Posts tonen met het label rekenen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rekenen. Alle posts tonen

maandag 20 februari 2012

Plustaken #2

"WAT MOETEN WE DOEN ALS WE KLAAR ZIJN?" 
Een vaak gehoorde vraag in de lagere school.  Een vraag met een betekenis.  Kinderen zijn zich ervan bewust dat ze op school zijn om te leren.  Ze willen die tijd ook zo optimaal mogelijk benutten om zaken in te oefenen en bij te leren.  Als leerkracht kan je op zulke vraag op verschillende manieren reageren:


"We wachten even tot iedereen klaar is."  
Een dooddoener waardoor ongetwijfeld de betrokkenheid en concentratie zal verminderen.  Dikwijls met een minder optimaal effect als gevolg: leerlingen die zich beginnen te vervelen, werkende kinderen die worden afgeleid door zij die al klaar zijn.    


"We houden ons in stilte bezig."  
Ongetwijfeld een vaak gehoorde reply in het Vlaamse onderwijs.  Hiermee houd je de klas aan de gang, zodat de minder snelle leerlingen de tijd krijgen om hun pakket af te werken.  Zij die zich in stilte horen bezig te houden, krijgen hierbij heel wat verantwoordelijkheid en vertrouwen mee.  Ze mogen zelf hun taak kiezen, werken hier individueel aan en zorgen ervoor dat ze hierbij niemand storen.  Er kan wat beweging in de klas ontstaan.  Een potlood dat dient aangeslepen te worden, materialen die genomen worden.  Vaak volgen er nog meer vragen op het antwoord van de leerkracht: "Mogen we verder knutselen?" "Mag ik aan de computer?"...  Wanneer een groepje kinderen extra remediëring nodig heeft, bereid je je als leerkracht beter voor op de chaos die volgt.  Het is zeker aangewezen om vooraf te bedenken wanneer je de kinderen 'in stilte aan het werk' zet.  Bij gelegenheid kan de verantwoordelijkheid die je de kinderen meegeeft, toch nuttig zijn.  Het maakt hen er bewust van en bovendien zelfredzamer. 


AAN HET WERK MET PLUSTAKEN 
plustaak*: zelfst.naamw., de~, plustaken; werk dat je moet doen ter uitbreiding van de basis- en inoefenleerstof
De verschillen in tempo en competenties zijn in een klasgroep vaak niet te onderschatten.    Wanneer sommige kinderen zich stukbijten op oefeningen, zwemmen anderen door de leerstof heen alsof het niets is.  "Ik ben klaar, wat mag ik nu doen?"  Sinds mijn eerste stageles ga ik doelgericht op zoek naar taken en zaken die de kinderen krijgen wanneer zij hun belangrijke oefentijd afgerond hebben.  Bij klassikale vrije momenten zullen tussendoortjes voor een grote betrokkenheid zorgen.  Wanneer er individueel of in groep gewerkt wordt, kunnen de extra taken ook individueel aangeboden worden.  Een correct beeld van de verschillende competenties van de leerlingen kan zorgen voor een gepaste differentiatie ter uitbreiding.


REKENUITBREIDING
Onze rekenmethode, Zo Gezegd Zo Gerekend, werkt volgens het gestructureerde BHV-principe:  de Basisoefeningen worden door alle leerlingen gemaakt, de Herhalingsoefeningen krijgen zij die nog extra inoefening nodig hebben, de Verdiepingsoefeningen gaan net een stapje verder en zijn voor hen die de leerstof compleet beet hebben.  Deze bieden een uitdaging aan die kinderen voor een probleem stelt, gericht op de leerinhoud van de les.  Toch kunnen ook die oefeningen voor sommige leerlingen niet snel genoeg gaan.  Daarvoor ging ik op zoek naar meer, extra uitdaging.  Via de zorgjuf kregen we voor zij die het echt nodig hadden, Sterk Rekenwerk voorgesteld.  Een methode van uitgeverij Van In die volledig naast eender welke rekenmethode gebruikt kan worden.  Twee eenaatjes kwamen in aanmerking voor die uitdaging.  Zeker de moeite voor hen, maar de anderen bleven op hun honger zitten.  Verder op zoek, dus.  Zo verzamelde ik een heleboel downloads, ter inzages en gedeelde documenten.  Door ze samen te bundelen, maakte ik verschillende Rekenkranten op.  De opzet hiervan is net dezelfde als het Sterk Rekenwerk, maar de uitdaging ligt anders.  Meer gebaseerd op verdieping, maar toch weer anders dan de driehoekjes van de rekenmethode.  Hieronder een exemplaar van De Rekenkrant tot 10.  
Wie interesse heeft in afdrukbare exemplaren van De Rekenkrant in pdf, mag gerust een mail sturen.  Een inzage in Sterk Rekenwerk vind je op deze pagina.



