dinsdag 29 november 2011

Juf/Meester Duizendpoot

DE LEERKRACHT HEEFT HET DRUK
Bart heeft dringend een zakdoek nodig.  Elise wilde zonodig in de plassen springen tijdens de speeltijd.  Filip zijn handen zijn net iets te zwart voor die sappige appel op te eten.  Nele kan maar moeilijk op haar stoel blijven zitten.  De mama van Mil komt hem iets vroeger halen.  Hij moet nog naar de logopedie.  Die invulbrief moet natuurlijk ook mee.  We mogen natuurlijk niet vergeten dat we nog dringend dat werkblad moeten kopiëren voor de les deze namiddag.  Nog even registreren wie er allemaal in de klas zit.  De afwezigheidsattesten moeten grondig bewaard blijven.  De afrekening gemaakt.  Bestellijsten op orde gehouden.  De postkaft moet gevuld worden.  Wat was het huiswerk voor vandaag ook al weer?  Dat moet natuurlijk ook nog gekopieerd worden.  


Naast het lesgeven, zijn we ook de ganse dag bezig met het opvoeden van de kinderen in de klas.  We zien ze graag en hebben er alles voor over.  Elke dag opnieuw werken we er met man en macht aan dat ze graag komen, dat ze mee kunnen, dat ze bijleren.  Het is onze taak.  Het is onze hobby, passie.  We halen er voldoening uit om de kinderen te zien groeien.  Hun lach en/of eureka-momenten maken ons blij.


Naast al die klas- en kindgebonden activiteiten, zijn er natuurlijk ook de taken 'behind the scenes'.  We mogen niet vergeten dat er morgen na schooltijd nog een personeelsvergadering gepland staat.  Hiervoor moeten de nodige documenten nog eens doorgenomen worden.  De middagmoeders vergaderen, waardoor de leerkrachten de eetbeurten opvangen.  Oudercontacten, werkboeken verbeteren, filmpjes opzoeken, foutenanalyses maken, werkgroep opstarten, goeiedag zeggen tegen een oma in de supermarkt, schoolfeest voorbereiden, knutselwerken verder afwerken, prikborden aankleden in het thema, kwasten poetsen, ... .  Het hoort erbij.  We doen het met een lach.


WAT MAAKT JE STERK? TEAMWERK!
Gisteren kwam onze werkgroep van de schoolquiz voor het eerst dit schooljaar samen.  Voor de vijfde keer op rij organiseert onze school de Qworzó Quiz.  Voor de vijfde keer op rij verwachten we een bomvol geladen eet- en polyvalente zaal.  Voor de vijfde keer op rij bestaat deze werkgroep uit ongeveer dezelfde mensen, een samenwerking tussen de ouderraad en enkele leerkrachten.  Een goed geoliede machine.  De organisatie vraagt heel wat werk, maar we kennen ondertussen het klappen van de zweep.  Welke taken vragen veel tijd?  Waarmee hadden we in het verleden moeilijkheden?  Het verslag van de evaluatievergadering van de vorige quiz werd overlopen.  Alle taken kregen een verantwoordelijke.  De inhoud van de quiz komt de volgende vergadering, binnen twee weken, aan bod.  Tegen dan hebben we onze voorlopige vragenlijst klaar.  Met volle moed en veel gezwans bereikten we het einde van de bijeenkomst.  De Qworzó Quiz zal vorm krijgen!


Door samen aan deze activiteit te werken, collega's onder elkaar, leren we elkaar op een andere manier kennen.  Vragen als "Hoe gaat het met je klas?" of "Is die toets al klaar?" komen niet meer aan bod.  Er worden persoonlijker zaken verteld.  Samen sta je met de neus in dezelfde richting.  Deze activiteit moet (opnieuw) een bom worden.  Eentje die inslaat in de school en zijn gehele netwerk.  Activiteiten als een quiz, schoolfeest, toneelvoorstelling, ... geven mensen uit de omgeving, (toekomstige) ouders, grootouders, oud-leerlingen, ... een beeld van je team en de school.  Er samen met het volle gewicht voor gaan, geeft een krachtig beeld over de school.  Deze wordt onderwerp van gesprekken.  Het lijkt wel of er vanaf dan een balletje aan het rollen gaat.  "Ik hoorde dat het toneelstuk zo knap was!" "Misschien kunnen wij volgend jaar ook meedoen aan die schoolquiz."  


Alle neuzen in dezelfde richting, dus.  Het leerkrachtenkorps treedt naar buiten als een team.  Een krachtig team.  Eentje waarvan alle leden ervoor kunnen en durven gaan.  En dat durven en kunnen tonen naar de buitenwereld.  Aan hen die dagelijks hun kinderen aan ons toevertrouwen.  Een vertrouwen dat de basis is voor goed onderwijs. 


Elk jaar opnieuw verbaast het me met hoeveel goesting de collega's meewerken aan de quiz. De start is gegeven.  We werken er verder aan tot vrijdag 10 februari.  Dat is de datum die in ons aller geheugen staat gegrift.  We bewandelen daar tegen nog heel wat wegen samen.  Alle voorstellen worden op de rooster gelegd.  Het moet tenslotte goed zijn.  Al weten we ondertussen uit ervaring dat dat niet zo eenvoudig in te schatten is.  Het tempo van werk is nu nog eerder "we zien wel wanneer het uitkomt".  Naarmate de tijd vordert, de vergaderingen sneller opvolgen en we die vrijdag in februari serieus voelen naderen, zal het werk ook toenemen.  Hoe dichter bij de deadline, hoe harder het labeur.  Maar iedereen kent zijn taken. Vaak overeenkomstig met deze van de voorbije edities.  


Ik ben benieuwd hoe deze schoolactiviteit zal verlopen.  Ik heb er zin in.  En met mij, ook de ganse ploeg.  Het gezwans van gisteren bevestigt nog maar eens in wat voor een team ik terecht ben gekomen!


Succes aan dat team!
Succes aan de deelnemers!




_____________
* Voor wie echt niet kan wachten tot 10 februari: alle vragen van de vorige Qworzó Quiz werden verzameld op deze blog.


* Voor wie bovenstaande minder duidelijk is: ik doe mijn job met geweld graag!  Ook al het werk dat erbij komt kijken!

donderdag 10 november 2011

spelen = beleven = leren

FUNKTIONLUST
Een kleuter in de klas zit alleen op de verkeersmat.  Hij rangschikt de auto's volgens kleur.  Hij gaat erg nauwgezet te werk.  De auto's worden zorgvuldig op het speelkleed gezet.  Eenmaal klaar rijden de auto's rond over de mat en parkeren ze op een andere plek, opnieuw geordend op kleur.


Een kind werpt een basketbal naar de ring.  Hij neemt de bal terug, gaat op dezelfde plek staan en gooit opnieuw.  En nog eens.  En nog eens...


Kinderen spelen graag.
Kinderen herhalen graag.
Kinderen leren graag.


Funktionlust!  Een schoon Duits woord met een nog mooiere betekenis:
Het plezier beleven aan het herhaald laten functioneren van bepaalde bewegingspatronen.  De zin hiervan ligt in het spel zelf.


Ik herinner me uit mijn kindertijd hoe ik uren op de schommel doorbracht.  Heen en weer wiegend op een bijna hypnotiserend ritme.  Tijdens het schommelen zong ik vaak liedjes.  Op andere momenten liet ik me leiden door een gevoel van zaligheid.  Eventjes aan niets denken en genieten van het moment.  Het waren de kleine dingen die me toen opvielen en me bezighielden.  Gedurende zulke herhaaldelijke bewegingen merk je hoe rijk deze kunnen zijn.  Je steekt ervan op, kan ervan leren.  Als een lemming blijf je doen wat je doet, zonder doel, maar toch doelgericht.  Het zijn structuren en verbanden die je bedenkt, een efficiëntere vorm van denken houdt je bezig.  Het doet je nadenken over het denken en de verbeeldingskracht neemt toe.  Niettegenstaande het genoegen volledig in het spel ligt, kunnen zulke activiteiten bijdragen tot een diepere kracht.  Je leert erdoor denken om een hoekje.  Opnieuw een mooie uitdrukking die ik graag leen van David van der Kooij.  Hij omschrijft het als creatief denken MET resultaat.




SERENDIPITEIT
Als kinderen spelen, improviseren en fantaseren ze erop los!  Spelen is vrijheid, eens iets anders doen, durven of zijn.  Door het spelen met materialen, leren kinderen die materie beter kennen en begrijpen.  Het leert hen nieuwe mogelijkheden ontdekken en strategieën zien.  Deze zijn vaak het gevolg van toeval tijdens het spelen.  De geschiedenis heeft ons trouwens al geleerd dat toeval een belangrijke factor is in het leren.  We leerden Amerika kennen door toeval.  Coca-Cola zou nooit zo'n multinational geweest zijn zonder toeval.  We zouden ook nooit champagne, penicilline, theezakjes, Röntgenstralen of vloeipapier kennen zonder serendipiteit.  Uit het toeval steken we veel op.  Het leert ons de dingen op een eigen manier begrijpen.  We ontdekken nieuwe functies die we ons eigen proberen te maken.  


FANTASIE
Naast alle toevalligheden en ontwikkelingen die ontstaan tijdens het spelen, zullen er ook zaken bewust ontstaan.  Kinderen leiden zelf hun denkpatronen naar nieuwe dimensies.  Ze zijn in staat om een eigen verhaal te bouwen tijdens het spel.  Aanvankelijk zitten kinderen (als peuter en kleuter) nog vooral zelfstandig in hun fantasie.  Maar naarmate de kleuter ouder wordt, ontstaat er een nieuwe relatie: kinderen ontdekken in groep de meerwaarde van samen fantaseren.  Ze aanvaarden elkaars ideeën en verbeelding en pikken er op in met nieuwe invalshoeken.  Zo ontstaat er een heel rijk spel dat kinderen verder kan doen brengen dan ze misschien ooit hadden gedacht.  Volgens het wetenschapsforum is fantasie een versoepeling en uitbreiding van persoonlijke perceptie van de werkelijkheid.  Fantasie wordt omschreven als het meest essentiële voor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen en zelfs volwassenen.  


Fantasie ontstaat door het combineren van factoren die waar zijn, maar in combinatie tegenstrijdig zijn aan het beeld van de werkelijkheid.  Een doodgewoon potlood bijvoorbeeld kan door verbeelding vele verschillende functies krijgen: van biljartkeu tot boomstam.  Zolang de nieuwe functie binnen het verzonnen verhaal past, kan het voorwerp gebruikt worden.  


SPELEN IN DE KLAS
Wanneer kinderen de eerste stap zetten in de lagere school, zijn het al echte ervaringsdeskundigen op het gebied van vrij spel.  Tijdens hun kleutertijd kregen ze een enorm aanbod aan spelmateriaal en -mogelijkheden.  Als leerkracht in het eerste leerjaar probeer ik hier handig gebruik van te maken.  Ik ben overtuigd van de meerwaarde van spelen voor kinderen.  Naast de welbekende sociale vaardigheden werken ze niet alleen aan hun persoonlijke ontwikkeling, maar ook aan het begrijpen van structuren, probleemoplossend denken, flexibel omgaan met nieuwe wendingen en een niet te onderschatten taalgevoeligheid. 




