zaterdag 18 juni 2011

Onderwijsjeslijstjes (deel 1)

Ik kocht een boek, een lijstjesboek.  Getiteld: List|O|Mania, een oplijsting van meer dan 30 jaar pop- en rockgeschiedenis.  Geschreven (samengesteld) door Stijn Van de Voorde (die van Studio Brussel).  Het sprak me meteen aan: het gaat over muziek!  Geschreven door iemand die er iets over weet!  Bovendien voorzien van een enorme hoeveelheid inspirerende doedels door Emma Thyssen.


Al bij het lezen van de proloog voelde ik de uitdaging om aan onderwijslijstjes te gaan werken.  Ik neem me voor dat er veel te weinig lijstjes bestaan in functie van het onderwijs.  Ok, er bestaan de zogenaamde 23 onderwijsdingen en de 23 onderwijsdingen voor het primair onderwijs.  Maar dat zijn naast lijstjes toch eerder handleidingen om leerkrachten mediawijzer te maken.  Verder heeft Klasse ook heel wat stappenplannen in de vorm gegoten van lijstjes onder de noemer 'De Eerste Lijn'.  Maar een echte verzameling van onderwijslijsten met tal van trivia, nuttige onderwijsdingen en bruikbare inhoud ben ik nog niet tegengekomen tijdens mijn webronddwalingen*.  Eigenlijk zijn dit gewoon maar uitvluchten, natuurlijk.  Het is dus ook geweldig leuk om lijstjes samen te stellen.  Het doet me denken aan High Fidelity.  Met voorsprong mijn favoriete boek, film en soundtrack.  Over muziek! En lijstjes...


Bon, lijstjes over het onderwijs, dus.  Ik heb hopen ideeën voor lijstjes  die stilaan ook al een invulling krijgen.  Het zal niet bij deze ene 'onderwijsjeslijstjes' blijven.  Vandaar 'deel 1' achter de titel.   Hoeveel het er precies worden, kan niemand zeggen.  We zien wel.  Veel plezier met het bestuderen ervan!


Hierbij mijn introlijstje.  De trouwe over-onderwijs-lezer heeft uiteraard al opgemerkt dat dit mijn 2de lijstje betreft.  In het vorige artikel over de laatste schooldagen maakte ik ook al een lijstje publiek: "waarom onderwijzers vakantie hebben".  En of dit aansprak... zie reacties op Facebook.


* Na het herlezen van bovenstaande wil ik toch nog melden dat ik een geweldige fan ben van de "# ways to use ... in the classroom" waarbij # staat voor een hoeveelheid en ... voor een fijne ict-tool.  Twitter, Wallwisher, Wordle, Technology, QR-codes, Social Media e.v.a. passeerden al de revue.  

De laatste loodjes...

De maand juni.  Het moment waar bij menig leerkracht uit het Vlaamse landschap de spanning begint te stijgen.  De vakantieplannen zijn ondertussen al gemaakt, maar de focus op leerstof, leerlingen en administratie neemt in stijgende lijn toe.  Sommigen onder ons zullen de dagen aftellen tot het zover is: 30 juni!  Dromen van de boekentas in een hoekje te gooien en languit in de terrasstoel met boek en een drankje.  Toch denk ik dat de meeste onderwijzers deze dagen anders besteden en zich niet enkel beperken tot de tijdsmeting der laatste schooldagen.


Al zijn we er ons volledig van bewust hoeveel tijd we nog hebben om alles af te sluiten wat we het voorbije schooljaar hebben opgebouwd.  De rapporten moeten op tijd klaar zijn om meegegeven te worden.  Daar zijn de gevreesde toetsen noodzakelijk voor.  Zonder toets geen evaluatie.  Deze toetsen inplannen betekent voor leerkrachten een extra inspanning.  Uiteraard moet alle leerstof gezien zijn voor de toets kan worden gemaakt.  Heel graag onderwerpen we onze leerlingen nog aan een leerzame herhaling.  Om dan uit te komen bij de uiteindelijke toets.  Ik hoorde ooit een collega vertellen dat dit de minst aangename lesuren waren van de hele schoolcarrière.  Terwijl van een leerkracht verwacht wordt zijn hele klas te helpen, die daarvoor ook volop in beweging is, is dit bij de toetsen net omgekeerd.  Stil neergezeten de klas observerend, wordt de toets afgenomen.  Daarboven moeten we onze neiging om kinderen uit problemen te helpen met de leerstof volledig achter ons laten.  Ik begrijp collega L. daar volkomen in.  Maar toch zijn zo o zo waardevol, die toetsen!  Om er nadien mee verder aan de slag te gaan.  Om de collega's van het volgend jaar de juiste informatie te kunnen meegeven.  En natuurlijk om de ouders en het volledige netwerk van de leerlingen zinvol te informeren over de leerprestaties van hun kind.



Bon, toetsen gemaakt... toetsen verbeteren... punten bekijken en ingeven... foutenanalyse maken... toetsen ter ondertekening meegeven... toetsen bespreken... toetsen op veilige plek bewaren... rapport opstellen... rapport voorzien van de nodige commentaren.  En dat allemaal liefst nog met de glimlach.


Onze eindspurt naar 30 juni bestaat echter uit meer dan alleen toetsen en rapporten maken.  Leerlingendossiers bijhouden, oudercontacten doen, nieuwe klasgroepen maken, bedankwerkjes maken voor leesmoeders, opvangmoeders en alle kostbare vrijwilligers op school.  Het zorgt allemaal mee voor de 'midden-juni-spanning'.


Voor mij werkt het om een lijstje te maken.  Een waarop ik alle taken die ik nog moet volbrengen voor 30 juni in het kort oplijst.  De lijst telt een twintigtal extra taken, momenteel.  Waarvan er ondertussen al enkele zijn doorstreept, wat zeer motiverend werkt.  De metaforische muur is niet ver meer af.  Om die te beklimmen zijn nog wat hindernissen te overbruggen.  Samen met mijn Post-it lijstje zal het me ook nu weer lukken om de andere kant van de muur te bereiken en me volledig over te geven aan de vakantiemodus.  Maar ook dan, tijdens juli en augustus, blijft mijn taak als onderwijzer door mijn hoofd spoken.  Minder gedwongen.  Mezelf klaarmakend voor een nieuw begin met een nieuwe bende in opnieuw ingericht klaslokaal.


Aan alle leerkrachten: veel plezier deze laatste dagen!  Op naar de andere kant van de muur!


vrijdag 17 juni 2011

Tussendoortjes

Ik herinner me nog goed het allereerste lesje dat ik ooit in mijn hele leven gaf.  Als achttienjarige, net in het 1ste jaar lerarenopleiding, mocht (moest) ik stage lopen bij meester W. in Turnhout.  Nog niet volledig overtuigd van de juiste studiekeuze volgde ik eerst enkele lessen die hij aan zijn klas 3B gaf.  Meester W., niet meteen het toonbeeld der moderne onderwijzer, gaf me niet echt dat veilige gevoel dat een beetje onwennige stagiair nodig heeft.  Ondertussen is hij al bijna 10 jaar onderwijzer-op-rust, welverdiend vermoedelijk.




Het onderwerp dat ik opgegeven kreeg, sprak me niet tot de verbeelding: negatieve getallen.  Erg zenuwachtig, met mijn armen geen blijf wetend, gaf ik de les die ik op papier gezet had.  Volledig uit het hoofd geleerd.  Vlak voor een klas leerhongerige achtjarigen met daarachter meester W. en mijn docente wiskunde.  Beide toepassingen met negatieve getallen, die ik kende, passeerden de revue: het nemen van de lift en de thermometer in de winter.  Ik kwam niet verder dan doceren, instructie en klassikaal oefenen.  Niet verwonderlijk dat mijn les een vol kwartier eerder klaar was dan de voorziene tijd.  Ik rammelde het af alsof het een sneltrein was.  Of de kinderen er iets van begrepen hadden?  Ik had geen idee.  Ik had mijn les gegeven.  En toen... niks meer!  De docente heeft me uit die benarde situatie gered door de kinderen en de leerstof haar volle aandacht te geven.


Op dát moment (ik keek met opengesperde ogen naar haar interactie met de kinderen) wist ik: dit wil ik ook!  Ik nam me voor om nooit nog momenten van verveling te zaaien.  Ik nam me voor om er te staan voor de klas.  Hen te boeien, hun leergierigheid aan te wakkeren en hen rijke leerstof aan te bieden.  En als, áls ik dan nog een moment zou hebben waarop ik niet precies weet welke richting het uit moet, dan nog zou ik iets betekenen in de klas.  Ik ging op zoek naar korte activiteiten die ik in de klas zou kunnen doen tijdens momentjes tussen twee lessen door.  Als afleiding van de werkdag, om de concentratie terug op peil te kunnen brengen, om de kinderen te doen ontspannen.  Maar natuurlijk ook gewoon omdat het leuk is!


Stilaan breidde mijn verzameling tussendoortjes uit tot een massa die onmogelijk nog zo maar uit de mouw geschud kon worden.  Wat duidelijk wél de bedoeling is van een tussendoortje.  Ik maakte fiches met daarop tekst en uitleg van de korte activiteiten die ik lamineerde en in een vrolijk valiesje stak.  Een valiesje dat altijd in de buurt staat en dus zo maar te pakken valt.  Dat valiesje is ondertussen mijn survivalkit geworden voor korte momentjes.  Er zitten tegenwoordig niet alleen de kleurrijke fiches in.  Ook de weinig nodige spulletjes voor de tussendoortjes kunnen erbij: elastiekjes, een wc-rolletje, luciferdoosje een stukje touw, een blinddoek en een muntstuk.


De meeste tussendoortjes in het boekje hieronder zijn bedoeld voor kinderen van de lagere school.  De aandacht gaat hier voornamelijk naar het plezier ervan.  Toch zijn heel wat tussendoortjes ook nuttig voor de lichaamsbeweging, ontspanning, het welbevinden van de leerlingen, als geheugentraining of het leren samenwerken.  Sommige spelletjes kunnen ook gebruikt worden ter kennismaking.











Heb je graag een printklaar exemplaar (A4, .pdf) om meteen te kunnen gebruiken, plaats gerust een reactie of mail me.



Meer tussendoortjes zijn te vinden bij Klascement of Onderwijs Maak Je Samen.



zondag 12 juni 2011

Tekeningetjes maken

ASSOCIËREN DOOR TE TEKENEN
In het artikel 'associëren kan je leren' vertelde ik al over de woordenwolkjes die wij telkens bij een thema WO maakten.  Het nieuw gestarte thema 'dieren' kreeg zo ook een geweldig woordenweb.  We verbraken zelfs ons klassikaal record in aantal woorden.  Het onderwerp spreekt natuurlijk wel erg tot de verbeelding van de kinderen.  Al gauw moest ik ze afremmen in het benoemen van alle diersoorten die ze zich maar konden voorstellen.  Met vragen als 'wat doen dieren?', 'waar vind je dieren?' en 'ken je bekende dieren?' stuurde ik hen toch nog wat andere richtingen uit.  Ik denk dat we ruim 100 woorden konden verzamelen.

Tijdens het hoekenwerk dat hierop volgde, mochten de kinderen traditiegetrouw hun mapje opfleuren met hun tekenkunsten.  Ze doen dit graag!  De kinderen fantaseren erop los en bedenken de gekste situaties waarin de dieren voorkomen.  Enkelen ontwierpen zelf een eigen diersoort, anderen vroegen dierenboeken om zo realistisch mogelijk te werken.  De associatiehoek was opnieuw een succes.  En hoewel hier vooral het denkproces in de kijker staat, mogen de resultaten best gezien worden!

VRIJ TEKENEN MET BEPERKING
Al vaker viel het me op dat kinderen heel geconcentreerd bezig zijn als je ze vrij laat tekenen.  Kinderen vinden het fijn om eens zelf hun onderwerp te kunnen kiezen.  Heel vaak gaat dit gepaard met de periode van het jaar (Sinterklaas, lente, vakantie, ...) en wordt dit 1 grote tekening waarbij het hele blad gevuld wordt.  Een leerkracht zou een leerkracht echter niet zijn als hij aan een vrije opdracht geen doelbewuste beperking oplegt.  Zo kan je hen bijvoorbeeld enkel met (variaties van) blauw laten werken.  De vrije tekening wordt beperkt door de kleur.  Kinderen zullen op zoek gaan naar zaken die voor hen blauw kunnen zijn of ze koppelen de kleur aan een gevoel dat hun tekening zal sturen.  Zo ontstaat  een volledig ander beeld en ontdekken de kinderen de mogelijkheden van beperkingen.

In de loop van het schooljaar werken onze eenaatjes regelmatig aan hun tekenvaardigheden.  Af en toe zetten we de banken in een vierkant.  Alle kinderen krijgen een blad waarop ze gedurende 3 minuten hun ding kunnen doen.  Na het signaal geven we het blad in wijzerzin door waarna het kind zaken bijtekent binnen het oorspronkelijk gekozen thema.  Hiervoor krijgen ze slechts 1 minuut de tijd.  Veel tijd om na te denken is er niet.  De kinderen worden verplicht om snel associatief te denken.  Na de minuut worden de bladen weer doorgegeven totdat die terug bij de eigenaars zijn.  Elk kind krijgt dan een blad met een zelf gekozen thema waaraan alle kinderen van de klas hebben gewerkt: verschillende stijlen, veel ideeën.  

DOEDELEN 
Als kinderen vrij willen tekenen in de klas, wil ik dat graag stimuleren.  Iedereen heeft een A5je dat gebruikt wordt als volgkaart bij het werken.  Een kaart om te telkens onder de volgende oefening te leggen.  Als de taken gemaakt zijn, mogen ze deze omdraaien om hun hersenkronkels erop neer te kladden.  Je ziet niet enkel hun tekenvaardigheid verhogen, maar ook hun creatief denkvermogen.  Ze zoeken naar datgene dat past bij hun compositie.  Sommigen tekenen erg figuratief, anderen werken eerder abstract.  Maar allemaal doen ze dit heel precies.  De beperking van tijd en ruimte wordt hen opgelegd: een A5je is niet groter dan 15cm x 21cm en hier moeten ze een hele periode mee overbruggen (totdat het schriftje uit is).  Ze worden als het ware verplicht om essentieel te denken: wat is de moeite om aan mijn doedels toe te voegen?  


Om tekenvaardigheden bij kinderen te stimuleren, zijn er tal van publicaties op de markt.  Als grote fan van Kapitein Winokio raad ik iedereen het aaiBoek aan.  Verder zijn er ook Het Grote Jongens Tekenboek en Het Grote Meisjes Tekenboek van Andrew Pinder, waarin kinderen naar hartenlust kunnen doedelen.  Laat de fantasie maar werken!
Om inspiratie te krijgen voor het maken van knappe doedels, bezorg ik de kinderen af en toe een doedelkleurplaat.  Op Patterns For Colouring vond ik er heel wat, te gebruiken in verschillende thema's.  


bronnen:

zaterdag 28 mei 2011

Associëren kan je leren


LEREN ASSOCIËREN
Vraag aan kinderen om het begrip 'angst' te tekenen en ze tekenen een spin of een spookhuis.  Als je hen een abstract onderwerp geeft, associëren kinderen dit onmiddellijk met concrete situaties of voorwerpen.  De associaties die ze maken zijn echter goed gekozen en als je hen laat doen, kunnen ze er een gans blad mee vullen.


Als je associeert, leg je een verband tussen nieuwe informatie en iets dat je al weet.  Door dat verband kan je de nieuwe info beter onthouden.  Associëren heeft zijn belang dus al bewezen binnen het leerproces.  De globale kennis en woordenschat zal erdoor verbeteren.  Kinderen die goed kunnen associëren, zullen sneller structuur vinden in de leerstof.  Hierdoor kunnen ze deze vlugger in zich opnemen.  Daarom ook dat het associëren veelvuldig wordt opgenomen in leerlijnen 'leren leren'.  Leren associëren is dus voor veel kinderen zinvol.  