LEESUITBREIDING
Veilig Leren Lezen is opgebouwd met een geweldige aanpak. Naast de gewone (basis) leerstof en inoefening, biedt de methode nog extra uitbreiding en herhaling aan in de vorm van raketjes en zonnetjes.  De methodesite geeft de kans aan gebruikers hun tips te delen en levert bovendien nog extra (gratis) materiaal aan.  Hierop geïnspireerd, maakte ik pictogrammen voor de uitloopopdrachten en plustaken.  Kinderen die klaar zijn met hun moetjestaken, kiezen hun eigen uitbreiding uit de aangeboden picto's aan het bord.  Deze kunnen uiteraard veranderen van dag tot dag.  Op de klasyurls verzamelde ik heel wat leesoefeningen om aan te werken aan de computer.  De kinderen krijgen de verantwoordelijkheid mee te oefenen op zaken die ze zelf nog moeilijk vinden.  Door de pictogrammen op verschillende gekleurde bladen te kopiëren, bied je ook hier gedifferentieerde plustaken aan.  Dit alles is gebaseerd op het erg mooie, maar dure planbord van Veilig Leren Lezen.  








* De definitie van plustaak is volledig van mijn hand en niet gebaseerd op bestaande woordverklaringen.  Het is een term die in mijn klas gebruikt wordt voor de taken waarover sprake

zondag 29 januari 2012

Records verbreken!

ZE WORDEN GROOT
Vanaf januari kan ik van de eenaatjes écht zeggen dat ze kinderen van de lagere school zijn.  Ondertussen zijn ze vertrouwd met de grote school, kennen ze de leerkrachten en de werking.  Meestal weten ze zelfs dat de klas er is om dingen bij te leren en in te oefenen.  Zo zullen wij elke dag intensief werken aan lezen, schrijven en rekenen.  Door veelvuldig en herhaaldelijk aan het werk te gaan, zullen de technieken goed beklijven.  

"ONTLUIKEND HOOFDREKENEN"
Tijdens de rekenlessen hebben de kinderen stap voor stap de verschillende cijfers tot 9 leren kennen.  Natuurlijk gebruikten ze deze al lang in de telrij en bij het aangeven van hoeveelheden.  Het is echter belangrijk dat de cijfers voor hen een inhoud hebben.  Met behulp van materiaal, schijfjes, rekenrekje en de getalbeelden kregen de cijfers betekenis.  Tijdens dit proces werd er kennis gemaakt met de bus.  Hoeveel mensen zitten er in de bus?  Hoeveel stappen er op/uit?  Hoeveel mensen zitten nu in de bus?  De bewerkingen waren geboren.  We deden allemaal mee met de schijfjes op het busblad.  Daarna met het rekenrek.  Hierdoor kregen de bewerkingen inhoud.  Tijdens deze betekenisvolle bewerkingsactiviteiten wisselde ik bewust 'plus' af met 'vermeerderen', 'bijdoen', 'vergroten', 'meer' en 'erbij'.  Stilaan kreeg dus ook het teken + een betekenis.  Voor het teken - was dat niet anders.

AUTOMATISEREN TOT 10
Vanaf januari ben ik gestart met het bewust memoriseren en automatiseren van de sommen.  Deze kregen in de eerste trimester een inhoud, zodat ze nu vlot zouden gemaakt kunnen worden.  Dat is belangrijk voor het latere hoofdrekenen.  Wanneer we binnenkort boven de 10 zullen rekenen, komen er technieken aan te pas waarbij de basisbewerkingen tot 10 vlot gebruikt moeten worden.  Wanneer kinderen een som als 12 + 5 oplossen, wordt er verwacht dat 2 + 5 eenvoudig kan worden opgelost.  Dat is de reden waarom we intensief werken aan het automatiseren van de bewerkingen tot 10.  Het verdelen van deze sommen in categorieën kan helpen om vlot tot een antwoord te komen.  Zo vond ik bij de downloads van Onderwijsgek verschillende somtypen voor de bewerkingen tot 10.