Elke week bied ik mijn klas een nieuw hoekenwerk aan.  Tijdens dat hoekenwerk krijgen de eenaatjes steevast een speelhoek voorgeschoteld: soms een spel (met vaste spelregels), maar evenzeer vrij spel.  De zithoek krijgt dan een nieuwe functie.  Op een fluisterzachte manier spelen kinderen met de aangeboden materialen.  Omdat mijn aanbod niet zo groot is als in de kleuterschool en zeker niet om een gans jaar mee te vullen, brengen de kinderen dit vaak mee van thuis.  Via het agenda worden ouders op de hoogte gebracht van onze thema's en van materialen die in functie hiervan meegebracht mogen worden.  Het thema carnaval leent zich uitermate tot verkleden, de kinderen mogen hiervoor verkleedkleren meebrengen.  Tijdens de lente brengen ze tuingereedschap mee en toveren we de zithoekmat om tot ons tuintje dat dringend onderhoud nodig heeft.  Diezelfde mat was begin december nog een grote oceaan waar de intocht van Sinterklaas werd voorbereid met meegebrachte speelgoedbootjes.  De doktersspullen krijgen betekenis in het thema gezondheid en de autootjes komen tevoorschijn bij verkeer. 


Het geheel krijgt dat nog net ietsje meer door er extra vaste attributen aan toe te voegen.  Blauw zijdepapier op de zithoekmat stelt de zee of oceaan voor.  Witte lakentjes over de kasten of de zithoekbankjes geven het geheel een steriel ziekenhuisgevoel.  Bij het spelen met dieren uit de dierentuin, kunnen posters van wilde dieren het nog meer af maken.  De kracht van de fantasie komt vaak door die extra toets.  Het brengt de kinderen in de juiste sfeer om zich al improviserend uit te leven en er van te leren.


Het creëren van iets nieuws wordt niet bereikt door het intellect, maar door het spelen met materie. 


Kortom: spelen is leren, ontdekken, creëren, experimenteren, improviseren, fantaseren, plezier beleven, verwerken en nog zoveel meer.  En dat allemaal zonder zich ervan bewust te zijn. 

Bronnen:
http://www.leraar24.nl/dossier/131
http://denkenomeenhoekje.nl/
http://www.baby.be

woensdag 19 oktober 2011

Verzamelzucht der onderwijzer

Als onderwijzer hebben wij de taak om de kinderen in de klas over de wereld te leren en ermee te leren omgaan.  En liefst nog zo grondig mogelijk.  Vertrekkend van de leefwereld van het kind zelf breiden we deze wereld stilaan uit naar familie, de omgeving, de gemeente, het land, de buurlanden, het continent, de planeet en zelfs daarbuiten.  Deze reis gaat niet enkel over de dag van vandaag, maar kan door een fictieve teletijdmachine ook in het verleden of zelfs de toekomst plaats hebben.  Zo leren we kinderen omgaan met begrippen als tijdsbesef, evolutie, verschillen, ruimtebegrip, communicatie, verandering, zelfkennis, materie, kennis en nog zo veel meer.  Alles wat we tijdens die trip tegenkomen, kan de revue passeren.  Er wordt stilgestaan bij de natuur in bepaalde seizoenen.  We bekijken en bespreken verschillende landen en volkeren.  Kinderen komen in contact met het leven van ouders en grootouders.  Ze bestuderen en ontdekken zelfstandig verschillende diersoorten.  De delen van de wereld die we niet in real life kunnen bewonderen, brengen we naar ons toe. 

MOOIE PLATEN
Om dat onderwijs zo boeiend mogelijk te houden, proberen we als leerkracht de kinderen actief en visueel aan het werk te zetten.  Regelmatig zal de klas een stapje in de wereld zetten om deze van naderbij te bestuderen.  Een herfstwandeling, uitstap naar dierentuin of boerderij, bezoek aan de fruitwinkel of het rusthuis, verkenning van de schoolomgeving, ... .  De wereld leer je ten slotte kennen door die te gaan gebruiken.  Natuurlijk is dit niet voor alle lessen mogelijk.  Sommige delen van onze te bestuderen wereld zijn te groot, te klein, te ver, te gevaarlijk, te fictief, te lang geleden, te ... om ernaar toe te trekken of in de klas te krijgen.  De inventieve leerkracht heeft natuurlijk al heel lang door dat voor elk probleem een oplossing bestaat en vond een antwoord op de vele vragen van de leergierige klas kinderen.  De geboorte van het didactisch materiaal!  Een onderwijskundige term die mij doet terugdenken aan mijn stagetijd en me daarom ook nog steeds doet beven.  "Zorg ervoor dat je didactisch materiaal tot in de puntjes in orde is!" werd ons regelmatig ingepeperd.  We werden er ook op geëvalueerd en gequoteerd.  "Mooie platen," las ik geregeld op mijn lesevaluaties.  Met dank aan 'tante nonneke', die blijkbaar een enorme hoeveelheid kalenders bezat en het ge-wel-dig vond dat kleinachterneef (als dat zou bestaan) voor onderwijzer studeerde.  Elke maand een nieuwe lading mooie platen.  

Ondertussen ligt de tijd van de mooie platen al lang achter me.  Deze werd vervangen door didactische posters en daarna door een kijk op de wereld via de computer en het digibord.  De posters worden nog wel eens gebruikt om het thema aan te kondigen op de prik- of magneetborden.  

