woensdag 31 oktober 2012

Carrièreplanning

“Voor mij begon het… met Sinterklaas.”  Met deze uitspraak prijkt Quinten Desloover goedlachs op de affiche van RTC Oost-Vlaanderen.  ‘Het’ dat is zijn technische goesting.  Nadat Quinten op 6 december een techniekdoos kreeg, had hij het technisch virus te pakken.  Ondertussen werkt hij als installateur van branddetectiesystemen.

Elke prikkel, zelfs de kleinste, kan voldoende zijn om kinderen zin te doen krijgen in hun belangrijke levenskeuzes.  Kinderen een waaier van technische toepassingen aanreiken, leert ze hun technische interesse en kwaliteiten beter in beeld brengen.  Het zou maar net díe activiteit, díe verwondering of díe proef zijn die een leerling zijn juiste beslissing laat maken... 

Een juiste oriëntering van in de basisschool voor kinderen met technisch talent is dus van groot belang.  Dit kan enkel door ook al in de basisschool de juiste inhoud te geven aan het domein techniek.  Kinderen met techniek in contact brengen, betekent dat zij in staat worden gesteld om vroeg genoeg hun technische vaardigheden te ontdekken.  Dit kan zelfs al vanaf de kleuterklas.  Door het domein techniek op te nemen in het curriculum van het basisonderwijs, kan je kinderen hiervoor al vanaf jonge leeftijd enthousiast maken.

Het is onze taak als onderwijzer om kinderen techniek te leren kennen en gebruiken.  Al vanaf de kleuterleeftijd staan zij open voor het ontdekken van nieuwe dingen.  Ze zijn van nature nieuwsgierig en experimenteren graag met hun speelgoed en met combinaties hiervan.  Ze staan open voor nieuwe toepassingsmogelijkheden en ontdekken dagelijks nieuwe dingen.


Onderstaande video kwam ik tegen na een zoveelste internetreisje doorheen blogs, artikels, foto's en filmpjes.  Het verhaal van de zo bekende Legoblokjes.  Jammer dat hij Engels gesproken is.  Ik zou de Nederlandse versie anders heel graag aan mijn eenaatjes tonen.  Het kan ze inspireren.  Het zou misschien hun 'techniekdoos' zijn, die hen later doet beslissen het juiste pad te bewandelen.  De film leert kinderen bovendien om niet op te geven.  Hun doelen na te streven en er vooral ten volle voor te gaan.  Succes krijg je niet in de schoot geworpen.  Daar gá je voor.  Die zin, dat geloof in jezelf, het zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen.  Eigenschappen die we onze kinderen in de klas dagelijks proberen eigen te maken.  Heel mooi om te zien dat een succesvol man ook zijn tegenslagen kende.  Hoe hij daar mee omging.  Hoe de welbekende blokjes ontstonden, na ontwikkelen, proberen, evalueren, aanpassen, ... .  Het technisch proces in de geschiedenis van Lego.


Gelukkige 80ste verjaardag, Lego!

dinsdag 30 oktober 2012

De kracht van games²


 PRIKKELENDE AANTREKKINGSKRACHT
Games zijn krachtige tools om leerlingen tot leren aan te zetten, maar het is belangrijk ze op een goede manier in te schakelen. Er gaat een grote aantrekkingskracht uit van games op kinderen, maar het onderwijs is geen plaats om te ‘gamen om te gamen’. Daarom verkennen we heel kort de valkuilen en de troeven. In haar boek ’Vierkante ogen’ noemt professor Patti Valkenburg verschillende redenen waarom games zo’n aantrekkingskracht hebben op kinderen. Net als andere media zitten games vol prikkels: het gaat zowel om prikkels komende van de beeld- en geluidseffecten als om prikkels die de nieuwsgierigheid van de kinderen triggeren. Daarbij is het zo dat gamers actieve controle krijgen over het spel: ze bepalen de moeilijkheidsgraad, de vormgeving en kleur van de achtergrond, de rol die ze in het spel op zich nemen, … Een spel biedt de gamer continue uitdaging doordat er een reeks levels zijn ingebouwd die in moeilijkheidsgraad toeneemt. Bovendien is ook de directe feedback van groot belang: kinderen horen graag wat ze goed of net minder goed doen. Tijdens games worden spelers meteen beloond als de voorafgaande acties succesvol zijn geweest. Deze tussentijdse beloningen vormen een sterke stimulans om door te spelen. Het zal duidelijk zijn dat het hier gaat om ‘troeven’ waarover games beschikken. 



VALKUILEN
Maar niettemin is voorzichtigheid geboden. De groep kinderen die we nu in onze klassen krijgen, wordt heel vaak de ‘generation why’ genoemd. Een generatie die zich voortdurend afvraagt waarom ze bepaalde zaken aangeleerd krijgen en wat ze ermee aankunnen. Ze gaan vaak doelgericht en efficiënt te werk, maar verliezen ook snel hun interesse van zodra de prikkels niet meer in de juiste doses op hen afkomen. Dat ze wat in het onderwijs gebeurt saai vinden, heeft ook hiermee te maken. Ze rekenen lesgevers af op basis van de snelheid en het vluchtige dat de multimedia hen onophoudelijk inlepelen. Daarom is het belangrijk dat leraren zich goed bezinnen over het nut van games in het onderwijs, over welke games voor welke doeleinden worden ingezet. Het onderwijs hoeft via het binnenhalen van games de jachtige leefwereld van jongeren niet te dupliceren. Veeleer gaat het erom games binnen te halen die inderdaad toelaten dat leerlingen leerinhouden meer aanschouwelijk en vanuit diverse invalshoeken kunnen beleven, en daarbij ook uitgedaagd worden hun probleemoplossende vermogens aan te scherpen. Kortom: ‘gamen om te gamen’ is niets voor in de klassfeer, het gamen mag er niet tot tijdverdrijf worden. Als we in de klas games gebruiken, dan moeten we de kinderen duiden waarom we dat doen. De reden daarvoor is eenvoudig: waar heel wat kinderen in hun gewone leefwereld vertrouwd zijn met welbepaalde genres games waarin ‘survival of the fittest’ vaak de boventoon voert, confronteren wij hen in het onderwijs met games waarin we hen inhouden willen laten verkennen en hen willen laten zoeken naar antwoorden op complexe problemen. 

OVERDENK HET GAMEAANBOD
Waar in andere klasmomenten de vraag naar het waarom vaak nadrukkelijk bij hen speelt, zal dit ook het geval zijn bij games waarmee we hen confronteren. En dat is ook een goede reflex, die in staat stelt inzicht te krijgen en hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden. Als bepaalde games al over bijzondere troeven beschikken dan is het omdat ze naderen tot de opvattingen over onderwijs zoals die naar voren komen in theorieën over constructivistisch leren en gesitueerd leren. In deze theorieën wordt benadrukt dat het opdoen van kennis een actief en sociaal proces is waarin betekenis wordt gegeven aan ervaringen die worden opgedaan bij het oplossen van gesitueerde realistische problemen. Uit onderzoek blijkt dat games leerlingen kunnen motiveren om iets te leren en dat games er voor kunnen zorgen dat de leerlingen gemotiveerd blijven. Verder kunnen er situaties aan bod komen waarin nieuwe ideeën of strategieën uitgeprobeerd kunnen worden. Vaak hebben we het hier dan ook over ‘serious games’ die de spelers confronteren met complexe situaties zoals die zich in onze leefwereld voordoen. Het spelen van dit soort games laat toe heel wat eindtermen, vakinhoudelijke en vakoverschrijdende, binnen een krachtige, uitdagende leeromgeving te oefenen. 

GAMEN LEIDT TOT SUCCES IN HET LEVEN
Het spelen van games zorgt er aldus niet alleen voor dat vakinhouden kunnen worden verkend en verworven. Heel wat essentiële vaardigheden worden er geoefend en onderhouden: problemen analyseren en oplossen, creatief en divergent denken, samenwerken aan complexe probleemsituaties, … Niet echt verwonderlijk dat de positie van gamers op de arbeidsmarkt zeer gunstig uitpakt. Online games en simulaties spelen een belangrijke rol bij leiderschapsontwikkeling. Hiervoor hebben games drie belangrijke kenmerken die van de gamer een goed manager kunnen maken: snelheid, de bereidheid om risico’s te nemen en het besef dat gezag en aanzien tijdelijk kunnen zijn. Gamers vinden bovendien ook sneller een job. Enkele belangrijke kenmerken van games maken van een gamer een gewilde kandidaat tijdens solicitaties: 
- improvisatie, 
- prestatiegerichtheid, 
- aandurven van uitdagingen; 
- competitiviteit,
- snelle informatie verwerkers, … 

Het zijn vaardigheden die de moeite waard zijn om ook op in te zetten als we games in het onderwijs binnen halen, maar zoals hierboven al benadrukt: ook de inhoudelijke dimensie speelt mee en moet op een goede manier geduid en besproken worden met de gamende leerlingen, willen we dat hun motivatie en betrokkenheid met de games waarmee we ze op de schoolbanken confronteren hoog houden.

Artikel als theoretisch kader rond een vorig artikel: De kracht van games.

De boeken rechts van de tekst weergegeven zijn de volgende:

woensdag 19 september 2012

Leesbevorderend voorlezen

Met dank aan een superlieve boekenwinkelmevrouw uit Breda hangt er nu een geweldig mooie Plukposter aan mijn klasdeur.  Na enkele "wie is da's" van de nieuwe lichting eenaatjes zocht ik het boek toch maar weer op in de bibliotheek.  Pluk van de Petteflet.  Ik was er als tienjarige ooit in begonnen en geraakte verstrikt in de magische wereld van Annie M.G. Schmidt.  




De voorbije jaren las ik al regelmatig voor uit boeken.  Steeds prentenboeken.  Korte tekst, grote prenten.  Kinderen worden auditief, maar ook visueel geprikkeld.  Elke gebeurtenis in het verhaal wordt verduidelijkt met vaak prachtige illustraties.  Ze wekken interesse op, houden de aandacht erbij, stimuleren het creatieve vermogen van kinderen en maken het verhaal nog tastbaarder.  De verhalen over de Gruffalo blijven veruit mijn favoriet.  De inventieve kleine muis die het grote, gruwelijke beest listig de benen doet nemen blijft een tijdloos verhaal.  Het heeft wat van David vs. Goliath, Mario vs. Bowser en Klein Duimpje vs. de reus.  Herkenbare gevoelens, wijze lessen en creatieve ideeën maken dat kinderen meegesleept worden door het verhaal.  Het ritme in de tekst en de telkens weerkerende eindrijm zorgen er mede voor dat het een geweldige deugd wordt om het verhaal voor te lezen.  Ze zorgen er eveneens voor dat er voldoende inhoud overblijft om de fantasie van de kinderen te prikkelen.  

Toch koos ik er voor om dit schooljaar te starten met het voorlezen van een boek met minder prenten.  Pluk is met zijn welbekende rode kraanwagentje op zoek naar een huisje.  Dankzij Dollie de duif komt hij in de Petteflet terecht.  Daar maakt hij kennis met een hoopje apartementbewoners.  Met elk hun verhaal, geschiedenis en belevenissen.  Gaandeweg worden de verbanden tussen Pluks nieuwe buren duidelijk.  Een heel divers volkje.  Samenlevend in hun eigen wereldje, dat van het appartementsblok.  Een tijdloos verhaal.  Over samenleven, diversiteit, gekke fratsen, fantasierijke wendingen en oplossingen bedenken voor  'complexe' probleempjes.


Geboeid luisteren de eenaatjes naar de heldenverhalen van Pluk.  Met de hoofden op de bank.  Ogen, oren en mond open.  Benieuwd naar welke figuren er nu weer zullen opduiken.  Er wordt gejuicht als ik het boek neem.  Waarna het muisstil wordt.  Het magische voorleesmoment!  De letters en woorden vliegen door de klas.  Ze vormen verhalen die de kinderen doet dromen.  Ze krijgen er zin in taal door.  Nieuwe woorden en zinsconstructies.  Luisteren naar een voorgelezen verhaal is zoveel meer dan alléén maar luisteren.  Er wordt interesse opgewekt.  In de taal waarmee de kinderen leren communiceren. 

Voorlezen doet lezen!


Om dit alles nog meer inhoud te geven, besteedden we onze muzische les ook aan Pluk.  Daarvoor haalde ik de volledige mosterd op de website van Juf Sanne.  Meer activiteiten rond het boek vind je op de yurls van juf Lia en de themasite van Kleutergroep.  





Ideeen rondom het thema Pluk van de Petteflet
Pluk van de Petteflet

zaterdag 1 september 2012

Laat het maar starten!

Waar ik een dikke twee maanden geleden nog aftelde tijdens de laatste loodjes, mag het nu absoluut weer opnieuw beginnen. Trompetgeschal noch vuurwerk zullen we mogen verwachten. Toch zal 3 september een heuse stap zijn voor alle Vlaamse kinderen en hun leerkrachten. Een nieuw begin. De lente van het onderwijs. Alles terug in bloei na de denkbeeldige batterijen te hebben opgeladen. Het is genoeg geweest en vooral goed. Het weer deed soms een beetje vreemd, maar daarvoor worden we al jaren gewaarschuwd. In Concordevaart vlogen de 9 'welverdiende' weken vooruit. Het ritme zal moeten aangepast. Terug de juiste structuur in een dag. Opstaan op een grotemensenuur en naar bed tijdens de succesvolle avondprogrammaties. Met daartussen een overzichtelijk geheel en vaste patronen. 


3 september. In mijn dromen heb ik die start al wel drie keer beleefd. "Hallo allemaal, wat ben ik blij dat jullie er zijn! Leuke vakantie gehad?". De nachtmerries over bankjes die niet klaarstaan en rommelige kasten met uitpuilende kaften zijn ondertussen vakkundig verbannen. De voorbije weken loste ik dat op door veelvuldige bezoeken aan de klas. Inrichten, klaarzetten, administratie, printen, overdenken, plakken, knippen, lamineren, acclimatiseren, overleggen, en plannen. De nodige voorbereidingen zijn getroffen om een zo vloeiend mogelijke start te krijgen. Bij alle namen van de klaslijst zie ik ondertussen hun lachende gezichten. Nieuwe kinderen voor de 'grote school'. Duidelijk klaar om aan hun volgende stap te beginnen. Klaar om te leren lezen, rekenen en schrijven. De kleuterklas ontgroeit. Ik besef dat ze nog tijd zullen nodig hebben om te wennen. De school verkennen. Hun plekje zoeken in een nieuwe structuur. Laat ze nog maar eventjes kleuter zijn, al zullen ze dat niet graag horen. Ik besef ook dat ik het voorrecht heb om hen te zien groeien. Stilaan geraken ze vertrouwd met de gewoonten van een 'leer'jaar. Ze kunnen bewuster denken, gaan doelgerichter te werk. Om van dat groeiproces deel te kunnen uitmaken, is telkens opnieuw magisch. 


3 september. Hij zal speciaal worden. Niet alleen ík doe de deur (opnieuw) open voor het eerste leerjaar. Zoonlief zet eveneens deze stap. Voor de eerste keer mag ik me echt 'meester papa' laten noemen. We hebben al eens mogen oefenen, tijdens de wendagen. Maar nu is het for real. Milo zit weliswaar bij de collega, paralleljuf, steun-en-toeverlaat. Maar ik mag het allemaal ook op een andere, nieuwe manier beleven. De spanning is groter bij mij dan bij hem. Gelukkig maar. Hij beschouwt het als een geruststelling. Voor mij lijkt de grens vager. Ik mag het hele leerproces van een 6-7-jarige ook eens van de andere kant leren kennen. Naast spannend dus zeker ook verrijkend.


Het wordt een krachtig schooljaar. Met veel nieuwe projecten. Op school- en klasniveau. Lezen staat in de kijker. De voorleesboeken zijn al een keertje uitgetest en goed bevonden. We hebben er thuis al om kunnen lachen. De iPads in de klas beloven ook veel goeds. Het was mijn taak een beleid te bepalen om ze nuttig en doelgericht in te zetten in ons onderwijs. Ik ben zeker van de meerwaarde. Met sessies voor collega's zullen we samen dat beleid en die meerwaarde invulling geven. Na een jaar aftastend ICT-coördinator is het nu tijd voor het échte werk. Het beleidsplan is klaar. De planning gemaakt. De ICT-uren gevuld. 



Wij zijn er klaar voor! Het gazon gemaaid, de haartjes geknipt. Nieuwe bril, nieuwe schoenen, nieuwe schoolbroeken. Het bureaublad van de laptop voorzien van een toepasselijke illustratie. De fietsbanden opgepompt, droge koeken en fruit in huis. Boekentassen, rugzakken, fruitpotjes en brooddozen gelabeld. Laat het maar starten. Ik heb er zin in! 


Aan iedereen een geweldige start van een krachtig schooljaar gewenst! 




Ik had me voorgenomen om niet in herhaling te vallen met het schrijven van een tekst over het oudjaar voor een nieuw schooljaar.  Toch blijkt het me enige rust te geven.  Een teken dat ik écht klaar ben.  

vrijdag 17 augustus 2012

Het gaat vooruit...

Gedachtengang ter voorbereiding op het ICT-beleidsplan:
Geruisloos sluipen ze het onderwijs binnen.  Elkaar in sneltreinvaart opvolgend.  Wie mee wil op die trein, kijkt vooruit.  Staat niet stil.  De technologische wereld kent geen grenzen.  Wanneer je denkt de ene toepassing te hebben verteerd, word je weer overrompeld door een nieuwe.  Samen met deze technologische revolutie verandert ook de onderwijswereld.  We bereiden onze kinderen immers voor op de wereld van later.  Hoe die wereld er uit zal zien, is nog onbekend.  Maar het staat vast dat technologie hierin een gigantische rol zal spelen.  Het is dus onze taak om kinderen hier nu al mee in contact te brengen.  We zoeken én vinden manieren om nieuwe toepassingen en apparaten de klas binnen te krijgen.  Met in het achterhoofd dat al deze zaken eerder een middel zijn om tot leren te komen.  Ze helpen ons mee op weg.  Zullen en mogen nooit zelf bepalen hoe die weg er uit ziet.  De technologische vooruitgang maakt het ons gemakkelijker deze weg te bewandelen.  Van een druk kruispunt wordt een brug gemaakt.  Het leren en leven wordt er efficiënter door.  

Het lijkt allemaal zo simpel.  Toch staan we regelmatig voor obstakels.  Het implementeren van technologische toepassingen vraagt tijd.  Er wordt duchtig nagedacht over de meest effectieve manier van werken.  Ze verwachten ook inspanning.  Wie mee wil met de trein, moet zelf een manier bedenken om er op te geraken.  Ondertussen is de technologische onderwijswereld zo ver dat er allerhande hulplijnen opgeroepen kunnen worden.  Heel wat collega's hebben zichzelf gespecialiseerd in het werken met de nieuwste technologieën.  En zij delen dit maar al te graag.  Er ontstaan netwerken van leerkrachten met dezelfde interesses.  Netwerken met slechts 1 doel.  Het onderwijs nog beter maken.  Gericht op het leven in de toekomst.  Efficiënter en effectiever.  Ze vervagen obstakels als tijd en inspanning.  Mensen van wie je enkel de avatar kent.  Zij worden bekenden.  Je durft er raad aan vragen.  Ze verder helpen.  Want wie de kracht van het delen heeft gesmaakt, begint zijn eigen ervaringen te delen.  Blogs, Twitter, Pinterest, Facebook, fora, Dropbox,... het wereldwijde lijstje is oneindig.  Inspiratie te over.  

Opnieuw ontbreekt het vaak aan tijd.  Een nieuw obstakel.  Je wil wel alles zien, alles weten, alles meemaken.  Maar er is te veel.   Infobesitas is niet voor niets een modewoord van de laatste jaren.  De grootste uitdaging van de huidige technologische generatie is het filteren.  Hoofd-en bijzaken onderscheiden.  Het lijkt me zinvol kinderen hierop voor te bereiden.  Zij vormen de samenleving van de toekomst.  Wij kunnen hen kansen geven om die te mee vormen.  

Is het aan hen om de fouten te maken die wij maakten?  
Of is het aan ons hen te hoeden voor onze gemaakte fouten?

maandag 13 augustus 2012

Speel-goed met techniek

Volledig toevallig rolde ik anderhalf jaar geleden met veel interesse in het domein techniek in de lagere school. Het belang van de juiste invulling ervan kan niet genoeg herhaald worden. Onderwijzers hebben de mogelijkheid om de kinderen kansen te geven zichzelf beter te leren kennen in verschillende vakgebieden. Daarbij wordt vaak terecht in eerste instantie gedacht aan de kernvakken taal en wiskunde. Maar uiteraard zijn we er ons van bewust dat ook de andere vakken van enorm belang zijn om kinderen zich juist te kunnen oriënteren. De muzische en wereldoriënterende domeinen mogen in het klasgebeuren niet in de schaduw blijven. Om kinderen zichzelf, hun kwaliteiten en wensen beter te leren kennen, dienen ook deze vakken zinvol ingevuld te worden. 