Het doel van automatiseren is om snel het antwoord te kunnen geven op een som met behulp van, door de leerling al bekende, rekenfeiten en handige strategieën.  De leerlingen voeren een oplossingsstrategie uit die zonder nadenken uitgevoerd kan worden en die rechtstreeks naar de oplossing leidt.  Leerlingen rekenen dus zonder veel bewuste aandacht voor de berekening zelf. Automatiseren staat dus niet op zichzelf en betekent niet het gedachteloos instampen van strategieën en oplossingen. Door regelmatig te oefenen op tempo verloopt het uitrekenen van de sommen uiteindelijk foutloos, vlot en vloeiend. 

RECORDS VERBREKEN
Elke dag starten we met een kort moment sommen oefenen.  Elke leerling heeft hiervoor zijn eigen sommenboekje.  Elke ochtend, na het vaste moment in de zithoek, krijgen de eenaatjes voortaan 40 sommen voorgeschoteld.  De bedoeling is om er zo veel mogelijk juist te hebben binnen de 3 minuten.  De tijd wordt op het digibord getoond met een time timer.  Na het invullen, verbeter ik de antwoorden en noteer de scores op de eerste bladzijde.  Op de tweede bladzijde van het boekje staat een grafiek waar de evolutie wordt bijgehouden.  Zo krijgen we elke dag de kans om ons eigen record te verbreken.  Kinderen die de 40 sommen binnen de tijd klaar hebben, raad ik telkens aan om naar de aftelklok te kijken.  Zij proberen de volgende dag meer tijd over te houden.  En of er records verbroken worden!  Vaak hoor ik een 'YES' of 'WOOW' bij het eindsignaal.  De kinderen spelen tegen zichzelf en zijn zich ervan bewust dat ze beter worden in de bewerkingen.  Het sommenboekje kan gedownload worden via deze link op Klascement of stuur me een mail voor de printklare versie.  


INOEFENEN
Naast de dagelijkse verwerking van de bewerkingen, is het natuurlijk belangrijk dat er heel vaak geoefend wordt op de sommen tot 10.  Via verschillende activiteiten oefenen we hier vaak op tijdens de lesdagen.  Ik maakte op Quizlet flitskaarten met alle sommen.  De kinderen bedienen zelf het digibord en laten aan de anderen de sommen en hun antwoorden zien.  




We oefenen ook op meer speelse manieren onze sommen.  Terwijl ik meneer Konijn, een blauwe snoezige knuffel, door de klas gooi, roep ik een som.  Diegene naar wie het beest geworpen is, zegt zo vlug mogelijk het antwoord en gooit 'm terug.  Bloggende schoonzus/juf Hilde berichtte vorige week over een manier om in de klas de tafels te oefenen.  De kinderen wandelen, dansen door de klas op een vrolijk muziekje.  Wanneer de muziek stopt, zoeken ze een vriendje en bestoken elkaar met de bewerkingen.  Eenvoudig te vertalen naar de sommen tot 10.  Hits van Gotye, Stromae en Bruno Mars knalden al door de boxen tijdens onze rekenles.  Door beweging te koppelen aan de hersenactiviteit, zouden kinderen beter onthouden.  We zullen tijdens onze rekenactiviteiten ook nog gebruik maken van de speelkaarten, dobbelstenen, vliegenmeppers en wat ik nog meer zal tegenkomen.


Rekenen saai?!  Helemaal niet!


BRONNEN:

donderdag 12 januari 2012

Hulp gevraagd? Hulp geboden!

HULP GEVRAAGD?
Kinderen die elkaar iets leren, is mooi om zien. Ze zijn oprecht trots dat ze een klasgenoot iets kunnen bijbrengen. Of zijn fier dat ze dankzij een ander kind iets nieuws kunnen.  In de klas laat ik sterke rekenaars regelmatig oefeningen uitleggen aan kinderen die de oefeningen (nog) niet begrijpen.  Voor de uitlegger is het nuttig alle stapjes in zijn hoofd te herhalen en deze te verwoorden.  Voor het kind dat geholpen wordt, is de extra uitleg van een leeftijdgenoot soms duidelijker dan die van een leerkracht.  Zij spreken tenslotte dezelfde taal.  Een win-winsituatie, die ook de leerkracht meer mogelijkheden biedt om beter gedifferentieerd te werk te gaan.  Hierdoor krijg je de kans om de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben volop bij te werken.  Je hebt de tijd om met materiaal de leerstof opnieuw voor te leggen of om opnieuw terug te grijpen naar de oorspronkelijke instructie.  