VERZAMELEN GEBLAZEN
Toch neemt hierdoor de verzamelzucht van de leerkracht niet af.  Schelpen, balletjes, dobbelstenen, vingerpopjes, wol, koffertjes, koekentrommels, verkleedspullen, autowieltjes, kazoos, muziek, boekjes.  Bolletjes, belletjes, spulletjes en prulletjes.  Waar een onderwijzer ook gaat of staat, altijd houdt hij er rekening mee dat wat hij ziet, hij misschien kan gebruiken voor in de klas.  Een gigaposter over fruit bij de supermarkt.  Lapjes stof die niet meer verkocht geraken op de markt.  Playmobilfiguurtjes op de rommelmarkt.  Alles kan gebruikt worden in de klas.  Alles kan er toe dienen om de wereld duidelijk te maken aan kinderen.  Zelfs lege botervlootjes en appelschaaltjes worden bijgehouden.  Ik heb zelfs de oude Ik moest het ooit maar eens kunnen gebruiken in de klas.  De meerderheid wordt vooraf eerst thuis gespaard, allemaal bij elkaar in stevige plastieken zakjes.  Met de bedoeling natuurlijk dat dit ooit in de klas terechtkomt én gebruikt zal worden.  Echt waar!  Met soms welgemeende excuses voor de gezinsleden.  Wanneer de stapel me nuttig lijkt voor gebruik, worden de tasjes één voor één mee naar school gezeuld.  Om daar vaak in de kast te verdwijnen voor een tijdje. 

Tante nonneke is niet meer; jammer.  Toch blijven die bruikbare spullen binnenkomen.  De wereld weet tenslotte dat je leerkracht bent.  Een zakje oude wol van de oma.  Een mooie collectie collectie fossielen van een vriend.  Onderwerpsboeken op zolder van het ouderlijk huis.  Het blijft maar komen.  De archieven op school geraken stilaan vol.  Regelmatig worden we opgeroepen tot opruimen.  Na een maand: niks meer van te zien.  Een onderwijzer kan alles gebruiken.  Want wie over de wereld leert, moet alles daarvan kunnen zien, voelen, vastpakken, ruiken, beleven, ... .



zondag 16 oktober 2011

Klassiek op school

"Meester, dat is van de Kleine Einsteins!" 
Lang geleden dat ik die zin nog eens hoorde in de klas.  Niet dat ik plots ben opgehouden (klassieke) muziek te laten horen tijdens activiteiten, maar de huidige eenaatjes gaan er verder in dan ik ooit had durven denken.  Tijdens de tweede week in september al verraste L. me door uit volle borst "Meester, dat is van de Notenkraker" te roepen.  Hij had warempel nog gelijk ook: de mooie Notenkrakermars was nog geen minuut ver.  Het herkennen van een klassieke deun gaat dus verder dan enkel het meeneuriën.  L. liet merken dat hij het stuk al eerder gehoord had en er zelfs de titel van wist (de componist was nog een brug te ver).  Het enthousiasme van de andere kinderen dat hierop volgde over Tsjaikovski's Notenkraker deed me op zoek gaan naar een mooie versie.  Sindsdien zit het klassieke verhaal, verteld door Warre Borgmans, standaard bij in mijn iTunes bibliotheek en zijn er nog meer stukken die herkend worden als "Dat is van de Notenkraker!"


Vaker dan weleer schotel ik de kinderen in de klas hun dosis klassiek voor.  En ze genieten ervan.  Het brengt rust, evenwicht en kracht in de klas.  Het lijkt wel of de kinderen door er (passief) naar te luisteren meer gemotiveerd geraken.  Er wordt tijdens het werk al eens gelachen en gepraat over de muziek, maar gauw verandert dit terug in geconcentreerd werken.  Door de tempowisselingen en wendingen in de muziek zullen kinderen er ook niet snel genoeg van krijgen.  En niettegenstaande de soms bombastische klanken heb ik niet de indruk dat ze erdoor in de war van geraken of een drukte voelen.  Uit onderzoek van de Case Western Reserve University Cleveland (Ohio, US) is gebleken dat klassieke muziek een rustgevend effect heeft.  Het helpt stress voorkomen en zorgt voor een aangename sfeer in de ruimte.  Dat zou komen omdat het ritme van klassieke muziek deze van de hartslag benadert.  Hierdoor ga je rustiger ademen.  Dit is ook een van de redenen waarom in wachtkamers van de dokter of tandarts vaak klassieke muziek klinkt.  Dat onderzocht Karin Dijkstra van de Universiteit Twente.  Blootstelling aan muziek is geassocieerd met positieve veranderingen in de stemming van de luisteraars.  Het onderzoek toonde aan dat het draaien van klassieke muziek in de wachtkamer resulteerde in minder angst en stress.  Hetzelfde experiment met popmuziek leverde geen opmerkelijke resultaten op.  De muziekvoorkeur speelt trouwens geen rol.  Ook voor wie klassiek niet tot zijn favorieten behoort, heeft dit toch een rustgevende werking.


Een jaar geleden viel mijn oog op een krantenartikel over een lagere school in Turnhout.  Het presenteert sinds vorig schooljaar de kinderen klassieke muziek bij de boterhammetjes in de eetzaal.  De kinderen eten rustiger en na de middag zijn de leerlingen en leerkrachten minder opgejaagd.  


Om meteen de eenaatjes van klassieke muziek te kunnen voorzien, vulde ik mijn afspeellijst 'Classics voor Kids' in Grooveshark verder aan.  Hiervoor deed ik beroep op Klara's Top 75.  Een handige lijst voor de klassiekers.  



Om aan de slag te kunnen met klassieke muziek op het digibord stel ik graag dit geweldig filmpje voor.  Een Disney klassieker die de werking van een 'goed geolied' klassiek orkest weergeeft.  Geweldig voor kinderen!  Ook de samenstelling van een symfonisch orkest met de bijhorende instrumenten en klanken leert kinderen heel wat bij over muziek.


zaterdag 1 oktober 2011

Technisch proces van jonge kinderen

In een vorig artikel maakte ik voornemens om mijn lessen techniek wat grondiger aan te pakken.  Ik nam me voor om het vernieuwde leerplan techniek doelgericht te bestuderen en te integreren in de klaspraktijk.  Technieklessen voor jonge kinderen organiseren leek me niet bepaald eenvoudig.  Hoe pak ik een les aan?  Op welke lesinhouden en doelen focus ik me het best?  Welke materialen zijn veilig, zinvol en haalbaar?


Na de kinderen in mijn omgeving door een technische bril te hebben bekeken, kan ik echter besluiten dat kinderen vaak techniek ademen.  Jonge kinderen zijn erg leergierig.  Ze experimenteren hun hele dag en doen zo ervaringen op.  Spelende kinderen zijn experts in het samenbrengen van verschillend speelgoed.  Meer door toeval ontdekken ze nieuwe zaken, processen en mogelijkheden.  Door deze nieuwe dingen te ontdekken en ermee aan de slag te gaan, kunnen ze heel eenvoudig tot leren komen.  Vaak loopt dat proces erg spontaan.  Een kind brengt een knikker en een ladder van Playmobil samen en merkt dat hij een eenvoudige knikkerbaan maakte.  


Een ander voorbeeld bestaat uit zand en water.  Kinderen modder leren maken is zinloos.  De meesten van hen hebben dit al vaker gedaan.  Water en zand werken als een magneet op kinderen.  Je hoeft ze niet uit te leggen wat een combinatie ervan als resultaat heeft.  Kinderen leren dit spontaan en doen al spelend en experimenterend ervaringen op.  Hoeveel water heeft het zand nodig om kneedbare modder te maken?  Met hoeveel water maak ik een klein pelletje modder boven op het zand?  Wat gebeurt er als ik te veel water op het zand doe?


De foto van de fietsende kleuters hieronder bevestigt ook de onderzoekende houding van kinderen.  Toevallig komt de jongen in het blauwe shirt met zijn voorwiel terecht op het karretje.  Hoe geraken ze nu vooruit?  Geraken ze wel vooruit?  Moet de tweede fietser ook trappen?  Door uitproberen wat de mogelijkheden zijn, komen ze gauw tot een oplossing van hun problemen.




Onderwijzers kunnen deze honger naar ontdekking heel erg gebruiken in hun techniekonderwijs.  Kinderen staan open voor nieuwe dingen.  Ze zijn happig naar kennis en vaardigheden en leren graag bij door zelf te beproeven.


Een pedagogisch deskundige adviseerde ooit om enkele (kapotte) elektrische apparaten in de klas te houden.  Kinderen zouden hier dan aan kunnen prutsen, losschroeven, open maken, bekijken, ... .  Daar werd toentertijd erg minachtend over gedaan.  Het zou didactisch onverantwoord zijn kinderen zomaar te laten prullen.  Toch zit er een grote wijsheid in wat hij zei.  Door zelf aan de slag te gaan, ontdekken kinderen allerlei aspecten en onderdelen van de techniek achter het apparaat.  Het wekt hun interesse, wat je als leerkracht weer kan gebruiken om hen de nodige info te verschaffen.  Een horloge opendraaien vergt niet enkel de technische vaardigheid van het bedienen van een schroevendraaier.  Het kan ook een ideaal moment zijn om de werking van tandwielen nader te bekijken.  




PROCESGERICHT ONDERWIJS
Onderwijzers hebben soms de neiging kinderen te vaak met de nodige informatie te voeden.  Maar hoe leren kinderen het best?  Hoe onthouden ze het best?  Hoe begrijpen ze het best?  Door een proces af te leggen van experimenteren, ontdekken, waarnemen en creatief denken gaan kinderen de lesstof beter bevatten.  Het valt me op dat in vele lagere schoolklassen de vooropgestelde doelen heel vaak betrekking hebben op het uiteindelijke product.  We mogen echter het proces dat voorafging niet uit het oog verliezen.  Hoe kom je tot een bepaalde oplossing?  Wat heb je gedaan?  Verliep alles goed?  Heb je terwijl je bezig was nog dingen aangepast?  Door kinderen hier dieper over te laten nadenken, stimuleren ze hun denkprocessen.  Kinderen die een grondig beeld hebben van hun denkproces bij een bepaalde activiteit, zullen dit ook beter kunnen onthouden en begrijpen.  Hierdoor hebben ze de mogelijkheid om de af te leggen weg (om tot het resultaat te komen) eenvoudig maar goed te kunnen verduidelijken.  


Binnen het techniekonderwijs in de basisschool is het product vaak van ondergeschikt belang.  De technische denkprocessen daarentegen helpen kinderen verder om een beeld te krijgen van hun kennis, vaardigheden en interesses.  Door zich vragen te stellen over het afgelegde proces, bevatten ze de vraagstelling of het probleem veel beter en zullen ze bij het volgend probleem of de volgende vraag efficiënter te werk kunnen gaan.  De voorbije weken hield ik me vaak bezig met dat technisch denkproces van jonge kinderen.   Ik observeerde doelgericht kinderen in de klas en in mijn omgeving naar hun denkprocessen.  Ik trachtte er een systeem in te vinden.  Het viel me hierbij al gauw op dat hoe gestructureerd wij het proces ook kunnen voorstellen, dit bij kinderen vaak heel geleidelijk verloopt.  Er zijn haast geen merkbare overgangen tussen verschillende stappen op te merken.  Van het bestuderen van het probleem gaan ze vloeiend over in het bekijken van de mogelijkheden en nog vloeiender gaan ze aan de slag.  Terwijl ze het probleem aanpakken, wordt er constant gecheckt of alles wel naar behoren werkt.  Zo sturen (zelfs jonge kinderen) hun proces tegelijkertijd bij om tot het gewenste resultaat te komen.  Prachtig om zien!

Mijn bevindingen van deze observaties en mijn beeld op het technisch proces bij kinderen pende ik neer in een boekje.  In "Techniek op het menu: technisch proces bij kinderen in de basisschool" lees je hoe je kinderen tijdens het denkproces kan ondersteunen.  Het geeft ook een bondig idee van de inhoud van de vernieuwde leerplannen techniek.  Daarnaast trachtte ik ict en tools toe te voegen aan de lessen techniek.  Naast tools als Google Sketchup, Floorplanner of blokjes bouwen worden er interessante technieksites voor onderwijzers en opvoeders besproken.  Links naar deze websites vind je terug op http://techniek-ict.yurls.net/nl/page.


Het boekje is te downloaden via de homepagina van dit blog.  Indien dit niet lukt, volstaat een mailtje ook.





bronnen:
http://overonderwijs.blogspot.com/2011/05/twee-linkerhanden-vs-techniekonderwijs.html
http://faber.kuleuven.be/persmap/fietstechnologie/Mijn%20fiets%20dat%20is%20technologie3.pdf
http://www.wimdevries.be/talentvoortechniek/tips.htm
http://blogs.exploratorium.edu/tinkering/

woensdag 14 september 2011

"Bonzoer! Ooievaar!" een nieuwe taal...

Onze school koos ervoor om vanaf dit schooljaar te starten met vreemde taleninitiatie Frans.  Al vanaf de 3de kleuterklas krijgen de kinderen het Frans voorgeschoteld in muzische activiteiten.  Het is hier niet de bedoeling dat de kinderen een echte Franse les krijgen.  Het mag en moet zelfs plezant blijven.  Vrijblijvend ook.


Om een verticale lijn te behouden, kozen we eind vorig schooljaar voor de methode Pistache (uitgeverij Die Keure).  Pistache vergelijkt de taalinitiatie en -sensibilisering met het leren zwemmen.  Voor een kind kan zwemmen heeft hij watergewenning nodig.  Dat wordt verkregen door waterspelletjes.  Langzamerhand durven ze dan kopje onder gaan. Om nog later met hulp te kunnen drijven en bewegen in het water.  Daarna pas zijn ze klaar voor de eigenlijke zweminstructies.  Er kan dus een hele weg afgelegd worden alvorens de kinderen in de 3de graad hun leerstof Frans voorgeschoteld krijgen.  Pistache kiest ook doelbewust voor een taalbad.  Kinderen beleven hierdoor plezier aan hun eerste kennismaking met het Frans.  Het bouwt het zelfvertrouwen op en werkt aan de succesbeleving.  Hierbij is de kennis dan ook van ondergeschikt belang.  Een attitude ontwikkelen om de Franse taal te gaan gebruiken waar nodig is eens zo belangrijk.


Ik startte vandaag met mijn eerste activiteit initiatie Frans: "L'école de Pistache".  Pistache is onze klaspop die de kinderen al vanaf 1 september in de klas zagen.  Vaak werd gevraagd wat die muis in onze klas kwam doen.  Hij staat ook bij op onze klasfoto die we trokken voor in de krant.  Toch hadden we er nog nooit iets mee gedaan.  Telkens ik er een vraag over kreeg, was het antwoord hetzelfde: "Die muis heet Pistache, en die spreekt alleen maar Frans".  Het prikkelde hun interesse.  Vanmorgen werd zelfs voor de eerste keer gevraagd wanneer die koffer eens open mocht.  De kinderen waren er duidelijk klaar voor, hun geduld voldoende op de proef gesteld.


Na het enthousiast introductielied ("Bonjour!"), nodigde ik alle kinderen uit in de zithoek voor een kennismaking met Pistache.  Enig probleem: niemand verstond die vreemde muis.  Twijfel stond duidelijk op hun gezichten.  Sommigen waagden zich aan een handje schudden met de pop, die vrolijk "Bonjour!" bleef zeggen.  Heel aarzelend kwam er al eens een "Bon Zoer" terug.  Hierna waagde Pistache zich toch al eens aan een zinnetje.  Met hand en tand, welteverstaan.  "Je suis Pistache." werd afgewisseld met "Je m'apelle Pistache."  Nog steeds met een vriendelijke, maar duidelijkere "Bon Zoer" als reactie.  Ik zag aan hun gezicht dat ze er wel van genoten om een taal te ontdekken.  Er werd niets vertaald, maar toch traden ze in dialoog met onze Franse muis.  Na een "Je suis Pistache. Et toi?!" kwam er toch al eens een naam naar boven.  Heel mooi om zien hoe de kinderen dat gewenningsproces ondergingen: van vragende, afwachtende houding, naar een enkeling die toch iets kan/durft terugzeggen, tot bijna iedereen die een vraagje kan verstaan en hierop zijn naam antwoord.  Zonder ook maar 1 vertaling te maken.


Pistache is een contextuele methode.  Door de situatie wordt duidelijk wat er bedoeld wordt.  Het is niet de bedoeling om in het 1ste leerjaar de woorden 'van buiten' te leren zoals in de 3de graad soms nog wel het geval is.  In het verhaal dat op de kennismaking volgde, werd dit al snel duidelijk.  Met een groot prentenboek op mijn schoot, liet ik Pistache zijn verhaal doen.  Terwijl wees mijn andere hand de handelingen aan op de kijkbladen.  Met hand en tand, opnieuw.  Door mijn handelingen werd heel wat duidelijk.  De schroom bij de kinderen was weg en ze leken er enorme deugd aan te beleven de dingen te ontdekken.  Als X. riep: "Ik versta er niks van!" antwoordde A.: "dulei betekent melk".  De zin: "Elle doit faire pipi" hadden ze als bij wonder allemaal meteen door.  Na het verhaal volledig te hebben beluisterd, kreeg ik de vraag om het opnieuw te vertellen, wat ik ook deed (maar sneller).  De eerste zin was nog niet uit of B. vroeg zich af of we dit verhaal eigenlijk ooit nog in onze taal zouden horen.  Niet dus.  Pistache spreekt Frans en begint zich daar alsmaar beter bij te voelen.


Terug naar onze plaats voor een bewegingslied: maman Pingouin.  Een geweldige doe-mee-song!  We hebben gedanst, gelachen, gesprongen en af en toe ook eens een heel klein woord, of zelfs een klank meegezongen.  't Was tof!  Die eerste 'les' Frans in het 1ste leerjaar!  Die gaan we niet gauw meer vergeten. De kinderen hebben er enorm van 'geleerd'.  Net als hun meester.  En juist zoals hen is hij geëvolueerd van gezonde angst om Frans te gebruiken naar gewoon doen en ervan te genieten.


Tijd om afscheid te nemen, dan:
- "Au revoir, tout le monde."
- "Ooievaar, Pistache."


Zin in Frans met jonge kinderen?  Deze sites kunnen u helpen:
Meer Franse kinderliedjes op Youtube vind je hier.
De spelletjessite Poisson Rouge heeft heel wat Franstalige activiteiten waarvan er enkele zeer bruikbaar zijn bij de activiteiten vreemde taleninitiatie Frans:





zaterdag 10 september 2011

Goedenavond beste ouders...

Zet onderwijzers voor een klas kinderen en ze vertellen de wonderlijkste verhalen.  Vervang die kinderen door hun ouders en menig onderwijzer spurt vooraf nog even naar het toilet om de nodige zenuwen weg te werken.  Bij mij is dat niet anders.


"Goedenavond, beste ouders.  Welkom in de klas van uw kind!"
Zo begon ik voorbije donderdagavond rond half acht mijn uiteenzetting over het leven in het eerste leerjaar.  Alle ogen op mij gericht.  Verwachtingen over deze avond en het komende schooljaar flitsen door de ogen van mama- en papalief.  Ik hoop dat de twijfel in mijn stem niet heel erg hoorbaar was.  Ik vertel dat de leerkrachten van het eerste leerjaar zich erg bewust zijn van de grote stap van kleuterschool naar lagere school.  Zowel voor de kinderen, maar ook voor de ouders.  Daarom proberen wij een gemoedelijke sfeer te creëren in de klas.  Veel dingen die de kinderen leerden in de kleuterschool nemen wij over.  Herkenbaarheid is belangrijk!


Na een beperkte inleiding over de grote stap naar de grote school, zeg ik nog gauw dat de ouders mij gerust mogen onderbreken als iets niet duidelijk is.  In de klas schaam ik me er gewoonlijk niet voor om dingen tot drie maal toe te herhalen.  Maar de aanwezige mama's en papa's zouden me, vermoed ik, toch vreemd bekijken als ik enkele keren na elkaar zeg dat we een bepaalde schrijfmethode hanteren omdat die het natuurlijke schrijfproces aanwakkert.  Toch kan het dan zijn dat, net door een bepaalde gekozen verwoording, de boodschap niet geheel duidelijk overkwam.  Moeilijk inschatten als onderwijzer voor wie de klaszaken ondertussen vanzelfsprekend lijken.


Een blik op het verloop van een klasdag, dan.  "Er gebeuren zoveel nieuwe dingen in het 1ste leerjaar, dat wij proberen dit voor ons en de kinderen zo gestructureerd mogelijk laten verlopen.  's Ochtends, nadat we ons hebben klaargemaakt, starten we onze dag in de zithoek, een ritueel dat de kinderen van de kleuterschool herkennen."  Geknik.  "We vertellen er de belangrijkste gebeurtenissen die geweest zijn of nog zullen komen.  Met vraagjes als 'Hoe was je weekend?', 'Wat ga je doen deze week? en 'Wat staat er vandaag op het programma?' hoop ik het tijdsbesef van de kinderen aan te scherpen."  Daarna volgt de uitleg van de vier kalenders die aan het gebeuren in de zithoek zijn gekoppeld.  Met een voorbereid grapje maak ik de ouders duidelijk dat het kalenderblaadje geen huiswerk of strafwerk is, als deze in de postkaft zit.  Haha!  Het verschil tussen de voormiddag- en de namiddaglessen wordt nog uitgelegd.  Een verschil dat bepaald wordt door de spanningsboog van mijn dagelijkse publiek.




Het loopt goed.  De trein is vertrokken.  Ik merk dat ik steeds minder op mijn blad kijk, maar dat mijn presentatie toch naar behoren verloopt.  Gestructureerd ook wel, daar had ik vooraf al over nagedacht.  Waarvoor maakte ik me eigenlijk zorgen, vooraf?  Ik probeer niet te snel te spreken.  In de hoop dat alles duidelijker overkomt en beter bewaard blijft.  Met een zachte toon ook.  Gemoedelijkheid... om de stap van kleuter- naar lagere school te verkleinen... ook voor de ouders!



"Voor lezen gebruiken wij de fantastische methode Veilig Leren Lezen, waarbij de kinderen op een veilige, gestructureerde en natuurlijke manier leren lezen.  We vertrekken telkens vanuit een woord binnen een bepaald thema.  Uit dit woord lichten we telkens 1 letter uit.  Waarmee geleidelijk aan weer nieuwe woorden gemaakt kunnen worden.  Hiervoor maken we enkel nog maar gebruik van drieletterwoorden.  Onze letterdino helpt ons hierbij."  Er volgt een korte demonstratie van letters die in de kop, buik of staart worden gehangen, zodat er woorden ontstaan.  Ik hoor enkele denkbeeldige ah's en jaja's.  Mijn publiek lijkt nog geboeid, dus ga ik verder met vertellen.  "Op dit moment kunnen enkel nog maar 3 woorden en 3 letters lezen: de rrrr, de mmmm en de i.  Hiermee kunnen we nog geen nieuwe woorden maken."  Rim en Mir bestaan immers niet.  Ineens besef ik dat ik vergeten ben mezelf voor te stellen.  Oeps!  daar lijkt het me nu te laat voor.  Ik had gepland om in 1 zin mijn gezin kort uit te leggen en 1 zin te besteden aan mijn Qworzócarrière die ondertussen bestaat uit 10 schooljaren.  Ik doe mijn best me hierdoor niet van de wijs te brengen: "Leren lezen is vaak oefenen," ga ik verder: "ook een goede en vlotte letterkennis is noodzakelijk.  Dit oefenen de kinderen door die dikwijls te herhalen."


 Na het leesproces zo duidelijk mogelijk te maken, volgt een blok over schrijven.  We oefenen even onze pengreep met de potloden die klaar liggen.  Ik ben ondertussen voor de eerste keer eens van mijn stoel gewipt om materialen te halen en te demonstreren.  Ik voel me best lekker in mijn vel.  Het lijkt me tóch te liggen, zo'n klas vol ouders.  Ik ben de stilte en rust die ik nu hoor en voel niet gewoon in deze ruimte.  Normaal gesproken wordt hier hard gewerkt, gespeeld, verteld, samengewerkt en gedacht.






Ik licht regelmatig tijdens mijn uiteenzetting toe dat vijf- en zesjarigen 'echte hier-en-nu-mensjes' zijn.  Om bepaalde keuzes en werkingen te bekrachtigen.  Alles wat hier en nu gebeurt, is van belang.  We passen onze thema's ook aan aan de periodes van het jaar.  Daarom maak ik de kinderen in de klas herhaaldelijk bewust van de tijd en ruimte.  Wiskunde en WO passeren de revue.  Met enkele voorbeelden van lessen hoop ik de ouders meer inzicht te geven in mijn lesinhoud.  Het stelt hen duidelijk gerust dat veel lessen in het eerste leerjaar voornamelijk doelessen zijn.  Door ondervinden en ontdekken leren jonge kinderen immers enorm veel.  We maken hier dan ook graag gebruik van.  We stappen de natuur in voor een les over het bos, bekijken mama paard met haar veulen als we het over jonge dieren hebben en we zullen bijvoorbeeld onze fiets poetsen als les techniek.  Bij dit laatste voorbeeld zie ik enkele papa's instemmend knikken en hoor ze bijna denken dat "hunne koersfiets in goei handen zal zijn".


Ik haal de vakken muzische vorming, lichamelijke opvoeding en levensbeschouwing nog boven.  Blijf nog voldoende stilstaan bij ICT en vreemde taleninitiatie Frans (wat nieuw is op school).  Om daarna het huiswerk, de agenda en het rapport toe te lichten.


Voor ik het besef, zijn er twee volle uren om.  Ik ben de klok volledig uit het oog verloren.  Ik had een geboeid publiek.  Aan het begin misschien wat onwennig: "Wat gaan we hier allemaal te horen krijgen?" Maar op den duur meer interactief.  Het leek me alsof we samen ontdekten wat er ons in het eerste leerjaar allemaal te wachten staat.  Een ontdekking die zowel mij als de ouders wel leek te liggen.  Na de enkele vragen te hebben beantwoord, was het tijd voor koffie!  De klas loopt leeg.  Ouders lossen hun babysit af of blijven nog wat nakaarten in de refter met een kopje thee of koffie.  Ik stel mezelf de vraag of het allemaal wel duidelijk was.  Het duurde lang en was misschien wel veel, te veel, info.  Ouders verdwijnen uit de klas met een gevoel.  Welk gevoel zou dat zijn?  Ik hoop hen te hebben meegegeven dat ik er ben voor hun kinderen én voor hen.  Ik hoop ook dat ik mijn passie voor onderwijs duidelijk heb kunnen maken.  Dat ze weten dat hun kinderen op school in goede handen zijn.  Ik heb met geen woord over het belang van welbevinden van de kinderen gesproken.  Toch denk ik dat die boodschap duidelijk was.  Want dat is waar ik in de eerste plaats aan wil werken!  Kinderen die zich goed voelen in hun vel, in hun klas, op school... zijn toe aan leren.


Ik rijd met een fijn gevoel naar huis en neem me voor om volgend jaar net voor het klasmoment niet opnieuw naar het toilet te hollen.