maandag 5 december 2011

Samenwerken werkt!

DAAG ZE UIT!
Het kan niet de bedoeling zijn dat we kinderen te moeilijke oefeningen voorschotelen. Toch is soms een net iets moeilijkere oefening nuttig voor hen als uitdaging. Ze leren er een probleem door aanpakken en stil staan bij wat ze al wél kunnen. Om zulke problemen te kunnen oplossen, worden ze uitgedaagd net iets verder na te denken dan ze gewoon zijn. Ze staan stil bij hoe ze dat zullen aanpakken. Waardoor ook het proces, en dus niet alleen het product, van het leren in de verf wordt gezet.  Kinderen die een probleem krijgen voorgeschoteld worden verplicht om hun kennis te benutten en te bundelen.  "Welke informatie en kennis heb ik nodig om dit te kunnen aanpakken?"




Om voor kinderen dit proces nog belangrijker te maken, kunnen ze ook samenwerken aan een opdracht. Zo zullen ze met elkaar overleggen, in dialoog gaan met elkaar. Natuurlijk is het van belang dat alle partners hun inbreng hebben, zodat ze na het oplossen weten hoe ze in het vervolg zulke problemen moeten aanpakken.




SAMEN KAN JE MEER DAN ALLEEN
Vaak blijkt samenwerken op jonge leeftijd niet zo eenvoudig.  Vijf- en zesjarigen zijn nog vooral bezig met hun eigen wereld.  Het is voor hen vaak een opgave om zich te schikken naar de wensen en noden van andere kinderen.  Alle begin is moeilijk.  Toch is het nuttig om kinderen al vanaf hun jonge jaren te laten samenwerken.  Klein beginnen is echter de boodschap.  Door hen te laten partnerlezen bijvoorbeeld, ontdekken ze de sterkte van samen aan een taak te werken.  Door de interactie van beide partners tijdens dat lezen, wordt veel nadruk gelegd op het leerproces.  De kans dat fouten of vergissingen sneller verbeterd worden, is zoveel groter.  Met z'n twee een opdracht volbrengen, bezorgt de kinderen ook een verantwoordelijkheidsbesef.  Ze moeten er zelf voor zorgen dat ze beide aan hetzelfde onderdeel bezig zijn.  Het ene kind zal misschien wat tempo moeten terugnemen, terwijl van het andere kind verwacht wordt dat hij wat meer uptempo moet werken.  Kinderen die verwachtingen voelen, nemen vaker een taak serieus.  Hierdoor zullen ze ook proberen om aan de verwachtingen te voldoen.  

Wanneer het partnerwerk al goed is ingeburgerd in de klasgroep, kunnen er groepjes gemaakt worden van 3 of 4 kinderen.  Mijn ervaring heeft echter al uitgewezen dat het vormen van deze groepjes niet te gauw mag gebeuren.  Kinderen moeten eerst goed vertrouwd zijn met hun rol in het samenwerken.  Pas wanneer ze zich volledig thuis voelen in het luisteren naar elkaar, elkaar volgen en rekening houden met elkaar, kan het groepswerk worden uitgebreid.  

LEREN SAMENWERKEN
Als eerste groepswerkactiviteit stel ik altijd een eenvoudige puzzel voor.  Ik kies hier doelbewust voor een eenvoudige puzzel, die ik meestal zelfs aan de collega's van de kleuterschool ga vragen.  Het doel van deze activiteit ligt niet op het puzzelen, maar op het samenwerken.  De kinderen zullen de opdracht tot een goed einde brengen en beseffen dat het samenwerken hierbij een voorname rol had.  De puzzelstukjes worden verdeeld waardoor elk groepslid evenveel puzzelstukjes krijgt.  Bij een puzzel is het voornaam dat we eerst de hoek- en randstukjes leggen.  Wie deze heeft, legt die.  Elk kind mag enkel zijn eigen puzzelstukjes nemen en leggen.  Een belangrijke afspraak die voorkomt dat er onbewust een leider in het team wordt gevormd.  



Op deze manier krijgen alle teamleden evenveel inspraak in het verwezenlijken van de taak.  Samen staan ze voor de uitdaging om de puzzel te maken. Ze zullen op elkaar moeten rekenen zodat ze bewust zijn van hun afhankelijkheid van de andere groepsleden.  Daarnaast moeten ze ook hun eigen verantwoordelijkheid nemen voor het slagen van de proef.  Het is bij samenwerkopdrachten natuurlijk de bedoeling dat kinderen met elkaar in interactie gaan.  Door over de taak te praten, komen ze samen tot het resultaat.  Voor jonge kinderen is het vaak nog moeilijk om anderen te overtuigen.  Als leerkracht hebben we hierbij de taak de kinderen te stimuleren.  Zij die minder taalvaardig zijn, kunnen even goede (en misschien betere) ideeën hebben dan de taalrijke groepsleden.  Een leerkracht die zijn klas kent, weet vooraf welke leerlingen hij zal moeten aanmoedigen en erbij betrekken.  Wij kunnen hen leren argumenteren.  Waarom vind jij dat dat zo moet?  Wat is het voordeel ervan?  Waarom kom je zo tot resultaat?  

WERKT SAMENWERKEN?
Wanneer de opdracht volbracht is door de groep, is de taak nog niet ten einde.  Er moet nog teruggeblikt worden op de samenwerking.  Een niet te onderschatten onderdeel van de les.  In deze evaluatiefase beoordelen de leerlingen zelf hun eigen vaardigheden en die van de groep.  Gerichte vragen van de leerkracht bieden kinderen de kans om hun opdracht opnieuw te beleven en ze naar waarde te schatten.  Er wordt gepeild naar het behaalde resultaat, maar zeker ook naar het proces dat hiernaartoe leidde.  Door hierbij stil te staan, begrijpen de kinderen wat goed en minder goed ging in hun groep.  Daardoor zullen ze het volgende groepswerk hun eigen handelen aanpassen aan hun evaluatie.  

Hoe begon je aan de opdracht?  Wie nam het eerst initiatief?  Hoe heb je anderen overtuigd?  Zijn er zaken waarmee je het niet eens was?  Wat heb je daarmee gedaan?  Heeft iedereen evenveel inbreng gehad in het komen tot resultaat? Wat had je graag anders gezien en gedaan?  Ben je tot een goed resultaat gekomen?  Wie heeft er goed samengewerkt?  Heb je naar anderen geluisterd?  Wat heb je geleerd tijdens dit samenwerken?  Kan je dat ook tijdens andere situaties gebruiken?  Waarom vond je samenwerken moeilijk/gemakkelijk?  Hoe heb je andere kinderen kunnen helpen?  Waarbij kunnen we nog samenwerken?  Waarom is samenwerken belangrijk?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen