Posts tonen met het label opvoeden. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opvoeden. Alle posts tonen

zondag 2 december 2012

Waar zijn we mee bezig?


Al vanaf mijn eerste onzeker stapje in 'het onderwijs' was het duidelijk dat ik steeds naar een doel moet toe werken.  Doelgericht én doelbewust.  De weg daar naartoe is van groot belang om het doel zo effectief mogelijk te bereiken.  'Het onderwijs' is een proces waar de opgestelde doelen richting geven van de te bewandelen route.  Naargelang dat proces vordert, zullen de individuele doelen meer van elkaar verschillen.  Onze leerlingen maken persoonlijke keuzes.  

Soms houden enkel de belangrijke vragen me bezig.  Waarvoor doen we het allemaal?  Welke meerwaarde betekenen we voor de maatschappij?  Zijn we echt wel zo goed bezig als we denken?  Sinds het actief, bewust beluisteren van 'Ruimtevaarder' van Kommil Foo probeer ik het lesgeven meer te doorgronden.  Welk doel hebben de doelen?  Waar gaan we naartoe?  Waarop bereiden we onze leerlingen voor?  Als leerkracht ben je je ervan bewust dat de kinderen die je voor je hebt, de latere volwassenen zullen zijn.  Zij die de wereld draaiende zullen houden.  In een maatschappij die wij op dit ogenblik maar amper kunnen voorspellen.  De altijd maar sneller draaiende wereld zorgt voor de vraag- en uitroeptekens die ik plaats bij HET doel.


"Wat ben je in 't heelal, met de tafels van vermenigvuldiging?"

Ook onze leerlingen durven vragen te stellen bij wat ze op school voorgeschoteld krijgen.  Ze zijn zich er van bewust dat al wat ze leren waardevol in hun leven moet zijn.  Een recente studie van Eva Kyndt (K.U.Leuven) toont aan dat de motivatie om te leren van groot belang is om tot effectief leren te komen.  Daarbij pleit ze om ervoor dat leerkrachten hun leerlingen extra moeten motiveren door het nut van de leerstof te verduidelijken.  De leerlingen worden gestimuleerd door hen erop te wijzen waar deze lesinhoud later nog van pas kan komen.  Zoals gezegd bereiden wij hen voor op hun toekomst.  Wanneer we benoemen voor welke situaties de leerstof dient, zullen kinderen deze dus ook sneller tot zich nemen.  In zijn blog X, Y of Einstein analyseert Pedro De Bruyckere erg vaak de nieuwe generatie jongeren.  Mede door hem Generation Why genoemd.  Wat kinderen motiveert om tot leren te komen, hen stimuleert kennis en vaardigheden op te doen, zijn enkele eigenschappen van de leerkracht die hen onderwijst: vakkennis, passie, uniek, afstand en vertrouwen.  

"Ik wil planeten gaan ontdekken, in de hoop dat daar iets leeft!"

Het zijn de eindtermen die bepalen waar we onze kinderen naartoe sturen.  Deze lijst doelen bevat kennis, vaardigheden, inzichten en attitudes.  Zonder de eindtermen in twijfel te willen trekken, durf ik me soms toch de vraag stellen of deze de essentie van 'het onderwijs' bevatten.  Is het aan ons om te bepalen hoe de wereld van onze kinderen er later zal uitzien?  Moeten we onze kinderen nog leren hoofdrekenen?  Of volstaat het om hen een rekenmachine te leren gebruiken?  Laten we kinderen nog schrijflessen volgen of kan dactylo zinvoller zijn?  Is het atlasgebruik nog van deze tijd?  Of kunnen we die niet gewoon vervangen door Google Maps?  Welk nut heeft het kompas binnen tien jaar tijd nog?  Moeten we hen niet gewoon een gps leren gebruiken?  

Vragen genoeg.  De antwoorden moeten we helaas schuldig blijven.  Die zullen ongetwijfeld over een jaar of twintig komen.  Had alles wat we aan onze huidige leerlingen vertelden echt wel zijn nut?  Zonder me hier van mijn negatieve kant te laten zien, blijven deze vragen onbeantwoord.  Ik ben en blijf een optimist.  Ook in mijn job.  Ik daag iedereen uit het onderwijs uit hierover mee na te denken.  Zij die antwoorden hebben, mogen me die gerust toesturen.  



'Het onderwijs'.  We kunnen het verschil maken!

woensdag 28 december 2011

2012... het jaar van de man

Een nieuwe Klasse in de brievenbus.  Helemaal voor mezelf.  Normaal gesproken krijgen wij slechts 1 Klasse in de bus.  Vrouwlief werkt bij CLB.  Om de papierwinkel wat te sparen, wordt op hetzelfde adres slechts één Klasse geleverd.  Geadresseerd aan de jongste van het gezin uit de sector.  Not me.  Vandaag kregen we er zomaar 2 in de bus.  Mét lerarenkaart.  Eveneens eentje op mijn naam.  


Ik lees Klasse graag.  Ik lees graag over het onderwijs.  Het kan me inspireren.  Het wakkert een vlammetje in me aan.  Het contact met de essentie van de taak.  Onderwijzen!  In Klasse ontmoet ik collega's die met hoofd, hart en handen voor de klas staan.  Vaak met een boeiend verhaal.  Een verhaal dat hen net speciaal maakt.  Ze maakten iets mee, doen iets spectaculairs, hebben feeling met kinderen, hebben een mening.  En ze krijgen een stem.  Al vind ik 'we krijgen een stem' hier gepaster.  Want in vele verhalen kan ik me spiegelen als leerkracht.  Ik herken mezelf soms.  Ik vraag me vaak af hoe ik die bepaalde dingen zou aanpakken.  Ik krijg er tips door, inzichten of achtergronden.  


Regelmatig wordt er verwezen naar TV.klasse waar bijbehorende filmpjes te bekijken zijn.  Hiernaar kijken, betekent goesting krijgen in de job.  Passie inspireert!  Een slogan met betekenis.  De Vlaams broer van Leraar24 biedt naast de aanvullingen op de artikels in het maandblad ook heel wat extra's in de vorm van 'Reeksen'.  Met plezier heb ik bijvoorbeeld 'Op de hielen van...' bekeken.  Waar bijna iedereen die ook maar iets met het onderwijs te maken heeft, een dag gevolgd werd.  God en klein Pierke in 't klein.




Een nieuw Klasse in de brievenbus.  En wat voor een.  Helemaal over mezelf.  
"2012: het jaar van de man" bloklettert de cover.  Blijkbaar een bedreigd ras, de mannelijke leerkracht.  De tendens ziet er niet goed uit, volgens Pascal Smet.  Leerlingen blijken nood te hebben aan mannen in het onderwijs.  Ik voel me aangesproken.  In deze Klasse negen bijzondere portretten van mannen in het onderwijs.  Niet alleen om het verschil tussen mannen en vrouwen voor de klas uit te leggen.  Natuurlijk zijn die er.  Ook mannen die de goesting willen overdragen aan mannelijke collega's in spe.  De kleuteronderwijzer die van zichzelf vindt dat hij zelf nog een klein kind is, maar terwijl wel ongelooflijk wijze woorden spreekt over opvoeden.  De foto verklapt dat niet alleen zijn kleuters, maar ook hij enorm veel deugd heeft van zijn job.  De leraar huishoudkunde die naast overheerlijke lasagnes ook frisdranken en luidsprekers laat maken.  Toch kunnen de verschillen niet achterwege blijven:
"Vrouwen praten blijkbaar altijd over hun kinderen, gaan nooit iets drinken, lachen niet met moppen, willen om vier uur naar huis, kunnen niet kaarten, bakken graag taarten, verwarren schoolreis met een verhuis en hebben schrik van een micro.  Mannen daarentegen blijken altijd tijd te hebben voor een pint, hebben een hekel aan administratie, zien de persoonlijke problemen van een leerling gemakkelijker over het hoofd, vertellen seksistische moppen, vinden het normaal dat hun vrouw de kinderen opvangt, zijn het eerst om de taart van de vrouwen op te eten en staan graag op een podium..."
(Klasse voor leraren nr.221 - januari 2012 )


Mijn school heeft een heel gezonde verhouding tussen mannen en vrouwen.  Eén om trots op te zijn.  De lagere school telt een tweetal vrouwen meer dan er mannen zijn (ruwe schatting).  Op de kleuterschool loopt één zorgmeester tussen het team van negen juffen. Ook om trots op te zijn.  Juffen en meesters voelen zich lekker in het team.  Soms... vaak... bijna altijd eigenlijk zitten de juffen aan de ene zijde van de tafel en de meesters aan de andere kant.  Een vreemd zicht voor nieuwkomers, die gescheiden tafelindeling.  Maar het werkt wel.  De babbel is anders.  Er wordt vaak over gegrapt.  Ook aan de mannenkant wordt tegenwoordig over kinderen gebabbeld.  En ook de vrouwen lusten graag hun stukje taart.  Maar als het erop aankomt, zijn we 1 team.  Wat mij wel al opviel is dat de stagiaires die wij over de vloer kregen bijna uitsluitend jonge vrouwen zijn.  De voorbije 10 jaar heb ik niet één jongeman als stagemeester gekregen.  


Het jaar van de man... de geblokletterde titel op de cover maakt me nieuwsgierig.  Om nog meer input te krijgen, vraagt Klasse aan scholen om hun mannenprojecten te delen.  In de vorm van een wedstrijd, die tien projecten beloont met centen.  


Als man in het onderwijs roep ik daarom ook graag van alle daken wat een geweldige job het onderwijs is.  Ik raad het iedereen met veel plezier aan.  Ik wil er graag een pint op drinken.  Mannelijke collega's zijn (net als vrouwelijke trouwens) enorm nuttig!  Ik zou binnen 20 jaar niet graag met twee of drie aan de mannenkant in de lerarenkamer zitten taart eten.  


Bedankt, Klasse.  Voor de fijne artikels, opnieuw.  Bedankt voor de lerarenkaart.  Voor de fijne extraatjes die ik hiermee kan verkrijgen.  Een bank vooruit en een kus van de meester!


Veel succes met het nieuwe jaarproject.  


_________
* Ik schreef dit stuk met plezier over het beroep dat ik met de meeste motivatie en toewijding probeer uit te voeren.  Ik sta graag in het gemengde team waarin ik me nu bevind.

maandag 23 mei 2011

Pluimpjes en duimpjes

IK HEB VANDAAG 348 KEER "GOED ZO" GEZEGD...
Nee, ik houd me niet bezig met dat te tellen, maar het staat vast dat wij onderwijzers onze kinderen dagelijks degelijk complimenteren.  
  • Een fout gelezen woord zelf verbeterd?  "Goed zo!"  
  • Zelf de veters gestrikt? "Dat kan jij goed"  
  • Iemand verder geholpen? "Doe zo voort!"
  • Een oefening op bord foutloos gemaakt?  "Knap gedaan!"  
  • De boekentassen netjes gezet? "Geweldig dat jij dat gedaan hebt"
  • ...
Vaak staan we er niet bij stil dat we zo gul zijn in onze positieve benadering naar kinderen.  De zinnetjes floepen er als het ware zomaar uit.  En maar goed ook.  Kinderen genieten ervan te horen dat ze goed bezig zijn.  


Die kleine aanmoedigingen maken het leren voor je leerlingen nog waardevoller.  Appreciatie krijgen voor wat ze doen, zorgt ervoor dat ze zich nog meer zullen inspannen waardoor de resultaten ook hoger zullen liggen.  Deze pluimpjes zorgen voor een positief leerklimaat, een omgeving die gezonde energie geeft aan de kinderen en de omgeving waarin ze leren.  Kinderen die gemotiveerd worden, beleven sneller hun succesmoment en staan positiever in het leven.  


COMPLIMENTEN GEVEN > "GOED ZO"
Naast wat je zegt is ook hoe je dat doet van belang.  Lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen zeggen vaak meer dan woorden.  Een duim in de lucht, een knipoog, een schouderklop.  Het geeft die woorden enkel maar meer kracht.  


Het kan nuttig zijn om vooraf te bedenken waarover je complimenten geeft aan welk kind in je klas.  Dat blijkt ook uit een lopend onderzoek van de Universiteit Utrecht.  Zij bekijken momenteel de manier waarop ouders, leerkrachten en hulpverleners complimenten geven aan kinderen.  Ze hopen hiervoor trouwens zoveel mogelijk mensen te kunnen bereiken met deze online enquête.  Je kan kinderen complimenteren over hun gedrag (wat doen ze goed?), over hun kennis (wat weten ze?), over hun vaardigheden (wat kunnen ze goed?), over inzet en moed, over nieuwe kleren, kapsel.  




HOE DOE JE DAT?
1.  Benoem wat het kind doet. Bijvoorbeeld:
‘Ik vind het heel fijn dat je flink aan het werk bent.’
‘Je bent bijna klaar met je taak. Knap van jou!’

2.  Geef een compliment meteen. Bijvoorbeeld: 
‘Wat knap dat je mooi in de rij staat.’ 
Het kind voelt zich gezien en gehoord. Bovendien krijgt hij of zij meteen duidelijkheid. 

3.  Beschrijf helder wat het kind goed doet en welk effect dat op jou heeft.‘Wat fijn dat je zo rustig aan het werk bent (gedrag van je kind), ik kan nu rustig verder met dit groepje kinderen (effect op jou).’



EN NU DE KINDEREN!
Jonge kinderen zijn niet vaak geneigd uit zichzelf pluimpjes en duimpjes te strooien.  Ze beseffen wel wat anderen goed doen of kunnen, maar zien niet meteen resultaat in het benoemen ervan.  Je kan hen echter wel aanleren hoe het moet en wat je ermee kan bereiken.  Ik werkte in de klas aan deze sociale competenties met een zakje echte pluimen.  De kinderen mochten er allen 1 uithalen en zichzelf ermee strelen aan hun wang of hand.  Pluimpjes voelen zacht aan, het is zelfs een prettig gevoel!  De kinderen gaven hun pluimpje door zodat iedereen een ander pluimpje had en voelden opnieuw.  Pluimpjes krijgen is leuk!  We bundelden al onze pluimpjes in een doorzichtig zakje dat zichtbaar in de klas hangt.  Hoe kunnen we nu pluimpjes geven?  Uit het zakje halen en doorgeven?  Nee, dan geraakt het zakje leeg.  Hoe kunnen we iemand een leuk gevoel bezorgen?  Door iets moois over hem/haar te zeggen!  Dat gaan we doen!  We bespraken wat mooie dingen zijn en bedachten voor iedereen iets anders.


Een volgende les kregen de kinderen allemaal een blad met hun foto in het midden op.  Dit werd doorgegeven door de hele klas.  De andere kinderen mogen hier iets opschrijven wat ze fijn vinden aan het kind van de foto.  Of wat die goed kan.  Of waarom zij zulke goeie vrienden zijn.  Heel fijne resultaten.


De postbus werd geïntroduceerd.  Vooraan in de klas staat-ie nu te blinken met een mandje met kladpapiertjes ernaast.  Elk vrij moment kunnen kinderen hier briefjes uit halen een naar elkaar schrijven, waarna ze dit in de postbus droppen.  Aan het einde van de week worden de briefjes voorgelezen en uitgedeeld.  Een efficiënte manier om pluimpjes en duimpjes te leren geven.  Bovendien leren onze eersteklassers er nog functioneel door schrijven ook.  Ik krijg vaak de vraag hoe je een bepaald woordje schrijft en schrijf dit gauw op een plakbriefje.  Het is wonderlijk te lezen wat de kinderen naar elkaar schrijven.  Alle kinderen van de klas hebben momenteel al briefjes gekregen.  Zelfs hun meester heeft er al enkele mogen ontvangen.  Het zorgt voor dat positieve leerklimaat, een omgeving waarin je graag gezien wordt.






Voor jonge kinderen, werkte Kwintessens dit lessenpakket uit.  Ik maakte er een flipboekje van:


Van af en toe een pluimpje
krijg je hele sterke vleugels!
Schouderklopjes of een duimpje
maken ‘t leuk voor groot en klein.
Spelen is delen, je pluimpjes met velen.
Veertjes voor keertjes
dat mensen fantastisch zijn.






Wist je dat het jaarlijks op 1 maart in België en Nederland de Nationale Complimentendag is?  Een geweldig initiatief met maar 1 minpuntje: het is slechts 1 dag op een jaar.  
Ik denk dat wij onderwijzers hier gemakkelijk 365 Nationale Complimentendagen van kunnen maken.  



Een klein woordje kan vaak zoveel verschil maken!







bronnen: 

zaterdag 30 april 2011

Foutjes maken mag/moet

FOUTJES MAKEN MAG
Het lijkt didactisch compleet not done, maar het kan enorm verrijkend zijn in je klaspraktijk: het (zelfs onbewust) maken van foutjes door de leerkracht.  Kinderen kunnen ervan leren.  Zo zien ze in dat ook hun leerkracht een fout kan maken.  Maar wat misschien nog belangrijker is, is de (eventueel gespeelde) reactie van de leerkracht op zijn gemaakte fout.


Kinderen die het 1ste leerjaar binnenkomen hebben het vaak moeilijk als ze iets niet juist doen.  Ze kunnen het maar moeilijk accepteren omdat ze voor het eerst op school geconfronteerd worden met iets wat ze fout maakten.  Met vaak paniek of frustraties als gevolg.  Door als leerkracht dit wat te relativeren en te duiden, leren we de kinderen hiermee omgaan.  Foutjes maken mag!


FOUTJES MAKEN MOET
Door zich ervan bewust te zijn dat ook zij fouten kunnen maken, kunnen ze dit ook wat relativeren.  Hierdoor zullen ze de zaken meer nuchter bekijken: iedereen maakt fouten.  En dat is niet erg.  Want van je fouten kan je leren.  Je leert ervan hoe je het in het vervolg beter kan doen, welke gedachtengang je zal moeten vermijden.  Je zal je klemtoon anders leggen dan de keren voorheen en zorgt ervoor dat je die fout geen 2de keer meer maakt.  Een ezel... , nietwaar?!


Als leerkracht hebben wij daarin een belangrijke rol.  Het geweldige aan onze job is dat we bijna professioneel verplicht worden om af en toe een fout te maken.  En ons daarover geen overbodige zorgen te maken.  We hoeven de kinderen er natuurlijk wel van te overtuigen dat dit bij het leerproces hoort.


Ik geef dus ook graag toe dat ik af en toe een fout maak in de klas.  Heel regelmatig zijn die fouten zelfs gepland.  De reactie van de kinderen daarop is voorspelbaar: geroezemoes in de klas, eentje die zijn vinger opsteekt, een ander begint te lachen, luider gekeuvel en gegiechel.  Heerlijk, te zien dat ze door hebben dat de meester een fout maakt.  Nog leuker om daar, half overdreven, op in te spelen: "Ik wilde maar eens kijken of jullie goed wakker zijn." of "Het was om te testen of jullie wel alles goed begrepen hebben."  


FAALANGST VOORKOMEN


Natuurlijk komt er een moment waarop foutjes vermeden mogen worden.  Toetsen leggen vaak een enorme druk op de schouders van kinderen, hoe jong ze ook zijn.  Als het voor echt is, voelen ze de spanning.  Op zo'n momenten is het belangrijk dat kinderen hun relativeringsvermogen kunnen gebruiken.  Door hierop vooraf te trainen en er zich van bewust te zijn, zullen kinderen minder faalangst ondervinden.  Het maandblad Klasse voor Leerkrachten had ruim tien jaar geleden een bijlage over faalangst in de reeks 'De Eerste Lijn'.  Ook hier wordt beschreven hoe belangrijk het is om de kinderen te laten voelen dat ze fouten mogen maken.  In deze open sfeer zorg je voor een beter welbevinden van alle kinderen.  Iets wat de klassfeer volledig ten goede komt!


Fouten maken mag!
Fouten maken moet!

zondag 17 april 2011

Voorgeprogrammeerde zinnetjes

Een beetje flauw? Doe er maar wat zout op!

Onderwijzer is een geweldig beroep. Kinderen iets bijbrengen over het leven, ontwikkelingsprocessen beschouwen en er oprecht respect voor krijgen van je doelpubliek. En daar worden wij dus voor betaald. Daarenboven kunnen wij het ons permitteren om tijdens onze werkuren geregeld een enorm flauw grapje te vertellen en er nog mee weg te komen ook.

Als 's morgens een eenaatje met een frisgeschoren kopje in de rij staat, is mijn eerste vraag: "Heeft je papa gisteren het gras afgereden?" En elke keer, het blijft me verbazen, de hele rij in een deuk. Als ze zes worden, wens ik ze proficiat met hun ZEStigste verjaardag. Hilariteit alom! In de winter krijg ik regelmatig de vraag: 'Meester wil jij mijn handschoenen aandoen alstublieft?'. Waarop mijn antwoord: 'Maar die zullen niet voor mij passen, hoor...' Ze vinden het GE-WEL-DIG! Hoe flauwer en doorzichtiger, hoe liever.

In de lagere klassen (ook kleuterklassen) werken rijmpjes ook heel erg bij kinderen. Onelinertjes die voor kinderen eenvoudig te vatten zijn, ze kunnen zich er een voorstelling van maken, het 'bekt lekker' en ze onthouden kost niet al te veel moeite. Trouwens, hoe vaker je ze gebruikt, hoe beter ze worden toegepast door de kinderen. Herhaling is belangrijk bij kinderen, zowel wat leerstof betreft als de invloed op hun attitudes.

Enkele rijmpjes die ik wel eens in de klas durf te gebruiken:
  • Van proberen kan je leren.
  • Fluiten is voor buiten.
  • Niet gluren bij de buren.
  • Handjes wassen na het plassen.
  • Meten is weten, gissen is missen.
  • Mijn stoeltje heeft 4 pootjes, en dat is niet zo dom; want was er eentje minder, dan viel mijn stoeltje om.
Oudere kinderen vinden deze rijmpjes meestal te flauw. Hoewel ze af en toe wel zullen werken, is regelmatige herhaling hier niet meteen aan te raden als je geen vreemde blikken wil krijgen van de klas. Zij worden graag als grote mens aanzien, of als kinderen die stilaan hun puberteit aan het voorbereiden zijn. Ze denken al wat abstracter en kunnen vaak tussen de regels lezen of begrijpen. Met spreekwoorden kan je hen zeker wel boeien. Ze worden uitgedaagd dieper na te denken over de betekenis ervan en er zich dan ook naar te gedragen.

Enkele spreekwoorden die ik wel eens hoor galmen op school (bij de collega's bovenbouw):
  • Eerst gedacht en dan gedaan, is langs de weg der wijzen gaan.
  • De aanhouder wint.
  • Goed begonnen is half gewonnen.
  • Bezint eer ge begint.
  • Haast en spoed is zelden goed.
  • Denkt aleer gij doende zijt en doende denkt dan nog.
Allemaal spreekwoorden die verwijzen naar het stappenplan (cfr. de berenmethode). Eenvoudig te typen in een Delfts blauw motiefje, afdrukken op A5, lamineren en een kale muur, deur of raam nog meer inhoud te geven.

Wij onderwijzers weten en gebruiken zulke oneliners natuurlijk allemaal. Want we weten dat het werkt. Ondertussen verwachten de kinderen dit al bijna van ons. Al mag het natuurlijk niet té worden. Ik herinner me er nog een paar van vroeger, toen ik zelf aan de schoolbanken zat. Enkele dooddoeners:
  • kind: "Meester, ik ben klaar." leerkracht: "Hallo Klaartje!"
  • kind: "Mag ik naar toilet?" leerkracht: "Je moest al terug zijn."
  • kind: "Waarom mogen we niet praten?" leerkracht: "Dan hoor ik mezelf niet meer denken."
  • kind: "Ik kan niet volgen." leerkracht: "Dan moet je een fiets kopen."
  • kind bij het klassikaal lezen: "Ik weet niet meer waar we zijn." leerkracht: "We zijn nog altijd in de klas, hoor.
Dooddoeners of niet: tóch wil ik er soms nog wel eens eentje van proberen. Ik denk dat het werkt. Want kinderen houden van mopjes, flauw of niet. En wij komen daarmee weg. Geweldige job!