Posts tonen met het label proces. Alle posts tonen
Posts tonen met het label proces. Alle posts tonen

woensdag 7 maart 2012

Wat gaan we leren? #2

We zijn op school om te leren.  Daarover bestaat in onze klas geen twijfel.  We zitten tenslotte in het 1ste LEERjaar.  We leren lezen, schrijven en rekenen en zijn ons daar volop bewust van.  Voor deze drie kernvakken wordt bij ons de basis gelegd om tijdens de verdere (school)loopbaan mee aan de slag te kunnen.  De kinderen worden vaardigheden aangebracht.  Deze zijn eerder op het kunnen gebaseerd dan op het kennen of weten.  Vaak wordt in de klas herhaald waarom de kinderen deze vaardigheden krijgen aangeboden.  Leren lezen is nuttig.  Regelmatig brengen we het belang ervan in de kijker tijdens het technisch leesproces.  Door de leerstof en het leren geregeld in vraag te stellen, geven we kinderen inzicht in de bruikbaarheid ervan.  


Voor rekenen, lezen en schrijven wordt in menig klas een vast stramien gevolgd.  De leerlijnen liggen vast, de opbouw is duidelijk.  Af en toe afwijkend van de methode, maar de basislijnen hiervan zullen grotendeels gevolgd worden.  Wat de muzische vakken en wereldoriëntatie betreft, is er meer ruimte voor eigen inbreng.  Hoe de lessen worden opgevuld, welke thema's aan bod komen en hoe aan de leerplannen voldaan wordt, is meestal de keuze van de leerkracht.  Na het inschatten van de interesses en leefwereld van de kinderen kunnen de onderwerpen gekoppeld worden aan de leerplannen en eindtermen van het vakgebied.  De lessen kunnen echter rijker gemaakt worden door de keuze aan de kinderen over te laten.


In eerste instantie schrikken kinderen bij de vraag: "Wat willen jullie nu leren?"  Ze zijn niet gewend aan de inspraak in het leerproces op school.  Het geeft hen de kans verantwoordelijkheid op te nemen en meer inzicht in hun zelfkennis.  Bovendien zorg je voor een grotere betrokkenheid tijdens het leren.  




Wij startten vorige week het thema 'in de ruimte'.  Tijdens het inleidende klasgesprek kondigde ik het nieuw WO-thema aan, wat meteen laaiend enthousiast onthaald werd.  Honderduit vertelden de eenaatjes hun kennis over de planeten, het heelal, de zon en de aarde.  De doelstellingen uit het leerplan waren al bereikt nog voor het thema startte.  Het deed me grijpen naar een vraag die ik in de klas, naar eigen gevoel, nog te weinig stel: "Wat willen jullie leren over het thema?"  Verbaasde gezichten staarden me aan.  Niet lang daarna kreeg ik de meest verwonderende vragen teruggekaatst.  Ze wilden wel eens weten waarvoor die magneet in de aarde eigenlijk dient.  Ook interessant is, zo werd gesteld, hoe het is om op de maan rond te lopen.  Hoe ver gaat de ruimte eigenlijk?  Waarom draait de aarde?  Hoe kan het dat we soms maar een stuk van de maan zien?  Hoe komt het dat de zon groter lijkt dan de sterren, maar eigenlijk kleiner is?  Ongelooflijk veel interessante vragen, die ik voor het starten van het thema niet aan bod wilde laten komen, maar veel zeggen over de onderzoekende houding van de kinderen.  We losten tijdens het klasgesprek al enkele van de vele vragen op door ze aan elkaar te stellen.  Wat de één weet, kan anderen van hun vragen afhelpen en omgekeerd.  We leerden van en met elkaar.  We vulden elkaar aan met weetjes en informatie. 


Al gauw werd voorgesteld om ruimteboeken van thuis mee te mogen brengen.  We zouden een ware ruimtebibliotheek opstarten in de klas.  Elk moment vrij betekent tijd om in de ruimteboeken te snuisteren, op zoek naar sprekende afbeeldingen en extra informatie.  Zo leerden de eenaatjes al zelf dat hond Laika het eerste dier was in de ruimte.  Hij overleefde de reis jammer genoeg niet.  Met meelijwekkende interesse kreeg ik de foto onder mijn neus geduwd.


Nog meer informatie kunnen we halen van het internet.  's Werelds grootste bibliotheek.  Op verschillende sites gingen we op zoek naar ruimteweetjes allerhande.  De eerste man op de maan, de draaiingen van de aarde en de maan, de verschillende planeten, ... .  Ze hebben voor ons geen geheimen meer.  We gebruikten ook Google Earth om een beeld te kunnen vormen van de aarde, gezien vanuit de ruimte.  Ook de maan en de planeet Mars konden we bekijken.  


Bij het hoekenwerk werd ook een informatiehoek opgebouwd.  Alle weetjesboeken over de ruimte lagen er ter inzag.  Daarbovenop beschikten de kinderen in de infohoek ook over een laptop.  Met behulp van QR-fiches gingen ze op zoek naar antwoorden op hun vragen.  Een activiteit die ik nu voor de 2de maal in de klas breng en opnieuw erg enthousiast werd onthaald.  De kinderen zochten gericht naar info, gingen verbanden zien tussen de info uit de boeken en deze uit de filmpjes.  Er werd over gepraat tijdens het bekijken en lezen.  De vraag of we iets hadden bijgeleerd hiermee, bleek overbodig.  Natuurlijk!  De gevonden antwoorden passeerden de revue.  Gekoppeld aan nóg meer informatie over de zon, maan, planeten en sterren.  


Naast alle weetjes en kennis opgedaan te hebben, hebben de kinderen natuurlijk ook een enorm proces afgelegd tijdens deze activiteiten.  Ze gingen zelfstandig op zoek naar antwoorden op hun eerder gestelde vragen.  Ze stelden zichzelf de vraag wat ze graag wilden bijleren.  Hun interesseveld werd afgetast.  Ze weten dat en waar ze informatie kunnen opzoeken en kunnen die bronnen raadplegen.  Wanneer kinderen zelf op zoek gaan naar informatie, zullen ze deze ook moeten kunnen filteren naar relevantie.  Het geeft hen de nodige verantwoordelijkheid en inspraak in hun eigen leren.  


Wat begon met een onschuldige vraag ("Wat willen jullie leren?") leverde naderhand bekeken een heel rijk leerproces op.  Kinderen leren van en met elkaar en weten hoe ze op zoek kunnen gaan naar antwoorden.


Interesse in de printklare versie van de QR-fiches?  Stuur me gerust een mail.

zaterdag 1 oktober 2011

Technisch proces van jonge kinderen

In een vorig artikel maakte ik voornemens om mijn lessen techniek wat grondiger aan te pakken.  Ik nam me voor om het vernieuwde leerplan techniek doelgericht te bestuderen en te integreren in de klaspraktijk.  Technieklessen voor jonge kinderen organiseren leek me niet bepaald eenvoudig.  Hoe pak ik een les aan?  Op welke lesinhouden en doelen focus ik me het best?  Welke materialen zijn veilig, zinvol en haalbaar?


Na de kinderen in mijn omgeving door een technische bril te hebben bekeken, kan ik echter besluiten dat kinderen vaak techniek ademen.  Jonge kinderen zijn erg leergierig.  Ze experimenteren hun hele dag en doen zo ervaringen op.  Spelende kinderen zijn experts in het samenbrengen van verschillend speelgoed.  Meer door toeval ontdekken ze nieuwe zaken, processen en mogelijkheden.  Door deze nieuwe dingen te ontdekken en ermee aan de slag te gaan, kunnen ze heel eenvoudig tot leren komen.  Vaak loopt dat proces erg spontaan.  Een kind brengt een knikker en een ladder van Playmobil samen en merkt dat hij een eenvoudige knikkerbaan maakte.  


Een ander voorbeeld bestaat uit zand en water.  Kinderen modder leren maken is zinloos.  De meesten van hen hebben dit al vaker gedaan.  Water en zand werken als een magneet op kinderen.  Je hoeft ze niet uit te leggen wat een combinatie ervan als resultaat heeft.  Kinderen leren dit spontaan en doen al spelend en experimenterend ervaringen op.  Hoeveel water heeft het zand nodig om kneedbare modder te maken?  Met hoeveel water maak ik een klein pelletje modder boven op het zand?  Wat gebeurt er als ik te veel water op het zand doe?


De foto van de fietsende kleuters hieronder bevestigt ook de onderzoekende houding van kinderen.  Toevallig komt de jongen in het blauwe shirt met zijn voorwiel terecht op het karretje.  Hoe geraken ze nu vooruit?  Geraken ze wel vooruit?  Moet de tweede fietser ook trappen?  Door uitproberen wat de mogelijkheden zijn, komen ze gauw tot een oplossing van hun problemen.




Onderwijzers kunnen deze honger naar ontdekking heel erg gebruiken in hun techniekonderwijs.  Kinderen staan open voor nieuwe dingen.  Ze zijn happig naar kennis en vaardigheden en leren graag bij door zelf te beproeven.


