderen dagelijks deel uit van dit principe.  Ze hebben geen weet van het verloop van de communicatie en zijn niet bekend met de opzet ervan.  Vanaf de kleuterleeftijd komen kinderen in klassituaties veelvuldig in contact met taal.  De kleuterjuf spreekt, benoemt, verwoordt en drukt zich uit.  De kleuters reageren in hun taal op de berichten van hun leerkracht.  Er treedt een wisselwerking op waarbij kleuters constant in contact komen met het juiste gebruik van taal.  


Vanaf de lagere school worden kinderen zich meer en meer bewust van het communicatieproces.  Ze kunnen zich stilaan een beeld vormen hoe een boodschap zal overkomen bij de ontvanger en wat de invloed van die boodschap kan zijn.  Kinderen voelen zich vanaf dan ook deel van de wereld rondom zich.  Een wereld met anderen die  daarin ook een hoofdrol spelen.  Een groot deel van het taalonderwijs dat aan kinderen aangeboden wordt, berust zich op het principe van zender-boodschap-ontvanger.  Door  het onderwijzen van de vier taalvaardigheden (spreken, schrijven, luisteren en lezen) worden kinderen zich bewuster van dat principe.  Daarbovenop krijgen kinderen nog een 5de deelgebied tijdens de lessen taal: taalbeschouwing.  In lessen taalbeschouwing wordt stilgestaan wat er met de gebruikte taal bedoeld wordt, waarom taal gehanteerd wordt en hoe die wordt gebruikt en in elkaar zit.  Om over taal na te denken, moet enige abstractie kunnen gemaakt worden.  Er wordt verwacht dat er enige afstand kan gemaakt worden met de taal alvorens hierover te kunnen reflecteren.  Bovendien moet er taal gebruikt kunnen worden om over taal te kunnen praten.  Het kunnen omvatten van het communicatieproces neemt een groot deel in van de leerstof taalbeschouwing.  Hoe communiceer ik het best zodat mijn boodschap juist overkomt zoals oorspronkelijk bedoeld?  Begrijp ik de boodschap die voor mij bestemd is?  Op welke verschillende manieren kan ik een boodschap brengen en wat is het verschil hiertussen?  Het nadenken over communicatie krijgt steeds meer een belangrijkere positie in het onderwijs.  Door leerlingen taalvaardiger te maken, geef je hen meer en betere sociale kansen.  Taalvaardigheid betekent immers de behendigheid om taal te gebruiken op een behoorlijke manier gebruiken binnen relevante communicatieve situaties.  De lessen taalbeschouwing kunnen hierbij een belangrijke rol spelen.  


illustratie: Joke Van Leeuwen


Het mag hier echter niet bij blijven.  Ook binnen andere vakken, lessen en schoolse situaties kunnen kinderen uitgedaagd worden om na te denken over hun taalgebruik.  De rol van de leerkracht is hierbij niet te onderschatten.  De taal die dagelijks in de klas en op school gebruikt wordt, wordt steevast opgepikt door de kinderen.  Een rijk taalaanbod op school is (al vanaf de kleuterklas) erg voornaam.  We willen tenslotte dat de kinderen die we onderwijzen slagen in hun verdere leven.  Kinderen reflecteren al van jongs af aan (onbewust) op het taalgebruik van zichzelf en van anderen.  Ze steken enorm veel op van een interactie met een leerkracht.  Het is zinvol om regelmatig dieper in te gaan op verschillende aspecten van de leerstof, zowel tijdens de lessen taal als tijdens andere vakgebieden.  De expliciete benadering van dat taalgebruik komt aan bod tijdens de lessen taalbeschouwing.  Andere lessen kunnen wat taal betreft gezien worden als inoefenmomenten.  Wanneer kinderen een taalfout gebruiken tijdens interacties, is het van belang hen hierop attent te maken.  Taalonderwijs is een proces, waarin kinderen groeien en de kans krijgen zichzelf te verbeteren.  

Hedendaags taalonderwijs sluit aan bij het ontluikend nadenken van jonge kinderen over taal en over eigen en andermans taalgebruik. Het specifieke van het onderwijs in taalbeschouwing is dat het kinderen ondersteunt om in natuurlijke situaties met meer diepgang over taal en taalgebruik na te denken, te reflecteren.  Wat taalbeschouwing betreft, betekent dit dat kinderen enkel met die taalbeschouwelijke termen en begrippen te maken mogen krijgen, waar ze op dat moment klaar voor zijn. Dus rekening houdend met het niveau van hun cognitieve ontwikkeling en van hun abstractievermogen. (uitgangspunten Nederlands, taalbeschouwing)


Wie op zoek gaat naar een gevarieerd taalaanbod en interessante activiteiten, kan niet rond het Klascementproject 'De Lat Hoog Voor Talen'.  Met ruim 6000 bijdragen van enthousiaste leerkrachten is deze talensite veruit de grootste bron van inspiratie en ideeën voor onderwijzers: kant en klare taalopdrachten, online oefeningen, artikels, documenten, links en ongetwijfeld veel meer.



Voor leerkrachten van de laatste graad basisonderwijs en eerste graad secundair onderwijs bestaat er Neejandertaal.  Een taalmethode die op een constructieve en taakgerichte manier taalonderwijs aanbiedt.  Met de nodige creativiteit die elke leerkracht ongetwijfeld in zich heeft, kunnen de lesfiches ook herwerkt worden naar lagere leerjaren.  Neejandertaal biedt op zijn website 75 lessen taalbeschouwing aan, volledig voorzien van duidelijke handleiding en leerlingenfiches.  Door hier aan te werken, begrijpen de leerlingen meteen het belang van taalbeschouwing en juist gebruik van taal.  De methode stelt voor om veel taken in groep of via partnerwerk te laten maken.  Neejandertaal gaat prat op een nieuwe aanpak.  De leerkracht is niet de hoofdacteur in het lesgebeuren.  De leerlingen krijgen niet eerst een theoretisch kader alvorens deze te reproduceren.  Ze komen zelf tot inzichten tijdens en na het werken aan de opdrachten.  De klassikale evaluatie van elke opdracht/les is echter wel een must om de les te doen slagen.


Op "Taalvorming En Taaldrukken" kan je terecht voor een berg praktische tips en lesontwerpen die je lessen taal extra boeiend kunnen maken.  De website is een digitaal plakboek waarbij tekst en inhoud een samenstelling is uit verschillende bronnen.  Het biedt heel wat kansen om met taal aan de slag te gaan tijdens verschillende vakgebieden. De taalactiviteiten en -info zijn onderverdeeld in vijf verschillende thema's:

  • Taalvisualisatie = een manier van werken waardoor taal zichtbaar wordt;
  • Taalvorming = de ontwikkeling van talige expressieve en creatieve vermogens:
  • Taalexpressie = het vermogen om te zeggen, te schrijven en te drukken wat je op je hart hebt;
  • Taaldrukken = een activiteit waarbij een reeks werkvormen binnen de praktische mogelijkheden ingezet wordt;
  • Taal en beeld = de wisselwerking en afhankelijkheid tussen beelden en taal.