Vraag aan kinderen om de lente te tekenen en ze tekenen bloemen, vogels, gras en de zon. Bij een nieuw WO thema laat ik de kinderen brainstormen over wat hen dat thema zegt.  Daarvan maken wij telkens een woordenwolk in Wordle.  Deze woordenwolk krijgt een plekje in de klas.  Ik kopieer dit ook voor alle kinderen op een A3 blad, zodat dit een mapje wordt met op het titelblad de associatiewoorden die de kinderen maakten.  Wanneer we een vers, lied, ... leren over het thema, kopieer ik dit op de achterflap.  In dit mapje krijgen de kinderen aan het einde van het thema alle werkjes m.b.t. het onderwerp mee naar huis.  Tijdens de weken waarin we hierover leren, kunnen de kinderen hun mapje nog opfleuren met tekeningetjes over het thema.  Zo wordt het associatiemapje een persoonlijke bundeling van hun leerstof.  De resultaten zijn verbluffend.  Het ene onderwerp spreekt al meer tot de verbeelding van de kinderen dan de andere, maar telkens zie ik enkele pareltjes van boekjes verschijnen.













ASSOCIËREN VISUALISEREN
André Manssen maakte enkele weken geleden een uitgebreid overzicht van woordwolkmakers op zijn blog. Na deze allemaal een keer te hebben uitgeprobeerd, moet ik besluiten dat Wordle toch de meest veelzijdige en gebruiksvriendelijke uit het rijtje is.  Op de voet gevolgd door ABC Ya! die wat kinderlijker toont, maar prachtige resultaten levert.


Naast het bedenken van trefwoorden bij een onderwerp zijn er nog veel andere mogelijkheden om woordwolken in de klas te gebruiken.  Zo kan je eenvoudig de resultaten van polls mee visualiseren of gedichten in verwerken à la Van Ostaijen.  De leerkracht kan een van een heleboel zinnen een collage maken, waarna de kinderen hiermee trachten correcte Nederlandse zinnen te maken.  Een mooie insteek voor lessen taalsystematiek.






ASSOCIËREN + VERBEELDEN
Om onderlinge verbanden te leggen tussen trefwoorden en associaties worden woordspinnen gemaakt, de zogenaamde mindmaps.  Hierbij wordt het centrale woord in het midden geschreven, waar door associatie en verbeelding een boomstructuur ontstaat.  Deze structuur wordt nog verder ondersteund door tekeningen en kleur.   Via mindmapping kunnen kinderen beter feiten en cijfers onthouden, hun verbeelding ontplooien en zich beter op toetsen en de leerstof voorbereiden.



Er bestaan een heleboel tools online om te mindmappen.  Lange tijd was Bubbl.us mijn favoriet.  Totdat ik Mindmeister ontdekte, die net iets meer mogelijkheden biedt (bijvoorbeeld afbeeldingen toevoegen, iconen kiezen, lettertype en omranding), waardoor de mindmap gestructureerder kan weergegeven worden.  Een korte zoektocht naar online mindmaptools leverde onderstaande lijst op:
* sommige zijn gratis in gebruik, andere hebben een probeerversie of zijn betalend
* hoe groter de naam, hoe interessanter (naar mijn mening)


mind42   mapmyself   dabbleboard   wisemapping   ekspenso   spicynodes   glinkr   mindomo   lovelycharts   bubbl.us   popplet   dropmind   mindmeister   simplediagrams   slatebox  gliffy   spinscape   creately   exploratree   cayra   text2mindmap




Onderstaande mindmap over deze blogpost is gemaakt met Text 2 Mindmap.  Door het invoeren van tekst die je voorziet van tabs, maakt de tool zelf zijn structuur.  De mindmap opmaken is dus niet meer nodig.  Je geeft de structuur van de mindmap in terwijl je de trefwoorden in het vak links ingeeft.  Nadeel is dan wel dat het aanpassen van de visuele structuur heel beperkt blijft.  Invoeren van afbeeldingen is niet mogelijk.





bronnen:

maandag 23 mei 2011

Pluimpjes en duimpjes

IK HEB VANDAAG 348 KEER "GOED ZO" GEZEGD...
Nee, ik houd me niet bezig met dat te tellen, maar het staat vast dat wij onderwijzers onze kinderen dagelijks degelijk complimenteren.  
  • Een fout gelezen woord zelf verbeterd?  "Goed zo!"  
  • Zelf de veters gestrikt? "Dat kan jij goed"  
  • Iemand verder geholpen? "Doe zo voort!"
  • Een oefening op bord foutloos gemaakt?  "Knap gedaan!"  
  • De boekentassen netjes gezet? "Geweldig dat jij dat gedaan hebt"
  • ...
Vaak staan we er niet bij stil dat we zo gul zijn in onze positieve benadering naar kinderen.  De zinnetjes floepen er als het ware zomaar uit.  En maar goed ook.  Kinderen genieten ervan te horen dat ze goed bezig zijn.  


Die kleine aanmoedigingen maken het leren voor je leerlingen nog waardevoller.  Appreciatie krijgen voor wat ze doen, zorgt ervoor dat ze zich nog meer zullen inspannen waardoor de resultaten ook hoger zullen liggen.  Deze pluimpjes zorgen voor een positief leerklimaat, een omgeving die gezonde energie geeft aan de kinderen en de omgeving waarin ze leren.  Kinderen die gemotiveerd worden, beleven sneller hun succesmoment en staan positiever in het leven.  


COMPLIMENTEN GEVEN > "GOED ZO"
Naast wat je zegt is ook hoe je dat doet van belang.  Lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen zeggen vaak meer dan woorden.  Een duim in de lucht, een knipoog, een schouderklop.  Het geeft die woorden enkel maar meer kracht.  


Het kan nuttig zijn om vooraf te bedenken waarover je complimenten geeft aan welk kind in je klas.  Dat blijkt ook uit een lopend onderzoek van de Universiteit Utrecht.  Zij bekijken momenteel de manier waarop ouders, leerkrachten en hulpverleners complimenten geven aan kinderen.  Ze hopen hiervoor trouwens zoveel mogelijk mensen te kunnen bereiken met deze online enquête.  Je kan kinderen complimenteren over hun gedrag (wat doen ze goed?), over hun kennis (wat weten ze?), over hun vaardigheden (wat kunnen ze goed?), over inzet en moed, over nieuwe kleren, kapsel.  




HOE DOE JE DAT?
1.  Benoem wat het kind doet. Bijvoorbeeld:
‘Ik vind het heel fijn dat je flink aan het werk bent.’
‘Je bent bijna klaar met je taak. Knap van jou!’

2.  Geef een compliment meteen. Bijvoorbeeld: 
‘Wat knap dat je mooi in de rij staat.’ 
Het kind voelt zich gezien en gehoord. Bovendien krijgt hij of zij meteen duidelijkheid. 

3.  Beschrijf helder wat het kind goed doet en welk effect dat op jou heeft.‘Wat fijn dat je zo rustig aan het werk bent (gedrag van je kind), ik kan nu rustig verder met dit groepje kinderen (effect op jou).’



EN NU DE KINDEREN!
Jonge kinderen zijn niet vaak geneigd uit zichzelf pluimpjes en duimpjes te strooien.  Ze beseffen wel wat anderen goed doen of kunnen, maar zien niet meteen resultaat in het benoemen ervan.  Je kan hen echter wel aanleren hoe het moet en wat je ermee kan bereiken.  Ik werkte in de klas aan deze sociale competenties met een zakje echte pluimen.  De kinderen mochten er allen 1 uithalen en zichzelf ermee strelen aan hun wang of hand.  Pluimpjes voelen zacht aan, het is zelfs een prettig gevoel!  De kinderen gaven hun pluimpje door zodat iedereen een ander pluimpje had en voelden opnieuw.  Pluimpjes krijgen is leuk!  We bundelden al onze pluimpjes in een doorzichtig zakje dat zichtbaar in de klas hangt.  Hoe kunnen we nu pluimpjes geven?  Uit het zakje halen en doorgeven?  Nee, dan geraakt het zakje leeg.  Hoe kunnen we iemand een leuk gevoel bezorgen?  Door iets moois over hem/haar te zeggen!  Dat gaan we doen!  We bespraken wat mooie dingen zijn en bedachten voor iedereen iets anders.


Een volgende les kregen de kinderen allemaal een blad met hun foto in het midden op.  Dit werd doorgegeven door de hele klas.  De andere kinderen mogen hier iets opschrijven wat ze fijn vinden aan het kind van de foto.  Of wat die goed kan.  Of waarom zij zulke goeie vrienden zijn.  Heel fijne resultaten.


De postbus werd geïntroduceerd.  Vooraan in de klas staat-ie nu te blinken met een mandje met kladpapiertjes ernaast.  Elk vrij moment kunnen kinderen hier briefjes uit halen een naar elkaar schrijven, waarna ze dit in de postbus droppen.  Aan het einde van de week worden de briefjes voorgelezen en uitgedeeld.  Een efficiënte manier om pluimpjes en duimpjes te leren geven.  Bovendien leren onze eersteklassers er nog functioneel door schrijven ook.  Ik krijg vaak de vraag hoe je een bepaald woordje schrijft en schrijf dit gauw op een plakbriefje.  Het is wonderlijk te lezen wat de kinderen naar elkaar schrijven.  Alle kinderen van de klas hebben momenteel al briefjes gekregen.  Zelfs hun meester heeft er al enkele mogen ontvangen.  Het zorgt voor dat positieve leerklimaat, een omgeving waarin je graag gezien wordt.






Voor jonge kinderen, werkte Kwintessens dit lessenpakket uit.  Ik maakte er een flipboekje van:


Van af en toe een pluimpje
krijg je hele sterke vleugels!
Schouderklopjes of een duimpje
maken ‘t leuk voor groot en klein.
Spelen is delen, je pluimpjes met velen.
Veertjes voor keertjes
dat mensen fantastisch zijn.






Wist je dat het jaarlijks op 1 maart in België en Nederland de Nationale Complimentendag is?  Een geweldig initiatief met maar 1 minpuntje: het is slechts 1 dag op een jaar.  
Ik denk dat wij onderwijzers hier gemakkelijk 365 Nationale Complimentendagen van kunnen maken.  



Een klein woordje kan vaak zoveel verschil maken!







bronnen: 

maandag 16 mei 2011

Twee linkerhanden vs. techniekonderwijs

 UIT DE KRANT

"Het imagoprobleem van het technisch secundair onderwijs (TSO) is zorgwekkend. Kinderen in het basisonderwijs krijgen onvoldoende de mogelijkheid om hun technische talent te leren kennen. Leerkrachten hebben onvoldoende kennis en ervaring om technologie op een aantrekkelijke manier te presenteren."
(uit: De Standaard, 28 april 2011) 

Dat schreef Sanju Gielen in De Standaard in het opiniestuk 'Technisch onderwijs creëert welvaart.  Vlaanderen snakt naar ambachtslui.'  Sanju is naast een vriend van mij ook directiemedewerker van het Technisch Heilig-Hartinstituut van Tessenderlo.  Kortom, iemand die weet waarover hij spreekt, als hij het over technisch onderwijs heeft.  De school waar hij staat, kende de laatste jaren een terugval in het leerlingenaantal.  Dat zou volgens hem in de toekomst verregaande gevolgen kunnen hebben voor de economische toestand in de streek.  Bedrijven halen hun werkkracht elders of, erger nog, verhuizen hun vestiging naar plaatsen met meer potentiële werknemers.  

Ik kan Sanju, als onderwijzer lager onderwijs, volgen in zijn gedachtegang.  Ik vind mezelf ook technisch minder sterk, waardoor ik minder stevig in mijn schoenen sta tijdens lessen techniek.  Een schroef in een plank draaien, lukt me nog net.  Maar als er bijvoorbeeld elektriciteit bij komt kijken, is mijn inzicht ver zoek.  Niettegenstaande mijn twee linkerhanden hoop ik wel regelmatig de experimenteerdrang van kinderen aan te spreken tijdens allerlei uitdagende opdrachten.  Tijdens een nascholing sprak de docent me ooit aan met de woorden: 'Wij onderwijzers hoeven niks te kunnen, als we er maar voor zorgen dat onze leerlingen het wél kunnen.'  Ik geef toe: best wat kort door de bocht, maar toch een stelling met enige waarheid.  De taak van een onderwijzer is heel vaak het wéten hoe je iets doet, zodat we dit kunnen aanbrengen aan onze leerlingen.  Ik herinner me een stageles LO die ik vroeger moest geven: touwklimmen.  Angsthaas als ik ben, geraak ik nog geen twee meter hoog, hoewel ik wel wéét hoe het moet.  Een vinnig meisje mocht van mij het model zijn.  Ik ben haar nog steeds dankbaar.    



