zondag 12 februari 2012

Gamen i.f.v. techniekonderwijs

Het mag duidelijk zijn dat ik gamen in de klas als een meerwaarde beschouw.  De reken- en taalinhouden kunnen heel eenvoudig ingeoefend worden door verschillende online games.  Maar ook tijdens muzische en WO lessen kunnen games erg zinvol zijn.  Het domein techniek en games hebben heel wat gemeen. Daardoor kunnen games een heuse surplus betekenen voor de lessen techniek. 

OPBOUWEND EN OVERZICHTELIJK 
Door een geleidelijke opbouw van levels wordt het technisch denkproces telkens opnieuw geprikkeld. Kinderen worden uitgedaagd om steeds een iets moeilijkere opdracht uit te voeren. Hierdoor verscherpt ook hun technisch inzicht en kennis. Deze opeenvolging van steeds complexere levels werkt daarenboven ook motiverend voor de gamer. De aandacht zal bij de game en zijn inhoud blijven. 


Veel games bieden op het hoofdscherm ook een overzicht van de te behalen levels. Hier kan je zien welke levels je al behaalde en welke je nog te wachten staan. Meestal kan je kiezen om een gespeelde level opnieuw te spelen. Door een visuele voorstelling van de verschillende levels krijgt de gamer een overzichtelijk geheel te zien. Hierdoor kan die individueel een persoonlijk doel nastreven. Het is ook mogelijk om er met een groep competitief mee aan de slag te gaan. Al mag dat laatste natuurlijk niet de hoofdzaak zijn in de klas. Het overzichtelijk geheel is zeker ook in het domein techniek van belang. Het aftasten van het beschikbaar materiaal om een realisatie te verwezenlijken, geeft je meer inzicht in het technisch proces. Het maakt er onrechtstreeks zelfs deel van uit. Dankzij de internetgeschiedenis en het cachegeheugen blijven de gespeelde spelletjes bovendien bewaard op de computer, waardoor bij de volgende gamebeurt het spel gewoon kan worden verder gespeeld. 

INHOUDELIJK EN DOELGERICHT
Een game kan je les heel erg opleuken. Dit mag echter nooit de reden zijn om games toe te voegen aan de lesorganisatie. De games die tijdens de les worden aangeboden, zijn een middel om de lesstof te verduidelijken. Wie games aanbiedt, geeft zijn leerlingen de kans om zelfstandig aan techniekopdrachten te laten werken. Door de aantrekkelijke vormgeving en uitdagende opdrachten, zullen ze nog meer gemotiveerd zijn om iets bij te leren, zelfs zonder zich hiervan bewust te zijn. Het is dan ook een noodzaak de aangeboden games doelgericht in te schakelen. Veel inhouden ervan sluiten namelijk nauw aan bij het leerplan techniek. Waar het in werkelijkheid vaak gaat om te komen tot een technische realisatie en er een volledig technisch proces wordt afgelegd, belichten games eerder een onderdeel van dat proces. Het is daarom aan te raden de game te kaderen. Maar daarover later meer. Na de techniekgames beter te hebben begrepen en enkele levels ervan te hebben gespeeld, is het mogelijk om ze in de matrix voor technische geletterdheid te plaatsen. De games krijgen zo een eigen plekje in de eindtermen voor het domein techniek. Vele games zullen echter slechts één cel kunnen vullen. 


PROBLEEMOPLOSSEND DENKEN
Het is duidelijk dat games inhoudelijk kunnen aansluiten bij het domein techniek. Voor heel wat onderwerpen vind je een geschikte online game. Maar ook de manier van spelen komt overeen met hoe we aan techniek doen. Wat techniek en gamen gemeen hebben, is het probleemoplossend denken. 

Een game start met een probleem. Dit moet duidelijk zijn alvorens je kan spelen. Je bekijkt dus welke eisen er worden gesteld en wat het doel is. Vervolgens bedenk je hoe je dit zal aanpakken. Misschien zelfs terwijl de acties al worden uitgevoerd. Tijdens het spelen ben je er constant van bewust dat je naar het doel moet toewerken. Het lijkt alsof er evaluerend gespeeld wordt. Fouten zullen worden bijgeschaafd, nieuwe strategieën en ontdekkingen uitgeprobeerd. Wanneer het doel is bereikt, stelt zich een nieuw probleem. Het volgend level is begonnen. De eisen zijn net iets anders, iets moeilijker misschien. De hulpmiddelen kunnen anders zijn, vaak uitgebreider. Er komen meer invloeden aan te pas. Sommige games maken geen gebruik van levels. Ze gebruiken een puntensysteem. Hun opbouw is echter dezelfde. Doorheen het spel komen nieuwe problemen tevoorschijn. De snelheid wordt opgedreven, obstakels nemen toe of de eisen worden uitgebreid. 

Het technisch proces omvat een soortgelijk denkproces als dat van een game. In de eerste fase van het technisch proces wordt het probleem geschetst. Het doel en de criteria worden verduidelijkt. Dat probleem wordt onderzocht zodat de juiste informatie kan worden verzameld. Hier worden bewuste keuzes gemaakt en oplossingsstrategieën ontworpen. Daarna wordt de werkplanning gemaakt en het materiaal gekozen. Alles wat nodig is om het doel te bereiken, wordt klaargelegd. De ontworpen oplossingsweg wordt uitgevoerd. De technische realisatie wordt uitgetest, rekeninghoudend met de vooropgelegde criteria. Tenslotte vragen we ons af of alles naar behoren werkt. Er wordt gezocht naar mogelijke verbeteringen. De vraag of er een nieuw probleem ontstaat, dringt zich op. 

Zowel bij games als bij techniek is dus het denkproces van belang. Te weten dat het probleem kan worden opgelost, overloopt de uitvoerder in verschillende opeenvolgende stappen een proces om dichter bij de oplossing te komen. Wanneer deze bereikt is, kan er zich een nieuw probleem voordoen: nieuwe eisen die optreden of het vervolmaken van het resultaat. Door aantrekkelijke opdrachten te geven, motiveer je de leerlingen tijdens dat denkproces. 

SIMULATIES
Door problemen uit de realiteit weer te geven, worden techniekgames soms met simulaties vergeleken.  Al zijn beide geen synoniemen van elkaar.  Een simulatie is te omschrijven als een nabootsing van een deel van de werkelijkheid met als doel te kunnen werken of oefenen in een beschermde omgeving.  Games voegen hier nog zaken aan toe, waardoor een competitiedrang ontstaat: een aantrekkelijke, fictieve omgeving, figuurtjes, een puntensysteem of veel kleur en actie.   De afbakening tussen games en simulaties is in de praktijk echter niet scherp en de termen worden steeds vaker door elkaar gebruikt.  Zo bevatten spellen steeds vaker simulatoren en lenen simulatoren zich vaak ook voor het spelen van een spel.  Door te focussen op de eigenlijke inhoud, zullen kinderen een betere transfer kunnen maken naar de werkelijkheid.  Dit betekent dat ze door het spelen van games net iets meer zouden kunnen opsteken dan van de puur  realistische techniekles.   

Professor Ton de Jong (UTwente) onderzoekt momenteel de effecten van leren in gesimuleerde laboratoria in vergelijking met deze in fysieke laboratoria.  Zijn onderzoek wijst uit dat gesimuleerde labo’s tot meer kennis leiden.  Het is echter nog niet duidelijk of dat voor games ook zo is.  Ook uit andere onderzoeken - meer gericht naar de effecten van games - kan geconcludeerd worden dat games wel degelijk toevoegingen bieden aan de realiteit.  In de publicatie "Wat weten we over… effecten van games" somt het Nederlandse expertisecentrum Kennisnet enkele positieve effecten van gamen op de cognitieve functies en de ontwikkeling ervan.  Hierin wordt besloten dat games een hoge ‘cognitieve opbrengst’ hebben (volgens een samenvattende studie van Vogel en haar collega’s).  De positieve effecten werden vastgesteld op het gebied van ruimtelijk inzicht, het geheugen en taalcompetenties.  Verder werd geconcludeerd dat games een groot effect hebben op het probleemoplossend vermogen.   

zondag 5 februari 2012

Op zoek naar info

De leerlingen kunnen boeken zoeken die hun voorkeur hebben  (OVSG, lezen - TV-06-09)
Omdat de eenaatjes ondertussen alle letters kunnen lezen, gingen we vorige week voor het eerst met de klas naar de bieb.  Daar mochten ze twee zelfleesboeken en een weetjesboek uitkiezen.  Het viel me al snel op dat de meerderheid aan 1 weetjesboek niet genoeg had.  Al vaker lieten ze me merken dat ze interesse hebben in weetjes.  Over de meest uiteenlopende dingen.  Al willen de meeste eenaatjes tonen dat ze wereldburgers zijn.  Andere landen en werelddelen kunnen hen enorm boeien.  Zo ook de natuur van over de hele wereld.  Dieren, planten, het weer, ... het kwam al vaker aan bod tijdens de WO-lessen.
De leerlingen kunnen op eigen niveau verschillende informatiebronnen raadplegen  (OVSG, ET-WO-7)
Dat bracht me op het idee om een dierenweetjesboek te maken met de klas.  Een uitdaging met kinderen die net drieletterwoorden kunnen lezen en schrijven en nog volop in hun leerproces zitten.  Toen ik het wilde idee in de klas gooide, werd dat laaiend enthousiast verwelkomd.  Iedereen zag het meteen zitten.  We zouden groepjes maken van een paar leerlingen.  In groep zoeken de kinderen een dier dat uit het ei komt.  Hierover schrijven en tekenen ze zelf de info die ze willen delen.  Ons eerste probleem werd meteen duidelijk.  Hoe gaan we aan meer informatie over de dieren geraken?  "We vragen het aan E. (een klasgenoot)!" stelde iemand voor.  Natuurlijk vindt E. dit allemaal goed, maar ook hij zal straks zijn dierenfiches klaar moeten maken.  Het wordt onze hulplijn, ten tijden van 'nood'.  "We kunnen dat allemaal in boeken zoeken!" bracht A. in de groep.  Goed idee!  Wie heeft er dierenboeken?  We kan ze mee naar de klas brengen?  "Kunnen we ook niet gewoon op de computer naar filmpjes kijken?" was het volgend idee.  Geweldig toch, zo onbevangen!  
De leerlingen kunnen spontaan gebruik maken van ict bij een opdracht  (OVSG, ict - T-13)
Dat bracht me wel aan het denken om de kinderen zelfstandig naar info te laten zoeken.  Via de yurls van Linda Humme werd ik al wel eens attent gemaakt op het gebruik van QR-codes in de klas.  Ik stond er toen nog niet bij stil dat deze ook via de webcam konden gescand worden.  Met het programma Quickmark is het erg eenvoudig om de gewenste link te bekomen na het scannen van een QR-code.  Ik reserveerde bij de mobiele computerklas enkele laptops en installeerde Quickmark.  Thuis zocht ik op Beeldbank nuttige filmpjes van dieren die uit het ei komen.  Ik maakte hiervoor QR-codes aan met links naar de informatiefilms.  Met een schermafbeelding erbij vinden jonge kinderen sneller hun weg in de berg beschikbare fiches.  Na afdrukken, werden de fiches nog gelamineerd om ze duurzamer te maken.  De fiches stelde ik via Klascement beschikbaar aan anderen.  Indien gewenst wil ik ze je best als pdf mailen.  


De leerlingen tonen bereidheid en volharding bij het zoeken naar informatie  (OVSG, ict - I-13)
Ondertussen waren de groepjes al ingedeeld en de dieren gekozen.  Elke groep zocht zelf nog informatie op over zijn dier in de meegebrachte boeken.  De kinderen leerden van en met elkaar.  Verschillende sjabloonbladen daagden hen uit om informatie te geven voor het weetjesboek.  De laptops werden opgesteld in de klas en de werkwijze uitgelegd.  We bekeken en bespraken die ongelooflijk gekke vierkantjes die op de fiches staan.  We merkten dat het geen rol speelt of je de fiche ondersteboven of op zijn kant houdt.  



De leerlingen kunnen organismen in grote groepen indelen  (OVSG, WO-NAT-03.06)

Aan de slag!  De fiches werden klaargelegd, de sjablonen genomen, informatie verwerkt.  Groepjes die info nodig hadden, zochten het op in de boeken of op de laptops.  Er werd veel gepraat.  Maar steeds heel doelgericht.  Iedereen was met zijn opdracht bezig.  Het viel me op hoe bewust kinderen hun bronnen vooraf kunnen beoordelen.  Welke informatie kan ik waar vinden?  Het was een vraag die velen bezig hield tijdens het opmaken van hun dierenfiche.  Sommige zaken konden we niet vinden in boek of film.  "Meester, mag ik dat ook aan E. gaan vragen?", was de conclusie.  En dat leverde opnieuw leerwinst op.  Knap om zien hoe ook jonge kinderen zo weloverwogen keuzes kunnen maken.  Met enorme goesting in de opdracht.  Dat straalde er duidelijk van af.  Wat eerst een wild idee was, draaide uit tot een kleine bom in de klas.  Eentje dat werd afgesloten met vuurwerk.  Het weetjesboek is nog lang niet klaar.  De eenaatjes zijn nog lang niet uitverteld.  Het maakt hun leerkracht niet uit hoe dat boek eruit zal zien.  Momenteel (en persoonlijk) is het het proces dat telde.  En dat was er een om duimen en vingers bij af te likken.




En wat hebben de eenaatjes hierna geleerd?
  • Honden komen niet uit een ei, zelfs hun puppy's niet!
  • Dubbelklikken op de muis is tamelijk moeilijk.  Handig dat je hiervoor twee handen kan gebruiken.
  • Ik kan zelf op zoek naar informatie als ik de nodige materialen heb.
  • Samen kan je meer dan alleen.
  • ... en uiteraard nog zo veel meer... (althans, dat hoop ik)


zondag 29 januari 2012

Records verbreken!

ZE WORDEN GROOT
Vanaf januari kan ik van de eenaatjes écht zeggen dat ze kinderen van de lagere school zijn.  Ondertussen zijn ze vertrouwd met de grote school, kennen ze de leerkrachten en de werking.  Meestal weten ze zelfs dat de klas er is om dingen bij te leren en in te oefenen.  Zo zullen wij elke dag intensief werken aan lezen, schrijven en rekenen.  Door veelvuldig en herhaaldelijk aan het werk te gaan, zullen de technieken goed beklijven.  

"ONTLUIKEND HOOFDREKENEN"
Tijdens de rekenlessen hebben de kinderen stap voor stap de verschillende cijfers tot 9 leren kennen.  Natuurlijk gebruikten ze deze al lang in de telrij en bij het aangeven van hoeveelheden.  Het is echter belangrijk dat de cijfers voor hen een inhoud hebben.  Met behulp van materiaal, schijfjes, rekenrekje en de getalbeelden kregen de cijfers betekenis.  Tijdens dit proces werd er kennis gemaakt met de bus.  Hoeveel mensen zitten er in de bus?  Hoeveel stappen er op/uit?  Hoeveel mensen zitten nu in de bus?  De bewerkingen waren geboren.  We deden allemaal mee met de schijfjes op het busblad.  Daarna met het rekenrek.  Hierdoor kregen de bewerkingen inhoud.  Tijdens deze betekenisvolle bewerkingsactiviteiten wisselde ik bewust 'plus' af met 'vermeerderen', 'bijdoen', 'vergroten', 'meer' en 'erbij'.  Stilaan kreeg dus ook het teken + een betekenis.  Voor het teken - was dat niet anders.

AUTOMATISEREN TOT 10
Vanaf januari ben ik gestart met het bewust memoriseren en automatiseren van de sommen.  Deze kregen in de eerste trimester een inhoud, zodat ze nu vlot zouden gemaakt kunnen worden.  Dat is belangrijk voor het latere hoofdrekenen.  Wanneer we binnenkort boven de 10 zullen rekenen, komen er technieken aan te pas waarbij de basisbewerkingen tot 10 vlot gebruikt moeten worden.  Wanneer kinderen een som als 12 + 5 oplossen, wordt er verwacht dat 2 + 5 eenvoudig kan worden opgelost.  Dat is de reden waarom we intensief werken aan het automatiseren van de bewerkingen tot 10.  Het verdelen van deze sommen in categorieën kan helpen om vlot tot een antwoord te komen.  Zo vond ik bij de downloads van Onderwijsgek verschillende somtypen voor de bewerkingen tot 10.



Het doel van automatiseren is om snel het antwoord te kunnen geven op een som met behulp van, door de leerling al bekende, rekenfeiten en handige strategieën.  De leerlingen voeren een oplossingsstrategie uit die zonder nadenken uitgevoerd kan worden en die rechtstreeks naar de oplossing leidt.  Leerlingen rekenen dus zonder veel bewuste aandacht voor de berekening zelf. Automatiseren staat dus niet op zichzelf en betekent niet het gedachteloos instampen van strategieën en oplossingen. Door regelmatig te oefenen op tempo verloopt het uitrekenen van de sommen uiteindelijk foutloos, vlot en vloeiend. 

RECORDS VERBREKEN
Elke dag starten we met een kort moment sommen oefenen.  Elke leerling heeft hiervoor zijn eigen sommenboekje.  Elke ochtend, na het vaste moment in de zithoek, krijgen de eenaatjes voortaan 40 sommen voorgeschoteld.  De bedoeling is om er zo veel mogelijk juist te hebben binnen de 3 minuten.  De tijd wordt op het digibord getoond met een time timer.  Na het invullen, verbeter ik de antwoorden en noteer de scores op de eerste bladzijde.  Op de tweede bladzijde van het boekje staat een grafiek waar de evolutie wordt bijgehouden.  Zo krijgen we elke dag de kans om ons eigen record te verbreken.  Kinderen die de 40 sommen binnen de tijd klaar hebben, raad ik telkens aan om naar de aftelklok te kijken.  Zij proberen de volgende dag meer tijd over te houden.  En of er records verbroken worden!  Vaak hoor ik een 'YES' of 'WOOW' bij het eindsignaal.  De kinderen spelen tegen zichzelf en zijn zich ervan bewust dat ze beter worden in de bewerkingen.  Het sommenboekje kan gedownload worden via deze link op Klascement of stuur me een mail voor de printklare versie.  


INOEFENEN
Naast de dagelijkse verwerking van de bewerkingen, is het natuurlijk belangrijk dat er heel vaak geoefend wordt op de sommen tot 10.  Via verschillende activiteiten oefenen we hier vaak op tijdens de lesdagen.  Ik maakte op Quizlet flitskaarten met alle sommen.  De kinderen bedienen zelf het digibord en laten aan de anderen de sommen en hun antwoorden zien.  




We oefenen ook op meer speelse manieren onze sommen.  Terwijl ik meneer Konijn, een blauwe snoezige knuffel, door de klas gooi, roep ik een som.  Diegene naar wie het beest geworpen is, zegt zo vlug mogelijk het antwoord en gooit 'm terug.  Bloggende schoonzus/juf Hilde berichtte vorige week over een manier om in de klas de tafels te oefenen.  De kinderen wandelen, dansen door de klas op een vrolijk muziekje.  Wanneer de muziek stopt, zoeken ze een vriendje en bestoken elkaar met de bewerkingen.  Eenvoudig te vertalen naar de sommen tot 10.  Hits van Gotye, Stromae en Bruno Mars knalden al door de boxen tijdens onze rekenles.  Door beweging te koppelen aan de hersenactiviteit, zouden kinderen beter onthouden.  We zullen tijdens onze rekenactiviteiten ook nog gebruik maken van de speelkaarten, dobbelstenen, vliegenmeppers en wat ik nog meer zal tegenkomen.


Rekenen saai?!  Helemaal niet!


BRONNEN:

zondag 22 januari 2012

Actualiteitjes

"Meester, het is vandaag warme chocomelkweer."  Ik moest er even over nadenken, over die zin.  We hebben het al wel vaker over het weer gehad de voorbije maanden.  Maar deze zin hebben ze duidelijk niet van mij.  Het viel me al vaker op dat de eenaatjes graag over het weer praten.  De nieuwsgierigheid naar de eerste sneeuw dit schooljaar houden we niet geheim voor elkaar.  Bij hevige mist of harde wind staan we met z'n allen in de gang door het raam te turen.  Genietend van de wonderen en de kracht van de natuur.  Op het digibord bekijken we regelmatig het weerbericht via een Chromeplugin. Met een animatie wordt hier getoond welk weer we mogen verwachten in onze gemeente.  We bespreken de pictogrammen en denken alvast na welke invloed dat weer op ons zal hebben.  
Hoe moeten we ons de volgende week aankleden?  Zullen we onder het afdak moeten spelen?  Wanneer zal het het fijnste weer zijn?  Bij welk weer ben ik het gelukkigst?  Zijn er dagen wanneer ik best niet met de fiets naar school kom?  




Het warme chocomelkweer bleek uit het weerbericht van Karrewiet te komen, het kinderjournaal van Ketnet.  Het fijne aan Ketnet, en alle andere openbare zenders, is dat ze hun eigen programma's ook via stream uitzenden.  Een bezoekje aan de Ketnetwebsite bracht ons tijdens ons drankmoment in de klas op het nieuws van Karrewiet.  Weliswaar het nieuws van gisteravond, maar dat deerde ons niet.  Tijdens de uitzending viel het op hoe erg kinderen begaan zijn met de wereld en wat er allemaal gebeurt.  Tijdens onze vaste 'vrije babbelmomenten' in de zithoek merkte ik al wel dat de kinderen graag vertellen wat er zich in hun eigen wereldje afspeelt.  Maar ook ver daar buiten, tonen ze interesse in gebeurtenissen die van belang zijn.  Toegegeven, de meeste 'oohs' en 'aahs' tijdens de uitzending waren voor de schommelende, schattige pandabeer uit een dierenpark.  



Toch konden de eenaatjes me ook verbazen met hun meningen over een gekapseisd cruiseschip aan de Italiaanse kust.  "Als ik een kapitein ben van zo'n grote boot, dan zou ik daar wél zorg voor dragen," aldus E.  Een reisje naar de Italiaanse kust via Google Earth maakte het voor hen wat helderder.  We besloten de aflevering met een betrokken gevoel.  Betrokken met de duizenden vakantiegangers op het cruiseschip.  Betrokken met de mooie beelden die Karrewiet ons schonk.  Maar vooral betrokken met de wereld.  De wereld van dichtbij, maar ook die van iets verder.  Door het bekijken van de 'mininieuwtjes van de wereld' verruimden we onze blik.  We breidden onze omgeving uit.  

Wat eerst een wild ideetje was, bleek enorm aan te slaan.  We bekeken al wel vaker filmpjes op het digibord tijdens het chocomelkmoment.  Koekeloere, Nieuws uit de natuur en Stafari kwamen via de grote tv aan de muur al eens ons klaslokaal binnen.  Vanaf nu komt daar dus regelmatig Karrewiet bij.  Want wij durven ook verder kijken dan onze familie, vrienden en kennissen.  Al blijft het schaap van de buren dat lammetjes heeft gekregen nog steeds belangrijk.

We hopen natuurlijk dat het warme chocomelkweer gauw verandert in sleeweer.  We wachten nu toch al zo lang op die eerste sneeuw dit schooljaar.  De eenaatjes zouden het geweldig vinden om hun eigen sneeuwman te kunnen maken.  Daarna mag het gerust ijsjesweer worden.  Want dat vinden we gewoon lekker.  Benieuwd wat Karrewiet ons volgende keer te vertellen heeft...


Meer over actualiteit in de klas vind je bij Kranten in de klas, bij het dossier van Leraar 24 of bij het educatieplatform Nieuws in de klas.


zondag 15 januari 2012

Impressies van een ICT-dag

Ik was één van de ruim 1000 gelukkigen die vorige dinsdag ondergedompeld mocht worden in een ICT-bad.  Het Klascementteam organiseerde voor de twintigste keer in Vlaanderen zijn ICT-praktijkdag in de KHK Geel.  Een jubileumeditie dus.  En dat mocht iedereen geweten hebben.  Vooraf was al duidelijk dat deze praktijkdag er een zal worden om in te kaderen.  Na een vorige editie minister Lieten te zien passeren, werd ditmaal gewoonweg de minister van onderwijs vanuit Brussel gehaald.  Heel zijn uiteenzetting over ICT-gebruik in het onderwijs zou worden gestreamd via de website, zodat ook de thuisblijvers de voornemens van minister Smet konden volgen.  