Techniek dus, om hen onder meer al van jonge leeftijd in contact te brengen met de brede waaier aan keuzemogelijkheden op latere leeftijd.  Van jongs af aan komen kinderen er al volop mee in contact.  Zelfgemaakte Duploconstructies, een Bob De Bouwerfilmpje, rijdende autootjes, rollende knikkers...  Van zo gauw een kind kan spelen, komen er heel wat technische prikkels op hem af.  Het is al vaak gebleken dat kinderen door het spelen ook heel wat leren.  Door kleine foutjes te maken tijdens het spelen, mislukken de zaken die ze voor ogen hadden wel eens.  Waardoor het spel enigszins aangepast herhaald wordt.  Zo groeit het spontane leerproces.  De kleine foutjes van weleer worden achterwege gelaten, zodat een nieuw doel kan worden opgesteld.  Een proces zonder eind.

CONSTRUCTIEF
In een meer geknutselde situatie kan spelen ook in de klas bijdragen aan het technisch leerproces.  Verschillend speelgoed kan ideaal ingezet worden tijdens de lessen techniek.  Uiteraard denken we dan in de eerste plaats aan het ruime assortiment constructiespeelgoed.  Met Duplo, Lego, K'nex, Clicx, SmartMax of Meccano kunnen heel wat technische doelen bereikt worden.  Kinderen leren een technisch plan lezen, kunnen stappenplannen volgen en leren vooral door ervaringen met hun handen op te doen.  De technische kansen van dit constructief spel zijn niet te onderschatten. Toch zijn het niet steeds enkel de mogelijkheden die het speelgoed interessant maken, maar ook de beperkingen ervan.  De geringe aangeboden materialen en hulpmiddelen verwachten de nodige creativiteit van de bouwer.  Maar toch kan er blijvend mee gespeeld worden, doordat steeds dezelfde onderdelen telkens opnieuw en op een andere manier gebruikt kunnen worden.  De producenten van dit constructief speelgoed zijn zich zeker bewust van de educatieve waarde ervan.  Vele hebben een speciaal voor het onderwijs ontworpen lijn ontwikkeld die ze maar al te graag aan de scholen willen promoten (Lego Education, K'nex Education, ...).


WE SPELEN EEN SPEL!
Wie echter verder kijkt dan enkel het daartoe bedoelde constructiespeelgoed zal ook in verschillende gezelschapsspelen de juiste technische doelen kunnen zien.  In tegenstelling tot het vrij spel van het hierboven vermelde speelgoed, hebben gezelschapsspelen een vaste structuur.  Ze zijn gebonden aan spelregels waaraan je je dient te houden.  Hierbij is dus niet zozeer het creatieve denkproces van belang.  Maar eerder de maatschappelijke doelen als zich kunnen houden aan vooropgelegde regels en werken naar een bepaald doel.  Een gezelschapsspel kent een winnaar en verliezer, waardoor kinderen zich ook van hun meest sportieve kant kunnen laten tonen.  De meeste gezelschapsspelen die ingezet kunnen worden, beperken zich (net als het constructief speelgoed) enkel tot de gebieden constructie en fysica).  Dat kan echter beperking zijn om ze niet in de klas te gebruiken tijdens de technieklessen.  

Jenga.gifEen eerste spel waaraan ik denk is het bekende Jenga van MB.  Jengel is een denk- en behendigheidsspel waarbij de spelers om de beurt een blok uit de toren halen en die er weer bovenop leggen.  Zo ontstaat in de loop van het spel een steeds hogere en instabielere toren.    Van dit spel bestaan heel wat afgeleiden.  Zo zijn er ook online games en Arcade games van gemaakt.  De gemaakte toren is een samenstelling van 54 gelijke blokjes die in 18 lagen van 3 blokjes is gestapeld.  De spelers vertrekken hierbij alvast van een technisch systeem (de toren) en hanteren de onderdelen ervan om een nieuw systeem te maken met vooropgelegde eisen (de toren in hoogte uitbreiden).  Enkele meer recente gezelschapsspelen die aan bod kunnen komen tijdens de technieklessen zijn: Vallende Aapjes, Bert Bever, Muizenval, Make 'n Break, Stef Stuntpiloot, Villa Paletti, Wadi, Sjakie de Schildpad, Angry Birds, Ahoi! En Bill & Betty Bricks.  Zelfs het alombekende spel Pisa, waarbij de spelers blauw gekleurde ventjes op de verschillende platformen van de toren van Pisa plaatsen, kan een plekje krijgen tijdens een techniekles.