Het ministerie van onderwijs is zich bewust van de kloof tussen basisonderwijs en technisch secundair onderwijs.  Daarvoor werden, samen met de eindtermen natuur, ook die van het domein techniek herzien.  Men spreekt hier over het creëren van voldoende kansen voor (jonge) kinderen om zo hun diverse talenten te ontdekken:

Het ontdekken van talenten is een belangrijke, zelfs een funderende doelstelling van het leerplichtonderwijs. Daarom moeten kinderen en jongeren op school de kans krijgen om hun talenten, in dit geval voor techniek, te ontdekken en vooral te ontwikkelen en te tonen. Bij het formuleren en selecteren van de eindtermen en ontwikkelingsdoelen werd er rekening mee gehouden dat bij het begrijpen, hanteren en duiden van techniek verschillende soorten talenten nodig zijn. De ene leerling kan bijvoorbeeld sterk zijn in het creatief ontwerpen, een andere kan vaardiger zijn in het nauwkeurig meten, passen en manipuleren van machines. Het is maar door ervaring op te doen met de verschillende facetten van techniek, dat leerlingen hun voorkeuren en sterke punten kunnen ontdekken. In de eindtermen en ontwikkelingsdoelen voor techniek worden al deze verschillende talenten aangesproken. Deze talenten kunnen zowel bij jongens als bij meisjes aanwezig zijn.
(uit: Uitgangspunten van de ontwikkelingsdoelen en eindtermen techniek.)


TECHNIEK MET JONGE KINDEREN 

Dit alles in acht genomen, neem ik me voor om ervoor te gaan wat techniek betreft.  Met het ontdekken van (schoolse) talenten kunnen kinderen niet vroeg genoeg beginnen.  Ik hoop hierbij de nadruk te leggen op actief bezig zijn: denken en doen!  Ik werkte net een activiteit uit over magnetisme waarbij kinderen een technisch proces moeten doorlopen.  Ze voorspellen, voeren uit en motiveren voor elkaar.  Nadien kunnen ze nog verder experimenteren.  Verder ga ik dit schooljaar samen met de kinderen hun fiets poetsen, een eerder speelse manier om met techniek in contact te komen.  We zullen zaken benoemen, misschien uitproberen, maar zeker ontdekken en ons misschien zelfs verbazen over bepaalde zaken.  Ik wil de kinderen ook nog een soort knikkerbaan laten maken die hen doet nadenken over aantrekkingskracht, beweging en materiaaleigenschappen (zie afbeelding hiernaast).  Verder hoop ik nog tijd te vinden om met papieren stroken een zo hoog mogelijke toren te laten maken in groep.  Dit lijkt me allemaal heel uitdagend voor kinderen (en voor mezelf).  Activiteiten om naar uit te kijken.  Ik verheug me er nu al op!



OP ZOEK NAAR...
Online vind je heel wat over techniekactiviteiten.  Een van de beste site is Encyclopedoe, waar een massa proefjes netjes gerangschikt staat in verschillende thema's.  Verder is er de ontdekplek en het knutsellab met stappenplannen voor (kleine) technische activiteiten.  Een hele mooie vind ik ook de leerlijn techniek van Heutink: een overzichtelijk schema gerangschikt per jaar en per thema met daarbij de nodige documenten en links.  Ooit vond ik ook onderstaande e-books waarvan de bron me niet meer te binnen schiet al wil ik ze u niet onthouden.  Prima en bruikbaar materiaal voor korte of lange technische activiteiten.  Het eerste document is voornamelijk bedoeld voor de 1ste graad en geeft over enkele thema's heel gestructureerd ideeën weer met bedenkingen van de uitvoerders.  Het tweede document is een allegaartje van techniek en beeld, sommige zaken minder bruikbaar of uitdagend.  Toch met enkele interessante tips die een les kunnen sturen.






Als afsluiter nog deze.  Het 6de leerjaar (collega D.) werkte een prachtig e-Twinningproject uit rond techniek: The European Chain Reaction, gebaseerd op het werk van Rube Goldberg.  De bedoeling is om door 1 beweging een kettingreactie te starten die een hele tijd aanhoudt zonder menselijke tussenkomst.  Scholen uit 13 Europese landen namen deel aan dit project.  Eens alle filmpjes werden ingezonden, werden deze allemaal achter elkaar gekleefd zodat een echte Europese kettingreactie werd gemaakt.  Een knap voorbeeld van techniek en technologie.