Een pedagogisch deskundige adviseerde ooit om enkele (kapotte) elektrische apparaten in de klas te houden.  Kinderen zouden hier dan aan kunnen prutsen, losschroeven, open maken, bekijken, ... .  Daar werd toentertijd erg minachtend over gedaan.  Het zou didactisch onverantwoord zijn kinderen zomaar te laten prullen.  Toch zit er een grote wijsheid in wat hij zei.  Door zelf aan de slag te gaan, ontdekken kinderen allerlei aspecten en onderdelen van de techniek achter het apparaat.  Het wekt hun interesse, wat je als leerkracht weer kan gebruiken om hen de nodige info te verschaffen.  Een horloge opendraaien vergt niet enkel de technische vaardigheid van het bedienen van een schroevendraaier.  Het kan ook een ideaal moment zijn om de werking van tandwielen nader te bekijken.  




PROCESGERICHT ONDERWIJS
Onderwijzers hebben soms de neiging kinderen te vaak met de nodige informatie te voeden.  Maar hoe leren kinderen het best?  Hoe onthouden ze het best?  Hoe begrijpen ze het best?  Door een proces af te leggen van experimenteren, ontdekken, waarnemen en creatief denken gaan kinderen de lesstof beter bevatten.  Het valt me op dat in vele lagere schoolklassen de vooropgestelde doelen heel vaak betrekking hebben op het uiteindelijke product.  We mogen echter het proces dat voorafging niet uit het oog verliezen.  Hoe kom je tot een bepaalde oplossing?  Wat heb je gedaan?  Verliep alles goed?  Heb je terwijl je bezig was nog dingen aangepast?  Door kinderen hier dieper over te laten nadenken, stimuleren ze hun denkprocessen.  Kinderen die een grondig beeld hebben van hun denkproces bij een bepaalde activiteit, zullen dit ook beter kunnen onthouden en begrijpen.  Hierdoor hebben ze de mogelijkheid om de af te leggen weg (om tot het resultaat te komen) eenvoudig maar goed te kunnen verduidelijken.  


Binnen het techniekonderwijs in de basisschool is het product vaak van ondergeschikt belang.  De technische denkprocessen daarentegen helpen kinderen verder om een beeld te krijgen van hun kennis, vaardigheden en interesses.  Door zich vragen te stellen over het afgelegde proces, bevatten ze de vraagstelling of het probleem veel beter en zullen ze bij het volgend probleem of de volgende vraag efficiënter te werk kunnen gaan.  De voorbije weken hield ik me vaak bezig met dat technisch denkproces van jonge kinderen.   Ik observeerde doelgericht kinderen in de klas en in mijn omgeving naar hun denkprocessen.  Ik trachtte er een systeem in te vinden.  Het viel me hierbij al gauw op dat hoe gestructureerd wij het proces ook kunnen voorstellen, dit bij kinderen vaak heel geleidelijk verloopt.  Er zijn haast geen merkbare overgangen tussen verschillende stappen op te merken.  Van het bestuderen van het probleem gaan ze vloeiend over in het bekijken van de mogelijkheden en nog vloeiender gaan ze aan de slag.  Terwijl ze het probleem aanpakken, wordt er constant gecheckt of alles wel naar behoren werkt.  Zo sturen (zelfs jonge kinderen) hun proces tegelijkertijd bij om tot het gewenste resultaat te komen.  Prachtig om zien!

Mijn bevindingen van deze observaties en mijn beeld op het technisch proces bij kinderen pende ik neer in een boekje.  In "Techniek op het menu: technisch proces bij kinderen in de basisschool" lees je hoe je kinderen tijdens het denkproces kan ondersteunen.  Het geeft ook een bondig idee van de inhoud van de vernieuwde leerplannen techniek.  Daarnaast trachtte ik ict en tools toe te voegen aan de lessen techniek.  Naast tools als Google Sketchup, Floorplanner of blokjes bouwen worden er interessante technieksites voor onderwijzers en opvoeders besproken.  Links naar deze websites vind je terug op http://techniek-ict.yurls.net/nl/page.


Het boekje is te downloaden via de homepagina van dit blog.  Indien dit niet lukt, volstaat een mailtje ook.





bronnen:
http://overonderwijs.blogspot.com/2011/05/twee-linkerhanden-vs-techniekonderwijs.html
http://faber.kuleuven.be/persmap/fietstechnologie/Mijn%20fiets%20dat%20is%20technologie3.pdf
http://www.wimdevries.be/talentvoortechniek/tips.htm
http://blogs.exploratorium.edu/tinkering/