HULP GEBODEN!
Belangrijk voor het helpen is dat alle kinderen precies weten wat helpen inhoudt.  Het kan niet de bedoeling zijn dat de helper alles zo maar gaat voorzeggen.  Helpen is op gang brengen.  Een manier uitleggen die tot het juiste resultaat komt.  Zowel de helper als de geholpene moeten bewust zijn van dat belang.  Door iemand op de goede weg te zetten, verwacht je dat diegene nog wel het werk heeft om met de geboden uitleg zélf het resultaat te bekomen.  Vergelijk het met iemand die aan jou de weg komt vragen.  Door de weg duidelijk toe te lichten zal deze op het juiste punt terechtkomen.  Hierbij wordt nog enige denkactiviteit en actie verwacht.  Je kan echter ook de hele weg meewandelen tot het doel, waardoor de wegvrager meer aandacht heeft voor jou dan voor de af te leggen weg.  Hierdoor loop je het risico dat je de volgende keer opnieuw dezelfde vraag krijgt.  


EN DE LEERKRACHT DAN?
Die wil zich er zeker niet van af houden!  Naast het gevoel van voldoening bij het zien van kinderen uit zijn klas die elkaar iets kunnen bijbrengen, heeft de leerkracht zijn handen vrij om kinderen die dat écht nodig hebben te begeleiden.  Tijdens zelfstandige rekenopdrachten verdeel ik mijn klas vaak in drie of vier groepen.  Er is een groep van wie ik weet dat zij de oefeningen, na de nodige instructie, volledig zelfstandig kunnen maken.  Zij mogen na het maken van een blad of opdracht (naargelang de afspraak) hun oefeningen zelfstandig verbeteren.  Deze groep is meestal ook het eerst klaar, zodat die de oefeningen alvast heeft gezien en gemaakt waar de andere groepen aan bezig zijn.  Een tweede groep werkt ook volledig zelfstandig.  Zij kunnen hulp vragen aan de eerste groep.  De taken worden zelfstandig verbeterd.  Na het verbeteren, laten ze hun oefeningen nog aan mij zien.  Zo krijg ik een idee van hoe de oefeningen verlopen en waar de kinderen zijn.  Indien er nog een fout is, wordt hierop gewezen en wordt er eventueel een kind van groep 1 bijgehaald.  De kans dat ik dan analoge oefeningen klaar heb, is groot.  Een derde groep werkt in de buurt van mij, zodat ik hun concentratie en betrokkenheid nog kan observeren en eventueel bijsturen.  Ze werken echter wel zelfstandig aan de taken.  Hun opdrachten worden door mij verbeterd.  Indien ze een vraag hebben, roep ik er voor hen een helper bij.  Een laatste groep oefent meer in groep, samen met mij.  Zij hebben nood aan verlengde instructie.  Nood aan extra inoefening.  Aan concreet materiaal...  


Tijdens het werken op deze manier voel ik een soort werkrust.  De kinderen zijn gemotiveerd door de interactie met elkaar.  Er mag al eens van de plaats gekomen worden.  Om te verbeteren.  Om te helpen.  Zonder elkaar te storen, natuurlijk.  Tijdens het werken hebben we vaak onze time timer aanstaan.  Zodat het voor de kinderen duidelijk is hoe lang we nog te werken hebben.  De rust komt er ook door actiever met een klein groepje aan de slag te kunnen.  Te weten dat de hele klas toch geobserveerd en opgevolgd wordt.  Tijdens het werken, houd ik alles bij op een klaslijst.  Elke oefening, iedere vooruitgang, elke uitbreiding probeer ik zo te bewaren.  Eventueel om kinderen naar andere groepen te laten overgaan.  De samenstelling hiervan is enorm flexibel.  Niet gebonden aan tijd.  Het is een veranderend proces.  Net als het leren zelf.