Een twintigste editie wil zeggen dat er al 19 aan vooraf gegaan zijn.  Aan ervaring en inhoud geen gebrek.  Dat merk je zeker aan de vlotte organisatie.  De deelnemers en lesgevers werden, wanneer nodig, verwittigd van nieuwigheden en belangrijke info.  De website werd aangevuld met steeds meer informatie naarmate 10 januari dichterbij kwam.  Ook op de ICT-dag zelf was opnieuw duidelijk dat alles tot in de puntjes in orde was.  Geen overvloed aan wegwijzers.  Een plan kon iedereen bij aanmelden ontvangen.  Enkel het hoogst noodzakelijke werd uitgehangen op verschillende plaatsen.  Het centrale scherm, vanuit de hele hal zichtbaar, overliep, naast de praktische zaken, de leukste anekdotes uit de geschiedenis.  Zo leerden we dat meneer Klascement himself eens in panne kwam met zijn uitrusting nog voor de eigenlijke dag aanbrak.  De legendarische café- en restaurantbezoeken moeten erg indrukwekkend zijn voor het team van de praktijkdagmedewerkers. 



Meer dan 1000 deelnemers konden kiezen uit meer dan 100 sessies.  Een organisatie van jewelste.  Terwijl de rode loper lag uitgerold, troepten geïnteresseerde leerkrachten uit gans Vlaanderen binnen in de hogeschool.  Op zoek naar hun verwelkoming.  Nieuwsgierig naar al dat lekkers wat ICT voor het onderwijs kan betekenen.  Dat was uiteraard ruim aanwezig.  Bij het binnenkomen in de centrale hal kreeg je alvast een totaalbeeld van de organisatie.  Een heuse ICT-beurs zorgde voor de aanwezigheid van vele producenten en betekenisvolle handelaars.  Klaar voor verkoop, maar zeker ook voor de nodige uitleg over hun product.  Blij te zien dat ze geïnteresseerde leerkrachten, mensen vanop de werkvloer, mogen ontmoeten.  Dit commerciële aspect zorgt ervoor dat de prijs gedrukt kan worden en zo ook de eventuele drempel voor twijfelaars verlaagt.

Lachende gezichten.  Allemaal gelijkgestemden.  Leerkrachten van deze tijd, de 21ste eeuw.  Leerkrachten die ervoor kiezen om ICT in hun lessen te integreren.  Geïnteresseerd in nieuwe zaken.  Het hele pakket aanwezig: van kleuteronderwijs tot volwasseneneducatie.  Directies, beleidsmedewerkers, pedagogen, administratief medewerkers, leraren lichamelijke opvoeding, ... .  Met veel interesse betraden velen de centrale hal, maar ontmoetten al gauw een oude bekende.  Niet veel later werden contacten gelegd.  Het ideale moment om mensen te ontmoeten.  Pennenvriendjes van op Twitter krijgen een gezicht.  Er worden plannen uit de doeken gedaan.  Of nieuwe plannen gesmeed.  Het idee van 'het onderwijs in Vlaanderen is goed bezig' ligt nooit ver af.  En dan moest de start nog gegeven worden... 'Goedemorgen en welkom op deze twintigste editie van de ICT-praktijkdag' de eerste woorden van organisator Hans De Four.  Het startschot is gegeven.  Na een woordje van de afvaardiging van de KHK en die van de hoofdsponsor werden de praktische zaken nog overlopen.  Daarna vertrok de trein.  Alle deelnemers in rijen naar het lokaal. Naar hun gekozen eerste sessie.  De ICT-trein in sneltempo naar inspiratie, nieuwe ideeën, tips en heel wat ander lekkers.




Deze feesteditie kende opnieuw veel persaandacht.  Krant, radio en tv waren aanwezig, met belangstelling voor de nieuwe technologieën. Veel aandacht uiteraard naar minister Pascal Smet en zijn traject tijdens de ICt-praktijkdag.  Verder ook enkele hot items in de journaals.  Het werken met digitale borden spreekt tot de verbeelding van kijkers en lezers.  Werken in de cloud en de meerwaarde van sociale media voor elke leerkracht.    Maar we mochten ook kennismaken met meer 'revolutionaire' middelen in het onderwijs.  Hoe kunnen we iPads integreren in de klaspraktijk?  Welke apps zijn geschikt voor leerkrachten?  iPad management, iMovie, iPad-band, ... .  Na ondertussen al heel veel klassen te hebben voorzien van een digibord, lijkt Apple met zijn iPad het onderwijs te veroveren.  Ik ben er zeker van dat het prestigieuze technologiebedrijf hierin zal slagen.  Het lijkt me een logisch gevolg op een nieuw kijk op de wereld via de interactieve borden.  


Het onderwijs gaat mobiel!  Tablets zorgen ervoor dat het gebruik van ICT zich niet enkel tot binnen de klasmuren beperkt.  We creëren er een leeromgeving mee die ook buiten de klasdeur verder zet.  Eender waar, eender wanneer.  Ik hoop me hierin verder te kunnen verdiepen.  Want niet alleen lijkt het me een logisch gevolg.  Het zal een zinvolle en enorm leerrijke ervaring zijn.  Voor de leerkracht, maar zeker ook voor de kinderen.  






De twintigste editie van de ICT-praktijkdag heeft me veel indrukken opgeleverd.  'De leerkracht', die vroeger als het meest kritische publiek bestempeld werd, is nu een gemotiveerde, geïnspireerde, talentrijke en gedreven netwerker geworden.  Zonder uiteraard te willen veralgemenen.  Iedereen heeft kennis van zaken.  Door die kennis te delen, leren we van elkaar en met elkaar.  Een organisatie als de ICT-dag bestempelt over hoeveel professionaliteit Vlaanderen beschikt.  De ICT-praktijkdag is meer dan een dag met 2 sessies van tweeënhalf uur.  Het is een afspraak met interessante mensen die het leven en werken in je eigen klas een level hoger kunnen brengen.  De ICT-praktijkdag is meer dan een vastgelegd moment van samenkomen.  Het proces vooraf van keuzes maken, netwerken en overleg is even belangrijk.  De indrukken die terwijl werden opgedaan, blijven nog zo lang hangen.  Ze worden gepuzzeld in de eigen klasorganisatie, geboetseerd naar eigen noden en wensen.  De ICT-praktijkdag is als een speelgoedwinkel, waar het moeilijk kiezen is.  Overal, in alle hoeken en kanten, heel wat lekkers.  


Ik kader de 20ste editie van de ICT-praktijkdag graag in.  Dat smaakt naar meer!
Doe zo voort!  Een kus van de juf/meester!  En een bank vooruit!  
Op naar de 21ste editie...

vrijdag 13 januari 2012

Techniek met (bijna) kosteloos materiaal


In een vorig artikel schreef ik al over mijn verzamelwoede.  Alle spulletjes die me ook maar een beetje bruikbaar lijken, stapelen zich op in bureau, tuinhuis, klas en kasten.  De toestroom is onregelmatig maar vaak moeilijker te overzien.


Sinds ik mezelf volledig op het domein techniek gesmeten heb, komen daar nog andere materialen bij kijken: bouwmaterialen, onderdelen, gereedschap, ... .  Tijdens vakanties reed ik zowat alle bouwwerken van bekenden af om er al bedelend hun afval te mogen bekijken.  Ik graaide, keurde en verzamelde oude lusterpotjes, afgedankte waterbuizen, houten paaltjes of blokken en noem maar op.  Ik mocht zelfs, op eigen verzoek, een grabbel doen in de kroonkurkenbak van een plaatselijk café.  Een geweldig excuus om als onderwijzer 's namiddags al gezien te worden aan de toog van een populaire kroeg.

Met de meegenomen spullen, mijn twee linkerhanden en een goed gevulde werkbak ging ik aan de slag om de kinderen van hun nodige portie techniek te voorzien.  Al gauw was ik ervan overtuigd dat ik tijdens het maken van de materialen mijn eigen technische ervaringen en zelfs vaardigheden een serieuze boost gaf.  Een verdienstelijke prestatie met ook persoonlijk voordeel.  Ik voelde me zowaar eventjes handig.  Wat nog maar weinig voorkwam voorheen.  

Op de duur ging de bekendheid van 'die kan echt alles gebruiken' zover dat collega's al langskwamen met bruikbare materialen.  Wat voor hen in de eerste plaats afval leek, kan in de klas absoluut ingezet worden in de technieklessen.  Collega G. hing lamellen aan zijn nieuwe ramen.  De verpakking hiervan kan enorm goed gebruikt worden voor een technisch systeem al een zelfgemaakte knikkerbaan.  Door hellingsgraden en afstanden te variëren om er daarna autootjes door te laten rijden, maken kinderen kennis met snelheid en weerstand.  Vriend S. had nog wat (voor hem te korte) elektriciteitsdraden over.  Bezorg ze gerust!  Ideaal om flexibele wielassen mee te maken.  

Inspiratie voor dit alles deed ik op bij tal van technieksites, voorbeeldlessen en catalogussen van diverse onderwijsleveranciers (met meestal tamelijk dure materialen).  Alle bronnen hiervoor verzamelde ik ook op de techniekyurls.  Maar de grootste leermeester is ongetwijfeld de Indische Arvind Gupta.  Hij bezoekt in zijn land regelmatig de armere wijken om de kinderen technische kennis en vaardigheden bij te brengen.  Gupta werkt hiervoor met zo goed als kosteloos materiaal, zodat de 'kinderen van de straat' ook zelf aan de slag kunnen met wetenschap.  Met enkele spuitjes en darmpjes ontwierp hij zo een hydraulisch systeem dat het principe van een hijskraan uitlegt.  Met zijn project Toys From Trash stimuleert Gupta zowel collega's als kinderen om het vaak niet te ver te gaan zoeken.  Op zijn eigen website publiceert hij zijn gratis pdf-boeken waarmee leerkrachten volop aan de slag kunnen gaan. 


"The best thing a child can do with a toy is break it!"
- Arvind Gupta

   

donderdag 12 januari 2012

Hulp gevraagd? Hulp geboden!

HULP GEVRAAGD?
Kinderen die elkaar iets leren, is mooi om zien. Ze zijn oprecht trots dat ze een klasgenoot iets kunnen bijbrengen. Of zijn fier dat ze dankzij een ander kind iets nieuws kunnen.  In de klas laat ik sterke rekenaars regelmatig oefeningen uitleggen aan kinderen die de oefeningen (nog) niet begrijpen.  Voor de uitlegger is het nuttig alle stapjes in zijn hoofd te herhalen en deze te verwoorden.  Voor het kind dat geholpen wordt, is de extra uitleg van een leeftijdgenoot soms duidelijker dan die van een leerkracht.  Zij spreken tenslotte dezelfde taal.  Een win-winsituatie, die ook de leerkracht meer mogelijkheden biedt om beter gedifferentieerd te werk te gaan.  Hierdoor krijg je de kans om de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben volop bij te werken.  Je hebt de tijd om met materiaal de leerstof opnieuw voor te leggen of om opnieuw terug te grijpen naar de oorspronkelijke instructie.  


HULP GEBODEN!
Belangrijk voor het helpen is dat alle kinderen precies weten wat helpen inhoudt.  Het kan niet de bedoeling zijn dat de helper alles zo maar gaat voorzeggen.  Helpen is op gang brengen.  Een manier uitleggen die tot het juiste resultaat komt.  Zowel de helper als de geholpene moeten bewust zijn van dat belang.  Door iemand op de goede weg te zetten, verwacht je dat diegene nog wel het werk heeft om met de geboden uitleg zélf het resultaat te bekomen.  Vergelijk het met iemand die aan jou de weg komt vragen.  Door de weg duidelijk toe te lichten zal deze op het juiste punt terechtkomen.  Hierbij wordt nog enige denkactiviteit en actie verwacht.  Je kan echter ook de hele weg meewandelen tot het doel, waardoor de wegvrager meer aandacht heeft voor jou dan voor de af te leggen weg.  Hierdoor loop je het risico dat je de volgende keer opnieuw dezelfde vraag krijgt.  


EN DE LEERKRACHT DAN?
Die wil zich er zeker niet van af houden!  Naast het gevoel van voldoening bij het zien van kinderen uit zijn klas die elkaar iets kunnen bijbrengen, heeft de leerkracht zijn handen vrij om kinderen die dat écht nodig hebben te begeleiden.  Tijdens zelfstandige rekenopdrachten verdeel ik mijn klas vaak in drie of vier groepen.  Er is een groep van wie ik weet dat zij de oefeningen, na de nodige instructie, volledig zelfstandig kunnen maken.  Zij mogen na het maken van een blad of opdracht (naargelang de afspraak) hun oefeningen zelfstandig verbeteren.  Deze groep is meestal ook het eerst klaar, zodat die de oefeningen alvast heeft gezien en gemaakt waar de andere groepen aan bezig zijn.  Een tweede groep werkt ook volledig zelfstandig.  Zij kunnen hulp vragen aan de eerste groep.  De taken worden zelfstandig verbeterd.  Na het verbeteren, laten ze hun oefeningen nog aan mij zien.  Zo krijg ik een idee van hoe de oefeningen verlopen en waar de kinderen zijn.  Indien er nog een fout is, wordt hierop gewezen en wordt er eventueel een kind van groep 1 bijgehaald.  De kans dat ik dan analoge oefeningen klaar heb, is groot.  Een derde groep werkt in de buurt van mij, zodat ik hun concentratie en betrokkenheid nog kan observeren en eventueel bijsturen.  Ze werken echter wel zelfstandig aan de taken.  Hun opdrachten worden door mij verbeterd.  Indien ze een vraag hebben, roep ik er voor hen een helper bij.  Een laatste groep oefent meer in groep, samen met mij.  Zij hebben nood aan verlengde instructie.  Nood aan extra inoefening.  Aan concreet materiaal...  


Tijdens het werken op deze manier voel ik een soort werkrust.  De kinderen zijn gemotiveerd door de interactie met elkaar.  Er mag al eens van de plaats gekomen worden.  Om te verbeteren.  Om te helpen.  Zonder elkaar te storen, natuurlijk.  Tijdens het werken hebben we vaak onze time timer aanstaan.  Zodat het voor de kinderen duidelijk is hoe lang we nog te werken hebben.  De rust komt er ook door actiever met een klein groepje aan de slag te kunnen.  Te weten dat de hele klas toch geobserveerd en opgevolgd wordt.  Tijdens het werken, houd ik alles bij op een klaslijst.  Elke oefening, iedere vooruitgang, elke uitbreiding probeer ik zo te bewaren.  Eventueel om kinderen naar andere groepen te laten overgaan.  De samenstelling hiervan is enorm flexibel.  Niet gebonden aan tijd.  Het is een veranderend proces.  Net als het leren zelf.