donderdag 12 januari 2012

Hulp gevraagd? Hulp geboden!

HULP GEVRAAGD?
Kinderen die elkaar iets leren, is mooi om zien. Ze zijn oprecht trots dat ze een klasgenoot iets kunnen bijbrengen. Of zijn fier dat ze dankzij een ander kind iets nieuws kunnen.  In de klas laat ik sterke rekenaars regelmatig oefeningen uitleggen aan kinderen die de oefeningen (nog) niet begrijpen.  Voor de uitlegger is het nuttig alle stapjes in zijn hoofd te herhalen en deze te verwoorden.  Voor het kind dat geholpen wordt, is de extra uitleg van een leeftijdgenoot soms duidelijker dan die van een leerkracht.  Zij spreken tenslotte dezelfde taal.  Een win-winsituatie, die ook de leerkracht meer mogelijkheden biedt om beter gedifferentieerd te werk te gaan.  Hierdoor krijg je de kans om de leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben volop bij te werken.  Je hebt de tijd om met materiaal de leerstof opnieuw voor te leggen of om opnieuw terug te grijpen naar de oorspronkelijke instructie.  


HULP GEBODEN!
Belangrijk voor het helpen is dat alle kinderen precies weten wat helpen inhoudt.  Het kan niet de bedoeling zijn dat de helper alles zo maar gaat voorzeggen.  Helpen is op gang brengen.  Een manier uitleggen die tot het juiste resultaat komt.  Zowel de helper als de geholpene moeten bewust zijn van dat belang.  Door iemand op de goede weg te zetten, verwacht je dat diegene nog wel het werk heeft om met de geboden uitleg zélf het resultaat te bekomen.  Vergelijk het met iemand die aan jou de weg komt vragen.  Door de weg duidelijk toe te lichten zal deze op het juiste punt terechtkomen.  Hierbij wordt nog enige denkactiviteit en actie verwacht.  Je kan echter ook de hele weg meewandelen tot het doel, waardoor de wegvrager meer aandacht heeft voor jou dan voor de af te leggen weg.  Hierdoor loop je het risico dat je de volgende keer opnieuw dezelfde vraag krijgt.  


EN DE LEERKRACHT DAN?
Die wil zich er zeker niet van af houden!  Naast het gevoel van voldoening bij het zien van kinderen uit zijn klas die elkaar iets kunnen bijbrengen, heeft de leerkracht zijn handen vrij om kinderen die dat écht nodig hebben te begeleiden.  Tijdens zelfstandige rekenopdrachten verdeel ik mijn klas vaak in drie of vier groepen.  Er is een groep van wie ik weet dat zij de oefeningen, na de nodige instructie, volledig zelfstandig kunnen maken.  Zij mogen na het maken van een blad of opdracht (naargelang de afspraak) hun oefeningen zelfstandig verbeteren.  Deze groep is meestal ook het eerst klaar, zodat die de oefeningen alvast heeft gezien en gemaakt waar de andere groepen aan bezig zijn.  Een tweede groep werkt ook volledig zelfstandig.  Zij kunnen hulp vragen aan de eerste groep.  De taken worden zelfstandig verbeterd.  Na het verbeteren, laten ze hun oefeningen nog aan mij zien.  Zo krijg ik een idee van hoe de oefeningen verlopen en waar de kinderen zijn.  Indien er nog een fout is, wordt hierop gewezen en wordt er eventueel een kind van groep 1 bijgehaald.  De kans dat ik dan analoge oefeningen klaar heb, is groot.  Een derde groep werkt in de buurt van mij, zodat ik hun concentratie en betrokkenheid nog kan observeren en eventueel bijsturen.  Ze werken echter wel zelfstandig aan de taken.  Hun opdrachten worden door mij verbeterd.  Indien ze een vraag hebben, roep ik er voor hen een helper bij.  Een laatste groep oefent meer in groep, samen met mij.  Zij hebben nood aan verlengde instructie.  Nood aan extra inoefening.  Aan concreet materiaal...  


Tijdens het werken op deze manier voel ik een soort werkrust.  De kinderen zijn gemotiveerd door de interactie met elkaar.  Er mag al eens van de plaats gekomen worden.  Om te verbeteren.  Om te helpen.  Zonder elkaar te storen, natuurlijk.  Tijdens het werken hebben we vaak onze time timer aanstaan.  Zodat het voor de kinderen duidelijk is hoe lang we nog te werken hebben.  De rust komt er ook door actiever met een klein groepje aan de slag te kunnen.  Te weten dat de hele klas toch geobserveerd en opgevolgd wordt.  Tijdens het werken, houd ik alles bij op een klaslijst.  Elke oefening, iedere vooruitgang, elke uitbreiding probeer ik zo te bewaren.  Eventueel om kinderen naar andere groepen te laten overgaan.  De samenstelling hiervan is enorm flexibel.  Niet gebonden aan tijd.  Het is een veranderend proces.  Net als het leren zelf.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen