dinsdag 18 december 2012

Het lesgeven zoals het is... het digibord


In mijn functie van ICT-coördinator bestook ik mijn collega's regelmatig met een vragenlijst over hun ICT-gebruik.  Ik nam me dat trouwens voor bij het opmaken van het ICT-beleidsplan.  Omdat elke klasleerkracht in de lagere school ondertussen minstens een jaar een digibord gebruikt, vond ik het tijd om het gebruik van de digiborden te onderwerpen aan een grondige evaluatie.  Via Google Drive stelde ik een formulier op dat de collega's online konden invullen.  Ondertussen kreeg ik tijdens de kostbare ICT-momenten de tijd om een globale evaluatie op te maken met als uitgangspunt alle opmerkingen van mijn collega's.  

Allereerst peilde ik naar de digibordvaardigheden bij de leerkrachten.  Met het TPACK-model in het achterhoofd splitste ik deze vaardigheden op in technisch, didactisch en vakinhoudelijk.  Hierbij werden telkens voorbeelden gegeven, zodat het verschil tussen de vaardigheden duidelijk te maken.  De keuze was telkens 'beginner', 'ervaren', 'expert'.  Opvallend bij de resultaten hier is dat bijna niemand zich een expert noemt (of durft te noemen).  Het doet me wel deugd te merken dat mijn collega's zich ondertussen veelal ervaren voelen in vooral de didactische als de inhoudelijke competenties.  Ook werd gevraagd naar de doelgerichtheid van het digibordgebruik.  Welke doelen van de ICT-diamant worden aangereikt in de klas met het digibord?  Opnieuw een trotse ICT-coördinator met erg creatieve collega's die de diamant goed gevuld krijgen met hun digibordgebruik.  



Tenslotte wilde ik ook weten welke mogelijke voor- en nadelen ervaren worden met het gebruik van het digibord.  Het zal (nog) niet verwonderen dat alle collega's het pre-digibord-tijdperk hebben meegemaakt, waardoor ze nog goed kunnen vergelijken.  Dat viel ook op in de antwoorden.  Deze werden ondertussen allemaal geanalyseerd en gecategoriseerd.  Met graagte laat ik de verwerking van deze vraag lezen.  Misschien minder interessante lectuur voor de toevallige passant.  Toch wil ik deze info niet voor mezelf houden.  Niet alleen omdat ik trots ben op de resultaten van de vragenlijst.  Het lijkt me ook nuttige info voor zij die de stap naar het digibord zetten.  


VOORDELEN DIGIBORD: 
INHOUDELIJK
Beeldwoordenboek op groot scherm:  
Het digibord verruimt het aanbod van didactisch materiaal: het zorgt voor extra beeld-, geluid- en videomateriaal.  Leerkrachten maken hier dankbaar gebruik van om hun lessen te verrijken.  Je maakt de inhoud van de lessen visueler en dus duidelijker.  Je haalt als het ware de wereld in de klas.  Dat daagt kinderen meer uit en kan hen langer boeien.   
Het digibord, met bijbehorende laptop en constante internetverbinding is een rijke bron aan informatie.  Je kan vlug info opzoeken tijdens de les (prenten, foto’s, filmpjes, …).  Een woord dat niet duidelijk is, kan getoond worden met Google Afbeeldingen, een historische gebeurtenis die passeert tijdens de les kan worden gevonden op Youtube.  Websites van organisaties, plaatsen of personen zijn met enkele drukken op de knop bereikbaar en voor de hele klas zichtbaar.  Je kan veel sneller inspelen op zaken die de kinderen aanbrengen.  Hierdoor zijn de leerlingen nog meer gemotiveerd. 
Alles kan al snel veel aanschouwelijker gemaakt worden.  De bordplannen kunnen flexibeler opgemaakt worden en worden bewaard.  Je maakt snel gebruik van kleur en verschillende lettertypes in combinatie met afbeeldingen, … .  Alles kan op die manier visueel gemaakt worden of verduidelijkt.  Het gebruik van powerpoint tijdens de les kan voor nog boeiendere inhoud zorgen. 
Dankbare bordboeken:  
De kant en klare bordboeken zorgen voor een hoop tijdwinst.  Ze helpen bij de voorbereiding en organisatie van de les.  Ook thuis kan je ze nog even raadplegen zodat de papieren versie niet meer in de boekentas hoeft.   
Veel bordboeken zijn interactief.  De kinderen worden tijdens de instructie of verwerking uitgedaagd mee na te denken over de inhoud van de les.  Ze worden aan het bord verwacht om bepaalde oefeningen actief op te lossen.  Sommige methodes bevatten zelfs audiobestanden, waardoor geprul met cd-speler of Media Player verleden tijd zijn.   
Door het gebruik van de bordboeken is het zeker voor de zwakkere leerlingen gemakkelijker om goed mee te kunnen volgen.  Wat voor de leerkracht heel wat tijdwinst oplevert.  Alle leerlingen kunnen perfect volgen welke oefeningen er gemaakt worden. 
Via het kopieerapparaat worden werkbladen ingescand die op het digibord gezien kunnen worden.  Deze pdf’s kunnen bewaard worden op de klascomputer, zodat ze steeds te raadplegen zijn.  De digibordsoftware zorgt er ook voor dat je terwijl ook kan werken op het digitale werkblad.   
DIDACTISCH 
Actief aan het digibord:  
Het digibord daagt de leerkracht uit om andere werkvormen te gaan gebruiken.  Het valt op dat er regelmatiger hoekenwerk wordt geprogrammeerd, waarbij het bord een van de hoeken is.  Zo werken de leerlingen op een actieve manier en wordt het digibord geïntegreerd in het leerproces.  De kinderen willen ook erg graag aan het digibord komen.  Ze worden erdoor geprikkeld om tijdens instructies of klassikale momenten actiever mee te werken.  In de hogere leerjaren brengen de leerlingen hun werkstuk voor aan de hand van zelf gemaakte presentaties: een boekverslag, spreekbeurt, … .   
Veel leerkrachten gaan actief op zoek naar bruikbare digibordtoepassingen voor hun onderwijs.  Het grote aanbod aan leerspelletjes kan voor een boeiende, motiverende inoefening van de leerstof zorgen.  Omdat de manier van werken met het digibord verschilt van dat met het (groene) krijtbord, is het lesgeven op school verandert.  Enkele leerkrachten gaven aan dat dit voor hen aangenamer lesgeven betekent. 
TECHNISCH
Technologie kent weinig grenzen:  
Lessen voorbereiden gebeurt tegenwoordig meer op de computer.  De les- en bordplannen worden op voorhand gemaakt.  Powerpoints en andere presentaties worden in elkaar gestoken en bewaard.  Een gegeven les kan heel gemakkelijk terug opgeroepen worden om de leerstof van eerder te herhalen of kinderen die afwezig waren nog bij te kunnen werken.  
De digibordsoftware bevat heel wat nuttige functies.  Met de herhaalknop kan opnieuw bekeken worden hoe een woord of (hoofd)letter geschreven wordt.  De zoomknop zorgt voor duidelijk zichtbare tekst voor de hele klas.  Met de markeerstift blijft de tekst eronder nog steeds zichtbaar.  Rechte lijnen, cirkels of vierkanten tekenen doe je in een handomdraai.  Deze functies zorgen opnieuw voor heel wat tijdwinst tijdens het lesgeven. 
Door het dagelijks gebruik van het digibord, komen kinderen steeds vaker in contact met ICT.  Het valt op dat ze almaar vaardiger worden in het gebruik van ICT-middelen.  Minder ICT-vaardige leerkrachten kunnen soms hulp inroepen van hun leerlingen bij kleine problemen.
Er bestaat een enorme hoeveelheid bruikbare online tools.  Omdat het digibord rechtstreeks aan het internet  is gekoppeld, kunnen deze digitale instrumenten onmiddellijk gebruikt worden in de klas.   
NADELEN DIGIBORD: 

INHOUDELIJK 
Moeilijke vakken:  
Sommige vakken zijn behoorlijk moeilijk om te geven met het digibord.  Voor kleinere kinderen is de digipen te dik om nieuwe letters te schrijven op het bord.  Het induwen van de punt van de digipen zorgt hierbij voor een extra moeilijkheid.  Actief meten met het digibord is natuurlijk ook moeilijk.   
Verwend:  
De leerlingen zien de layout van hun boek ook op het bord staan, dus zijn ze eigenlijk een beetje verwend (of lui?).  Als het bord eens een keertje niet werkte, dan waren er enkele leerlingen die niet meer wisten waar ze iets moesten op schrijven. 
TECHNISCH 
Kwetsbare technologie:  
Het optimale gebruik van het digibord is erg afhankelijk van de werking van het internet.  Als dit te traag of niet werkt, lijkt heel je les in het water te vallen.  Gelukkig zijn er nog zijborden waarop met whiteboardstift geschreven kan worden.  Regelmatig komen er wel eens problemen voor: de pen die niet werkt, de projectorlamp die het begeeft, een website die niet geopend kan worden, … .  Het lijkt soms wel of je heuse technische kwaliteiten moet hebben om met een digibord te kunnen werken.  Deze technische mankementen zorgen soms voor de nodige stress voor of tijdens de lesdag. 
Energie:  
Het hele systeem van het digibord is aangesloten op het elektriciteitsnet.  Verantwoord gebruik is nodig om er milieubewust mee om te gaan.  Als de projector een ganse dag opstaat, krijg je sneller vermoeiende ogen.   
DIDACTISCH
Nog vragen:  
De verleiding bestaat om met het digibord terug meer frontaal les te geven.  Dat vraagt de nodige creatieve inspanning van de leerkracht.  Het is niet zo dat wie een digibord voor zich krijgt onmiddellijk zijn manier van lesgeven hieraan heeft aangepast en dus teruggaat naar de oorspronkelijke manier van doceren.  Het is dus soms nog echt zoeken op welke manier de vertrouwde lessen gegeven kunnen worden met integratie van het digibord. 
Organisatorisch:  
Het lijkt jammer dat slechts enkele leerlingen tegelijkertijd aan het digibord kunnen werken.  Dit impliceert dat andere leerlingen terwijl andere zaken doen.  Zij worden regelmatig afgeleid door het digibord of de leerlingen aan het digibord.  Ook bij een vertrouwde werkvorm als hoekenwerk kan deze afleiding groot zijn.

Erg nuttige informatie voor mezelf als ICT-coördinator.   Het viel me onmiddellijk op dat leerkrachten over het algemeen erg tevreden zijn met hun digibord.  Natuurlijk moeten alle aangehaalde punten nog grondig onder de loep genomen worden.  Na het analyseren van de opmerkingen ga ik op zoek naar degelijke werkvormen met integratie van het digibord.  Lesplannen waarmee collega's onmiddellijk mee aan de slag kunnen in hun klas.  Laagdrempelig.  Eenvoudig.  Weinig tijdrovend.  Ik probeer zo de didactische vragen alvast wat op te lossen.  Wordt ongetwijfeld vervolgd...

Ter info: wij kozen enkele jaren geleden voor de stevige FocusBoards.  Hard- en softwarematig een nog steeds goede keuze.

donderdag 6 december 2012

QR in de klas


"Herfst in het bos"
WO >> domein natuur >>
Sinds dit schooljaar startten we met iPads in de klas.  Heel wat apps passeerden al de revue: behendigheids- en concentratiespelletjes, breinbrekers, oefeningetjes, e-boekjes, techniekgames, ...  Om meer uit de iPad te halen met mijn klas eenaatjes maakte ik QR-fiches op.  Deze verwijzen telkens naar gevonden youtubefilmpjes die op de iPad te raadplegen zijn.  Ze brengen de wereld naar de tablet.  

Voor jonge kinderen zijn QR-codes erg waardevol.  Ze komen zo onmiddellijk bij de gewenste link of het beoogd filmpje.  Niettegenstaande geef je de kinderen de vrijheid om een keuze te maken.  Welke film willen ze zien?  In welke volgorde?  Dat kiezen ze zelf.  Misschien lijkt het hen nuttig een filmpje opnieuw te bekijken.  Deze vrijheid zorgt voor een zekere verantwoordelijkheid die kinderen motiveert hun bronnen doelgericht te raadplegen.  

Door het gebruik van QR-codes bereikten we in de voorbije maanden al heel wat ICT-doelen en dat voor verschillende vakgebieden.  Het eigenlijke gebruik van de iPad is voor de kinderen steeds hetzelfde.  Met een door hen gekende app scannen ze een code in.  De steeds weerkerende werkwijze zorgt voor een drempelverlagend effect.  Zo staat niet steeds de technische kant van het leermiddel in de kijker, maar gaat de nodige aandacht van de leerlingen vooral naar het inhoudelijke aspect.  Na het inscannen van de code komen de kinderen op de juiste link terecht waar ze kunnen oefenen, kunnen leren, informatie opzoeken of kunnen presenteren.  Verder raadplegen ze gewenste bronnen en bepalen zelf wat voor hen belangrijke informatie lijkt of niet.

Werken met QR in de klas vraagt de nodige voorbereiding van de leerkracht.  De codes moeten immers gemaakt.  Slechts weinigen deelden hun werk al met hun netwerk.  Het lijkt me of nog niet veel collega's hun weg gevonden hebben in het werken ermee.  Gericht op zoek naar inhoud is dus de boodschap. Om hier dan een QR- code van te maken en in de gewenste layout te gieten.  Ik ging ook met powerpoint aan de slag.  Om zelf inhoud te maken.  Maakte filmpjes van de dia's.  Gooide deze op YouTube.  En maakte daarvan QR-steekkaarten.  Zes op een blad.  Recto verso.  Met aan de ene kant de code en aan de achterzijde de inhoud.  Dat geeft de kinderen de kans om gericht te oefenen.  De oefeningen die moeilijk waren, kunnen zo nogmaals verwerken.  Herhaling en inoefening zijn en blijven belangrijk.  Zelfs onze zesjarigen zijn zich hiervan bewust.


Wanneer kinderen aan het werk zijn, zet de leerkracht zich op de meest strategische plaats.  We bieden hulp waar nodig, evalueren tussendoor.  Sommige kinderen zijn gebaat bij een extra instructie of hebben de aandacht van de leerkracht ten volle nodig.  Dit alles terwijl een andere leerling net dat éne stukje van de les gemist heeft, maar zich wel kan behelpen.  Voor zulke leerlingen kan het een steun zijn om delen van de instructie opnieuw te beleven.  Dankzij de evoluerende technologie zijn we in staat om de kinderen ook gericht zelfstandig te laten leren en oefenen.  In het huidige onderwijs zijn niet alle kinderen op hetzelfde moment met dezelfde taken bezig.  Zowel tempodifferentiatie als differentiatie van het aanbod kunnen met QR-codes worden aangepakt.  @lhumme heeft deze vorm inmiddels al op punt in haar klas.  Op haar yurls beschrijft ze hoe haar leerlingen zelf een kaartje met QR-code uitkiezen uit het aanbod om bepaalde instructies opnieuw te bekijken en beluisteren.  @bramfaems gaat hierin nog een stapje verder met de Jonathan Academie.  Hij laat zijn leerlingen zelf de instructies ontwikkelen voor andere leerlingen en deelt ze met de wereld.  Twee pareltjes van voorbeelden waarbij ICT en QR-codes duidelijk als leermiddel geïntegreerd worden in de dagelijkse klaspraktijk.  

Wat aanvankelijk een banale zwart-wit code lijkt, kan zoveel meer betekenen in de klas.  Het einde van de QR-codes in de klas is nog lang niet in zicht.  Er zijn mogelijkheden te over.  Voor elk vak.  Voor elk ICT-doel.  

"De wereld rond met Broeder Jacob"
taal / ruimte / muziek >>

"Het symfonisch orkest"
muziek >>


zondag 2 december 2012

Waar zijn we mee bezig?


Al vanaf mijn eerste onzeker stapje in 'het onderwijs' was het duidelijk dat ik steeds naar een doel moet toe werken.  Doelgericht én doelbewust.  De weg daar naartoe is van groot belang om het doel zo effectief mogelijk te bereiken.  'Het onderwijs' is een proces waar de opgestelde doelen richting geven van de te bewandelen route.  Naargelang dat proces vordert, zullen de individuele doelen meer van elkaar verschillen.  Onze leerlingen maken persoonlijke keuzes.  

Soms houden enkel de belangrijke vragen me bezig.  Waarvoor doen we het allemaal?  Welke meerwaarde betekenen we voor de maatschappij?  Zijn we echt wel zo goed bezig als we denken?  Sinds het actief, bewust beluisteren van 'Ruimtevaarder' van Kommil Foo probeer ik het lesgeven meer te doorgronden.  Welk doel hebben de doelen?  Waar gaan we naartoe?  Waarop bereiden we onze leerlingen voor?  Als leerkracht ben je je ervan bewust dat de kinderen die je voor je hebt, de latere volwassenen zullen zijn.  Zij die de wereld draaiende zullen houden.  In een maatschappij die wij op dit ogenblik maar amper kunnen voorspellen.  De altijd maar sneller draaiende wereld zorgt voor de vraag- en uitroeptekens die ik plaats bij HET doel.


"Wat ben je in 't heelal, met de tafels van vermenigvuldiging?"

Ook onze leerlingen durven vragen te stellen bij wat ze op school voorgeschoteld krijgen.  Ze zijn zich er van bewust dat al wat ze leren waardevol in hun leven moet zijn.  Een recente studie van Eva Kyndt (K.U.Leuven) toont aan dat de motivatie om te leren van groot belang is om tot effectief leren te komen.  Daarbij pleit ze om ervoor dat leerkrachten hun leerlingen extra moeten motiveren door het nut van de leerstof te verduidelijken.  De leerlingen worden gestimuleerd door hen erop te wijzen waar deze lesinhoud later nog van pas kan komen.  Zoals gezegd bereiden wij hen voor op hun toekomst.  Wanneer we benoemen voor welke situaties de leerstof dient, zullen kinderen deze dus ook sneller tot zich nemen.  In zijn blog X, Y of Einstein analyseert Pedro De Bruyckere erg vaak de nieuwe generatie jongeren.  Mede door hem Generation Why genoemd.  Wat kinderen motiveert om tot leren te komen, hen stimuleert kennis en vaardigheden op te doen, zijn enkele eigenschappen van de leerkracht die hen onderwijst: vakkennis, passie, uniek, afstand en vertrouwen.  

"Ik wil planeten gaan ontdekken, in de hoop dat daar iets leeft!"

Het zijn de eindtermen die bepalen waar we onze kinderen naartoe sturen.  Deze lijst doelen bevat kennis, vaardigheden, inzichten en attitudes.  Zonder de eindtermen in twijfel te willen trekken, durf ik me soms toch de vraag stellen of deze de essentie van 'het onderwijs' bevatten.  Is het aan ons om te bepalen hoe de wereld van onze kinderen er later zal uitzien?  Moeten we onze kinderen nog leren hoofdrekenen?  Of volstaat het om hen een rekenmachine te leren gebruiken?  Laten we kinderen nog schrijflessen volgen of kan dactylo zinvoller zijn?  Is het atlasgebruik nog van deze tijd?  Of kunnen we die niet gewoon vervangen door Google Maps?  Welk nut heeft het kompas binnen tien jaar tijd nog?  Moeten we hen niet gewoon een gps leren gebruiken?  

Vragen genoeg.  De antwoorden moeten we helaas schuldig blijven.  Die zullen ongetwijfeld over een jaar of twintig komen.  Had alles wat we aan onze huidige leerlingen vertelden echt wel zijn nut?  Zonder me hier van mijn negatieve kant te laten zien, blijven deze vragen onbeantwoord.  Ik ben en blijf een optimist.  Ook in mijn job.  Ik daag iedereen uit het onderwijs uit hierover mee na te denken.  Zij die antwoorden hebben, mogen me die gerust toesturen.  



'Het onderwijs'.  We kunnen het verschil maken!

woensdag 31 oktober 2012

Carrièreplanning

“Voor mij begon het… met Sinterklaas.”  Met deze uitspraak prijkt Quinten Desloover goedlachs op de affiche van RTC Oost-Vlaanderen.  ‘Het’ dat is zijn technische goesting.  Nadat Quinten op 6 december een techniekdoos kreeg, had hij het technisch virus te pakken.  Ondertussen werkt hij als installateur van branddetectiesystemen.

Elke prikkel, zelfs de kleinste, kan voldoende zijn om kinderen zin te doen krijgen in hun belangrijke levenskeuzes.  Kinderen een waaier van technische toepassingen aanreiken, leert ze hun technische interesse en kwaliteiten beter in beeld brengen.  Het zou maar net díe activiteit, díe verwondering of díe proef zijn die een leerling zijn juiste beslissing laat maken... 

Een juiste oriëntering van in de basisschool voor kinderen met technisch talent is dus van groot belang.  Dit kan enkel door ook al in de basisschool de juiste inhoud te geven aan het domein techniek.  Kinderen met techniek in contact brengen, betekent dat zij in staat worden gesteld om vroeg genoeg hun technische vaardigheden te ontdekken.  Dit kan zelfs al vanaf de kleuterklas.  Door het domein techniek op te nemen in het curriculum van het basisonderwijs, kan je kinderen hiervoor al vanaf jonge leeftijd enthousiast maken.

Het is onze taak als onderwijzer om kinderen techniek te leren kennen en gebruiken.  Al vanaf de kleuterleeftijd staan zij open voor het ontdekken van nieuwe dingen.  Ze zijn van nature nieuwsgierig en experimenteren graag met hun speelgoed en met combinaties hiervan.  Ze staan open voor nieuwe toepassingsmogelijkheden en ontdekken dagelijks nieuwe dingen.


Onderstaande video kwam ik tegen na een zoveelste internetreisje doorheen blogs, artikels, foto's en filmpjes.  Het verhaal van de zo bekende Legoblokjes.  Jammer dat hij Engels gesproken is.  Ik zou de Nederlandse versie anders heel graag aan mijn eenaatjes tonen.  Het kan ze inspireren.  Het zou misschien hun 'techniekdoos' zijn, die hen later doet beslissen het juiste pad te bewandelen.  De film leert kinderen bovendien om niet op te geven.  Hun doelen na te streven en er vooral ten volle voor te gaan.  Succes krijg je niet in de schoot geworpen.  Daar gá je voor.  Die zin, dat geloof in jezelf, het zelfvertrouwen en doorzettingsvermogen.  Eigenschappen die we onze kinderen in de klas dagelijks proberen eigen te maken.  Heel mooi om te zien dat een succesvol man ook zijn tegenslagen kende.  Hoe hij daar mee omging.  Hoe de welbekende blokjes ontstonden, na ontwikkelen, proberen, evalueren, aanpassen, ... .  Het technisch proces in de geschiedenis van Lego.


Gelukkige 80ste verjaardag, Lego!

dinsdag 30 oktober 2012

De kracht van games²


 PRIKKELENDE AANTREKKINGSKRACHT
Games zijn krachtige tools om leerlingen tot leren aan te zetten, maar het is belangrijk ze op een goede manier in te schakelen. Er gaat een grote aantrekkingskracht uit van games op kinderen, maar het onderwijs is geen plaats om te ‘gamen om te gamen’. Daarom verkennen we heel kort de valkuilen en de troeven. In haar boek ’Vierkante ogen’ noemt professor Patti Valkenburg verschillende redenen waarom games zo’n aantrekkingskracht hebben op kinderen. Net als andere media zitten games vol prikkels: het gaat zowel om prikkels komende van de beeld- en geluidseffecten als om prikkels die de nieuwsgierigheid van de kinderen triggeren. Daarbij is het zo dat gamers actieve controle krijgen over het spel: ze bepalen de moeilijkheidsgraad, de vormgeving en kleur van de achtergrond, de rol die ze in het spel op zich nemen, … Een spel biedt de gamer continue uitdaging doordat er een reeks levels zijn ingebouwd die in moeilijkheidsgraad toeneemt. Bovendien is ook de directe feedback van groot belang: kinderen horen graag wat ze goed of net minder goed doen. Tijdens games worden spelers meteen beloond als de voorafgaande acties succesvol zijn geweest. Deze tussentijdse beloningen vormen een sterke stimulans om door te spelen. Het zal duidelijk zijn dat het hier gaat om ‘troeven’ waarover games beschikken. 



VALKUILEN
Maar niettemin is voorzichtigheid geboden. De groep kinderen die we nu in onze klassen krijgen, wordt heel vaak de ‘generation why’ genoemd. Een generatie die zich voortdurend afvraagt waarom ze bepaalde zaken aangeleerd krijgen en wat ze ermee aankunnen. Ze gaan vaak doelgericht en efficiënt te werk, maar verliezen ook snel hun interesse van zodra de prikkels niet meer in de juiste doses op hen afkomen. Dat ze wat in het onderwijs gebeurt saai vinden, heeft ook hiermee te maken. Ze rekenen lesgevers af op basis van de snelheid en het vluchtige dat de multimedia hen onophoudelijk inlepelen. Daarom is het belangrijk dat leraren zich goed bezinnen over het nut van games in het onderwijs, over welke games voor welke doeleinden worden ingezet. Het onderwijs hoeft via het binnenhalen van games de jachtige leefwereld van jongeren niet te dupliceren. Veeleer gaat het erom games binnen te halen die inderdaad toelaten dat leerlingen leerinhouden meer aanschouwelijk en vanuit diverse invalshoeken kunnen beleven, en daarbij ook uitgedaagd worden hun probleemoplossende vermogens aan te scherpen. Kortom: ‘gamen om te gamen’ is niets voor in de klassfeer, het gamen mag er niet tot tijdverdrijf worden. Als we in de klas games gebruiken, dan moeten we de kinderen duiden waarom we dat doen. De reden daarvoor is eenvoudig: waar heel wat kinderen in hun gewone leefwereld vertrouwd zijn met welbepaalde genres games waarin ‘survival of the fittest’ vaak de boventoon voert, confronteren wij hen in het onderwijs met games waarin we hen inhouden willen laten verkennen en hen willen laten zoeken naar antwoorden op complexe problemen. 

OVERDENK HET GAMEAANBOD
Waar in andere klasmomenten de vraag naar het waarom vaak nadrukkelijk bij hen speelt, zal dit ook het geval zijn bij games waarmee we hen confronteren. En dat is ook een goede reflex, die in staat stelt inzicht te krijgen en hoofd- en bijzaken van elkaar te onderscheiden. Als bepaalde games al over bijzondere troeven beschikken dan is het omdat ze naderen tot de opvattingen over onderwijs zoals die naar voren komen in theorieën over constructivistisch leren en gesitueerd leren. In deze theorieën wordt benadrukt dat het opdoen van kennis een actief en sociaal proces is waarin betekenis wordt gegeven aan ervaringen die worden opgedaan bij het oplossen van gesitueerde realistische problemen. Uit onderzoek blijkt dat games leerlingen kunnen motiveren om iets te leren en dat games er voor kunnen zorgen dat de leerlingen gemotiveerd blijven. Verder kunnen er situaties aan bod komen waarin nieuwe ideeën of strategieën uitgeprobeerd kunnen worden. Vaak hebben we het hier dan ook over ‘serious games’ die de spelers confronteren met complexe situaties zoals die zich in onze leefwereld voordoen. Het spelen van dit soort games laat toe heel wat eindtermen, vakinhoudelijke en vakoverschrijdende, binnen een krachtige, uitdagende leeromgeving te oefenen. 

GAMEN LEIDT TOT SUCCES IN HET LEVEN
Het spelen van games zorgt er aldus niet alleen voor dat vakinhouden kunnen worden verkend en verworven. Heel wat essentiële vaardigheden worden er geoefend en onderhouden: problemen analyseren en oplossen, creatief en divergent denken, samenwerken aan complexe probleemsituaties, … Niet echt verwonderlijk dat de positie van gamers op de arbeidsmarkt zeer gunstig uitpakt. Online games en simulaties spelen een belangrijke rol bij leiderschapsontwikkeling. Hiervoor hebben games drie belangrijke kenmerken die van de gamer een goed manager kunnen maken: snelheid, de bereidheid om risico’s te nemen en het besef dat gezag en aanzien tijdelijk kunnen zijn. Gamers vinden bovendien ook sneller een job. Enkele belangrijke kenmerken van games maken van een gamer een gewilde kandidaat tijdens solicitaties: 
- improvisatie, 
- prestatiegerichtheid, 
- aandurven van uitdagingen; 
- competitiviteit,
- snelle informatie verwerkers, … 

Het zijn vaardigheden die de moeite waard zijn om ook op in te zetten als we games in het onderwijs binnen halen, maar zoals hierboven al benadrukt: ook de inhoudelijke dimensie speelt mee en moet op een goede manier geduid en besproken worden met de gamende leerlingen, willen we dat hun motivatie en betrokkenheid met de games waarmee we ze op de schoolbanken confronteren hoog houden.

Artikel als theoretisch kader rond een vorig artikel: De kracht van games.

De boeken rechts van de tekst weergegeven zijn de volgende:

woensdag 19 september 2012

Leesbevorderend voorlezen

Met dank aan een superlieve boekenwinkelmevrouw uit Breda hangt er nu een geweldig mooie Plukposter aan mijn klasdeur.  Na enkele "wie is da's" van de nieuwe lichting eenaatjes zocht ik het boek toch maar weer op in de bibliotheek.  Pluk van de Petteflet.  Ik was er als tienjarige ooit in begonnen en geraakte verstrikt in de magische wereld van Annie M.G. Schmidt.  




De voorbije jaren las ik al regelmatig voor uit boeken.  Steeds prentenboeken.  Korte tekst, grote prenten.  Kinderen worden auditief, maar ook visueel geprikkeld.  Elke gebeurtenis in het verhaal wordt verduidelijkt met vaak prachtige illustraties.  Ze wekken interesse op, houden de aandacht erbij, stimuleren het creatieve vermogen van kinderen en maken het verhaal nog tastbaarder.  De verhalen over de Gruffalo blijven veruit mijn favoriet.  De inventieve kleine muis die het grote, gruwelijke beest listig de benen doet nemen blijft een tijdloos verhaal.  Het heeft wat van David vs. Goliath, Mario vs. Bowser en Klein Duimpje vs. de reus.  Herkenbare gevoelens, wijze lessen en creatieve ideeën maken dat kinderen meegesleept worden door het verhaal.  Het ritme in de tekst en de telkens weerkerende eindrijm zorgen er mede voor dat het een geweldige deugd wordt om het verhaal voor te lezen.  Ze zorgen er eveneens voor dat er voldoende inhoud overblijft om de fantasie van de kinderen te prikkelen.  

Toch koos ik er voor om dit schooljaar te starten met het voorlezen van een boek met minder prenten.  Pluk is met zijn welbekende rode kraanwagentje op zoek naar een huisje.  Dankzij Dollie de duif komt hij in de Petteflet terecht.  Daar maakt hij kennis met een hoopje apartementbewoners.  Met elk hun verhaal, geschiedenis en belevenissen.  Gaandeweg worden de verbanden tussen Pluks nieuwe buren duidelijk.  Een heel divers volkje.  Samenlevend in hun eigen wereldje, dat van het appartementsblok.  Een tijdloos verhaal.  Over samenleven, diversiteit, gekke fratsen, fantasierijke wendingen en oplossingen bedenken voor  'complexe' probleempjes.


Geboeid luisteren de eenaatjes naar de heldenverhalen van Pluk.  Met de hoofden op de bank.  Ogen, oren en mond open.  Benieuwd naar welke figuren er nu weer zullen opduiken.  Er wordt gejuicht als ik het boek neem.  Waarna het muisstil wordt.  Het magische voorleesmoment!  De letters en woorden vliegen door de klas.  Ze vormen verhalen die de kinderen doet dromen.  Ze krijgen er zin in taal door.  Nieuwe woorden en zinsconstructies.  Luisteren naar een voorgelezen verhaal is zoveel meer dan alléén maar luisteren.  Er wordt interesse opgewekt.  In de taal waarmee de kinderen leren communiceren. 

Voorlezen doet lezen!


Om dit alles nog meer inhoud te geven, besteedden we onze muzische les ook aan Pluk.  Daarvoor haalde ik de volledige mosterd op de website van Juf Sanne.  Meer activiteiten rond het boek vind je op de yurls van juf Lia en de themasite van Kleutergroep.  





Ideeen rondom het thema Pluk van de Petteflet
Pluk van de Petteflet